Nevirapine

Stofnaam
Nevirapine
Merknaam
Viramune
ATC code
J05AG01
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

HIV:
0-2 mnd: Off-label
Kinderen en adolescenten: On-label
Doseringen > 300 mg/m2/dag: Off-label
Neonatale profylaxe: Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

HIV infectie
Geregistreerd voor kinderen van alle leeftijden:
>16 jaar: gedurende de eerste 14 dagen dagelijks één tablet van 200 mg, gevolgd door tweemaal daags één tablet van 200 mg, in combinatie met ten minste twee antiretrovirale middelen.
< 16 jaar: start 150 mg/m2/dag (of 4 mg/kg/dag) in 1 dosis gedurende 14 dagen, gevolgd door 300 mg/m2/dag (of 8 mg/kg/dag) in 2 doses, max 400 mg/dag

 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Susp. oraal (als 0.5-water) 10 mg/ml
Tablet 200 mg

Eigenschappen

Antiviraal middel, behorend tot de zogenaamde non-nucleoside reverse-transcriptaseremmers (NNRTI's). Het werkingsspectrum is beperkt tot HIV type 1. Nevirapine is een specifieke, non-competitieve remmer van het HIV-1-reverse-transcriptase. Het bindt zich rechtstreeks aan het reverse-transcriptase enzym en blokkeert zo de RNA- en DNA-afhankelijke DNA-polymerase activiteit van het virus door ontregeling van het katalytische gedeelte van het enzym.

Kinetische gegevens

T1/2 = Bij chronisch gebruik:
T½(kinderen 2 mnd-1 jr): 32 uur;
T½(kinderen 1 jr-4 jr): 21 uur;
T½(kinderen 4 jr-8 jr): 18 uur;
T½(kinderen > 8 jr): 28 uur..

Eliminatie: De klaring neemt toe met factor 1½–2; de klaring (aangepast aan het gewicht) bij kinderen < 8 jaar is ca. tweemaal hoger vergeleken met volwassenen.

 

 

Doseringen

Indicatie: Neonatale profylaxe bij HIV positieve moeder
  • Oraal
    • a terme neonaat
      [7]
      • Startdosering: WEEK 1: 2 mg/kg/dag in 1 dosis
      • Onderhoudsdosering: WEEK 2: 4 mg/kg/dag in 1 dosis Na week 2: stop nevirapine
        • Bij antenatale blootstelling aan nevirapine> 3 dagen:  start 4 mg/kg eenmaal daags direct na de geboorte (neonataal metabolisme neonaat is dan al geïnduceerd).
        • In aanvulling op profylaxe met zidovudine en lamivudine.
        • Behandeling altijd i.o.m. specialist kinder HIV- behandelcentrum
Indicatie: HIV
  • Oraal
    • Normaal preparaat (geen gereguleerde of verlengde afgifte)
      • Zwangerschapsduur 34 weken tot 37 weken
        [6]
        • Startdosering: Week 1: 8 mg/kg/dag in 2 doses
        • Onderhoudsdosering: Na week 1: 12 mg/kg/dag in 2 doses
      • a terme neonaat
        [6]
        • 12 mg/kg/dag in 2 doses
      • 1 maand tot 8 jaar
        [6]
        • Startdosering: Dag 0-14 200 mg/m2/dag in 1 dosis
        • Onderhoudsdosering: Na 14 dagen: 400 mg/m2/dag in 2 doses , max: 400mg/dag
      • ≥ 8 jaar
        [6]
        • Startdosering: Dag 0-14: 120 - 150 mg/m2/dag in 1 dosis
        • Onderhoudsdosering: Na 14 dagen: 240 - 300 mg/m2/dag in 2 doses , max: 400mg/dag
    • Tablet met verlengde afgifte
      • ≥ 6 jaar
        [6]
        • Onderhoudsdosering (startdosering met normaal preparaat zonder vertraagde/verlengde afgifte)
          BSA 0,58-0,83 m2: 200 mg 1 dd
          BSA 0,84-1,16 m2: 300 mg 1 dd
          BSA > 1,17 m2: 400 mg 1 dd

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

DIRECT WERKENDE ANTIVIRALE MIDDELEN

NUCLEOSIDE EN NUCLEOTIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Abacavir

Ziagen
J05AF06

Didanosine

Videx DDI
J05AF02

Emtricitabine

Emtriva
J05AF09

Entecavir

Baraclude
J05AF10

Lamivudine

Epivir 3TC, Zeffix
J05AF05

Stavudine

Zerit d4T
J05AF04
J05AF07

Zidovudine

Retrovir AZT
J05AF01
ANTIVIRALE MIDDELEN VOOR HIVINFECTIE, COMBINATIEPREPARATEN
J05AR02
J05AR13
J05AR19
J05AR03
J05AR18
J05AR09
FOSFONZUURDERIVATEN

