Tenofovir disoproxil (als fumaraat)

Stofnaam
Tenofovir disoproxil (als fumaraat)
Merknaam
Viread
ATC code
J05AF07

Tenofovir disoproxil (als fumaraat)

Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

HIV: Off-label
Chronische hepatitis B: On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

HIV
≥2 jaar: 6,5 mg/kg/dag in 1 dosis

Chronische hepatitis B:
≥12 jaar en ≥35 kg: 1 dd 245mg PO

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Granulaat (disoproxil (als fumaraat)) 33 mg/g
Tablet  (disoproxil (als fumaraat)) 123 mg, 163 mg, 204 mg, 245 mg

Eigenschappen

Een nucleotide (nucleoside monofosfaat) HIV-1 reverse-transcriptaseremmer. Tenofovirdisoproxil (vaak verkort tot tenofovir) is een prodrug van tenofovir. Tenofovir wordt daarna omgezet in het actieve metaboliet tenofovirdifosfaat. Tenofovirdifosfaat remt het HIV-1 reverse-transcriptase en HBV-polymerase door directe bindingscompetitie met het natuurlijke deoxyribonucleotide-substraat en, na incorporatie in DNA, door DNA-ketenterminatie.

Kinetische gegevens

 

 2-12 jaar (n=23)
6,5 mg/kg
12-18 jaar (n=8)
245 mg 
Cmax (μg/ml) 0,24 ± 0,13 0,38 ± 0,13
AUCtau (μg·h/ml) 2,59 ± 1,06 3,39 ± 1,22

Doseringen

Indicatie: HIV
Indicatie: Chronische hepatitis B
  • Oraal
    • 12 jaar tot 18 jaar en ≥ 35 kg
      [1]
      • 245 mg/dag in 1 dosis
      • Behandelduur:

        Behandelingsduur bij HBeAg-positieve patiënten: ten minste voortzetten tot 6-12 maanden na HBe-Ag-seroconversie of totdat HBsAg-seroconversie is opgetreden of tot tekenen van verlies van de werkzaamheid;

        Behandelingsduur bij HBeAg-negatieve patiënten: ten minste voortzetten tot HBsAg-seroconversie of tot tekenen van verlies van de werkzaamheid.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

DIRECT WERKENDE ANTIVIRALE MIDDELEN

NUCLEOSIDE EN NUCLEOTIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Abacavir

Ziagen
J05AF06

Didanosine

Videx DDI
J05AF02

Emtricitabine

Emtriva
J05AF09

Entecavir

Baraclude
J05AF10

Lamivudine

Epivir 3TC, Zeffix
J05AF05

Stavudine

Zerit d4T
J05AF04

Zidovudine

Retrovir AZT
J05AF01
ANTIVIRALE MIDDELEN VOOR HIVINFECTIE, COMBINATIEPREPARATEN
J05AR02
J05AR13
J05AR19
J05AR03
J05AR18
J05AR09
FOSFONZUURDERIVATEN

Foscarnet

Foscavir
J05AD01
NEURAMINIDASEREMMERS

Oseltamivir

Tamiflu
J05AH02

Zanamivir

Relenza
J05AH01
NIET-NUCLEOSIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Efavirenz

Stocrin
J05AG03

Etravirine

Intelence
J05AG04

Nevirapine

Viramune
J05AG01

Rilpivirine

Edurant
J05AG05
NUCLEOSIDEN EN NUCLEOTIDEN (EXCL. REVERSE-TRANSCR-REMMERS)

Aciclovir

Zovirax
J05AB01
J05AB12

Ganciclovir

Cymevene
J05AB06

Ribavirine

Copegus, Rebetol
J05AB04

Valaciclovir

Zelitrex
J05AB11

Valganciclovir

Valcyte
J05AB14
OVERIGE ANTIVIRALE MIDDELEN

Dolutegravir

Tivicay
J05AX12

Enfuvirtide

Fuzeon
J05AX07

Maraviroc

Celsentri
J05AX09

Raltegravir

Isentress
J05AX08
PROTEASEREMMERS

Atazanavir

Reyataz
J05AE08

Darunavir

Prezista
J05AE10

Fosamprenavir

Telzir
J05AE07

Indinavir

Crixivan
J05AE02
J05AE06

Ritonavir

Norvir
J05AE03

Saquinavir

Invirase
J05AE01

Bijwerkingen bij kinderen

Afname van de botmineraaldichtheid is gemeld bij pediatrische patiënten.

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): diarree, misselijkheid, braken. Duizeligheid. Asthenie. Huiduitslag. Hypofosfatemie.

Vaak (1-10%): buikpijn, flatulentie. Hoofdpijn, vermoeidheid. Verhoogde transaminasen.

Soms (0,1–1%): pancreatitis. Rabdomyolyse, spierzwakte. Verhoogde serumcreatininewaarde, hypokaliëmie.

