Abacavir + lamivudine

Stofnaam
Abacavir + lamivudine
Merknaam
Kivexa
ATC code
J05AR02

Abacavir + lamivudine

Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

HIV
≥ 25 kg: 1 dd 600 mg abacavir en 300 mg lamivudine (= 1 tablet)

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Per tablet filmomhuld abacavir 600 mg, lamivudine 300 mg

Eigenschappen

Abacavir en lamivudine zijn nucleoside analoga (NRTI’s) en krachtige selectieve remmers van HIV-1 en HIV-2. Zowel abacavir als lamivudine worden sequentieel gemetaboliseerd door intracellulaire kinasen in het 5’-trifosfaat, de actieve stof.

Kinetische gegevens

Bij toediening aan kinderen wordt abacavir snel en goed geabsorbeerd uit orale formuleringen. Pediatrische farmacokinetiekstudies hebben laten zien dat eenmaaldaagse dosering een equivalente AUC 24 heeft met tweemaaldaagse dosering van dezelfde totale dagelijkse dosering voor zowel de orale oplossing als de tabletformuleringen.

De absolute biologische beschikbaarheid van lamivudine (ongeveer 58 tot 66%) was lager en variabeler bij pediatrische patie?nten jonger dan 12 jaar oud. De pediatrische farmacokinetiekstudies met tabletformuleringen hebben echter laten zien dat een eenmaaldaagse dosering een equivalente AUC24 heeft met een tweemaaldaagse dosering van dezelfde totale dagelijkse dosis.

Doseringen

HIV
  • Oraal
    • ≥ 25 kg
      [1]
      • Abacavir/lamivudine: 600 mg/300 mg (= 1 tablet) per dag in 1 dosis

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

creatinineklaring < 50 ml/min: niet gebruiken aangezien de noodzakelijke dosisaanpassingen niet mogelijk zijn met de combinatietablet.

DIRECT WERKENDE ANTIVIRALE MIDDELEN

NUCLEOSIDEN EN NUCLEOTIDEN (EXCL. REVERSE-TRANSCR-REMMERS)

Aciclovir

Zovirax
J05AB01
J05AB12

Ganciclovir

Cymevene
J05AB06

Ribavirine

Copegus, Rebetol
J05AB04

Valaciclovir

Zelitrex
J05AB11

Valganciclovir

Valcyte
J05AB14
FOSFONZUURDERIVATEN

Foscarnet

Foscavir
J05AD01
PROTEASEREMMERS

Atazanavir

Reyataz
J05AE08

Darunavir

Prezista
J05AE10

Fosamprenavir

Telzir
J05AE07

Indinavir

Crixivan
J05AE02

Ritonavir

Norvir
J05AE03

Saquinavir

Invirase
J05AE01
NUCLEOSIDE EN NUCLEOTIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Abacavir

Ziagen
J05AF06

Emtricitabine

Emtriva
J05AF09

Entecavir

Baraclude
J05AF10

Lamivudine

Epivir 3TC, Zeffix
J05AF05
J05AF07

Zidovudine

Retrovir AZT
J05AF01
NIET-NUCLEOSIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Efavirenz

Stocrin
J05AG03

Etravirine

Intelence
J05AG04

Nevirapine

Viramune
J05AG01

Rilpivirine

Edurant
J05AG05
NEURAMINIDASEREMMERS

Oseltamivir

Tamiflu
J05AH02

Zanamivir

Relenza
J05AH01
ANTIVIRALE MIDDELEN VOOR HIVINFECTIE, COMBINATIEPREPARATEN
J05AR13
J05AR18
J05AR19
J05AR03
J05AR09
J05AR10
OVERIGE ANTIVIRALE MIDDELEN