Foscarnet

Foscavir
J05AD01
NEURAMINIDASEREMMERS

Oseltamivir

Tamiflu
J05AH02

Zanamivir

Relenza
J05AH01
NIET-NUCLEOSIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Efavirenz

Stocrin
J05AG03

Etravirine

Intelence
J05AG04

Rilpivirine

Edurant
J05AG05
NUCLEOSIDEN EN NUCLEOTIDEN (EXCL. REVERSE-TRANSCR-REMMERS)

Aciclovir

Zovirax
J05AB01
J05AB12

Ganciclovir

Cymevene
J05AB06

Ribavirine

Copegus, Rebetol
J05AB04

Valaciclovir

Zelitrex
J05AB11

Valganciclovir

Valcyte
J05AB14
OVERIGE ANTIVIRALE MIDDELEN

Dolutegravir

Tivicay
J05AX12

Enfuvirtide

Fuzeon
J05AX07

Maraviroc

Celsentri
J05AX09

Raltegravir

Isentress
J05AX08
PROTEASEREMMERS

Atazanavir

Reyataz
J05AE08

Darunavir

Prezista
J05AE10

Fosamprenavir

Telzir
J05AE07

Indinavir

Crixivan
J05AE02
J05AE06

Ritonavir

Norvir
J05AE03

Saquinavir

Invirase
J05AE01

Bijwerkingen bij kinderen

Huidreacties, transaminase stijging.

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): milde tot matig–ernstige huiduitslag, zoals maculopapuleuze, erythemateuze huiduitslag met of zonder jeuk. Vaak (1-10%): hoofdpijn, vermoeidheid, koorts. Misselijkheid, braken, diarree, buikpijn. Afwijkende leverfunctietesten, hepatitis, waaronder (acute) ernstige, levensbedreigende levertoxiciteit. Granulocytopenie (vaker bij kinderen). Soms (0,1-1%): artralgie, myalgie. Ernstige huiduitslag zoals Stevens-Johnsonsyndroom of toxische epidermale necrolyse, angio-oedeem. Geelzucht. Anemie. Zelden (0,01-0,1%): DRESS ('Drug Reaction (or Rash) with Eosinophilia and Systemic Symptoms'). Er zijn gevallen van osteonecrose gemeld, vooral bij patiënten met algemeen erkende risicofactoren, voortgeschreden HIV-infectie of langdurige blootstelling aan anti-retrovirale combinatietherapie. Rabdomyolyse is gemeld bij optreden van huid- en/of leverreacties.

Anti-retrovirale combinatietherapie kan gepaard gaan met herverdeling van lichaamsvet (lipodystrofie) en metabole stoornissen (zoals hypertriglyceridemie, hypercholesterolemie, insulineresistentie, hyperglykemie, hyperlactatemie).

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Ernstige leverfunctiestoornis (Child-Pughscore 10–15) of uitgangswaarden van ASAT/ALAT > 5× ULN. Nevirapine mag niet worden hervat bij patiënten bij wie nevirapine is gestaakt vanwege ernstige huiduitslag die gepaard gaat met constitutionele symptomen of overgevoeligheidsreacties, vanwege klinische hepatitis of bij ASAT/ALAT > 5× ULN en vervolgens snel opnieuw optreden van leverfunctieafwijkingen bij herhaald toedienen.
 

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Cave huidreacties en transaminase stijging.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Ernstige huidreacties en ernstige levertoxiciteit treden vooral op gedurende de eerste zes weken van behandeling, maar de kritische periode geldt over de eerste 18 weken. Tijdens deze periode zorgvuldig controleren op het verschijnen van huiduitslag en op leverafwijkingen. De behandeling definitief staken bij het optreden van ernstige huiduitslag (inclusief Stevens-Johnsonsyndroom of toxische epidermale necrolyse) of indien de huiduitslag gepaard gaat met algemene verschijnselen als koorts, blaarvorming, orale laesies, spier- of gewrichtspijn, conjunctivitis, oedeem in het gezicht, zwellingen, malaise. Ook de behandeling definitief staken bij overgevoeligheidsreacties die gepaard gaan met constitutionele symptomen in combinatie met viscerale betrokkenheid zoals hepatitis, eosinofilie, granulocytopenie en renale disfunctie. Het risico van ernstige huidreacties is groter bij prednisongebruik, bij vrouwen, bij het niet in acht nemen van de startdosering en bij het laat raadplegen van een arts bij de eerste symptomen. Bij nevirapinegebruik is ernstige en levensbedreigende levertoxiciteit (inclusief fatale hepatische necrose) voorgekomen. Meer kans op levertoxiciteit is er bij vrouwen, bij een CD4-aantal > 250 × 106 cellen/l bij vrouwen, en > 400 × 106 cellen/l bij mannen in combinatie met detecteerbaar plasma HIV–1 RNA (≥ 50 kopieën/ml) bij aanvang van de behandeling. Verder is er meer kans bij een ASAT of ALAT > 2,5× ULN en/of bijkomende infectie met hepatitis B en/of C. De leverfunctie nauwkeurig controleren vóór de start van de behandeling en elke twee weken gedurende de eerste twee maanden; daarna in de derde maand eenmaal en vervolgens eenmaal per drie tot zes maanden en vaker bij een ASAT of ALAT ≥ 2,5× ULN en < 5× ULN of indien klinisch noodzakelijk. Staak de behandeling bij een ASAT of ALAT die > 5× ULN is. Hervat, indien geen sprake is van overgevoeligheidsreacties en na normalisatie van de ASAT en ALAT, de behandeling met de begindosering. Staak de behandeling definitief als opnieuw leverfunctiestoornissen optreden. Controleer zo nodig in verband met lipodystrofie de waarden van nuchtere serumlipiden en bloedglucose. Voorzichtig bij ernstige immunodeficiëntie in verband met meer kans op ontstekingsreacties van asymptomatische of nog aanwezige opportunistische pathogenen die tot ernstige klinische manifestaties kunnen leiden (immuunreconstitutiesyndroom). Ook auto-immuunreacties (zoals de ziekte van Graves) kunnen dan optreden, soms pas na vele maanden na het begin van de behandeling.