Zelden (0,01–0,1%): angio-oedeem. (Acuut) nierfalen, acute tubulaire necrose, proximale tubulopathie (waaronder syndroom van Fanconi), (acute interstitiële) nefritis, nefrogene diabetes insipidus. Hepatische steatose, hepatitis. Myopathie, osteomalacie (zich manifesterend als botpijn, zelden bijdragend aan het ontstaan van fracturen). Lactaatacidose.

Lactaatacidose (soms fataal) samenhangend met ernstige hepatomegalie en leversteatose, pancreatitis, nierfalen en verhoogde lactaatspiegels zijn gemeld tijdens het gebruik van nucleoside analoga. Vroege symptomen van lactaatacidose zijn misselijkheid, braken, buikpijn, malaise, verlies van eetlust, gewichtsverlies, respiratoire of neurologische symptomen. Lactaatacidose trad gewoonlijk op na behandeling van een paar maanden.

Anti-retrovirale combinatietherapie (cART) kan gepaard gaan met herverdeling van lichaamsvet (lipodystrofie) en metabole stoornissen (zoals hypertriglyceridemie, hypercholesterolemie, hyperlactatemie (zeldzaam), insulineresistentie, hyperglykemie en het ontstaan of verergering van bestaande diabetes mellitus).

Gemeld zijn gevallen van osteonecrose, vooral bij gevorderde HIV-infectie of langdurige blootstelling aan combinatietherapie.

 

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Tenofovir niet toepassen bij patiënten die eerder zijn behandeld met anti-retrovirale middelen en die tevens stammen met de K65R-mutatie bevatten.

Wees voorzichtig bij nierfunctiestoornis. Controleer de nierfunctie (serumcreatinine en -fosfaat) vóór de start van de behandeling en tijdens de behandeling: na twee tot vier weken behandeling, na drie maanden en daarna elke drie tot zes maanden indien géén sprake is van risicofactoren; bij patiënten met meer kans op een nierfunctiestoornis vaker controleren. Start de behandeling niet bij pediatrische patiënten met een nierfunctiestoornis; stop de behandeling indien zich bij pediatrische patiënten een nierfunctiestoornis ontwikkelt.

Bij volwassenen bij een afname van de creatinineklaring naar < 50 ml/min of een afname van het serumfosfaatgehalte tot < 0,32 mmol/l overwegen de behandeling tijdelijk te stoppen. Als het serumfosfaatgehalte bij volwassen daalt tot < 0,48 mmol/l, en bij afname van de creatinineklaring < 50 ml/min; binnen één week de nierfunctie herbeoordelen incl. glucose- en kaliumgehalte in het bloed en glucose in de urine (met het oog op proximale tubulopathie). Dit ook doen als het serumfosfaatgehalte bij pediatrische patiënten < 0,96 mmol/l daalt. Indien er van nier- of botafwijkingen sprake is/lijkt, overleggen met een nefroloog over onderbreking van de behandeling. Overweeg het onderbreken van de behandeling als bij volwassen de nierfunctie progressief afneemt zonder andere verklaring; bij pediatrische patiënten de behandeling altijd staken bij de ontwikkeling van een nierfunctiestoornis. Bij patiënten met risicofactoren of een voortgeschreden HIV-infectie of indien nefrotoxische geneesmiddelen worden gebruikt, is er meer kans op onvolledig herstel van de nierfunctie, ondanks het staken van tenofovir.

Wees ook voorzichtig bij leverfunctiestoornissen. Bij toepassing van antiretrovirale combinatietherapie bij patiënten met chronische hepatitis B of C (co-infectie) is er meer kans op ernstige, potentieel fatale leverbijwerkingen. Er zijn slechts weinig gegevens over veiligheid en werkzaamheid bij levertransplantatiepatiënten en gedecompenseerde leverziekte met een Child-Pughscore > 9 bij een hepatitis B infectie; controleer vanwege een grotere kans op lever- en nierbijwerkingen nauwlettend de lever-, gal- en nierparameters. Wees voorzichtig bij pancreatitis in de voorgeschiedenis, hepatomegalie (m.n. vrouwen met obesitas) of andere bekende risicofactoren voor leverziekte en leversteatose (zoals het gebruik van bepaalde geneesmiddelen en alcohol). Bij een verslechtering van een eerder bestaande leveraandoening onderbreking of beëindiging van de behandeling overwegen. Behandeling met nucleoside-analoga onderbreken bij symptomen van hyperlactatemie, metabole/lactaatacidose, progressieve hepatomegalie of snel toenemende aminotransferasespiegels. Het staken van de behandeling kan in geval van gelijktijdige HIV/HBV infectie leiden tot ernstige exacerbaties van hepatitis; controleer patiënten gedurende ten minste zes maanden na het staken van de therapie klinisch en middels laboratoriumonderzoek.

