Bictegravir+emtricitabine+tenofoviralafenamide

Stofnaam
Bictegravir+emtricitabine+tenofoviralafenamide
Merknaam
Biktarvy
ATC code
J05AR20

Bictegravir+emtricitabine+tenofoviralafenamide

Doseringen
Nierfunctiestoornissen

Produkten, hulpstoffen, toediening en tekorten
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen

Interacties
Eigenschappen (PD/PK)

Registratiestatus
Middelen uit dezelfde ATC groep
Referenties
Versiebeheer

Eigenschappen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Combinatie van een nucleoside - en een nucleotide reverse-transcriptaseremmer (NRTI en NtRTI; emtricitabine en tenofoviralafenamide, respectievelijk), en een 'integrase strand transfer inhibitor' (INSTI; bictegravir). Bictegravir is werkzaam tegen HIV-1 en HIV-2. Emtricitabine is een prodrug en wordt intracellulair gefosforyleerd tot de actieve trifosfaatverbinding. Tenofoviralafenamide is eveneens een prodrug en wordt intracellulair gehydrolyseerd tot tenofovir en vervolgens gefosforyleerd tot tenofovirdifosfaat. Emtricitabine en tenofovir zijn werkzaam tegen HIV-1, HIV-2 en HBV.

Farmacokinetiek bij kinderen

Een farmacokinetisch onderzoek bij kinderen van 6 - < 12 jaar en ≥ 25 kg (50 kinderen) en ≥ 2 jaar en ≥ 14 - < 25 kg (22 kinderen) liet een hogere Cmax (bictegravir) en AUC en/of Cmax (emtricitabine en tenofoviralafenamide) zien dan bij volwassenen [SmPC].

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst Toon SmPC tekst

SmPC tekst

HIV: 
≥ 2 jaar en ≥ 14-25 kg: eenmaal daags bictegravir 30 mg/emtricitabine 120 mg/ tenofoviralafenamide 15 mg 
≥ 2 jaar en ≥ 25 kg: eenmaal daags bictegravir 50 mg/emtricitabine 200 mg/ tenofoviralafenamide 25 mg 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Per tablet: bictegravir 50 mg, emtricitabine 200 mg, tenofoviralafenamide (als fumaraat) 25 mg

Overige info toediening/beschikbaarheid

Informatie over geneesmiddeltekorten

Doseringen

Behandeling HIV infectie
  • Oraal
    • ≥ 2 jaar en 14 tot 25 kg
      [1]
      • 1 tablet Bictegravir 30 mg/emtricitabine 120 mg/ tenofoviralafenamide 15 mg  per dag in 1 dosis

    • ≥ 2 jaar en ≥ 25 kg
      [1]
      • 1 tablet Bictegravir50 mg/emtricitabine 200 mg/ tenofoviralafenamide 25 mg  per dag in 1 dosis

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Bij verminderde nierfunctie neemt de AUC van emtricitabine toe. Hierdoor is het risico op bijwerkingen verhoogd.

Bij creatinineklaring kleiner dan 30 ml/min: het doseringsinterval van emtricitabine moet worden aangepast. Vermijd daarom gebruik van de vaste combinatie, omdat  vaste combinaties van emtricitabine met tenofoviralafenamide (TAF), bictegravir niet geschikt zijn voor deze dosisaanpassing. 

Bijwerkingen bij kinderen

Het veiligheidsprofiel bij kinderen is vergelijkbaar met dat van volwassenen. 

Bij kinderen die gedurende 48 weken andere producten
kregen die tenofoviralafenamide bevatten, zijn verminderingen in botmineraaldichtheid van de wervelkolom en het totale lichaam zonder hoofd ( TBLH, total-body-less-head)  ≥ 4% gemeld. 

Bijwerkingen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Vaak (1-10%): hoofdpijn, duizeligheid. Ongewone dromen, depressie. Misselijkheid, diarree. Vermoeidheid.

