Cidofovir

Stofnaam
Cidofovir
Merknaam
ATC code
J05AB12
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Niet geregistreerd voor kinderen.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Conc. voor infusieopl. 75 mg/ml (niet in handel in Nederland, import mogelijk via Orly apotheek)

 

Eigenschappen

Antivirale stof werkzaam tegen humaan cytomegalovirus. Cidofovir wordt pas actief na intracellulaire fosforylering tot het difosfaat. Cidofovir onderdrukt CMV-replicatie door selectieve remming van de virale DNA-synthese.

Kinetische gegevens

Er zijn geen specifieke kinetiekstudies bij kinderen gepubliceerd.

Doseringen

Indicatie: Larynxpapillomatose
  • Intralesionaal
    • 1 maand tot 18 jaar
      • Startdosering: 1 mg/kg/dosis 3 maal per week Gedurende 2 weken
      • Onderhoudsdosering: 1 mg/kg/dosis 3 x per week, om de week (week op, week af)
      • Alternatief:
        Startdosering: 5mg/kg 1x per week gedurende 2 weken, Onderhoudsdosering: 5 mg/kg/dosis om de week.

Indicatie: CMV infectie, adenovirusinfectie bij immuungecompromitteerde patiƫnten
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      • Startdosering: 1 mg/kg/dosis 3 maal per week gedurende 2 weken. Dosering cidofovir in 1 uur infunderen.
      • Onderhoudsdosering: 1 mg/kg/dosis 3 maal per week, om de week (week op, week af). Dosering cidofovir in 1 uur infunderen.
      • Alleen te gebruiken door specialisten met ervaring met cidofovir.

        LET OP: Ter beperking van de nefrotoxiciteit wordt cidofovir in combinatie gegeven met probenecide en hydratie met fysiologisch zout:
        Probenecide: 25 mg/kg/dosis PO, 3 uur voor start cidofovir infuus en 1-2 uur na en 8 uur na cidofovir infuus
        Hydratie: 0,58 l/m2 1 uur voorafgaand aan cidofovir infuus en zo mogelijk wordt nogmaals 0,58 l/m2 gelijktijdig of direct na de cidofovir infusie in 1-3 uur toegediend.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

bij creatinineklaring 10-50 ml/min: Bij levensbedreigende indicaties kan gebruik cidofovir in combinatie met probenacid overwogen worden in overleg met kindernefroloog en ziekenhuisapotheker. Een aangepaste dosering moet individueel bepaald worden. Raadpleeg beschikbare literatuur:Yusuf 2006 kinderen; Brody 1999, volwassenen)

DIRECT WERKENDE ANTIVIRALE MIDDELEN

NUCLEOSIDEN EN NUCLEOTIDEN (EXCL. REVERSE-TRANSCR-REMMERS)

Aciclovir

Zovirax
J05AB01

Ganciclovir

Cymevene
J05AB06

Ribavirine

Copegus, Rebetol
J05AB04

Valaciclovir

Zelitrex
J05AB11

Valganciclovir

Valcyte
J05AB14
FOSFONZUURDERIVATEN

Foscarnet

Foscavir
J05AD01
PROTEASEREMMERS

Atazanavir

Reyataz
J05AE08

Darunavir

Prezista
J05AE10

Fosamprenavir

Telzir
J05AE07

Indinavir

Crixivan
J05AE02
J05AE06

Ritonavir

Norvir
J05AE03

Saquinavir

Invirase
J05AE01
NUCLEOSIDE EN NUCLEOTIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Abacavir

Ziagen
J05AF06

Emtricitabine

Emtriva
J05AF09

Entecavir

Baraclude
J05AF10

Lamivudine

Epivir 3TC, Zeffix
J05AF05
J05AF07

Zidovudine

Retrovir AZT
J05AF01
NIET-NUCLEOSIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Efavirenz

Stocrin
J05AG03

Etravirine

Intelence
J05AG04

Nevirapine

Viramune
J05AG01

Rilpivirine

Edurant
J05AG05
NEURAMINIDASEREMMERS

Oseltamivir

Tamiflu
J05AH02

Zanamivir

Relenza
J05AH01
ANTIVIRALE MIDDELEN VOOR HIVINFECTIE, COMBINATIEPREPARATEN
J05AR02
J05AR13
J05AR18
J05AR19
J05AR03
J05AR09
OVERIGE ANTIVIRALE MIDDELEN