Wees voorzichtig bij ernstige immunodeficiëntie omdat er meer kans is op een ontstekingsreactie op asymptomatische of nog aanwezige opportunistische pathogenen die tot ernstige klinische ziektebeelden (zoals cytomegalovirus retinitis, focale en/of gegeneraliseerde mycobacteriële infecties of een Pneumocystis jiroveci pneumonie) kunnen leiden. In dit kader kunnen ook auto-immuunreacties (zoals de ziekte van Graves) optreden, vaak pas vele maanden na aanvang van de behandeling.

Bottoxiciteit, waaronder een vermindering van de botmineraaldichtheid is waargenomen. Er lijkt echter geen toegenomen kans op fracturen of aanwijzing voor klinisch relevante botafwijkingen. Bij kinderen is er nog onzekerheid over de lange termijn effecten van bot- en niertoxiciteit door tenofovir; bovendien is de reversibiliteit van niertoxiciteit is nog niet vastgesteld. Wees echter toch bedacht op osteonecrose als gevolg van het toepassen van cART, bij het optreden van pijnlijke en/of het stijf worden van gewrichten

Let bij lichamelijk onderzoek op tekenen van vetherverdeling (lipodystrofie) tijdens de behandeling; overweeg ook controle van nuchtere glucose- en lipidenspiegels.

De veiligheid en werkzaamheid zijn niet vastgesteld bij met HIV-1 geïnfecteerde kinderen met een leeftijd < 2 jaar. De veiligheid en werkzaamheid in geval van chronische hepatitis B zijn niet vastgesteld in de leeftijd van 2-12 jaar, of bij kinderen met een lichaamsgewicht < 35 kg. Er zijn geen gegevens over de werkzaamheid bij een gelijktijdige infectie met hepatitis C of D-virus. De farmacokinetiek is niet onderzocht bij non-hemodialysepatiënten met een creatinineklaring van < 10 ml/min/1.73m² en bij dialysepatiënten. De farmacokinetiek bij pediatrische patiënten met een nierfunctiestoornis is eveneens niet onderzocht.

Interacties

Relevant:

Toename tenofovirdisoproxil: ledipasvir en velpatasvir remmen het metabolisme.

Overig effect, tenofovirdisoproxil: bij combinatie met diclofenac, ibuprofen of naproxen kan de toxiciteit van tenofovirdisoproxil toenemen; acute nierbeschadiging is gemeld.

Overig effect, tenofovir: de AUC van didanosine stijgt.

Bij combinatie met atazanavir moet atazanavir worden geboost.

Bij combinatie met cidofovir kan het risico op het syndroom van Fanconi toenemen; de combinatie wordt ontraden.

Niet beoordeeld: acuut nierfalen is gemeld bij combinatie van tenofovirdisoproxil met hooggedoseerde of gecombineerde NSAID's bij patiënten met risicofactoren voor renale disfunctie.

Bij combinatie met een met ritonavir of cobicistat gebooste HIV-proteaseremmer is een hoger risico op nierfunctiestoornis gemeld.

De fabrikant adviseert de nierfunctie wekelijks te controleren bij combinatie met andere middelen die via hetzelfde renale transportsysteem ('human organic anion transporter' 1 en 3, of 'multidrug resistant protein' 4 (MRP 4)) als tenofovir worden uitgescheiden.

De fabrikant ontraadt combinatie met adefovir.

Een hoog percentage virologisch falen en resistentieontwikkeling is gemeld, beide in een vroeg stadium, bij combinatie van tenofovir plus lamivudine en abacavir of didanosine.

De Cmax en AUC van lopinavir kunnen dalen; lopinavir kan de Cmax en AUC van tenofovir verhogen.

De fabrikant ontraadt toepassing van tenofovirdisoproxil bij gelijktijdig of recent gebruik van een nefrotoxisch middel.

Referenties

  1. Gilead Sciences International Limited, SmPC Viread (EU/1/01/200/003) 19-11-2013, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 26 jan 2018
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (eigenschappen, bijwerkingen, contra-indicaties, waarschuwingen en voorzorgen), Geraadpleegd 11 juli 2016
  4. Bamford, A., et al (PENTA Steering Committee) (2015), Paediatric European Network for Treatment of AIDS (PENTA) guidelines for treatment of paediatric HIV-1 infection 2015: optimizing health in preparation for adult life., HIV Med., doi:10.1111
  5. Panel on Antiretroviral Therapy and Medical Management of HIV-Infected Children., Guidelines for the Use of Antiretroviral Agents in Pediatric HIV Infection., Available at http://aidsinfo.nih.gov/contentfiles/lvguidelines/pediatricguidelines.pdf., Geraadpleegd 12 sept 2016, O1-140

Wijzigingen

  • 10 januari 2017 11:59: Corrcetie: In de dosering voor kinderen > 12 jaar stond een foutieve doseereenheid vermeld (mg/KG/dag) ipv mg/dag.
  • 25 november 2016 11:10: De dosering is aangepast op basis van herziene HIV guidelines (PENTA en aidsinfo)
  • 11 juli 2016 12:16: NIEUW TOEGEVOEGD