Dolutegravir + abacavir + lamivudine

Stofnaam
Dolutegravir + abacavir + lamivudine
Merknaam
Triumeq
ATC code
J05AR13

Dolutegravir + abacavir + lamivudine

Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

HIV:
>
12 jaar en > 40 kg:
1 dd 1 tablet

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet, omhuld. Bevat per tablet: dolutegravir (als natriumzout) 50 mg, abacavir (als sulfaat) 600 mg en lamivudine 300 mg.

Eigenschappen

Anti-HIV-middel. Combinatie van een integraseremmer en twee nucleoside reverse-transcriptaseremmers (NRTI's).

Kinetische gegevens

Er is hier op dit moment nog geen informatie over beschikbaar.

Doseringen

Indicatie: HIV
  • Oraal
    • ≥ 12 jaar en ≥ 40 kg
      [1]
      • dolutegravir 50 mg + abacavir 600 mg + lamivudine 300 mg (overeenkomend met 1 tablet)/dag in 1 dosis.

        Bij gelijktijdig gebruik van efavirenz, nevirapine, rifampicine of tipranavir: 1dd 50 mg dolutegravir/dag in 1 dosis toevoegen. Dat wil zeggen 2dd 50 mg dolutegravir (1dd combinatie dolutegravir+abacavir+lamivudine en 1dd 50 mg dolutegravir)

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Triumeq wordt niet aanbevolen voor gebruik bij patiënten met een creatinineklaring < 50 ml/min

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): vermoeidheid, slapeloosheid, hoofdpijn. Misselijkheid, diarree.

Vaak (1–10%): asthenie, koorts, malaise. Duizeligheid, slaperigheid, lethargie. Slaapstoornis, abnormale dromen, nachtmerrie, depressie. Anorexie. Dyspepsie, gastro-oesofageale refluxziekte, braken, buikpijn, flatulentie. Overgevoeligheidsreacties. Huiduitslag, jeuk, alopecia. Artralgie. Hoesten. Stijging ALAT, ASAT en creatinekinase, .

Soms (0,1–1%): hepatitis. Neutropenie, anemie, trombocytopenie. Immuunreconstitutiesyndroom. Hypertriglyceridemie, hyperglykemie.

Zelden (0,01–0,1%): rabdomyolyse. Pancreatitis. Stijging amylase.

Zeer zelden (< 0,01%): aplastische anemie. Paresthesie, perifere neuropathie. Erythema multiforme, Stevens-Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse.

Anti-retrovirale combinatietherapie (cART) is in verband gebracht met een herverdeling van lichaamsvet (lipodystrofie), metabole stoornissen (zoals hypertriglyceridemie, hypercholesterolemie, insulineresistentie, hyperglykemie, het ontstaan van of verergering van bestaande diabetes mellitus en hyperlactatemie) en het immuunreconstitutiesyndroom met bv. reactivering van herpesinfecties of auto-immuunziekten (zoals. M. Graves). Ook osteonecrose kan voorkomen, vooral bij gevorderde HIV-infectie of langdurige blootstelling aan combinatietherapie; wees hierop bedacht bij het optreden van pijnlijke gewrichten en/of het stijf worden van gewrichten. Bij gebruik van NRTI's kan lactaatacidose optreden, gewoonlijk samengaand met hepatische steatose. Lactaatacidose treedt over het algemeen enkele maanden na de start van de behandeling op en kan samenhangen met pancreatitis, lever- of nierfalen.

Naast deze bijwerkingen zijn nog andere bijwerkingen mogelijk zoals vermeld in de monografiën van de afzonderlijke stoffen: zie  abacavir en lamivudine.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Dragerschap van het HLA-B*5701-allel (abacavir). (Mogelijke) overgevoeligheidsreactie na eerder gebruik van abacavir. Ernstige leverfunctiestoornis.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

De werkzaamheid van dolutegravir is aanzienlijk minder bij virale strengen met Q148 én > 2 secundaire mutaties van G140A/C/S, E138A/K/T of L741; hiermee rekening houden bij bekende resistentie voor integraseremmers.

Niet gebruiken bij patiënten die drager zijn van het HLA-B*5701-allel omdat die meer kans lopen op ernstige overgevoeligheidsreacties door abacavir. Screen daarom vóór het beginnen van de behandeling op dragerschap van het HLA-B*5701-allel. Dit ook doen vóór een hernieuwde behandeling met abacavir bij patiënten die abacavir eerder hebben verdragen, maar van wie de HLA-B*5701-status onbekend is. Echter ook bij patiënten die géén drager van het HLA-B*5701-allel zijn kan een (ernstige) overgevoeligheidsreactie optreden. Vrijwel altijd treedt bij een overgevoeligheidsreactie koorts en/of huiduitslag (maculopapuleus of urticarieel) op, maar die kan ook zonder deze symptomen optreden; andere belangrijke symptomen zijn gastro-intestinale, respiratoire en/of constitutionele symptomen, soms orgaandisfunctie (waaronder ernstige leverreacties). Nauwkeurig iedere 2 weken controleren op overgevoeligheidsverschijnselen, vooral gedurende de eerste twee maanden van de behandeling. Laat de patiënt bij het optreden van een mogelijke overgevoeligheidsreactie (ongeacht HLA-B*5701 status) dit melden en staak de behandeling met dolutegravir/abacavir/lamivudine wanneer een overgevoeligheidsreactie niet uit te sluiten is; tevens de klinische status inclusief leveraminotransferasen en bilirubine controleren. Te laat stoppen met de behandeling kan tot een levensbedreigende reactie leiden. Na het staken nooit meer opnieuw beginnen, vanwege de kans op snel optredende en levensbedreigende overgevoeligheidsreacties bij het eventueel hervatten van de behandeling. Al deze maatregelen gelden ook bij overgevoeligheid door dolutegravir.

Wees voorzichtig bij ernstige immunodeficiëntie in verband met meer kans op een ontstekingsreactie op asymptomatische of nog aanwezige opportunistische pathogenen die tot ernstige klinische ziektebeelden kunnen leiden. Tevens kunnen auto–immuunziekten (zoals de ziekte van Graves) optreden door immuunreactivering. Bij verdenking op pancreatitis (aan de hand van symptomen of laboratoriumwaarden) de behandeling onmiddellijk staken. Lactaatacidose is gerapporteerd bij gebruik van nucleoside-analoga en wordt meestal geassocieerd met ernstige hepatomegalie en hepatische steatosis. Wees daarom voorzichtig bij (in het bijzonder obese vrouwen) met hepatomegalie of andere bekende risicofactoren voor leverziekte en leversteatose (zoals het gebruik van bepaalde geneesmiddelen na alcohol). Co-infectie met HCV (behandeld met interferon α en ribavirine) is tevens een risicofactor. Vroege symptomen van hyperlactatemie omvatten misselijkheid, braken, buikpijn, malaise, verlies van eetlust, gewichtsverlies en respiratoire (snelle en/of zware ademhaling) of neurologische symptomen (incl. verzwakte motoriek). Lactaatacidose treedt gewoonlijk op na behandeling van een paar maanden. Ernstige (soms fataal verlopende) gevallen zijn in verband gebracht met pancreatitis, leverfalen/leversteatose en nierfalen. De behandeling daarom staken bij optreden van symptomatische hyperlactatemie, metabole/lactaatacidose, progressieve hepatomegalie of snel toenemende aminotransferasespiegels. Bij een reeds bestaande leverfunctiestoornis en bij chronische hepatitis B of C tijdens anti-retrovirale combinatietherapie neemt het risico van ernstige en mogelijk fatale bijwerkingen op de lever, toe; gebruik bij matige en ernstige leverfunctiestoornis wordt niet aanbevolen. Bij staken van lamivudine kan bij bestaande hepatitis B virusinfectie een acute exacerbatie van hepatitis optreden. Ook wordt vanwege lamivudine het gebruik niet aanbevolen bij een creatinineklaring < 50 ml/min.

Er is onduidelijkheid of het gebruik van abacavir meer kans geeft op een myocardinfarct; aangeraden wordt om risicofactoren voor een myocardinfarct (bv. roken, hypertensie, hyperlipidemie) te minimaliseren. Er zijn geen gegevens over de werkzaamheid en veiligheid bij kinderen < 12 jaar.

Interacties

Interacties dolutegravir
Dolutegravir is substraat voor UGT1A1 (hoofdroute) en voor een klein deel voor CYP3A. Het is in vitro ook substraat voor P-gp. Het remt OCT2.
Relevant:
Absorptie: de absorptie wordt verminderd door gelijktijdige inname met antacida, calciumzouten en ijzerzouten. Dolutegravir moet ten minste 2 uur vóór of na het andere middel worden ingenomen.
Afname dolutegravir: inductoren verlagen de plasmaconcentratie. Bij combinatie met efavirenz, nevirapine, tipranavir of rifampicine moet de dosering worden aangepast (zie D). Combinatie met carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne of hypericum wordt ontraden. Combinatie met etravirine wordt ontraden, tenzij tevens geboost atazanavir, geboost darunavir of geboost lopinavir wordt gegeven.
Dolutegravir remt het metabolisme van: metformine.
Niet beoordeeld: bij combinatie met fosamprenavir geboost met ritonavir bij geen resistentie is dosisaanpassing van dolutegravir niet nodig; bij (vermoede) resistentie wordt combinatie met geboost fosamprenavir ontraden.

Interacties abacavir:
Abacavir heeft in vitro geen relevante invloed op CYP-enzymen en wordt zelf nauwelijks gemetaboliseerd door CYP-enzymen.

Relevant:

Toename abacavir: mycofenolzuur kan de toxiciteit vergroten.

Abacavir verkleint het effect van: methadon.

Niet beoordeeld: inductoren van UDP-glucuronyltransferase, zoals rifampicine, kunnen de plasmaconcentratie licht verlagen.

Een hoog percentage virologisch falen en resistentieontwikkeling is gemeld, beide in een vroeg stadium, bij combinatie van abacavir plus lamivudine en tenofovir.

De biologische beschikbaarheid wordt vergroot door alcohol.

Interacties lamivudine:
Lamivudine kan de werking van cladribine teniet doen; combinatie met cladribine wordt ontraden. Beide stoffen maken gebruik van dezelfde enzymsystemen (deoxycytidinekinase) voor de vorming van de actieve, intracellulaire trifosfaten.

Combinatie met emtricitabine wordt ontraden wegens het ontbreken van gegevens over de combinatie.

Niet beoordeeld: de Cmax van zidovudine stijgt met 28% bij gelijktijdige toediening, de totale biologische beschikbaarheid wordt niet significant beïnvloed.

Een hoog percentage virologisch falen en resistentieontwikkeling van HIV is gemeld, beide in een vroeg stadium, bij combinatie van lamivudine plus tenofovir en abacavir of didanosine.

Volgens de fabrikant is voorzichtigheid geboden bij gebruik van immunosuppressiva, waaronder oncolytica, bij HBeAg-negatieve patiënten, wegens beperkte gegevens.

Referenties

  1. ViiV Healthcare UK Limited, SmPC Triumeq ( EU/1/14/940/001-002) 09-11-2015, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutische Kompas (Eigenschappen, contra-indicaties, bijwerkingen, waarschuwingen en voorzorgen), Geraadpleegd 27 nov 2015
  3. Informatorium Medicamentorum, (interacties, nierfunctiestoornissen), Geraadpleegd 27 nov 2015

Wijzigingen

  • 27 november 2015 10:37: NIEUW TOEGEVOEGD