Dolutegravir

Tivicay
J05AX12

Enfuvirtide

Fuzeon
J05AX07

Maraviroc

Celsentri
J05AX09

Raltegravir

Isentress
J05AX08
NUCLEOSIDEN EN NUCLEOTIDEN (EXCL. REVERSE-TRANSCR-REMMERS)

Aciclovir

Zovirax
J05AB01

Ganciclovir

Cymevene
J05AB06

Ribavirine

Copegus, Rebetol
J05AB04

Valaciclovir

Zelitrex
J05AB11

Valganciclovir

Valcyte
J05AB14
FOSFONZUURDERIVATEN

Foscarnet

Foscavir
J05AD01
PROTEASEREMMERS

Atazanavir

Reyataz
J05AE08

Darunavir

Prezista
J05AE10

Fosamprenavir

Telzir
J05AE07

Indinavir

Crixivan
J05AE02
J05AE06

Ritonavir

Norvir
J05AE03

Saquinavir

Invirase
J05AE01
NUCLEOSIDE EN NUCLEOTIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Abacavir

Ziagen
J05AF06

Emtricitabine

Emtriva
J05AF09

Entecavir

Baraclude
J05AF10

Lamivudine

Epivir 3TC, Zeffix
J05AF05
J05AF07

Zidovudine

Retrovir AZT
J05AF01
NIET-NUCLEOSIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Efavirenz

Stocrin
J05AG03

Etravirine

Intelence
J05AG04

Nevirapine

Viramune
J05AG01

Rilpivirine

Edurant
J05AG05
NEURAMINIDASEREMMERS

Oseltamivir

Tamiflu
J05AH02

Zanamivir

Relenza
J05AH01
ANTIVIRALE MIDDELEN VOOR HIVINFECTIE, COMBINATIEPREPARATEN
J05AR02
J05AR13
J05AR18
J05AR19
J05AR03
J05AR09
OVERIGE ANTIVIRALE MIDDELEN

Dolutegravir

Tivicay
J05AX12

Enfuvirtide

Fuzeon
J05AX07

Maraviroc

Celsentri
J05AX09

Raltegravir

Isentress
J05AX08

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): misselijkheid, braken, hoofdpijn, asthenie, koorts, neutropenie, proteïnurie (41%, waarvan in 11% als ernstig), verhoogd creatinine (14%, waarvan in 7% als ernstig), alopecia, huiduitslag. Vaak (1-10%): iritis, uveïtis, hypotonie van het oog, dyspneu, diarree, nierfalen, koude rillingen. Soms (0,1-1%): verworven fanconisyndroom. Verder zijn nog gemeld: pancreatitis, gehoorstoornissen.

Probenecide: Zeer vaak (> 10%): misselijkheid en braken, koorts, huiduitslag.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Gestoorde nierfunctie (serumcreatinine > 133 micromol/l; creatinineklaring ≤ 55 ml/min; proteïnurie ≥ 100 mg/dl). Gelijktijdige toediening met potentieel nefrotoxische middelen. Aanbevolen wordt ten minste 7 dagen voor de start van de behandeling met cidofovir te stoppen met het toedienen van mogelijk nefrotoxische middelen. Directe intraoculaire injectie, vanwege significante verlaging van de intraoculaire druk en visusstoornissen. Patiënten die geen probenecide of andere sulfapreparaten mogen krijgen.
 

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Grote kans op nefrotoxiciteit. Cidofovir alleen toedienen in combinatie met probenecide en hydratatie met fysiologisch zout.
Monitoring van nierfunctie en virusconcentratie is een voorwaarde om bijwerking en effectiviteit te evalueren. Alleen in goed-gecontroleerde condities toedienen
 

