Fosamprenavir

Stofnaam
Fosamprenavir
Merknaam
Telzir
ATC code
J05AE07
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

HIV:
< 6 jaar: off-label
≥ 6 jaar: on-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

HIV:
≥ 6 jaar: 1400 mg/dag in 2 doses icm ritonavir

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet filmomhuld (als Ca-zout) 700 mg
Orale suspensie 50 mg/ml (niet beschikbaar in Nederland)

Eigenschappen

Fosamprenavir is een prodrug van amprenavir (een proteaseremmer). Fosamprenavir is beter wateroplosbaar dan amprenavir. Het wordt door de darmwand opgenomen en snel en volledig gehydrolyseerd tot amprenavir door cellulaire of serumfosfatasen. Het is een selectieve, competitieve, reversibele remmer van HIV-1 protease. Tijdens de replicatiefase splitst HIV-protease virale polypeptideproducten, waardoor essentiële eiwitten en enzymen worden gevormd. Door binding aan de actieve plaats van HIV-1 protease blokkeert amprenavir de rijping van het HIV waardoor niet-functionele, onrijpe, niet-infectieuze virussen worden gevormd.

Kinetische gegevens

Er is hier op dit moment nog geen informatie over beschikbaar.

Doseringen

Indicatie: HIV
  • Oraal
    • ≥ 6 maanden en < 11 kg
      [1]
      • 90 mg/kg/dag in 2 doses in combinatie met ritonavir 14 mg/kg/dag in 2 doses
    • ≥ 6 maanden en 11 tot 15 kg
      [1]
      • 60 mg/kg/dag in 2 doses in combinatie met ritonavir 6 mg/kg/dag in 2 doses
    • ≥ 6 maanden en 15 tot 20 kg
      [1]
      • 46 mg/kg/dag in 2 doses in combinatie met ritonavir 6 mg/kg/dag in 2 doses
    • ≥ 6 maanden en ≥ 20 kg
      [1]
      • 36 mg/kg/dag in 2 doses , max: 1.400mg/dag in combinatie met ritonavir 6 mg/kg/dag in 2 doses, max 200 mg/dag

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

DIRECT WERKENDE ANTIVIRALE MIDDELEN

NUCLEOSIDE EN NUCLEOTIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Abacavir

Ziagen
J05AF06

Didanosine

Videx DDI
J05AF02

Emtricitabine

Emtriva
J05AF09

Entecavir

Baraclude
J05AF10

Lamivudine

Epivir 3TC, Zeffix
J05AF05

Stavudine

Zerit d4T
J05AF04
J05AF07

Zidovudine

Retrovir AZT
J05AF01
NIET-NUCLEOSIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Efavirenz

Stocrin
J05AG03

Etravirine

Intelence
J05AG04

Nevirapine

Viramune
J05AG01

Rilpivirine

Edurant
J05AG05
ANTIVIRALE MIDDELEN VOOR HIVINFECTIE, COMBINATIEPREPARATEN
J05AR02
J05AR13
J05AR19
J05AR03
J05AR18
J05AR09
NEURAMINIDASEREMMERS

Oseltamivir

Tamiflu
J05AH02

Zanamivir

Relenza
J05AH01
FOSFONZUURDERIVATEN

Foscarnet

Foscavir
J05AD01
NUCLEOSIDEN EN NUCLEOTIDEN (EXCL. REVERSE-TRANSCR-REMMERS)

Aciclovir

Zovirax
J05AB01
J05AB12

Ganciclovir

Cymevene
J05AB06

Ribavirine

Copegus, Rebetol
J05AB04

Valaciclovir

Zelitrex
J05AB11

Valganciclovir

Valcyte
J05AB14
OVERIGE ANTIVIRALE MIDDELEN

Dolutegravir

Tivicay
J05AX12

Enfuvirtide

Fuzeon
J05AX07

Maraviroc

Celsentri
J05AX09

Raltegravir

Isentress
J05AX08
PROTEASEREMMERS

Atazanavir

Reyataz
J05AE08

Darunavir

Prezista
J05AE10

Indinavir

Crixivan
J05AE02
J05AE06

Ritonavir

Norvir
J05AE03

Saquinavir

Invirase
J05AE01

Bijwerkingen bij kinderen

Braken en neutropenie treden vaker op bij kinderen dan bij volwassenen.

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): diarree. Verhoogd bloedcholesterol.

Vaak (1-10%): hoofdpijn, duizeligheid, paresthesie van de mond. Misselijkheid, braken, buikpijn, zachte ontlasting. Erythemateuze of maculopapuleuze huiderupties met of zonder jeuk. Vermoeidheid. Verhoogd waarden ALAT/ASAT, serumlipase en triglyceriden in bloed.

Soms (0,1-1%): angio-oedeem.

Zelden (0,01-0,1%): ernstige of levensbedreigende huiduitslag, waaronder Stevens-Johnsonsyndroom.

Bij hemofiliepatiënten die proteaseremmers gebruikten, is een toename van spontane bloedingen (subcutane of musculaire hematomen, hemartrosen) opgetreden.

Verhoogde creatinekinasewaarde, spierpijn, myositis en zelden rabdomyolyse zijn gemeld bij proteaseremmers, voornamelijk in combinatie met nucleoside reverse transcriptase remmers.

