Abacavir

Stofnaam
Abacavir
Merknaam
Ziagen
ATC code
J05AF06
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

> 3 mnd: On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Kinderen (jonger dan 12 jaar):
>30 kg
: 600 mg in 2 doses
21-30 kg: 150 mg in ochtend en 300 mg in avond
14-21 kg: 300 mg in 2 doses
< 3 mnd: Er zijn slechts beperkte gegevens beschikbaar over het gebruik van Ziagen in deze leeftijdsgroep.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Drank (als sulfaat) 20 mg/ml
Tablet filmomhuld (als sulfaat) 300 mg

Eigenschappen

Nucleoside reverse-transcriptaseremmer (NRTI). Het werkingsspectrum is beperkt tot retrovirussen zoals het HIV-type 1 en 2. Abacavir is pas werkzaam als het intracellulair door fosforylering is omgezet tot de actieve metaboliet carbovirtrifosfaat; deze remt het HIV-reverse-transcriptase enzym en blokkeert daardoor voortijdig de virale DNA-ketenverlenging

Kinetische gegevens

Geen informatie

Doseringen

Indicatie: HIV
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [8] [9]
      • 16 mg/kg/dag in 1 - 2 doses , max: 600mg/dag
      • Het voorschrijven van antiretrovirale therapie aan kinderen is voorbehouden aan artsen van een HIV-team. Retrovirale therapie is sterk onderhevig aan wisselingen in gangbare combinaties. Bovengenoemde dosering is dan ook slechts richtinggevend.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

DIRECT WERKENDE ANTIVIRALE MIDDELEN

NUCLEOSIDE EN NUCLEOTIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Didanosine

Videx DDI
J05AF02

Emtricitabine

Emtriva
J05AF09

Entecavir

Baraclude
J05AF10

Lamivudine

Epivir 3TC, Zeffix
J05AF05

Stavudine

Zerit d4T
J05AF04
J05AF07

Zidovudine

Retrovir AZT
J05AF01
NIET-NUCLEOSIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Efavirenz

Stocrin
J05AG03

Etravirine

Intelence
J05AG04

Nevirapine

Viramune
J05AG01

Rilpivirine

Edurant
J05AG05
FOSFONZUURDERIVATEN

Foscarnet

Foscavir
J05AD01
ANTIVIRALE MIDDELEN VOOR HIVINFECTIE, COMBINATIEPREPARATEN
J05AR02
J05AR13
J05AR19
J05AR03
J05AR18
J05AR09
NEURAMINIDASEREMMERS

Oseltamivir

Tamiflu
J05AH02

Zanamivir

Relenza
J05AH01
NUCLEOSIDEN EN NUCLEOTIDEN (EXCL. REVERSE-TRANSCR-REMMERS)

Aciclovir

Zovirax
J05AB01
J05AB12

Ganciclovir

Cymevene
J05AB06

Ribavirine

Copegus, Rebetol
J05AB04

Valaciclovir

Zelitrex
J05AB11

Valganciclovir

Valcyte
J05AB14
OVERIGE ANTIVIRALE MIDDELEN

Dolutegravir

Tivicay
J05AX12

Enfuvirtide

Fuzeon
J05AX07

Maraviroc

Celsentri
J05AX09

Raltegravir

Isentress
J05AX08
PROTEASEREMMERS

Atazanavir

Reyataz
J05AE08

Darunavir

Prezista
J05AE10

Fosamprenavir

Telzir
J05AE07

Indinavir

Crixivan
J05AE02
J05AE06

Ritonavir

Norvir
J05AE03

Saquinavir

Invirase
J05AE01

Bijwerkingen bij kinderen

Neuropsychiatrische ziektebeelden zijn beschreven bij kinderen, net zoals bij volwassenen.