Interacties

Nevirapine induceert CYP3A en mogelijk CYP2B6 en UGT.

Relevant:
Afname nevirapine: de concentratie daalt door inductoren of bexaroteen. Combinatie wordt ontraden, of de effectiviteit van nevirapine moet worden gecontroleerd.

Toename nevirapine: fluconazol remt het metabolisme.

Nevirapine verlaagt de concentratie van:  CYP3A4-inductoren, en van amiodaron, artemether/lumefantrine, atovaquon, avanafil, buprenorfine, bupropion, caspofungine, dutasteride, eplerenon, finasteride, flecaïnide, fluoxetine, fluvastatine, fluvoxamine, HCV-middelen, HIV-middelen, itraconazol, ketoconazol, lidocaïne, posaconazol, pravastatine, propafenon, silodosine, tadalafil, tamsulosine, theofylline, trabectedine, valproïnezuur, vardenafil en voriconazol. Bovendien kan de nevirapineconcentratie iets stijgen door ketoconazol.

Overig effect: de AUC van claritromycine neemt af, die van de hydroxymetaboliet van claritromycine neemt toe. Bovendien neemt de AUC van nevirapine toe door claritromycine.

De werking van cumarinederivaten wordt beïnvloed.

Niet relevant:
Nevirapine verlaagt de concentratie van: CYP3A4-inductoren.

Niet beoordeeld: de concentratie kan stijgen door remmers van CYP3A, zoals cimetidine of macroliden.

Geadviseerd wordt controle van effectiviteit van stoffen die door CYP3A of CYP2B6 worden gemetaboliseerd.

De AUC en Cmax van rifabutine kunnen toenemen.

Combinatie met rilpivirine of met cobicistat geboost elvitegravir wordt ontraden; de interactie is echter niet onderzocht.

Referenties

  1. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 09 nov 2014
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 16 okt 2018
  3. Panel on Treatment of HIV-Infected Pregnant Women and Prevention of Perinatal Transmission., Recommendations for Use of Antiretroviral Drugs in Pregnant HIV-1-Infected Women for Maternal Health and Interventions to Reduce Perinatal HIV Transmission in the United States., http://aidsinfo.nih.gov, May 24, 2010, http://aidsinfo.nih.gov/ContentFiles/PerinatalGL.pdf.
  4. Boehringer Ingelheim BV, SPC Viramune (EU/1/97/055/001), www.ema.europa.eu, Geraadpleegd 20 okt 2010, http://www.ema.europa.eu/docs/nl_NL/document_library/EPAR_-_Product_Information/human/000183/WC500051481.pdf
  5. Bamford, A., et al (PENTA Steering Committee) (2015), Paediatric European Network for Treatment of AIDS (PENTA) guidelines for treatment of paediatric HIV-1 infection 2015: optimizing health in preparation for adult life. , HIV Med, 2015, doi:10.1111/hiv.12217
  6. Panel on Antiretroviral Therapy and Medical Management of HIV-Infected Children. , Guideline for the use of Antiretroviral agents in pediatric HIV infection, www.aidsinfo.nig.gov/contentfiles/lvguidelines/pediatricguidelines.pdf, Geraadpleegd 12 sept 2016, O1-O140
  7. British HIV Association, British HIV Association guidelines for the management of HIV infection in pregnant women 2018, 2018

Wijzigingen

  • 04 oktober 2016 11:35: De doseeradviezen voor nevirapine zijn geharmoniseerd met de doseeradviezen van Guidelines for the Use of Antiretroviral Agents in Pediatric HIV Infection.