Dolutegravir

Tivicay
J05AX12

Enfuvirtide

Fuzeon
J05AX07

Maraviroc

Celsentri
J05AX09

Raltegravir

Isentress
J05AX08

Bijwerkingen algemeen

Overgevoeligheidsreacties bij gebruik van abacavir treden op bij circa 5% van de patiënten, vooral bij dragers van het HLA-B*5701-allel en vooral in de eerste 6 weken; sommige zijn levensbedreigend met fatale afloop. Bij bijna alle overgevoeligheidsreacties is sprake van koorts en/of (gewoonlijk maculopapuleuze of urticariële) huiduitslag; andere frequent waargenomen symptomen zijn dyspneu, hoesten, maag-darmstoornissen (misselijkheid, braken, diarree of buikpijn), hoofdpijn, spierpijn, koorts, lethargie of malaise. Andere symptomen die kunnen optreden bij overgevoeligheidsreacties zijn o.a. hypotensie, andere respiratoire symptomen (keelpijn, respiratoire insufficiëntie, abnormale radiologische bevindingen van de thorax, waaronder het Acute Respiratory Distress Syndrome (ARDS)), gewrichtspijn, myolyse, paresthesieën, hepatitis, leverfalen, oedeem, lymfadenopathie, conjunctivitis, zweren in de mond. Ook kan overgevoeligheid voor abacavir leiden tot afwijkende laboratoriumwaarden zoals stijging van leverenzymwaarden, creatinekinase, creatinine of het optreden van lymfopenie. Overgevoeligheidsreacties treden met name op binnen 6 weken na begin van de therapie, maar kunnen op elk moment optreden. Zeer zelden zijn in dit kader nog gemeld: erythema multiforme, Stevens-Johnsonsyndroom (SJS) en toxische epidermale necrolyse (TEN).

Andere bijwerkingen zoals deze kunnen voorkomen bij gebruik van de losse geneesmiddelen;

Vaak (1-10%): anorexie. Slapeloosheid. Alopecia. Vermoeidheid.

Soms (0,1-1%): (soms ernstige) neutropenie en anemie, trombocytopenie. Voorbijgaande stijging van ALAT- en ASAT-waarden.

Zelden (0,01-0,1%): stijging van serumamylase, pancreatitis. Angio-oedeem. Rabdomyolyse.

Zeer zelden (< 0,01%): aplasie van rode bloedcellen. Perifere neuropathie, paresthesie.

Antiretrovirale combinatietherapie (cART) kan gepaard gaan met gewichtstoename en metabole stoornissen (zoals hypertriglyceridemie, hypercholesterolemie, insulineresistentie, hyperglykemie en ontstaan of verergering van bestaande diabetes mellitus).

Er zijn gevallen van osteonecrose gemeld, vooral bij algemeen erkende risicofactoren (gebruik van corticosteroïden, alcohol en ernstige immuunsuppressie, hoge BMI), gevorderde HIV-infectie of langdurige blootstelling aan cART; wees hierop bedacht bij het optreden van pijnlijke en/of stijf worden van gewrichten.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen

  • een lichaamsgewicht van < 25 kg of een verminderde nierfunctie met een creatinineklaring < 50 ml/min, omdat met de combinatietablet geen dosisaanpassing gedaan kan worden;
  • (mogelijke) overgevoeligheidsreacties na eerder gebruik van abacavir en/of dragerschap van het HLA-B*5701-allel, ongeacht het ras.

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

Ernstige overgevoeligheidsreacties: niet gebruiken bij patiënten die drager zijn van het HLA-B*5701-allel omdat die meer kans (48-61%) lopen op ernstige overgevoeligheidsreacties. Screen daarom vóór het beginnen van de behandeling alle patiënten op dragerschap van het HLA-B*5701-allel. Dit ook doen vóór een hernieuwde behandeling met abacavir bij patiënten die abacavir eerder hebben verdragen, maar van wie de HLA-B*5701-status onbekend is. Echter ook bij patiënten die géén drager van het HLA-B*5701-allel zijn kan een overgevoeligheidsreactie optreden (0–4%). Laat de patiënt bij het optreden van een mogelijke overgevoeligheidsreactie (ongeacht HLA-B*5701-status) dit direct melden en staak de behandeling met abacavir permanent wanneer een overgevoeligheidsreactie niet uit te sluiten is. Na het staken nooit meer opnieuw behandelen met abacavir. In dat geval zullen de symptomen namelijk binnen enkele uren en gewoonlijk ernstiger (levensbedreigende hypotensie, overlijden) terugkeren. Nauwkeurig iedere 2 weken controleren op overgevoeligheidsverschijnselen, vooral gedurende de eerste 2 maanden van de behandeling.

Voor een beeld van de gevoeligheid bij specifieke aminozuursubstituties in het virus zie de officiële productinformatie CBG/EMA (rubriek 5.1, kopje resistentie) via 'Zie ook'.

