Atazanavir

Stofnaam
Atazanavir
Merknaam
Reyataz
ATC code
J05AE08
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

HIV:
3 mnd-6 jaar en > 5-15 kg: 200 mg/dag in combinatie met ritonavir 80 mg
3 mnd-6 jaar en > 15-35 kg: 250 mg/dag in combinatie met ritonavir 80 mg
>
6 jaar en > 15-35 kg: 200 mg/dag in combinatie met ritonavir 100 mg
> 6 jaar en > 35 kg: 300 mg/dag in combinatie met ritonavir 100 mg

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Capsule (als sulfaat) 150 mg, 200 mg, 300 mg
Poeder voor oraal gebruik 50 mg (via internationale apotheek)

Eigenschappen

Antiviraal middel, behorend tot de HIV-1-proteaseremmers. Het is een selectieve remmer van HIV-protease, een essentiële component in de replicatiecyclus van het HIV-virus. Tijdens de replicatiefase splitst HIV-protease virale polypeptideproducten, waardoor essentiële eiwitten en enzymen zoals protease worden gevormd. Door interferentie met dit proces blokkeert darunavir de rijping van het HIV waardoor niet-functionele, onrijpe, niet-infectieuze virussen worden gevormd.

Kinetische gegevens

Er is hier op dit moment nog geen informatie over beschikbaar.

Doseringen

Indicatie: HIV
  • Oraal
    • ≥ 6 jaar en 15 tot 20 kg
      [6]
      • 150 mg/dag in 1 dosis In combinatie met ritonavir (100 mg/dag in 1 dosis)
      • Advies inname/toediening:

        Innemen met eten

    • ≥ 6 jaar en 20 tot 40 kg
      [6]
      • 200 mg/dag in 1 dosis in combinatie met ritonavir: 100 mg/dag in 1 dosis
      • Advies inname/toediening:

        Innemen met eten

    • ≥ 6 jaar en ≥ 40 kg
      [6]
      • 300 mg/dag in 1 dosis in combinatie met ritonavir (100 mg/dag in 1 dosis)
      • Advies inname/toediening:

        innemen met eten

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

DIRECT WERKENDE ANTIVIRALE MIDDELEN

NUCLEOSIDE EN NUCLEOTIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Abacavir

Ziagen
J05AF06

Didanosine

Videx DDI
J05AF02

Emtricitabine

Emtriva
J05AF09

Entecavir

Baraclude
J05AF10

Lamivudine

Epivir 3TC, Zeffix
J05AF05

Stavudine

Zerit d4T
J05AF04
J05AF07

Zidovudine

Retrovir AZT
J05AF01
NIET-NUCLEOSIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Efavirenz

Stocrin
J05AG03

Etravirine

Intelence
J05AG04

Nevirapine

Viramune
J05AG01

Rilpivirine

Edurant
J05AG05
FOSFONZUURDERIVATEN

Foscarnet

Foscavir
J05AD01
ANTIVIRALE MIDDELEN VOOR HIVINFECTIE, COMBINATIEPREPARATEN
J05AR02
J05AR13
J05AR19
J05AR03
J05AR18
J05AR09
NEURAMINIDASEREMMERS

Oseltamivir

Tamiflu
J05AH02

Zanamivir

Relenza
J05AH01
NUCLEOSIDEN EN NUCLEOTIDEN (EXCL. REVERSE-TRANSCR-REMMERS)

Aciclovir

Zovirax
J05AB01
J05AB12

Ganciclovir

Cymevene
J05AB06

Ribavirine

Copegus, Rebetol
J05AB04

Valaciclovir

Zelitrex
J05AB11

Valganciclovir

Valcyte
J05AB14
OVERIGE ANTIVIRALE MIDDELEN

Dolutegravir

Tivicay
J05AX12

Enfuvirtide

Fuzeon
J05AX07

Maraviroc

Celsentri
J05AX09

Raltegravir

Isentress
J05AX08
PROTEASEREMMERS

Darunavir

Prezista
J05AE10

Fosamprenavir

Telzir
J05AE07

Indinavir

Crixivan
J05AE02
J05AE06

Ritonavir

Norvir
J05AE03

Saquinavir

Invirase
J05AE01

Bijwerkingen bij volwassenen

Vaak (1–10%): hoofdpijn. Misselijkheid, braken, dyspepsie, buikpijn, diarree. Geelzucht. Vermoeidheid.

