Ribavirine

Stofnaam
Ribavirine
Merknaam
Copegus, Rebetol
ATC code
J05AB04
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Chronische hepatitis C:
< 3 jaar: Off-label
> 3 jaar: On-label


 

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Chronische hepatitis C
Rebetol:
>3jr: 15 mg/kg/dag. in combinatie met  (peg-) interferon-alfa-2b

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet filmomhuld 200 mg, 400 mg
Capsule 200 mg

Eigenschappen

Oraal: Synthetisch nucleoside-analoog. Antiviraal middel dat (in-vitro) werkzaam is tegen diverse RNA- en DNA-virussen. Het mechanisme waardoor ribavirine, in combinatie met interferon α, effect heeft op het hepatitis C-virus is onbekend. Waargenomen zijn een depletie van de voorraden aan nucleotiden in de cellen, synthese van afwijkend mRNA en een remmend effect op viraal polymerase-activiteit. Monotherapie met ribavirine heeft geen effect op eliminatie van het hepatitis C-virus of op verbetering van de leverhistologie.

 

Kinetische gegevens

Er zijn geen kinetiek studies bij kinderen bekend.

Doseringen

Indicatie: Chronische hepatitis C
  • Oraal
    • 3 jaar tot 18 jaar
      [3] [4] [5] [6] [7]
      • 15 mg/kg/dag in 2 doses
      • In combinatie met (PEG)interferon α-2b subcutaan 3 keer per week, gedurende 48 weken (genotype I en IV) of 24 weken (genotype II en III)

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

DIRECT WERKENDE ANTIVIRALE MIDDELEN

NUCLEOSIDE EN NUCLEOTIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Abacavir

Ziagen
J05AF06

Didanosine

Videx DDI
J05AF02

Emtricitabine

Emtriva
J05AF09

Entecavir

Baraclude
J05AF10

Lamivudine

Epivir 3TC, Zeffix
J05AF05

Stavudine

Zerit d4T
J05AF04
J05AF07

Zidovudine

Retrovir AZT
J05AF01
NIET-NUCLEOSIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Efavirenz

Stocrin
J05AG03

Etravirine

Intelence
J05AG04

Nevirapine

Viramune
J05AG01

Rilpivirine

Edurant
J05AG05
ANTIVIRALE MIDDELEN VOOR HIVINFECTIE, COMBINATIEPREPARATEN
J05AR02
J05AR13
J05AR19
J05AR03
J05AR18
J05AR09
FOSFONZUURDERIVATEN

Foscarnet

Foscavir
J05AD01
NEURAMINIDASEREMMERS

Oseltamivir

Tamiflu
J05AH02

Zanamivir

Relenza
J05AH01
NUCLEOSIDEN EN NUCLEOTIDEN (EXCL. REVERSE-TRANSCR-REMMERS)

Aciclovir

Zovirax
J05AB01
J05AB12

Ganciclovir

Cymevene
J05AB06

Valaciclovir

Zelitrex
J05AB11

Valganciclovir

Valcyte
J05AB14
OVERIGE ANTIVIRALE MIDDELEN

Dolutegravir

Tivicay
J05AX12

Enfuvirtide

Fuzeon
J05AX07

Maraviroc

Celsentri
J05AX09

Raltegravir

Isentress
J05AX08
PROTEASEREMMERS

Atazanavir

Reyataz
J05AE08

Darunavir

Prezista
J05AE10

Fosamprenavir

Telzir
J05AE07

Indinavir

Crixivan
J05AE02
J05AE06

Ritonavir

Norvir
J05AE03

Saquinavir

Invirase
J05AE01

Bijwerkingen bij kinderen

Oraal: In grote lijnen zijn de bijwerkingen bij kinderen en adolescenten vergelijkbaar. Bij ca. 21% van de kinderen wordt echter een remming van de groei waargenomen die ook jaren na staken van de therapie (> 5 jaar) kan aanblijven; het risico van groeiremming is het grootst bij prepuberale kinderen. In combinatie met interferon α-2b worden bij deze leeftijdscategorie ook relatief vaker gezien: koorts, anorexie, braken, emotionele labiliteit, zelfmoordgedachten of pogingen daartoe (ca. 2%), verhoging TSH (tot 21%).