Soms (0,1-1%): angio-oedeem, huiduitslag, urticaria, jeuk. Slaapstoornissen, angst, zelfmoordgedachten, suïcidaal gedrag of suïcidepoging (vooral bij patiënten met een voorgeschiedenis van depressie of een psychische aandoening). Dyspepsie, braken, buikpijn, flatulentie. Gewrichtspijn. Hyperbilirubinemie. Anemie (bij gebruik van emtricitabine met andere antiretrovirale middelen).

Zelden (0,01-0,1%): Stevens-Johnson-syndroom.

Verder is gemeld: stijging serumcreatinine.

Gewicht, serumlipiden en bloedglucosespiegels kunnen toenemen tijdens de behandeling met cART.

Ook osteonecrose kan voorkomen, vooral bij gevorderde HIV-infectie of langdurige blootstelling aan combinatietherapie.

Het veiligheidsprofiel bij een gelijktijdige infectie met HBV lijkt, op basis van relatief weinig gegevens, conform hierboven vermeld.

In de verlengingsfase van een onderzoek zijn geen aanvullende bijwerkingen vastgesteld bij patiënten met eindstadium nierziekte (ESRD) die chronische hemodialyse ondergingen.

 

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Bij patiënten in de leeftijd van 3 tot < 12 jaar die gedurende 48 weken producten kregen die tenofoviralafenamide bevatten, zijn verminderingen in botmineraaldichtheid (BMD ≥ 4%) van de wervelkolom en het totale lichaam zonder hoofd (TBLH, total-body-less-head) gemeld. De
langetermijneffecten van veranderingen in de BMD op het groeiende bot, waaronder het risico op fractuur, zijn onzeker. Een multidisciplinaire aanpak wordt aanbevolen om een beslissing te maken over de gepaste controle tijdens de behandeling. 

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Resistentie is beschreven; zie voor meer informatie over mutaties in het HIV-1 die leiden tot resistentie tegen bictegravir, emtricitabine of tenofoviralafenamide (rubriek 5.1, kopje resistentie).

Nierfunctie/veranderingen serumcreatinine/nefrotoxiciteit: Vóór het beginnen van de behandeling de nierfunctie bepalen en deze ook tijdens de behandeling, indien klinisch relevant, controleren. Bictegravir remt de tubulaire secretie van creatinine en kan een geringe stijging van het serumcreatinine veroorzaken (mediane stijging 8 micromol/l). Deze veranderingen worden niet als klinisch relevant gezien; ze weerspiegelen geen verandering in de daadwerkelijke glomerulaire filtratiesnelheid (GFR). In klinisch onderzoek werd de behandeling nooit gestaakt wegens bijwerkingen met betrekking tot de nieren. Risico op nefrotoxiciteit is ondanks de relatief lage systemische tenofovirconcentratie niet uitgesloten. Overweeg de therapie te staken bij een klinisch significante vermindering van de nierfunctie, of aanwijzingen voor proximale tubulopathie of bij patiënten bij wie de creatinineklaring tot < 30 ml/min daalt tijdens de therapie.

Bij chronische hemodialyse: In het algemeen het gebruik van de combinatie bij hemodialysepatiënten vermijden; alleen gebruiken als de voordelen opwegen tegen de potentiële risico's. In klinisch onderzoek was de werkzaamheid behouden, maar was de blootstelling aan emtricitabine aanzienlijk hoger dan bij patiënten met een normale nierfunctie. Hoewel geen aanvullende bijwerkingen zijn geconstateerd, blijven de consequenties van een verhoogde blootstelling aan emtricitabine onzeker.

