Emtricitabine

Stofnaam
Emtricitabine
Merknaam
Emtriva
ATC code
J05AF09
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

HIV
> 4 maanden: 6 mg/kg/dag, maximaal 240 mg/dag

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Capsule 200 mg
Drank 10 mg/ml (via Internationale apotheek)

De biologische beschikbaarheid van de tablet en de drank verschillen. Een tablet van 200 mg komt overeen met 240 mg van de drank.

Eigenschappen

Emtricitabine is een synthetisch nucleoside-analogon van cytosine die werkzaam is tegen retrovirussen zoals HIV type 1 en 2 maar ook tegen het hepatitis-B virus (HBV). Emtricitabine wordt intracellulair door fosforylering omgezet in emtricitabine-5-trifosfaat, dat de HIV-reverse-transcriptase remt door competitie met het natuurlijk substraat. Het blokkeert daardoor voortijdig de virale DNA-ketenverlenging.

Kinetische gegevens

De farmacokinetiek bij zuigelingen en kinderen is gelijk aan de farmacokinetiek bij volwassenen.

T1/2: circa 10 uur
Vd: 1,4 ± 0,3 l/kg
Biologische beschikbaarheid: tablet: 93%; drank: 75%.
Cl: 4,03 ml/min/kg 

Algemene opmerkingen

 

Doseringen

Indicatie: HIV
  • Oraal
    • Drank
      • ≥ 3 maanden
        [1] [5]
        • 6 mg/kg/dag in 1 dosis , max: 240mg/dag
        • Advies inname/toediening:

          Bij overgeven binnen 1 uur na het innemen van de tablet, een nieuwe tablet innemen.

          Bij vergeten van een dosis deze alsnog innemen als dit binnen 12 uur na het gebruikelijke tijdstip van innemen bemerkt wordt. Is er meer dan 12 uur verstreken, de overgeslagen dosis niet meer innemen en doorgaan met het gebruikelijke doseerschema.

      • 0 maanden tot 3 maanden
        [5]
        • 3 mg/kg/dag in 1 dosis
    • Capsule, hard
      • ≥ 33 kg
        [1]
        • 200 mg/dag in 1 dosis

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Drank:
GFR >30: geen aanpassing
GFR 10-30: 33,3% van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 24 uur
GFR <10: een algemeen advies wordt niet gegeven

Bij dialyse:
Hemodialyse: 25% van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 24 uur. De eerste 12 uur na inname van emtricitabine niet dialyseren.

Tablet:
GFR >30: geen aanpassing
GFR 10-30: 100% van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 72 uur
GFR <10: een algemeen advies wordt niet gegeven

Bij dialyse:
Hemodialyse: 100% van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 96 uur. De eerste 12 uur na inname van emtricitabine niet dialyseren.

Klinische gevolgen

Risico op toxiciteit neemt toe.
Als de dalspiegel niet voldoende hoog is, is de antivirale werking mogelijk niet voldoende; dit kan resistentie tot gevolg hebben.

DIRECT WERKENDE ANTIVIRALE MIDDELEN

NUCLEOSIDE EN NUCLEOTIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Abacavir

Ziagen
J05AF06

Didanosine

Videx DDI
J05AF02

Entecavir

Baraclude
J05AF10

Lamivudine

Epivir 3TC, Zeffix
J05AF05

Stavudine

Zerit d4T
J05AF04
J05AF07

Zidovudine

Retrovir AZT
J05AF01
NIET-NUCLEOSIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Efavirenz

Stocrin
J05AG03

Etravirine

Intelence
J05AG04

Nevirapine

Viramune
J05AG01

Rilpivirine

Edurant
J05AG05
ANTIVIRALE MIDDELEN VOOR HIVINFECTIE, COMBINATIEPREPARATEN
J05AR02
J05AR13
J05AR19
J05AR03
J05AR18
J05AR09
NEURAMINIDASEREMMERS

Oseltamivir

Tamiflu
J05AH02

Zanamivir

Relenza
J05AH01
FOSFONZUURDERIVATEN

Foscarnet

Foscavir
J05AD01
NUCLEOSIDEN EN NUCLEOTIDEN (EXCL. REVERSE-TRANSCR-REMMERS)

Aciclovir

Zovirax
J05AB01
J05AB12

Ganciclovir

Cymevene
J05AB06

Ribavirine

Copegus, Rebetol
J05AB04

Valaciclovir

Zelitrex
J05AB11

Valganciclovir

Valcyte
J05AB14
OVERIGE ANTIVIRALE MIDDELEN

Dolutegravir

Tivicay
J05AX12

Enfuvirtide

Fuzeon
J05AX07

Maraviroc

Celsentri
J05AX09

Raltegravir

Isentress
J05AX08
PROTEASEREMMERS

Atazanavir

Reyataz
J05AE08

Darunavir

Prezista
J05AE10

Fosamprenavir

Telzir
J05AE07

Indinavir

Crixivan
J05AE02
J05AE06

Ritonavir

Norvir
J05AE03

Saquinavir

Invirase
J05AE01

Bijwerkingen bij kinderen

Bij kinderen treden anemie en huidverkleuring vaker op dan bij volwassenen

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): Hoofdpijn. Diarree, misselijkheid. Verhoogd creatinekinase. Bij kinderen: hyperpigmentatie (ca. 32%, m.n. aan handpalmen en voetzolen, verder asymptomatisch).

Vaak (1-10%): duizeligheid, asthenie, slapeloosheid, abnormale dromen. Dyspepsie, braken, buikpijn. Jeuk, huiduitslag (maculopapuleus, vesiculobulleus, pustuleus, urticaria), allergische reactie, hyperpigmentatie. Neutropenie, hypertriglyceridemie, hyperglykemie, verhoogde serumlipasespiegels en (pancreas)amylasespiegels, afwijkende leverfunctiewaarden (m.n. verhoging ALAT, ASAT, bilirubine). Bij kinderen: anemie (9,5%; bij volwassenen minder frequent, 0,5–1%).

Soms (0,1–1%): angio-oedeem.

Lactaatacidose is gemeld bij het gebruik van nucleoside-analoga.

Anti-retrovirale combinatietherapie (cART) kan gepaard gaan met herverdeling van lichaamsvet (lipodystrofie) en metabole stoornissen (zoals hypertriglyceridemie, hypercholesterolemie, hyperlactatemie, insulineresistentie, hyperglykemie en het ontstaan van of verergering van bestaande diabetes mellitus). Ook osteonecrose komt voor , vooral bij gevorderde HIV-infectie of langdurige blootstelling aan combinatietherapie.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

De M184/V/I mutatie in het HIV-reverse transcriptase kan zorgen voor resistentie tegen emtricitabine; hierbij komt tevens lamivudine kruisresistentie voor.

Lactaatacidose (in afwezigheid van hypoxemie) – meestal samenhangend met ernstige hepatomegalie en hepatische stenose – is gerapporteerd tijdens gebruik van nucleoside-analoga. Behandeling met nucleoside-analoga onderbreken bij snel toenemende aminotransferasespiegels, progressieve hepatomegalie of metabole/lactaatacidose van onbekende oorsprong. Wees voorzichtig bij toediening van nucleoside-analoga bij hepatomegalie (m.n. vrouwen met obesitas), hepatitis of andere bekende risicofactoren voor leverziekte en leversteatose.

Door de toepassing van antiretrovirale combinatietherapie bij patiënten met chronische hepatitis B of C is er meer kans op ernstige, potentieel fatale leverbijwerkingen. Bij bestaande leverfunctiestoornis, de leverfunctie regelmatig controleren; bij achteruitgang de behandeling tijdelijk stopzetten of definitief staken.

De klinische werkzaamheid van emtricitabine bij chronische hepatitis-B infectie wordt onderzocht. Na staken van de behandeling met emtricitabine bij een HIV-infectie met een gelijktijdige chronische HBV-infectie zijn exacerbaties van hepatitis waargenomen, soms met ernstige (gedecompenseerde) leverziekte of leverfalen. Vervolg patiënten met een gelijktijdige infectie klinisch en middels laboratoriumonderzoek gedurende enkele maanden na het staken van de behandeling.

Wees voorzichtig bij ernstige immunodeficiëntie in verband met verhoogde kans op een ontstekingsreactie op asymptomatische of nog aanwezige opportunistische pathogenen die tot ernstige klinische ziektebeelden (zoals CMV-retinitis, focale en/of gegeneraliseerde mycobacteriële infecties en een Pneumocystis jiroveci pneumonie) kunnen leiden. In dit kader kunnen ook auto-immuunziekten (zoals M. Graves) optreden, vaak pas vele maanden na aanvang van de behandeling. Wees bedacht op osteonecrose bij het optreden van pijnlijke gewrichten en/of het stijf worden van gewrichten.

Mitochondriale disfunctie is gemeld bij het gebruik van nucleoside analoga, zie Zwangerschap.

De doseringsadviezen bij nierfunctiestoornissen zijn gebaseerd op farmacokinetische gegevens en modellen en zijn niet klinisch geëvalueerd. Bij nierfunctiestoornissen en verlengde toedieningsintervallen de klinische respons nauwkeurig evalueren.

Er zijn geen gegevens over de toepassing bij terminale nieraandoeningen waarbij andere vormen van dialyse dan hemodialyse worden toegepast. Er zijn geen gegevens van toepassing bij kinderen met nierfunctiestoornissen.

Interacties

Emtricitabine heeft in vitro geen relevante invloed op CYP-enzymen en wordt zelf nauwelijks gemetaboliseerd door CYP-enzymen.

Relevant: de werking van cladribine kan ongedaan gemaakt worden, combinatie wordt ontraden. Beide stoffen maken gebruik van dezelfde enzymsystemen (deoxycytidinekinase) voor de vorming van de actieve, intracellulaire trifosfaten.

Combinatie met lamivudine wordt ontraden vanwege het ontbreken van gegevens over de combinatie.

 

Referenties

  1. Gilead Sciences International Ltd., SmPC Emtriva (EU/01/03/261/003) 06-08-2018, www.ema.europa.eu
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties, nierfunctiestoornissen), Geraadpleegd 06 juli 2016
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (eigenschappen, bijwerkingen, contra-indicaties, waarschuwingen en voorzorgen), Geraadpleegd 06 juli 2016
  4. Bamford, A., et al (PENTA Steering Committee) (2015), Paediatric European Network for Treatment of AIDS (PENTA) guidelines for treatment of paediatric HIV-1 infection 2015: optimizing health in preparation for adult life. , HIV Med, 2015, doi:10.1111/hiv.12217
  5. Panel on Antiretroviral Therapy and Medical Management of HIV-Infected Children. , Guideline for the use of Antiretroviral agents in pediatric HIV infection, www.aidsinfo.nig.gov/contentfiles/lvguidelines/pediatricguidelines.pdf, Geraadpleegd 12 sept 2016

Wijzigingen

  • 01 november 2016 11:49: Wijziging advies bij verminderde nierfunctie
  • 04 oktober 2016 10:07: Het doseeradvies is aangepast op basis van de aanbevelingen van de guideline van het Panel on Antiretroviral Therapy and Medical Management of HIV-Infected Children.
  • 05 juli 2016 12:19: NIEUW TOEGEVOEGD