Leverziekten: Wees voorzichtig met het voorschrijven bij elke patiënt (in het bijzonder bij obese vrouwen) met hepatomegalie, hepatitis of andere bekende risicofactoren voor leverziekte en hepatische steatose (incl. het gebruik van bepaalde geneesmiddelen en alcohol). Wees tevens voorzichtig bij een co-infectie met hepatitis C, behandeld met α-interferon en ribavirine. Behandeling met nucleoside-analoga onderbreken bij progressieve hepatomegalie, snel toenemende aminotransferasespiegels en bij symptomatische hyperlactatemie en/of metabole-/lactaatacidose van onbekende oorsprong. In het algemeen is er bij een reeds bestaande leverziekte, incl. chronische actieve hepatitis, een hogere frequentie van afwijkingen van de leverfunctie gedurende antiretrovirale combinatietherapie (cART); controleer zorgvuldig (waar mogelijk ook de plasmaconcentratie van abacavir) en overweeg tijdelijk of definitief staken van de behandeling bij een duidelijke verergering. Bij patiënten met een chronische hepatitis B of C is er sprake van meer kans op ernstige en mogelijk fatale leverbijwerkingen als gevolg van cART. Bij sommige patiënten met een chronische hepatitis B-virusziekte, kan zich na staken van lamivudine klinisch een terugkerende hepatitis openbaren. Dit kan ernstige gevolgen hebben voor patiënten met een gedecompenseerde leverfunctie. Indien behandeling met lamivudine wordt gestaakt bij patiënten met chronische hepatitis B zowel de leverfunctietesten als markers van HBV-replicatie volgen gedurende ten minste 4 maanden.

Bij verdenking op pancreatitis (aan de hand van symptomen of laboratoriumwaarden) de behandeling onmiddellijk staken.

Immuunreconstitutie-inflammatoir-syndroom (IRIS) is gemeld, vooral bij ernstige immuundeficiëntie bij aanvang van de behandeling. Wees hierbij voorzichtig, in verband met meer kans op ontstekingsreacties op latent aanwezige opportunistische infecties, met ernstige klinische ziektebeelden tot gevolg, zoals CMV-retinitis, focale en/of gegeneraliseerde mycobacteriële infecties of een Pneumocystis jiroveci-pneumonie. In dit kader kunnen ook auto-immuunziekten optreden door immuunreactivering, zoals de ziekte van Graves, auto-immuunhepatitis, polymyositis en het Guillain-Barré-syndroom. De tijd tot optreden van deze ziekten is variabel, echter vaak pas vele maanden na aanvang van de behandeling.

Myocardinfarct: er is onduidelijkheid of het gebruik van abacavir meer kans geeft op een myocardinfarct; aangeraden wordt om risicofactoren voor een myocardinfarct (bv. roken, hypertensie, hyperlipidemie) te minimaliseren.

Onderzoeksgegevens en ervaring: De veiligheid en werkzaamheid zijn niet vastgesteld bij:

  • een significante onderliggende leveraandoening;
  • matig of ernstig gestoorde leverfunctie (Child-Pughscore ≥ 7);

Interacties

Interacties abacavir

Abacavir heeft in vitro geen relevante invloed op CYP-enzymen en wordt zelf nauwelijks gemetaboliseerd door CYP-enzymen.

Relevant:
Toename abacavir: mycofenolzuur kan de toxiciteit vergroten.

Abacavir verkleint het effect van: methadon.

Niet beoordeeld: inductoren van UDP-glucuronyltransferase, zoals rifampicine, kunnen de plasmaconcentratie licht verlagen.

Een hoog percentage virologisch falen en resistentieontwikkeling is gemeld, beide in een vroeg stadium, bij combinatie van abacavir plus lamivudine en tenofovir.

De biologische beschikbaarheid wordt vergroot door alcohol.

Interacties lamivudine:

Relevant:
Lamivudine kan de werking van cladribine teniet doen; combinatie met cladribine wordt ontraden. Beide stoffen maken gebruik van dezelfde enzymsystemen (deoxycytidinekinase) voor de vorming van de actieve, intracellulaire trifosfaten.

Combinatie met emtricitabine wordt ontraden wegens het ontbreken van gegevens over de combinatie.

Niet beoordeeld: de Cmax van zidovudine stijgt met 28% bij gelijktijdige toediening, de totale biologische beschikbaarheid wordt niet significant beïnvloed.

Een hoog percentage virologisch falen en resistentieontwikkeling van HIV is gemeld, beide in een vroeg stadium, bij combinatie van lamivudine plus tenofovir en abacavir of didanosine.

Volgens de fabrikant is voorzichtigheid geboden bij gebruik van immunosuppressiva, waaronder oncolytica, bij HBeAg-negatieve patiënten, wegens beperkte gegevens.

Referenties

  1. ViiV Healthcare UK Limited, SmPC Kivexa (EU/1/04/298/001-004) 17-11-14, www.cbg-meb.nl
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties, nierfucntiestoornissen), Geraadpleegd 24 sep 2015
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, bijwerkingen, contra-indicaties, waarschuwingen en voorzorgen), Geraadpleegd 21-5-2021

Wijzigingen

  • 24 september 2015 22:24: Nieuw toegevoegd

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering