Ledipasvir +Sofosbuvir

Stofnaam
Ledipasvir +Sofosbuvir
Merknaam
Harvoni
ATC code
J05AP51
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Chronische hepatitis C:
> 12 jaar: 90 mg ledipasvir + 400 mg sofosbuvir ( = 1 tablet) 1 dd.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet: 90 mg ledipasvir + 400 mg sofosbuvir

Eigenschappen

Ledipasvir werkt op het HCV-NS5A-eiwit, dat essentieel is voor zowel de RNA-replicatie als de vorming van HCV-virions. Sofosbuvir is een remmer van het RNA-afhankelijke RNA-polymerase van HCV NS5B, een enzym dat essentieel is voor virale replicatie. Sofosbuvir is een nucleotide pro-drug: bij intracellulair metabolisme in de lever wordt het omgezet in het farmacologisch actieve uridine analoog trifosfaat. Dit wordt door NS5B-polymerase in HCV RNA ingebouwd, wat leidt tot ketenterminatie. De actieve metaboliet remt geen menselijke DNA- en RNA-polymerasen en is geen remmer van mitochondriaal RNA-polymerase.

Kinetische gegevens

Er is hier op dit moment nog geen informatie over beschikbaar.

Doseringen

Indicatie: Chronische hepatitis C
  • Oraal
    • ≥ 12 jaar
      [1]
      • ledipasvir 90 mg en sofosbuvir 400 mg (= 1 tablet) éénmaal daags in 1 dosis.

      • Behandelduur:

        CHC-genotype 1, 4, 5 of 6:
        Patienten zonder cirrose: 12 weken. Bij niet eerder behandelde patiënten met HCV-genotype 1 kan een behandelingsduur van 8 weken worden overwogen.
        Patienten met gecompenseerde cirrose: 24 weken. In combinatie met ribavirine: 12 weken
        Patienten na levertransplantatie: 12 weken in combinatie met ribavirine. Indien ribavirine niet verdragen wordt of niet in aanmerking komt: patienten zonder cirrose: Ledipasvir + sofosbuvir 12 weken; patienten met cirrose:Ledipasvir + sofosbuvir 24 weken.
        Patiënten met gedecompenseerde cirrose ongeacht de status van transplantatie: 12 weken in combinatie met ribavirine of 24 weken zonder ribavirine.

        CHC-genotype 3 
        Patiënten met gecompenseerde cirrose en/of patiënten bij wie eerdere behandeling heeft gefaald: 24 weken in combinatie met ribavirine

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

Bijwerkingen bij kinderen

Bijwerkingen bij kinderen van 12-18 jaar zijn gelijk aan die van volwassenen.

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): hoofdpijn, vermoeidheid.
In combinatie met ribavirine is het bijwerkingenprofiel vergelijkbaar met die van ribavirine.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Er zijn weinig klinische gegevens van het gebruik bij genotype 3 en 4. De combinatie is niet onderzocht bij genotype 2, 5 en 6.
Een NS5A-resistentiemutatie vermindert aanzienlijk de gevoeligheid voor ledipasvir.
Er zijn geen gegevens over de werkzaamheid en veiligheid bij een ernstige verminderde nierfunctie (eGFR < 30 ml/min/1,73 m²) of een terminale nieraandoening die dialyse vereist. Ook zijn er geen gegevens over het gebruik bij patiënten met zowel een hepatitis C- als een hepatitis B-infectie

Interacties

Relevant:

Absorptie: antacida en secretieremmende middelen verminderen de absorptie van ledipasvir. Harvoni® moet ten minste 4 uur vóór een antacidum of 12 uur vóór een H2-antagonist worden ingenomen. Protonpompremmer: er zijn aanwijzingen voor een verminderde werking van Harvoni® (verminderde 'sustained viral response' (SVR)) bij patiënten die reeds een protonpompremmer gebruikten bij start van Harvoni®. Bij voorkeur wordt de protonpompremmer enkele weken voor start van Harvoni® gestopt; als dit niet kan moet de protonpompremmer tegelijk met Harvoni® worden ingenomen (max. 20 mg omeprazol of een equivalente dosering van een andere protonpompremmer).

Afname Harvoni®: de plasmaconcentratie daalt door inductoren. Combinatie wordt ontraden.

Harvoni® (ledipasvir) remt het metabolisme van: atorvastatine, dabigatran, digoxine, rosuvastatine, simvastatine, tipranavir en tenofovirdisoproxil.

Overig effect: bij combinatie met amiodaron zijn ernstige bradycardie en hartblok gemeld.

Bij combinatie met simeprevir stijgt de plasmaconcentratie van zowel ledipasvir als simeprevir; combinatie wordt ontraden.

Ledipasvir, atazanavir en cobicistat beïnvloeden elkaar.

Interacties ledipasvir:

Ledipasvir is substraat voor P-gp en BCRP. Het remt CYP3A4, P-gp, BRCP en UGT1A1. Het is een zwakke inductor van CYP3A4, CYP2C en UGT1A1.

Relevant:
Absorptie: antacida en secretieremmende middelen verminderen de absorptie. Ledipasvir moet ten minste 4 uur vóór een antacidum of 12 uur vóór een H2-antagonist worden ingenomen. Protonpompremmer: er zijn aanwijzingen voor een verminderde werking van ledipasvir (verminderde 'sustained viral response' (SVR)) bij patiënten die reeds een protonpompremmer gebruikten bij start van ledipasvir. Bij voorkeur wordt de protonpompremmer enkele weken voor start van ledipasvir gestopt; als dit niet kan moet de protonpompremmer tegelijk met ledipasvir worden ingenomen (max. 20 mg omeprazol of een equivalente dosering van een andere protonpompremmer).

Ledipasvir remt het metabolisme van: atorvastatine, dabigatran, digoxine, rosuvastatine, simvastatine, tipranavir en tenofovir disoproxil.

Overig effect: bij combinatie met simeprevir stijgt de concentratie van zowel ledipasvir als simeprevir; combinatie wordt ontraden.

Ledipasvir, atazanavir en cobicistat beïnvloeden elkaar.

Niet beoordeeld: ledipasvir kan het metabolisme van pravastatine remmen.

 

Interacties sofosbuvir:

Sofosbuvir is substraat voor P-gp, de inactieve metaboliet GS-331007 is dat niet.

Relevant:
Afname sofosbuvir: de concentratie daalt door inductoren. Combinatie wordt ontraden.

Overig effect: bij gebruik van amiodaron en sofosbuvir (al dan niet in combinatie met andere HCV-middelen) zijn ernstige bradycardie en hartblok gemeld.

Niet beoordeeld:
Afname sofosbuvir en/of GS-331007: de concentratie daalt door methadon, tacrolimus, efavirenz, emtricitabine of tenofovir disoproxil; dosisaanpassing is niet nodig.

Toename sofosbuvir en/of GS-331007: de concentratie stijgt door ciclosporine, rilpivirine, darunavir geboost met ritonavir; dosisaanpassing is niet nodig.

Overig effect: sofosbuvir verlaagt de concentratie van raltegravir; dosisaanpassing is niet nodig.

 

Referenties

  1. Gilead Sciences International Ltd. , SmPC Harvoni (EU/1/14/958) 06-12-2017, www.ema.europa.eu
  2. Zorginstituut Nederland, Farmacotherapeutisch kompas (eigenschappen, bijwerkingen, waarschuwingen & voorzorgen, contraindicaties), Geraadpleegd 27 feb 2018
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties, nierfunctiestoornissen), Geraadpleegd 16 aug 2018

Wijzigingen

  • 27 februari 2018 10:51: NIEUW TOEGEVOEGD OBV SMPC