Soms (0,1–1%): koorts, malaise, asthenie. Myalgie, artralgie, spieratrofie. Aftoïde stomatitis, droge mond, gastritis, flatulentie, pancreatitis. Hepatitis, cholestase, cholelithiasis. Anorexie, verhoogde eetlust, hyperglykemie, diabetes mellitus, verandering lichaamsgewicht. Hypertensie. Verlengd PQ- en QT-interval (vaker bij kinderen), 'torsades de pointes'. Overgevoeligheid, jeuk, urticaria, alopecia, angio-oedeem, erythema multiforme, toxische huiderupties, geneeesmiddelexantheem met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS syndroom). Dyspneu. Duizeligheid, smaakstoornis, slaperigheid, perifere neuropathie, syncope, amnesie. Slaapstoornis, abnormale dromen, angst, desoriëntatie, depressie. Nefrolithiase, pollakisurie, proteïnurie, hematurie, interstitiële nefritis. Gynaecomastie.

Zelden (0,01–0,1%): myopathie. Loopstoornis. Oedeem, hartkloppingen, vasodilatatie. Cholecystitis, hepatosplenomegalie. Nierpijn. Eczeem, vesicobulleuze huiduitslag, Stevens-Johnsonsyndroom.

Anti-retrovirale combinatietherapie (cART) is in verband gebracht met een herverdeling van lichaamsvet (lipodystrofie), metabole stoornissen (zoals hyperlactatemie, hypertriglyceridemie, hypercholesterolemie, insulineresistentie, hyperglykemie en ontstaan of exacerbatie van diabetes mellitus) en het immuunreconstitutiesyndroom met bv. reactivering van herpesinfecties of auto-immuunziekten (zoals. M. Graves). Ook osteonecrose kan voorkomen, vooral bij gevorderde HIV-infectie of langdurige blootstelling aan combinatietherapie.

Verhoogd CK, myositis en zelden rabdomyolyse zijn gemeld bij proteaseremmers, vooral in combinatie met nucleoside reverse transcriptase remmers.

Bij een aantal hemofiliepatiënten die proteaseremmers gebruikten, zijn spontane bloedingen (subcutane of musculaire hematomen, hemartrosen) opgetreden.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Matige tot ernstige leverfunctiestoornissen (Child-Pughscore 7–15). Kinderen jonger dan 3 maanden vanwege de kans op kernicterus.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Bij volwassenen is geen werkzaamheid te verwachten bij ≥ 4 PI-mutaties, bij voorbehandelde kinderen kan zelfs bij minder PI-mutaties dit het geval zijn. Atazanavir in combinatie met hogere doses (> 100 mg/dag) ritonavir is niet onderzocht en wordt afgeraden in verband met een gewijzigd veiligheidsprofiel van atazanavir (effecten op het hart, hyperbilirubinemie). De veiligheid en werkzaamheid van atazanavir+ritonavir zijn niet vastgesteld bij significante onderliggende leverfunctiestoornissen. Reversibele verhogingen van niet-geconjugeerd bilirubine gerelateerd aan glucuronyltransferaseremming is waargenomen. Bij een gelijktijdige stijging van de levertransaminase- en bilirubinewaarden, andere oorzaken onderzoeken. Een andere therapie overwegen indien geelzucht onacceptabel is voor de patiënt. Bij toepassing van antiretrovirale combinatietherapie bij patiënten met chronische hepatitis B of C is er meer kans op ernstige, potentieel fatale leverbijwerkingen. Bij bestaande leverfunctiestoornis de leverfunctie regelmatig controleren; bij verslechtering de behandeling tijdelijk stopzetten of definitief staken.

Nefrolithiase (ook met complicaties zoals nierinsufficiëntie of acuut nierfalen) en cholelithiasis zijn gemeld bij patiënten die atazanavir gebruikten, waarbij soms ziekenhuisopname en aanvullende behandeling noodzakelijk was. Overweeg de behandeling tijdelijk te onderbreken of het gebruik definitief te staken, indien symptomen van cholelithiasis of nefrolithiase optreden.

Wees voorzichtig bij risicofactoren voor QT-verlenging zoals hypocalciëmie, hypokaliëmie, hypomagnesiëmie, relevante hartziekte, bradycardie, comedicatie met geneesmiddelen die QT-interval verlengen en congenitaal of verworven QT-verlenging; bij aanwezigheid van niet te behandelen risicofactoren regelmatig elektrolyten en ECG bepalen. Wees ook voorzichtig bij bestaande PQ-verlenging of met geneesmiddelen die PQ-verlenging geven. Bij bestaande PQ-verlenging en andere geleidingsproblemen (tweedegraads AV-blok, atrioventriculair of complex bundeltakblok) atazanavir+ritonavir alleen op strikte indicatie toepassen en op klinische indicatie cardiale controle uitvoeren. Vooral kinderen zijn gevoelig voor geleidingstoornissen.

Lichte tot matige maculo-papulaire huiderupties ontstaan meestal tijdens de eerste 3 weken van de behandeling. Bij verergering van de huidreacties de toediening staken; bij de diagnose Stevens-Johnsonsyndroom of DRESS de behandeling niet meer opnieuw starten.

