Emtricitabine + tenofovirdisoproxil

Stofnaam
Emtricitabine + tenofovirdisoproxil
Merknaam
Truvada
ATC code
J05AR03

Emtricitabine + tenofovirdisoproxil

Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Behandeing HIV; Preventie HIV
> 12 jaar en > 35 kg:  200 mg emtricitabine + 245 mg tenofovirdisoproxil (1 tablet)

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet:  200 mg emtricitabine + 245 mg tenofovirdisoproxil

Eigenschappen

Combinatie van een NRTI en een NtRTI. Emtricitabine is een analoog van cytidine, tenofovirdisoproxil een analoog van adenosine 5'-monofosfaat.

Kinetische gegevens

Er is hier op dit moment nog geen informatie over beschikbaar.

Doseringen

Indicatie: Behandeling HIV; Preventie HIV infectie
  • Oraal
    • ≥ 12 jaar
      [1]
      • 200 mg emtricitabine + 245 mg tenofovirdisoproxil ( = 1 tablet)

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Bij verminderde nierfunctie neemt de AUC van zowel tenofovir als emtricitabine toe. Hierdoor is het risico op bijwerkingen verhoogd.

30-50 ml/min: 1 tablet emtricitabine 200 mg + tenofovir 245 mg elke 2 dagen
10-30 ml/min 1 tablet emtricitabine 200 mg + tenofovir 245 mg elke 3-4 dagen
10 ml/min: een algemeen advies wordt niet gegeven

Het doseringsadvies is gebaseerd op kinetische data en niet op klinische uitkomstmaten.

DIRECT WERKENDE ANTIVIRALE MIDDELEN

NUCLEOSIDE EN NUCLEOTIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Abacavir

Ziagen
J05AF06

Didanosine

Videx DDI
J05AF02

Emtricitabine

Emtriva
J05AF09

Entecavir

Baraclude
J05AF10

Lamivudine

Epivir 3TC, Zeffix
J05AF05

Stavudine

Zerit d4T
J05AF04
J05AF07

Zidovudine

Retrovir AZT
J05AF01
ANTIVIRALE MIDDELEN VOOR HIVINFECTIE, COMBINATIEPREPARATEN
J05AR02
J05AR13
J05AR19
J05AR18
J05AR09
NIET-NUCLEOSIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Efavirenz

Stocrin
J05AG03

Etravirine

Intelence
J05AG04

Nevirapine

Viramune
J05AG01

Rilpivirine

Edurant
J05AG05
NEURAMINIDASEREMMERS

Oseltamivir

Tamiflu
J05AH02

Zanamivir

Relenza
J05AH01
FOSFONZUURDERIVATEN

Foscarnet

Foscavir
J05AD01
NUCLEOSIDEN EN NUCLEOTIDEN (EXCL. REVERSE-TRANSCR-REMMERS)

Aciclovir

Zovirax
J05AB01
J05AB12

Ganciclovir

Cymevene
J05AB06

Ribavirine

Copegus, Rebetol
J05AB04

Valaciclovir

Zelitrex
J05AB11

Valganciclovir

Valcyte
J05AB14
OVERIGE ANTIVIRALE MIDDELEN

Dolutegravir

Tivicay
J05AX12

Enfuvirtide

Fuzeon
J05AX07

Maraviroc

Celsentri
J05AX09

Raltegravir

Isentress
J05AX08
PROTEASEREMMERS

Atazanavir

Reyataz
J05AE08

Darunavir

Prezista
J05AE10

Fosamprenavir

Telzir
J05AE07

Indinavir

Crixivan
J05AE02
J05AE06

Ritonavir

Norvir
J05AE03

Saquinavir

Invirase
J05AE01

Bijwerkingen bij volwassenen

Bijwerkingen emtricitabine
Zeer vaak (> 10%): hoofdpijn. Diarree, misselijkheid. Verhoogd creatinekinase. Bij kinderen: hyperpigmentatie (ca. 32%, m.n. aan handpalmen en voetzolen, verder asymptomatisch).

Vaak (1-10%): duizeligheid, asthenie, slapeloosheid, abnormale dromen. Dyspepsie, braken, buikpijn. Jeuk, huiduitslag (maculopapuleus, vesiculobulleus, pustuleus, urticaria), allergische reactie, hyperpigmentatie. Neutropenie, hypertriglyceridemie, hyperglykemie, verhoogde serumlipasespiegels en (pancreas)amylasespiegels, afwijkende leverfunctiewaarden (m.n. verhoging ALAT, ASAT, bilirubine). Bij kinderen: anemie (9,5%; bij volwassenen minder frequent, 0,5–1%).

Soms (0,1-1%): angio-oedeem.

Lactaatacidose is gemeld bij het gebruik van nucleoside-analoga.

Anti-retrovirale combinatietherapie (cART) kan gepaard gaan met herverdeling van lichaamsvet (lipodystrofie) en metabole stoornissen (zoals hypertriglyceridemie, hypercholesterolemie, hyperlactatemie, insulineresistentie, hyperglykemie en het ontstaan van of verergering van bestaande diabetes mellitus). Ook osteonecrose komt voor, vooral bij gevorderde HIV-infectie of langdurige blootstelling aan combinatietherapie.

Bijwerkingen tenofovirdisoproxil

Zeer vaak (> 10%): diarree, misselijkheid, braken. Duizeligheid. Asthenie. Huiduitslag. Hypofosfatemie.

Vaak (1-10%): buikpijn, flatulentie. Hoofdpijn, vermoeidheid. Verhoogde transaminasen.

Soms (0,1–1%): pancreatitis. Rabdomyolyse, spierzwakte. Verhoogde serumcreatininewaarde, hypokaliëmie.

Zelden (0,01–0,1%): angio-oedeem. (Acuut) nierfalen, acute tubulaire necrose, proximale tubulopathie (waaronder syndroom van Fanconi), (acute interstitiële) nefritis, nefrogene diabetes insipidus. Hepatische steatose, hepatitis. Myopathie, osteomalacie (zich manifesterend als botpijn, zelden bijdragend aan het ontstaan van fracturen). Lactaatacidose.

Lactaatacidose (soms fataal) samenhangend met ernstige hepatomegalie en leversteatose, pancreatitis, nierfalen en verhoogde lactaatspiegels zijn gemeld tijdens het gebruik van nucleoside analoga. Vroege symptomen van lactaatacidose zijn misselijkheid, braken, buikpijn, malaise, verlies van eetlust, gewichtsverlies, respiratoire of neurologische symptomen. Lactaatacidose trad gewoonlijk op na behandeling van een paar maanden.

Anti-retrovirale combinatietherapie (cART) kan gepaard gaan met herverdeling van lichaamsvet (lipodystrofie) en metabole stoornissen (zoals hypertriglyceridemie, hypercholesterolemie, hyperlactatemie (zeldzaam), insulineresistentie, hyperglykemie en het ontstaan of verergering van bestaande diabetes mellitus).

Gemeld zijn gevallen van osteonecrose, vooral bij gevorderde HIV-infectie of langdurige blootstelling aan combinatietherapie.

Afname van de botmineraaldichtheid is gemeld bij pediatrische patiënten

 

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring < 30 ml/min) en hemodialyse omdat er geen dosisverlaging mogelijk is met de combinatietablet.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Niet toepassen bij HIV-geïnfecteerde patiënten die eerder zijn behandeld met anti-retrovirale middelen én als het gaat om virusstammen met de K65R-mutatie.

Wees voorzichtig bij milde en matig-ernstige nierfunctiestoornissen (creatinineklaring < 80 ml/min; toepassing als behandeling van HIV bij een creatinineklaring < 30 ml/min is gecontra-indiceerd). De nierfunctie controleren vóór het begin van de behandeling, na twee tot vier weken, drie maanden én daarna om de drie tot zes maanden indien geen renale risicofactoren aanwezig zijn. Ook vóór het gebruik als pre-expositieprofylaxe de nierfunctie controleren, het gebruik van de profylaxe bij een creatinineklaring < 60 ml/min is niet onderzocht. Bij renale disfunctie in de voorgeschiedenis of met een groter risico voor renale disfunctie (zoals het gebruik van andere nefrotoxische geneesmiddelen) vaker controleren. Bij een serumfosfaatgehalte < 0,48 mmol/l of creatinineklaring < 50 ml/min de nierfunctie binnen één week opnieuw beoordelen en het toedieningsinterval aanpassen. Bij een serumfosfaatgehalte < 0,32 mmol/l of creatinineklaring < 50 ml/min tevens overwegen om de behandeling te staken (indien toepast als profylaxe overwegen te staken bij een creatinineklaring < 60 ml/min).

Wees voorzichtig bij pancreatitis in de voorgeschiedenis, hepatomegalie (m.n. vrouwen met obesitas), hepatitis (m.n. chronische hepatitis B of C), of andere bekende risicofactoren voor leverziekte en leversteatose (waaronder gebruik van bepaalde geneesmiddelen en alcohol). Bij een verslechtering van een eerder bestaande leveraandoening onderbreking of beëindiging van de behandeling overwegen. Na stoppen van de behandeling met emtricitabine of tenofovir bij een co-infectie met hepatitis B zijn exacerbaties van hepatitis waargenomen; de patiënt gedurende ten minste enige maanden klinisch en middels laboratoriumonderzoek nauwlettend vervolgen.

Wees voorzichtig bij ernstige immuundeficiëntie in verband met meer kans op een ontstekingsreactie op asymptomatische of nog aanwezige opportunistische pathogenen die tot ernstige klinische ziektebeelden (zoals CMV-retinitis, focale en/of gegeneraliseerde mycobacteriële infecties of een Pneumocystis jiroveci pneumonie) kunnen leiden. In dit kader kunnen ook auto-immuunziekten (zoals de ziekte van Graves) optreden, vaak pas vele maanden na aanvang van de behandeling.

Bottoxiciteit, waaronder een vermindering van de botmineraaldichtheid is waargenomen bij HIV-geïnfecteerden behandeld met cART. Er lijkt echter geen toegenomen kans op fracturen of aanwijzing voor klinisch relevante botafwijkingen. Wees bedacht op osteonecrose als gevolg van het toepassen van cART, bij het optreden van pijnlijke en/of het stijf worden van gewrichten.

Gewicht, serumlipiden en bloedglucosespiegels kunnen toenemen tijdens de behandeling met cART.

 

Interacties

Interacties emtricitabine

Emtricitabine heeft in vitro geen relevante invloed op CYP-enzymen en wordt zelf nauwelijks gemetaboliseerd door CYP-enzymen.

Relevant: de werking van cladribine kan ongedaan gemaakt worden, combinatie wordt ontraden. Beide stoffen maken gebruik van dezelfde enzymsystemen (deoxycytidinekinase) voor de vorming van de actieve, intracellulaire trifosfaten.

Combinatie met lamivudine wordt ontraden vanwege het ontbreken van gegevens over de combinatie.

 

Interacties tenofovirdisoproxil

Relevant:
Toename tenofovirdisoproxil: ledipasvir en velpatasvir remmen het metabolisme.

Overig effect: de AUC van didanosine stijgt.

Bij combinatie met atazanavir moet atazanavir worden geboost.

Bij combinatie met cidofovir kan het risico op het syndroom van Fanconi toenemen; de combinatie wordt ontraden.

Bij combinatie met diclofenac, ibuprofen of naproxen kan de toxiciteit van tenofovir toenemen; acute nierbeschadiging is gemeld.

Niet beoordeeld: acuut nierfalen is gemeld bij combinatie met hooggedoseerde of gecombineerde NSAID's bij patiënten met risicofactoren voor renale disfunctie.

Bij combinatie met een met ritonavir of cobicistat gebooste HIV-proteaseremmer is een hoger risico op nierfunctiestoornis gemeld.

De fabrikant adviseert de nierfunctie wekelijks te controleren bij combinatie met andere middelen die via hetzelfde renale transportsysteem ('human organic anion transporter' 1 en 3, of 'multidrug resistant protein' 4 (MRP 4)) als tenofovir worden uitgescheiden.

De fabrikant ontraadt combinatie met adefovir.

Een hoog percentage virologisch falen en resistentieontwikkeling is gemeld, beide in een vroeg stadium, bij combinatie van tenofovir plus lamivudine en abacavir of didanosine.

De Cmax en AUC van lopinavir kunnen dalen; lopinavir kan de Cmax en AUC van tenofovir verhogen.

De fabrikant ontraadt toepassing van tenofovir bij gelijktijdig of recent gebruik van een nefrotoxisch middel.

Referenties

  1. Gilead Sciences International Ltd., SmPC Truvada (EU/1/04/305/001) 14-03-2018, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  2. Informatorium Medicamentorum, (interacties), Geraadpleegd 05 sept 2017
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 05 sept 2017

Wijzigingen

  • 16 april 2018 09:18: Registratiestatus aangepast, indicatie Preventie HIV toegevoegd
  • 05 september 2017 11:24: Nieuw toegevoegd