Bijwerkingen bij volwassenen

Vaak (1-10%): misselijkheid, braken, diarree, anorexie. Lethargie, vermoeidheid, koorts. Hoofdpijn. Huiduitslag zonder systemische symptomen. Overgevoeligheidsreacties (ca. 5%), vooral bij dragers van het HLA-B*5701-allel (48–61%) en vooral in de eerste zes weken. Sommige zijn levensbedreigend. Bij bijna alle overgevoeligheidsreacties is sprake van koorts en/of (gewoonlijk maculopapuleuze of urticariële) huiduitslag (81% bij kinderen en 67% bij volwassenen). Andere frequent waargenomen symptomen zijn maag-darmstoornissen (70% bij kinderen, 54% bij volwassenen, zoals misselijkheid, braken, diarree of buikpijn), lethargie of malaise, myalgie, artralgie. Andere symptomen die kunnen optreden bij overgevoeligheidsreacties zijn onder andere respiratoire symptomen (dyspneu, hoesten, respiratoire insufficiëntie, abnormale radiologische bevindingen van de thorax, voornamelijk lokaliseerbare infiltraten, maar ook ARDS), hypotensie, oedeem, anafylaxie, nierfalen, hoofdpijn, keelpijn, paresthesieën, hepatitis, leverfalen, lymfadenopathie, conjunctivitis, zweren in de mond. Ook kan overgevoeligheid voor abacavir leiden tot afwijkende laboratoriumwaarden zoals lymfopenie, verhoging van de leverfunctiewaarden, creatinekinase en creatinine. De diagnose overgevoeligheidsreactie zorgvuldig overwegen, gezien het voortzetten of hervatten van de behandeling kan leiden tot ernstigere reacties of overlijden, zie ook Waarschuwingen en Voorzorgen.

Zelden (0,1-0,01%): pancreatitis.

Zeer zelden (< 0,01%): erythema multiforme, Stevens-Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse

Bij gebruik van NRTI's kan lactaatacidose optreden, gewoonlijk samengaand met hepatische steatose. Lactaatacidose treedt over het algemeen enkele maanden na de start van de behandeling op en kan geassocieerd zijn met pancreatitis, leverfalen of nierfalen.

Anti-retrovirale combinatietherapie (cART) is in verband gebracht met een herverdeling van lichaamsvet (lipodystrofie), metabole stoornissen (zoals hypertriglyceridemie, hypercholesterolemie, insulineresistentie, hyperglykemie, het ontstaan van of verergering van bestaande diabetes mellitus en hyperlactatemie) en het immuunreconstitutiesyndroom met bv. reactivering van herpesinfecties of auto-immuunziekten (zoals. M. Graves). Ook osteonecrose kan voorkomen, vooral bij gevorderde HIV-infectie of langdurige blootstelling aan combinatietherapie; wees hierop bedacht bij het optreden van pijnlijke gewrichten en/of het stijf worden van gewrichten. .

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Ernstige leverfunctiestoornissen.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Kans op fatale anafylaxie. Cave huidreacties. Nimmer herstart na reacties.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Niet gebruiken bij patiënten die drager zijn van het HLA-B*5701-allel omdat die meer kans lopen op ernstige overgevoeligheidsreacties, tenzij geen ander therapeutisch alternatief beschikbaar is op grond van de behandelhistorie en resistentietesten; dan alleen starten onder strikt medisch toezicht. Screen daarom vóór het beginnen van de behandeling op dragerschap van het HLA-B*5701-allel. Dit ook doen vóór een hernieuwde behandeling met abacavir bij patiënten die abacavir eerder hebben verdragen, maar van wie de HLA-B*5701-status onbekend is. Echter ook bij patiënten die géén drager van het HLA-B*5701-allel zijn kan een overgevoeligheidsreactie optreden (0–4%). Laat de patiënt bij het optreden van een mogelijke overgevoeligheidsreactie (ongeacht HLA-B*5701-status) dit direct melden en staak de behandeling met abacavir wanneer een overgevoeligheidsreactie niet uit te sluiten is. Na het staken nooit meer opnieuw beginnen, vanwege de kans op sneloptredende en levensbedreigende overgevoeligheidsreacties. Nauwkeurig iedere 2 weken controleren op overgevoeligheidsverschijnselen, vooral gedurende de eerste twee maanden van de behandeling.

Wees voorzichtig bij ernstige immunodeficiëntie in verband met meer kans op een ontstekingsreactie op asymptomatische of nog aanwezige opportunistische pathogenen die tot ernstige klinische ziektebeelden (waaronder cytomegalovirus retinitis, gegeneraliseerde en/of focale mycobacteriële en Pneumocystis jiroveci-infecties) kunnen leiden. In dit kader kunnen ook auto-immuunreacties (zoals de ziekte van Graves) optreden, vaak pas vele maanden na aanvang van de behandeling.