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Cidofovir wordt altijd in combinatie met probenecide toegediend. Probenecide beperkt de nefrotoxiciteit van cidofovir. Voorafgaand aan elke toediening de serumcreatinine, leukocyten en de proteïnespiegels in de urine bepalen. De nefrotoxiciteit is grotendeels te beperken door gelijktijdig probenecide toe te dienen en door van tevoren te hydreren met NaCl-opl. (9 g/l). Als de serumcreatinineconcentratie met 44 µmol/l of meer toeneemt (0.5 mg/dl of meer), of bij een persisterende proteïnurie van 100 mg/dl of hoger, dient cidofovir te worden gestaakt en wordt intraveneuze hydratie aanbevolen. Bij optreden van misselijkheid, braken, allergische- of overgevoeligheidssymptomen ten gevolge van probenecide gebruik kan worden overwogen een anti-emeticum, antihistaminicum of paracetamol te gebruiken. Het toedienen van cidofovir zonder probenecide is klinisch niet onderzocht. Regelmatig oogheelkundig onderzoek wordt geadviseerd; de behandeling staken indien ontstane uveïtis of iritis onvoldoende kan worden behandeld of heroptreedt na succesvolle behandeling. Voorzichtigheid is geboden bij diabetes mellitus vanwege meer kans op het ontstaan van oculaire hypotonie. Behandeling niet instellen bij creatinineklaring ≤ 55 ml/min of proteïnurie ≥ 100 mg/dl vanwege onvoldoende gegevens over veiligheid en werkzaamheid.

Interacties

Relevant: bij combinatie met tenofovir kan het risico op het syndroom van Fanconi toenemen; de combinatie is gecontraïndiceerd.

Niet beoordeeld: het risico op nefrotoxiciteit neemt toe bij combinatie met nefrotoxische stoffen, zoals adefovir, aminoglycosiden, amfotericine B, foscarnet, pentamidine en vancomycine. De fabrikant ontraadt de combinatie; aanbevolen wordt deze middelen ten minste 7 dagen voorafgaand aan de start van cidofovir te staken.

Referenties

  1. Doan ML, et al, Treatment of adenovirus pneumonia with cidofovir in pediatric lung transplant recipients, J Heart Lung Transplant, 2007, Sep;26(9, 883-9
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 15 okt 2014
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 15 okt 2014
  4. Chhetri DK, et al, A scheduled protocol for the treatment of juvenile recurrent respiratory papillomatosis with intralesional cidofovir, Arch Otolaryngol Head Neck Surg, 2003, Oct;129(10, 1081-5
  5. Mandell DL, et al, Intralesional cidofovir for pediatric recurrent respiratory papillomatosis, Arch Otolaryngol Head Neck Surg, 2004, Nov;130(11), 1319-23
  6. Pransky SM, et al, Clinical update on 10 children treated with intralesional cidofovir injections for severe recurrent respiratory papillomatosis., Arch Otolaryngol Head Neck Surg, 2000, Oct;126(10), 1239-43
  7. Pransky SM, et al, Long-term follow-up of pediatric recurrent respiratory papillomatosis managed with intralesional cidofovir., Laryngoscope, 2003, Sep;113(9), 1583-7
  8. Doan ML, et al, Clinical, radiological and pathological features of ABCA3 mutations in children, Thorax, 2008, Apr;63(4), 366-73
  9. Anderson EJ, et al, Early diagnosis of adenovirus infection and treatment with cidofovir after bone marrow transplantation in children., Bone Marrow Transplant, 2001, Mar;27(6), 621-6.
  10. Legrand F, et al, Early diagnosis of adenovirus infection and treatment with cidofovir after bone marrow transplantation in children, Bone Marrow Transplant., 2001, Mar;27(6), 621-6
  11. Ljungman P, et al, Cidofovir for cytomegalovirus infection and disease in allogeneic stem cell transplant recipients. The Infectious Diseases Working Party of the European Group for Blood and Marrow Transplantation, Blood, 2001, Jan 15;97(2), 388-92
  12. Yusuf U, et al, Cidofovir for the treatment of adenoviral infection in pediatric hematopoietic stem cell transplant patients, Transplantation, 2006, May 27;81(10), 1398-404
  13. Anderson EJ, et al, High-risk adenovirus-infected pediatric allogeneic hematopoietic progenitor cell transplant recipients and preemptive cidofovir therapy, Pediatr Transplant, 2008, Mar;12(2), 219-27
  14. Hoffman JA, et al, Adenoviral infections and a prospective trial of cidofovir in pediatric hematopoietic stem cell transplantation, Biol Blood Marrow Transplant, 2001, 7(7), 388-94

Wijzigingen