Anti-retrovirale combinatietherapie (cART) kan gepaard gaan met herverdeling van lichaamsvet (lipodystrofie) en metabole stoornissen (zoals hypertriglyceridemie, hypercholesterolemie, insulineresistentie, hyperglykemie, eerste optreden of exacerbaties van diabetes mellitus en zelden hyperlactatemie). Tevens is het immuunreconstitutiesyndroom gemeld en kunnen auto-immuunziekten kunnen optreden (zie ook de rubriek Waarschuwingen en Voorzorgen). Ook osteonecrose kan voorkomen, vooral bij gevorderde HIV-infectie of langdurige blootstelling aan combinatietherapie.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Fosamprenavir bevat een sulfonamide-groep; wees voorzichtig bij patiënten met een bekende sulfonamide-allergie. Er is nog geen toename gezien van huiduitslag bij deze patiënten. Bij optreden van lichte tot matige huiduitslag eventueel een geschikt H1-receptorantagonist toedienen; de behandeling stopzetten bij ernstige huiduitslag of bij matige huiduitslag mét systemische symptomen óf reacties van de mucosa.

Controleer vóór het starten en regelmatig tijdens de behandeling de bloedglucosespiegel en lipiden omdat hyperglykemie, verhoging van lipiden en zowel het ontstaan als exacerbaties van diabetes mellitus voorkomen bij het gebruik van proteaseremmers; in sommige gevallen ernstig met inbegrip van ketoacidose. Bij het ontstaan van pijnlijke en/of stijve gewrichten controleren op osteonecrose.

Wees voorzichtig bij lichte leverfunctiestoornissen; door het ontbreken van een suspensie is doseren bij matig tot ernstig verminderde leverfunctie niet mogelijk. Bij reeds bestaande leveraandoeningen, zoals chronische actieve hepatitis, is er meer kans op ernstige (soms fatale) bijwerkingen op de lever. Overweeg onderbreken of stoppen van de behandeling met fosamprenavir+ritonavir als de leveraandoening verergert.

Wees voorzichtig bij ernstige immunodeficiëntie omdat er meer kans is op een ontstekingsreactie op asymptomatische of nog aanwezige opportunistische pathogenen die tot ernstige klinische ziektebeelden kunnen leiden, zoals cytomegalovirus retinitis, focale en/of gegeneraliseerde mycobacteriële infecties en Pneumocystis jiroveci-pneumonie. In dit kader kunnen ook auto-immuunreacties (zoals de ziekte van Graves) optreden, vaak pas vele maanden na aanvang van de behandeling.

Bij patiënten die eerder met diverse antiretrovirale combinatietherapieën zijn behandeld, is fosamprenavir+ritonavir niet voldoende onderzocht.

Interacties

Fosamprenavir wordt omgezet in amprenavir, dit remt CYP3A4 en is substraat voor CYP3A4.

Relevant:
Afname fosamprenavir: de plasmaconcentratie daalt door inductoren. De effectiviteit moet worden gecontroleerd, alsmede de toxiciteit van carbamazepine. Bij combinatie met efavirenz of nevirapine moet de dosering worden aangepast (zie D.); bij combinatie met etravirine moet geboost fosamprenavir worden toegediend.

De plasmaconcentratie kan dalen door ginkgo biloba.

Fosamprenavir remt metabolisme van: alfentanil, amiodaron, atorvastatine, calciumantagonisten, carbamazepine, clindamycine, clonazepam, colchicine, cumarinederivaten, diazepam, doxorubicine, erytromycine, etoposide, finasteride, fosfodiësteraseremmers, immunosuppressiva, itraconazol, ivabradine, ketoconazol, kinidine, lidocaïne, parenteraal midazolam, propafenon, rifabutine, salmeterol, venlafaxine, vinblastine, vincristine en voriconazol. Combinatie met de volgende middelen wordt ontraden: alfuzosine, alprazolam, ergotamine, maraviroc, oraal midazolam, pimozide, quetiapine, simvastatine en trazodon.

De plasmaconcentratie van claritromycine stijgt; bovendien kan de amprenavirconcentratie stijgen.

Fosamprenavir verkleint het effect van: cyclofosfamide, fluvastatine, ifosfamide, paroxetine en pravastatine.

De plasmaconcentratie van ethinylestradiol daalt; de betrouwbaarheid van orale anticonceptiva, de vaginale ring en de pleister kan afnemen. Een andere vorm van anticonceptie wordt aanbevolen.

Overig effect: combinatie met bosentan, darunavir, HCV-middelen of tipranavir wordt ontraden.

Combinatie met geboost lopinavir wordt bij voorkeur vermeden.

Posaconazol kan de plasmaconcentratie van fosamprenavir verhogen, bovendien kan de posaconazolconcentratie dalen.

Niet beoordeeld: ritonavir verdubbelt de AUC en verhoogt de 'steady state'-plasmaconcentratie en wordt in lage dosis toegepast als 'booster'.

Combinatie van geboost fosamprenavir met fluticason en andere corticosteroïden die door CYP3A4 worden gemetaboliseerd wordt ontraden, omdat ritonavir CYP3A4 remt.

Combinatie met raltegravir wordt ontraden, omdat de plasmaconcentratie van beide stoffen daalt.

Referenties

  1. Panel on Antiretroviral Therapy and Medical Management of HIV-Infected Children, Guideline for the use of Antiretroviral agents in pediatric HIV infection, https://aidsinfo.nih.gov/guidelines/html/2/pediatric-arv-guidelines/130/fosamprenavir, Geraadpleegd 23 mrt 2017
  2. Bamford, A., et al (PENTA Steering Committee) (2015), Paediatric European Network for Treatment of AIDS (PENTA) guidelines for treatment of paediatric HIV-1 infection 2015: optimizing health in preparation for adult life., HIV Med, 2015, doi:10.1111/hiv.12217
  3. ZorgInstituut Nederland, , Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, bijwerkingen, contra-indicaties, waarschuwingen en voorzorgen), Geraadpleegd 23 mrt 2017
  4. Informatorium Medicamentorum, (Interacties, nierfunctiestoornissen), Geraadpleegd 29 juni 2017

Wijzigingen

  • 23 maart 2017 11:49: NIEUW TOEGEVOEGD