Inhalatie: Zelden (0,01–0,1%): bacteriële pneumonie, bronchospasmen, dyspneu, apneu, pneumothorax. Hypotensie, hypertensie. Hartstilstand. Reticulocytose, anemie, hemolyse. Conjunctivitis. Huiduitslag, irritatie. Gemeld is: een geval van sterfte geassocieerd met het gebruik van ribavirine inhalatie, waarbij kristalvorming in de tracheale tube werd geconstateerd.

Bijwerkingen bij volwassenen

Oraal:In combinatie met interferon α: zeer vaak (> 10%): anemie, neutropenie. Virale infectie zoals faryngitis. Anorexie, gewichtsverlies. Depressie, angst, emotionele labiliteit, slapeloosheid. Hoofdpijn, duizeligheid, verstoorde concentratie, droge mond. Misselijkheid, braken, diarree, buikpijn. Jeuk, droge huid, huiduitslag, alopecia. Dyspneu, hoest. Artralgie, myalgie. Asthenie, vermoeidheid, rigor, koorts. Vaak (1–10%): hemolytische anemie, leukopenie, trombocytopenie, lymfadenopathie. Bacteriële infectie (waaronder sepsis), schimmelinfectie. Neoplasma. Agressief gedrag, agitatie, verwardheid, psychose, zelfmoordgedachte, abnormaal dromen, apathie, verminderd libido. Paresthesie, hypo–/hyperesthesie, tremor, geheugenverlies, syncope, migraine, smaakstoornis, ataxie, dysfonie. Visuele stoornis, droge ogen, oogirritatie, conjunctivitis, oogpijn. Vertigo, gehoorstoornis, oorsuizen, oorpijn. Dyspepsie, gastro–oesofageale reflux, stomatitis, mondulceratie, bloedend tandvlees, obstipatie, winderigheid. Hepatomegalie, geelzucht, hyperbilirubinemie. Erytheem, urticaria, dermatitis, eczeem, (verergering) psoriasis, acne, fotosensibilisering, toegenomen transpiratie, afwijkende haartextuur, nagelafwijking. Hypo-/hypertensie, voorbijgaande roodheid van het gezicht en de hals, palpitatie, tachycardie, hartruis. Hypo–/hyperthyroïdie. Bloedneus, congestie van de luchtwegen, toegenomen secretie van de bovenste luchtwegen, keelpijn. Artritis, spierspasmen, pijn in ledematen. Pijn op de borst, perifeer oedeem, dorst, malaise. Polyurie,pollakisurie. Amenorroe, dysmenorroe, menorragie, pijnlijke borsten. Erectiele disfunctie. Hyperglykemie, hyperurikemie, hypocalciëmie, dehydratie, dorst, toegenomen eetlust. Soms (0,1–1%): overgevoeligheid. (Perifere) neuropathie. Paniekaanval, hallucinatie, zelfmoordpoging. Myocardinfarct. Gezichtsoedeem. Spierzwakte, botpijn. Pijn in de mond, pancreatitis. Diabetes mellitus, hypertriglyceridemie. Zelden (0,01–0,1%): convulsie. Bipolaire stoornis. Aritmie, cardiomyopathie. Ischemische colitis. Vasculitis. Sarcoïdose, (verergering) reumatoïde artritis. Myositis, rabdomyolyse. Retinopathieën (waaronder macula oedeem, occlusie retinale arterie of vene), retinale bloeding, papiloedeem, neuritis optica. Nierinsufficiëntie, nierfalen. Zeer zelden (< 0,01%): aplastische anemie. Polyneuropathie, encefalopathie, CVA. Cardiale ischemie, perifere ischemie. Longinfiltraten, interstitiële pneumonitis. Ulceratieve colitis. Hepatotoxiciteit. Nefrotisch syndroom. Ernstige overgevoeligheidsreacties zoals Stevens–Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse, erythema multiforme. Verder zijn gemeld: 'pure red cell aplasie', idiopathische of trombotische trombocytopenische purpura. Systemische lupus erythematodes, Vogt–Koyanagi–Haradasyndroom. Verlamming van het aangezicht. Sereuze netvliesloslating. Moordzuchtige ideeën, manie. Pericardiale effusie, pericarditis. Peridontale aandoening, dentale aandoening. Afstoting lever- en niertransplantaat.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

