Lopinavir+ritonavir

Stofnaam
Lopinavir+ritonavir
Merknaam
Kaletra
ATC code
J05AE06
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

HIV
< 14 dagen: Off-label
> 14 dagen: On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

HIV
> 14 dagen - 6 mnd: 600/150 mg/m2/dag in 2 doses
6 mnd-18 jaar: 460/115 mg/m2/dag. Bij gelijktijdige behandeling met efavirenz of nevirapine: tot 600/150 mg/m2/dag in 2 doses

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Per caps. zacht: Lopinavir 133.3 mg en Ritonavir 33.3 mg
Per ml drank: Lopinavir 80 mg en Ritonavir 20 mg,
Per tablet: Lopinavir/Ritonavir 100 mg/25 mg, 200 mg/50 mg

Eigenschappen

Lopinavir en ritonavir zijn antivirale middelen, behorend tot de proteaseremmers. Het werkingsspectrum van lopinavir omvat hiv-1 en -2. Ritonavir remt het metabolisme van lopinavir en verhoogd hierdoor de plasmaconcentraties van lopinavir.

Kinetische gegevens

Drank
Kaletra 300/75 mg/m2 tweemaal daags en 230/57,5 mg/m2 tweemaal daags is bestudeerd bij in totaal 53 kinderen, variërend in leeftijd van 6 maanden tot 12 jaar. De lopinavir gemiddelde AUC, Cmax en Cmin in “steady-state” waren respectievelijk 72,6 ± 31,1 μg•u/ml, 8,2 ± 2,9 μg/ml en 3,4 ± 2,1 μg/ml na Kaletra 230/57,5 mg/m2 tweemaal daags zonder nevirapine (n=12) en waren respectievelijk 85,8 ±36,9 μg•u/ml, 10,0 ±3,3 en 3,6 ± 3,5 μg/ml na 300/75 mg/m2 tweemaal daags met nevirapine (n=12). De therapie met 230/57,5 mg/m2 tweemaal daagse zonder nevirapine en de therapie met 300/75 mg/m2 tweemaal daags met nevirapine gaf plasmaconcentraties van lopinavir die gelijk zijn aan die verkregen bij volwassen patiënten die het 400/100 mg tweemaal daags regime zonder nevirapine kregen.

Tablet
Er zijn weinig farmacokinetische gegevens over kinderen jonger dan 2 jaar. De farmacokinetiek van Kaletra 100/25 mg tablet tweemaal daagse, op gewicht gebaseerde dosering is bestudeerd bij in totaal 53 pediatrische patiënten zonder nevirapine. Het lopinavir gemiddelde ± standaarddeviatie in steady-state AUC, C max en C12 waren respectievelijk 112,5±37,1μg•h/ml, 12,4± 3,5μg/ml and 5,71±2,99μg/ml.
De tweemaal daagse, op gewicht gebaseerde dosering zonder nevirapine en de therapie met 300/75 mg/m2 tweemaal daags met nevirapine gaven plasmaconcentraties van lopinavir die vergelijkbaar zijn met die verkregen bij volwassen patiënten die het 400/100 mg tweemaal daags regime zonder nevirapine kregen. Eenmaal daagse dosering van Kaletra is niet onderzocht bij kinderen.

Doseringen

Indicatie: HIV, zonder nevirapine, efavirenz of fosamprenavir
  • Oraal
    • 14 dagen tot 1 jaar
      [3] [4]
      • Lopinavir/ritonavir: 600/150 mg/m2/dag in 2 doses.

      • Het voorschrijven van antiretrovirale therapie aan kinderen is voorbehouden aan artsen van een HIV-team

    • 1 jaar tot 18 jaar
      [3] [4]
      • Lopinavir/ritonavir: 600/150 mg/m2/dag in 2 doses, max 800/200 mg/dag

      • Het voorschrijven van antiretrovirale therapie aan kinderen is voorbehouden aan artsen van een HIV-team.

Indicatie: HIV met nevirapine, efavirenz of fosamprenavir
  • Oraal
    • 1 jaar tot 18 jaar
      [3] [4]
      • Lopinavir/ritonavir: 600/150 mg/m2/dag in 2 doses

      • Het voorschrijven van antiretrovirale therapie aan kinderen is voorbehouden aan artsen van een HIV-team.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

DIRECT WERKENDE ANTIVIRALE MIDDELEN

NUCLEOSIDE EN NUCLEOTIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Abacavir

Ziagen
J05AF06

Didanosine

Videx DDI
J05AF02

Emtricitabine

Emtriva
J05AF09

Entecavir

Baraclude
J05AF10

Lamivudine

Epivir 3TC, Zeffix
J05AF05

Stavudine

Zerit d4T
J05AF04
J05AF07

Zidovudine

Retrovir AZT
J05AF01
ANTIVIRALE MIDDELEN VOOR HIVINFECTIE, COMBINATIEPREPARATEN
J05AR02
J05AR13
J05AR19
J05AR03
J05AR18
J05AR09
FOSFONZUURDERIVATEN

Foscarnet

Foscavir
J05AD01
NEURAMINIDASEREMMERS

Oseltamivir

Tamiflu
J05AH02

Zanamivir

Relenza
J05AH01
NIET-NUCLEOSIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Efavirenz

Stocrin
J05AG03

Etravirine

Intelence
J05AG04

Nevirapine

Viramune
J05AG01

Rilpivirine

Edurant
J05AG05
NUCLEOSIDEN EN NUCLEOTIDEN (EXCL. REVERSE-TRANSCR-REMMERS)

Aciclovir

Zovirax
J05AB01
J05AB12

Ganciclovir

Cymevene
J05AB06

Ribavirine

Copegus, Rebetol
J05AB04

Valaciclovir

Zelitrex
J05AB11

Valganciclovir

Valcyte
J05AB14
OVERIGE ANTIVIRALE MIDDELEN

Dolutegravir

Tivicay
J05AX12

Enfuvirtide

Fuzeon
J05AX07

Maraviroc

Celsentri
J05AX09

Raltegravir

Isentress
J05AX08
PROTEASEREMMERS

Atazanavir

Reyataz
J05AE08

Darunavir

Prezista
J05AE10

Fosamprenavir

Telzir
J05AE07

Indinavir

Crixivan
J05AE02

Ritonavir

Norvir
J05AE03

Saquinavir

Invirase
J05AE01

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): bovenste luchtweginfectie, diarree, misselijkheid. Vaak (1-10%): onderste luchtweginfectie, huidinfecties (o.a. cellulitis, folliculitis, furunkel). Anemie, leukopenie, neutropenie, lymfadenopathie. Overgevoeligheid (o.a. urticaria, angio-oedeem). Diabetes mellitus, hypertriglyceridemie, hypercholesterolemie, gewichtsverlies, anorexia. Angst. Hoofdpijn (ook migraine), (perifere) neuropathie, duizeligheid, slapeloosheid. Hypertensie. Pancreatitis, braken, gastro-oesofageale refluxziekte, gastro-enteritis, colitis, buikpijn, opgezette buik, dyspepsie, aambeien, flatulentie, Hepatitis, verhoging ALAT-, ASAT- en γ-GT-concentraties. Lipodystrofie (o.a. gezichtsvermagering, verhoogd intra-abdominaal en visceraal vet, ophoping dorsocervicaal vet, borsthypertrofie), maculopapulaire uitslag, eczeem. dermatitis seborrhoica, pruritus, nachtzweten, myalgie, artralgie, spierzwakte en -spasmen, asthenie. Erectiestoornis, amenorroe, menorragie. Soms (0,1-1%): immuunreconstitutie, hypogonadisme, gewichtstoename, toegenomen eetlust, abnormale dromen, verminderd libido, cerebrovasculair accident, convulsie, smaakveranderingen, smaakverlies, tremor, visusstoornissen, tinnitus, vertigo, atherosclerose, myocardinfarct, AV-blok, tricuspidalisklep-insufficiëntie, diepveneuze trombose, orale en gastro-intestinale ulcera en bloedingen, stomatitis, fecale incontinentie, obstipatie, droge mond, hepatische steatose, hepatomegalie, cholangitis, hyperbilirubinemie, alopecia, capillaritis, vasculitis, rabdomyolyse, verminderde creatinineklaring, nefritis, hematurie. . Voorts zijn gemeld: icterus, stevens-johnsonsyndroom, erythema multiforme, cushingsyndroom, verhoogde CPK-concentraties, opportunistische infecties. Ook is osteonecrose gemeld, vooral bij gevorderde HIV-infectie of langdurige blootstelling aan combinatietherapie.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Ernstig gestoorde leverfunctie. De drank, die propyleenglycol bevat, niet toepassen bij kinderen jonger dan twee jaar, zwangeren, mensen met lever- of nierfunctiestoornis.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

De drank bevat propyleenglycol 150 mg/ml en ethanol 356.3 mg/ml.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Voorzichtigheid is geboden bij milde tot matige lever- en ernstige nierfunctiestoornis (drank) en bij chronische hepatitis B en C. Bij achteruitgang van een eerder bestaande leveraandoening onderbreking of beëindiging van de behandeling overwegen. Bij een aantal hemofiliepatiënten die proteaseremmers gebruikten, zijn spontane bloedingen (subcutane of musculaire hematomen, haemarthros) opgetreden. Voorzichtigheid is geboden bij een ernstige immunodeficiëntie in verband met meer kans op een ontstekingsreactie op asymptomatische of nog aanwezige opportunistische pathogenen die tot ernstige klinische manifestaties kunnen leiden. Voorafgaand aan de therapie, triglyceriden en cholesterol bepalen en herhalen op periodieke intervallen gedurende de therapie. Voorzichtigheid is geboden bij hoge uitgangswaarden van de lipidenconcentraties en bij lipidenafwijkingen. Hoge triglyceridenwaarden zijn een risico voor het ontwikkelen van pancreatitis. Bij pancreatitis dient de behandeling te worden onderbroken. Voorzichtigheid is geboden bij gelijktijdig gebruik van QT-interval inducerende middelen (chloorfeniramine, kinidine, erytromycine, claritromycine) en bij patiënten met geleidingsstoornissen. De orale oplossing bevat propyleenglycol, ethanol (42% w/w), fructose, glycerol, polyoxyl 40 gehydrogeneerde ricinusolie en kalium. Bij gestoorde nierfunctie en verlaagd metabolisme kan een propyleenglycol-toxiciteit optreden (convulsies, stupor, tachycardie, hyperosmolariteit, melkzuuracidose, niertoxiciteit, hemolyse).

Interacties

Ritonavir remt het metabolisme en is in lage concentratie toegevoegd ter verhoging van de lopinavirconcentratie. Tevens induceert ritonavir zijn eigen metabolisme en zeer waarschijnlijk dat van lopinavir. De dalconcentratie van lopinavir wordt bij herhaalde toediening van het combinatiepreparaat steeds lager en stabiliseert na 10-14 dagen. De hieronder genoemde interacties slaan op het combinatiepreparaat met ritonavir (Kaletra®); dit remt CYP3A4.

Relevant:
Afname lopinavir: de plasmaconcentratie daalt door inductoren. De effectiviteit van lopinavir moet worden gecontroleerd, alsmede de effectiviteit van fenytoïne en de toxiciteit van carbamazepine. Bij combinatie met rifampicine, nevirapine of efavirenz moet de dosis worden aangepast (zie D.).

Toename lopinavir: erytromycine, itraconazol en ketoconazol remmen het metabolisme. Bovendien kan de plasmaconcentratie van deze stoffen stijgen.

Lopinavir remt het metabolisme van: cumarinederivaten; voor de overige interacties: zie bij ritonavir.

Lopinavir vermindert het effect van: kinine, voor de overige interacties: zie bij ritonavir.

Overig effect: het metabolisme van fosamprenavir wordt beïnvloed.

Bij combinatie met atazanavir moet geboost atazanavir worden gegeven.

Combinatie met bosentan, darunavir, HCV-middelen of tipranavir wordt ontraden.

Kaletra® drank bevat ethanol, ong. 356 mg/ml. Bij combinatie met disulfiram of metronidazol kunnen ernstige bijwerkingen optreden. De drank mag niet worden gebruikt. Alternatief: Kaletra® tablet.

Niet relevant: het metabolisme van ciclesonide, docetaxel, duloxetine, dutasteride, eletriptan, mometason, selexipag, solifenacine en tolterodine kan worden geremd.

Niet beoordeeld: het metabolisme van fusidinezuur kan worden geremd. De combinatie dient te worden vermeden.

De plasmaconcentratie van rilpivirine kan stijgen.

Referenties

  1. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 31 okt 2014
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 16 aug 2018
  3. Bamford, A., et al (PENTA Steering Committee) (2015), Paediatric European Network for Treatment of AIDS (PENTA) guidelines for treatment of paediatric HIV-1 infection 2015: optimizing health in preparation for adult life., HIV Med., doi:10.1111
  4. Panel on Antiretroviral Therapy and Medical Management of HIV-Infected Children., Guidelines for the Use of Antiretroviral Agents in Pediatric HIV Infection., Available at http://aidsinfo.nih.gov/contentfiles/lvguidelines/pediatricguidelines.pdf., Geraadpleegd 12 sept 2016, O1-140

Wijzigingen

  • 25 november 2016 12:17: Het doseeradvies is aangepast obv de gewijzigde PENTA en aidsinfo guidelines