Bij reeds bestaande leveraandoeningen (waaronder chronische actieve hepatitis) of bij risicofactoren voor leverziekte (zoals vrouwen met obesitas, alcoholgebruik) is er meer kans op achteruitgang van de leverfunctie tijdens antiretrovirale combinatietherapie in algemene zin. In klinisch onderzoek zijn stijgingen van de totale bilirubinespiegel gezien (voornamelijk graad 1 of 2 (tot 2,5× ULN)), maar deze zijn niet geassocieerd met bijwerkingen of andere laboratoriumafwijkingen met betrekking tot de lever. Bij co-infectie met hepatitis B of C virus (HBV of HCV) is er in het algemeen meer kans op ernstige en potentieel fatale leverbijwerkingen; controleer de leverfunctie conform de standaardprocedures en bij achteruitgang de behandeling onderbreken of staken. Na het staken van de behandeling bij co-infectie met HBV kan een acute exacerbatie van hepatitis optreden; de patiënt gedurende ten minste enige maanden nauwlettend vervolgen. Staken van de behandeling bij gevorderde leverziekte of -cirrose wordt afgeraden omdat dit kan leiden tot leverdecompensatie. Er zijn relatief weinig gegevens over de werkzaamheid en veiligheid van dit combinatiepreparaat bij een co-infectie met HCV.

Immuun reconstitutie inflammatoir syndroom (IRIS) is gemeld, vooral bij ernstige immuundeficiëntie bij aanvang van de behandeling. Wees hierbij voorzichtig, in verband met meer kans op ontstekingsreacties op latent aanwezige opportunistische infecties, met ernstige klinische ziektebeelden tot gevolg, zoals CMV-retinitis, focale en/of gegeneraliseerde mycobacteriële infecties of een Pneumocystis jiroveci-pneumonie. In dit kader kunnen ook auto-immuunziekten optreden door immuunreactivering, zoals de ziekte van Graves, auto-immuunhepatitis, polymyositis en het Guillain-Barré-syndroom. De tijd tot optreden van deze ziekten is variabel, echter vaak pas vele maanden na aanvang van de behandeling.

Wees bedacht op osteonecrose bij het optreden van pijnlijke en/of het stijf worden van gewrichten of bij het ondervinden van problemen met bewegen.

Onvoldoende onderzocht: er zijn beperkt gegevens over de werkzaamheid en veiligheid bij een co-infectie met HCV. Er zijn onvoldoende gegevens over de werkzaamheid en veiligheid bij:

een significante onderliggende leveraandoening, zoals een ernstige leverfunctiestoornis (Child-Pughscore 10–15);
een eGFR van 15–30 ml/min.

Interacties Bron: KNMP Kennisbank

Bictegravir is substraat voor CYP3A en UGT1A1 en wordt getransporteerd door P-gp en BRCP. Het remt in vitro OCT2 en MATE1 (multidrug and toxin extrusion transporter 1).

Relevant:
Absorptie: de absorptie wordt verminderd door gelijktijdige inname met antacida, calciumzouten, magnesiumzouten, sucralfaat en ijzerzouten.Bictegravir moet ten minste 2 uur vóór of na het andere middel worden ingenomen.

Afname bictegravir: de concentratie daalt door krachtige CYP3A4-inductoren, etravirine, oxcarbazepine en Orkambi®, combinatie wordt ontraden.

Bictegravir verhoogt de concentratie van: metformine; bij normale nierfunctie is dosisaanpassing van metformine niet nodig.
Overig effect: combinatie met bosentan wordt ontraden.

Niet beoordeeld:
Toename bictegravir: de concentratie stijgt door atazanavir en voriconazol; combinatie met atazanavir wordt ontraden.
Overig effect: de fabrikant ontraadt combinatie met ciclosporine, de interactie is echter niet onderzocht.

Emtricitabine heeft in vitro geen relevante invloed op CYP-enzymen en wordt zelf nauwelijks gemetaboliseerd door CYP-enzymen.

Relevant:
De werking van cladribine kan ongedaan gemaakt worden, combinatie wordt ontraden. Beide stoffen maken gebruik van dezelfde enzymsystemen (deoxycytidinekinase) voor de vorming van de actieve, intracellulaire trifosfaten.