Wees voorzichtig bij ernstige immunodeficiëntie omdat er meer kans is op een ontstekingsreactie op asymptomatische of nog aanwezige opportunistische pathogenen die tot ernstige klinische ziektebeelden (zoals cytomegalovirus retinitis, focale en/of gegeneraliseerde mycobacteriële infecties of een Pneumocystis jiroveci pneumonie) kunnen leiden. In dit kader kunnen ook auto-immuunreacties (zoals de ziekte van Graves) optreden, vaak pas vele maanden na aanvang van de behandeling.

Bij het ontstaan van pijnlijke en/of stijve gewrichten controleren op osteonecrose.

Interacties

Atazanavir remt CYP3A4, CYP1A2, CYP2C9 en UGT; het is substraat voor CYP3A4.

Relevant:
Absorptie: atazanavir moet ten minste 2 uur vóór of na een antacidum worden ingenomen.

De effectiviteit kan afnemen door een protonpompremmer of een H2-antagonist.

Afname atazanavir: de concentratie daalt door inductoren. De effectiviteit moet worden gecontroleerd, alsmede de toxiciteit van carbamazepine. Bij combinatie met efavirenz, etravirine of nevirapine moet de dosering worden verhoogd (zie D.).

De concentratie daalt door bexaroteen, ginkgo biloba en minocycline.

Atazanavir remt metabolisme van: alfentanil, amiodaron, atorvastatine, buprenorfine, calciumantagonisten, carbamazepine, clindamycine, clonazepam, colchicine, cumarinederivaten, diazepam, doxorubicine, erytromycine, etoposide, finasteride, fosfodiësteraseremmers, HCV-middelen, immunosuppressiva, itraconazol, ivabradine, ketoconazol, lidocaïne, maraviroc, methadon, metronidazol, parenteraal midazolam, propafenon, rifabutine, salmeterol, venlafaxine, vinblastine en vincristine. Combinatie met de volgende middelen wordt ontraden: alfuzosine, alprazolam, ergotamine, irinotecan, kinidine, oraal midazolam, pimozide, quetiapine, simvastatine en trazodon.

De concentratie van claritromycine stijgt; bovendien kan de atazanavirconcentratie stijgen.

Atazanavir verkleint het effect van: cyclofosfamide, fluvastatine en ifosfamide.

De concentratie van ethinylestradiol daalt; de betrouwbaarheid van orale anticonceptiva, de vaginale ring en de pleister kan afnemen. Een andere methode van anticonceptie wordt aanbevolen.

Overig effect: atazanavir en ledipasvir of Viekirax® beïnvloeden elkaar.

Indinavir en atazanavir kunnen beide hyperbilirubinemie veroorzaken. De fabrikant ontraadt de combinatie.

Bij combinatie met darunavir, lopinavir of tenofovir disoproxil wordt geadviseerd geboost atazanavir toe te dienen.

Combinatie met bosentan, saquinavir, simeprevir of tipranavir wordt ontraden.

Posaconazol kan de concentratie van atazanavir verhogen, bovendien kan de posaconazolconcentratie dalen.

De concentratie kan stijgen door rosuvastatine.

Niet beoordeeld:
Toename atazanavir: ritonavir en cobicistat verhogen de AUC en Cmin en worden toegepast als 'booster' ter verhoging van de plasmaconcentratie van atazanavir.

Overig effect: voorzichtigheid is geboden bij combinatie met middelen die het PR-interval verlengen, zoals atenolol of diltiazem, en met middelen die het QTc-interval verlengen. 

 

Referenties

  1. Bristol-Meyers Squibb Pharma EEIG, SmPC Reyataz poeder voor oraal gebruik (EU/1/03/267/007) 14-07-2016, www.ema.europa.eu
  2. Bristol-Meyers Squibb Pharma EEIG, SmPC Reyataz capsule (EU/1/03/267/004) 14-07-2016, www.ema.europa.eu
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties, nierfunctiestoornissen), Geraadpleegd 16 aug 2018
  4. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (eigenschappen, bijwerkingen, contra-indicaties, waarschuwingen en voorzorgen), Geraadpleegd 12 okt 2016
  5. Bamford, A., et al (PENTA Steering Committee) (2015), Paediatric European Network for Treatment of AIDS (PENTA) guidelines for treatment of paediatric HIV-1 infection 2015: optimizing health in preparation for adult life. , HIV Med, doi:10.1111/hiv.12217
  6. Panel on Antiretroviral Therapy and Medical Management of HIV-Infected Children. , Guideline for the use of Antiretroviral agents in pediatric HIV infection, www.aidsinfo.nig.gov/contentfiles/lvguidelines/pediatricguidelines.pdf, Geraadpleegd 12 sept 2016, O1-O140

Wijzigingen

  • 12 oktober 2016 12:21: NIeuw toegevoegd op basis van de SmPC