Lactaatacidose (in afwezigheid van hypoxemie) – meestal in verband gebracht met ernstige hepatomegalie, hepatische stenose, pancreatitis, lever- en nierfalen – is gerapporteerd tijdens gebruik van nucleoside-analoga in het algemeen na enkele maanden behandeling. Wees voorzichtig met het voorschrijven bij elke patiënt (in het bijzonder bij obese vrouwen) met hepatomegalie, hepatitis of andere bekende risicofactoren voor leverziekte en hepatische steatose (incl. het gebruik van bepaalde geneesmiddelen en alcohol). Wees tevens voorzichtig bij een co-infectie met hepatitis C, behandeld met α-interferon en ribavirine. Behandeling met nucleoside-analoga onderbreken bij symptomatische hyperlactatemie, metabole/lactaatacidose, progressieve hepatomegalie of snel toenemende aminotransferasespiegels. In het algemeen is er bij een reeds bestaande leverziekte, incl. chronische actieve hepatitis, een hogere frequentie van afwijkingen van de leverfunctie gedurende anti-retrovirale combinatietherapie; controleer zorgvuldig (waar mogelijk ook de plasmaconcentratie van abacavir) en overweeg tijdelijk of definitief staken van de behandeling bij een duidelijke verergering. Bij patiënten met een chronische hepatitis B of C is er sprake van meer kans op ernstige en mogelijk fatale leverbijwerkingen als gevolg van anti-retrovirale combinatietherapie. Bij het ontstaan van pijnlijke en/of stijve gewrichten controleren op osteonecrose.

Er is onduidelijkheid of het gebruik van abacavir meer kans geeft op een myocardinfarct; aangeraden wordt om risicofactoren voor een myocardinfarct (bv. roken, hypertensie, hyperlipidemie) te minimaliseren.

Interacties

Abacavir heeft in vitro geen relevante invloed op CYP-enzymen en wordt zelf nauwelijks gemetaboliseerd door CYP-enzymen.

Relevant:
Toename abacavir: mycofenolzuur kan de toxiciteit vergroten.
Abacavir verkleint het effect van: methadon.

Niet beoordeeld: inductoren van UDP-glucuronyltransferase, zoals rifampicine, kunnen de plasmaconcentratie licht verlagen.

Een hoog percentage virologisch falen en resistentieontwikkeling is gemeld, beide in een vroeg stadium, bij combinatie van abacavir plus lamivudine en tenofovir.

De biologische beschikbaarheid wordt vergroot door alcohol.

Referenties

  1. College voor zorgverzekeringen (CVZ), Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 27 nov 2015
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 25 sept 2014
  3. Scherpbier HJ, et al, Once-daily highly active antiretroviral therapy for HIV-infected children: safety and efficacy of an efavirenz-containing regimen., Pediatrics, 2007, 119, e705-15
  4. Palma P, et al, Successful simplification of protease inhibitor-based HAART with triple nucleoside regimens in children vertically infected with HIV, AIDS, 2007, 21, 2465-72
  5. Green H, et al, Lamivudine/abacavir maintains virological superiority over zidovudine/lamivudine and zidovudine/abacavir beyond 5 years in children, AIDS, 2007, 21, 947-55
  6. Soler Palacin P, et al, Neuropsychiatric reaction induced by abacavir in a pediatric human immunodeficiency virus-infected patient., Pediatr Infect Dis J., 2006, 25, 382
  7. CBO, Richtlijn antiretrovirale therapie, www.cbo.nl, herziene versie december 2007
  8. Panel on Antiretroviral Therapy and Medical Management of HIV-Infected Children. , Guideline for the use of Antiretroviral agents in pediatric HIV infection, www.aidsinfo.nig.gov/contentfiles/lvguidelines/pediatricguidelines.pdf, Geraadpleegd 12 sept 2016, O1-140
  9. Bamford, A., et al (PENTA Steering Committee) (2015), Paediatric European Network for Treatment of AIDS (PENTA) guidelines for treatment of paediatric HIV-1 infection 2015: optimizing health in preparation for adult life. , HIV Med, 2015, doi:10.1111/hiv.12217

Wijzigingen

  • 04 oktober 2016 09:27: De doseerfrequentie is aangepast obv herziene guidelines