Oraal: Kinderen en adolescenten:
- bestaande van ernstige psychische condities, m.n. ernstige depressie, suïcidale gedachten/pogingen of in anamnese
- auto-immune hepatitis of auto-immuunziekte in anamnese
- GFR <50ml/min/1.73 m2

Contraindicaties bij volwassenen

Oraal: Voorgeschiedenis van ernstige hartaandoeningen tijdens de afgelopen zes maanden. Hemoglobinopathieën. Ernstige, verzwakkende medische toestand. Chronische nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 50 ml/min, hemodialyse). Matige tot ernstige leverfunctiestoornissen Child–Pughscore van 7–15. Comorbiditeit met HIV indien tevens een levercirrose bestaat en een Child–Pughscore van ≥ 6, behalve als de indirecte hyperbilirubinemie veroorzaakt wordt door geneesmiddelen zoals atazanavir en indinavir. Auto-immuun hepatitis of auto-immuunziekten (ook) in de anamnese, reeds bestaande schildklieraandoening tenzij deze aandoening onder controle kan worden gehouden met een klassieke behandeling, epilepsie en/of stoornissen van het centraal zenuwstelsel (alle vanwege de comedicatie met (peg)interferon α–2b).

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Monitoren van de groei en ontwikkeling, schildklierfunctie (stijging TSH), HCV/HIV co-infectie en stoornissen van tanden en tandvlees. Bij verstoorde nierfunctie monitoren voor anaemie. Bij het ontwikkelen van significant afwijkende leverfunctieabnormaliteiten tijdens de therapie, goed monitoren.

Inhalatie: De ademhalingsfunctie zorgvuldig controleren tijdens behandeling. Indien deze slechter wordt bij starten van de therapie, de behandeling onderbreken en slechts onder grote voorzichtigheid en constante controle weer hervatten. Wees voorzichtigheid bij kunstmatige beademing. Omdat ribavirine kan neerslaan in de beademingsapparatuur, deze regelmatig controleren. Bij voorkeur leidingen met ingebouwd verwarmingssysteem gebruiken om condensvorming te voorkomen. In sommige in vitro-testen is ribavirine mutageen gebleken. Bij behandelend personeel kunnen na blootstelling aan ribavirine poeder of aerosol hoofdpijn en irritatie van de slijmvliezen van ogen en bovenste luchtwegen optreden. Vanwege het toxiciteitsprofiel en de gebleken teratogeniteit bij dieren, dient behandelend personeel – m.n. zwangeren – passende maatregelen te nemen om blootstelling te vermijden.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Vóór beginnen van de behandeling standaard hematologische testen en bloedonderzoek (totaal en gedifferentieerd bloedbeeld, bloedplaatjes, elektrolyten, serumcreatinine, leverfunctietesten, urinezuur) uitvoeren. Deze bepalingen ten minste herhalen na twee en vier weken behandeling en daarna periodiek of indien klinisch geïndiceerd. Tevens HCV–RNA–gehalte periodiek bepalen. Hoewel ribavirine niet direct cardiovasculaire effecten induceert, kan de anemie die kan optreden door het gebruik, leiden tot achteruitgang van de hartfunctie en/of exacerbatie van de symptomen van coronaire aandoeningen. Aangeraden wordt een elektrocardiogram te maken vóór en tijdens de behandeling; indien verslechtering optreedt, de toediening staken. Ook bij optreden van acute overgevoeligheidsverschijnselen en bij ontwikkelen van leverdecompensatie (verlenging stollingsparameters) tijdens gebruik, de toediening van zowel ribavirine als (peg)interferon α onmiddellijk staken. Bij optreden van psychiatrische reacties of afwijkingen van het centrale zenuwstelsel de patiënt nauwgezet vervolgen en zonodig een adequate psychiatrische behandeling instellen; bij persisteren of verergeren van de klachten, de behandeling van zowel ribavirine als (peg)interferon α staken. Bij patiënten met een verslavingsproblematiek is er meer kans op psychiatrische bijwerkingen. De mogelijkheid van ontwikkeling van jicht nauwgezet volgen bij gepredisponeerde patiënten. Vóór behandeling en bij vermindering van gezichtsvermogen tijdens de behandeling een volledig oogonderzoek uitvoeren; bij nieuwe oogaandoeningen of bij verergering van bestaande oogaandoeningen, de behandeling van zowel ribavirine als interferon α staken. Vóór behandeling bij kinderen en adolescenten TSH–waarden bepalen en pas behandelen indien deze liggen binnen de normale waarden; verder iedere drie maanden controleren op tekenen van schildklierdisfunctie. Bij comorbiditeit met HIV regelmatig controleren op mitochondriale toxiciteit en lactaatacidose (combinatie met NRTI's), op hematologische toxiciteit (combinatie met HAART) en op leverdecompensatie (combinatie met HAART bij bestaande cirrose). Vanwege de bijwerkingen op de tanden en het tandvlees, de tanden tweemaal per dag grondig laten poetsen en regelmatig het gebit laten controleren; na braken de mond grondig laten spoelen. In verband met het risico van (soms irreversibele) groeiremming kinderen en adolescenten indien mogelijk pas ná de groeispurt behandelen met ribavirine in combinatie met interferon α; de behandeling bij kinderen en adolescenten afwegen tegen de eigenschappen van de aandoening (zoals bewijs van progressie van de ziekte (in het bijzonder fibrose), comorbiditeit die de progressie van de ziekte negatief kan beïnvloeden, en prognostische factoren voor respons (HCV genotype en virale belasting).

Interacties

Relevant: de toxiciteit van didanosine of zidovudine kan worden verhoogd. Combinatie met didanosine is gecontraïndiceerd.

Combinatie met stavudine is gecontraïndiceerd. Ribavirine remt in vitro de fosforylering van stavudine. In combinatie met nucleoside-analoge remmers van 'reverse transcriptase' (NRTI's), zoals stavudine, zijn lactaatacidose en mitochondriale toxiciteit gemeld.

Bij combinatie met azathioprine (en peginterferon alfa) zijn reversibele beenmergdepressie en pancytopenie gemeld. Dit kan ook gebeuren met mercaptopurine of tioguanine. Extra controle van het bloedbeeld wordt aanbevolen. Ribavirine remt IMPDH, een enzym bij het metabolisme van azathioprine en mercaptopurine, waardoor meer myelotoxische metaboliet kan cumuleren.

Niet beoordeeld: bij patiënten met HCV-HIV co-infectie en gevorderde cirrose die cART krijgen, kan het risico op leverdecompensatie en lactaatacidose toenemen als ze worden behandeld met ribavirine plus peginterferon alfa.

Bij patiënten met HCV-HIV co-infectie die abacavir-bevattende cART krijgen, is er mogelijk een lagere respons op de HCV-behandeling als ze worden behandeld met ribavirine plus peginterferon alfa.

Referenties

  1. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 29 juni 2017
  2. ZorgInstituut Nederand, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 17 nov 2014
  3. Schwarz KB, et al, The Combination of Ribavirin and Peginterferon Is Superior to Peginterferon and Placebo for Children and Adolescents Chronic Hepatitis C, Gastroenterology, 2010, Oct 28
  4. Wirth S, et al, Peginterferon alfa-2b plus ribavirin treatment in children and adolescents with chronic hepatitis C, Hepatology, 2005, May;41(5), 1013-8
  5. Wirth S, et al, Recombinant alfa-interferon plus ribavirin therapy in children and adolescents with chronic hepatitis C, Hepatology, 2002, Nov;36(5), 1280-4
  6. Fried MW, et al, Hepatitis C in adults and adolescents with hemophilia: a randomized, controlled trial of interferon alfa-2b and ribavirin, Hepatology, 2002, Oct;36(4 Pt 1), 967-72
  7. Hu J, et al, Treatment of hepatitis C in children: a systematic review, PLoS One, 2010, 5(7), e11542

Wijzigingen

  • 25 november 2016 11:30: De toepassing van ribavirine inhalatie voor RSV is verwijderd. Indicatie is obsoleet en daarom produkt niet meer beschikbaar