Combinatie met lamivudine wordt ontraden vanwege het ontbreken van gegevens over de combinatie.

Tenofovir alafenamide (TAF) is substraat voor P-gp, BCRP en voor OATP1B1 en OATP1B3.

Relevant:
Toename TAF: de concentratie stijgt door met ritonavir of cobicistat gebooste HIV-middelen, fostemsavir, itraconazol en ketoconazol. Bij toepassing van TAF bij hepatitis B wordt combinatie ontraden.
Bij toepassing van TAF bij HIV-infectie moet bij combinatie met itraconazol of ketoconazol de dosis TAF worden verlaagd naar 10 mg. Bij toepassing van TAF bij HIV-infectie moet de dosis TAF in overeenstemming zijn met het derde middel van het HIV-behandelregime. Bij combinatie met ritonavir of cobicistat gebooste HIV-middelen, of met fostemsavir, moet de dosis TAF worden verlaagd naar 10 mg.

Niet beoordeeld:
Afname TAF: de concentratie daalt door carbamazepine.
De fabrikant ontraadt combinatie met adefovir.



DIRECT WERKENDE ANTIVIRALE MIDDELEN

Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.

NUCLEOSIDEN EN NUCLEOTIDEN (EXCL. REVERSE-TRANSCR-REMMERS)
J05AB01
J05AB12

Ganciclovir

Cymevene
J05AB06

Remdesivir

Veklury
J05AB16

Valaciclovir

Zelitrex
J05AB11

Valganciclovir

Valcyte
J05AB14
FOSFONZUURDERIVATEN

Foscarnet

Foscavir
J05AD01
PROTEASEREMMERS

Atazanavir

Reyataz
J05AE08

Darunavir

Prezista
J05AE10

Fosamprenavir

Telzir
J05AE07

Indinavir

Crixivan
J05AE02

Ritonavir

Norvir
J05AE03

Saquinavir

Invirase
J05AE01
NUCLEOSIDE EN NUCLEOTIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Abacavir

Ziagen
J05AF06

Emtricitabine

Emtriva
J05AF09

Entecavir

Baraclude
J05AF10

Lamivudine

Epivir 3TC, Zeffix
J05AF05
J05AF13
J05AF07

Zidovudine

Retrovir AZT
J05AF01
NIET-NUCLEOSIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Doravirine

Pifeltro
J05AG06

Efavirenz

Stocrin
J05AG03

Etravirine

Intelence
J05AG04

Nevirapine

Viramune
J05AG01

Rilpivirine

Edurant
J05AG05
NEURAMINIDASEREMMERS

Oseltamivir

Tamiflu
J05AH02

Zanamivir

Relenza, Dectoza
J05AH01
ANTIVIRALE MIDDELEN VOOR HIVINFECTIE, COMBINATIEPREPARATEN
J05AR02
J05AR13
J05AR25
J05AR18
J05AR19
J05AR03
J05AR09
J05AR10
OVERIGE ANTIVIRALE MIDDELEN

Dolutegravir

Tivicay
J05AX12

Enfuvirtide

Fuzeon
J05AX07

Maraviroc

Celsentri
J05AX09

Raltegravir

Isentress
J05AX08
J05AX24
ANTIVIRALE MIDDELEN VOOR BEHANDELING VAN HCV-INFECTIES
J05AP54
J05AP57
J05AP51

Ribavirine

Copegus, Rebetol
J05AP01

Sofosbuvir

Sovaldi
J05AP08
J05AP55

Referentie

  1. Gilead Sciences Ireland UC, SmPC Biktarvy (EU EU/1/18/1289/001) Rev 15, 23-01-2023, www.ema.europa.eu

Wijzigingen

  • 04 mei 2023 15:46: Nieuwe monografie obv SmPC

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering