Zidovudine

Stofnaam
Zidovudine
Merknaam
Retrovir AZT
ATC code
J05AF01
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

HIV: On-label
Neonatale profylaxe:
Prematuren: Off-label
A terme neonaten: On-label
 

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

 HIV
Oraal
4-9 kg: 12 mg/kg 2 dd

9-30 kg: 9 mg/kg 2 dd
>30 kg: 500-600 mg/dag in 2 doses

Neonatale profylaxe:
Oraal:
Neonaat - 6 weken: 8 mg/kg/dag in 4 doses (start binnen 12 uur na geboorte)
Intraveneus:
Neonaat:
6 mg/kg/dag in 4 doses
kinderen: 320-640 mg/m2/dag

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Capsule 100 mg
Conc. voor infusieopl. 10 mg/ml 
Drank 10 mg/ml 
Tablet 300 mg

Eigenschappen

Antivirale stof met in-vitro grote werkzaamheid tegen retrovirussen, incl. het humane immunodeficiëntievirus (HIV). Blokkeert na omzetting tot het trifosfaat het virale reverse transcriptase.

Kinetische gegevens

Vetrijk voedsel vertraagt en vermindert de absorptie.

Doseringen

Indicatie: HIV
  • Oraal
    • Zwangerschapsduur Zwangerschapsduur < 30 weken
      [5]
      • Postnatale leeftijd 0-4 weken: 4 mg/kg/dag in 2 doses
        Postnatale leeftijd 4-8 à 10 weken: 6 mg/kg/dag in 2 doses
        Postnatale leeftijd > 8 à 10 weken: 24 mg/kg/dag in 2 doses

    • Zwangerschapsduur Zwangerschapsduur 30 weken tot 35 weken
      [5]
      • Postnatale leeftijd 0-2 weken: 4 mg/kg/dag in 2 doses
        Postnatale leeftijd 2-6 à 8 weken: 6 mg/kg/dag in 2 doses
        Postnatale leeftijd > 6 à 8 weken: 24 mg/kg/dag in 2 doses

    • Zwangerschapsduur Zwangerschapsduur ≥ 35 weken
      [5]
      • Postnatale leeftijd 0-4 weken: 8 mg/kg/dag in 2 doses
        Postnatale leeftijd > 4 weken: 24 mg/kg/dag in 2 doses

    • ≥ 1 maand en 4 tot 9 kg
      [5]
      • 24 mg/kg/dag in 2 doses
    • ≥ 1 maand en 9 tot 30 kg
      [5]
      • 18 mg/kg/dag in 2 doses
    • ≥ 1 maand en ≥ 30 kg
      [5]
      • 600 mg/dag in 2 doses
  • Intraveneus
    • Zwangerschapsduur < 30 weken
      [5]
      • Postnatale leeftijd 0-4 weken: 3 mg/kg/dag in 2 doses
        Postnatale leeftijd 4-8 à 10 weken: 4,5 mg/kg/dag in 2 doses
        Postnatale leeftijd > 8 à 10 weken: 18 mg/kg/dag in 2 doses

    • Zwangerschapsduur 30 weken tot 35 weken
      [5]
      • Postnatale leeftijd 0-2 weken: 3 mg/kg/dag in 2 doses
        Postnatale leeftijd 2-6 à 8 weken: 4,5 mg/kg/dag in 2 doses
        Postnatale leeftijd > 6 à 8 weken: 18 mg/kg/dag in 2 doses

    • Zwangerschapsduur ≥ 35 weken
      [5]
      • Postnatale leeftijd 0-4 weken: 6 mg/kg/dag in 2 doses
        Postnatale leeftijd > 4 weken: 18 mg/kg/dag in 2 doses

Indicatie: Neonatale profylaxe bij HIV positieve moeder
  • Oraal
    • Zwangerschapsduur < 30 weken
      • 4 mg/kg/dag in 2 doses
      • Behandelduur:

        4 weken

      • In combinatie met lamivudine

    • Zwangerschapsduur 30 weken tot 35 weken
      • Startdosering: 4 mg/kg/dag in 2 doses gedurende 2 weken
      • Onderhoudsdosering: 6 mg/kg/dag in 2 doses Gedurende 2 weken
      • Behandelduur:

        4 weken in totaal

      • In combinatie met lamivudine

    • Zwangerschapsduur ≥ 35 weken
      • 8 mg/kg/dag in 2 doses
      • Behandelduur:

        4 weken

      • In combinatie met lamivudine

  • Intraveneus
    • Zwangerschapsduur < 30 weken
      • 3 mg/kg/dag in 2 doses
      • Behandelduur:

        4 weken

      • Indien orale toediening niet mogelijk is

    • Zwangerschapsduur 30 weken tot 35 weken
      • Startdosering: 3 mg/kg/dag in 2 doses gedurende 2 weken
      • Onderhoudsdosering: 4,6 mg/kg/dag in 2 doses gedurende 2 weken
      • Behandelduur:

        4 weken in totaal

      • Indien orale toediening niet mogelijk is

    • Zwangerschapsduur ≥ 35 weken
      • 6 mg/kg/dag in 2 doses
      • Behandelduur:

        4 weken

      • Indien orale toediening niet mogelijk is

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Aanpassingen als volgt:

GFR 50-80 ml/min/1.73 m2
Aanpassing niet nodig
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2
Aanpassing niet nodig
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2
Aanpassing niet nodig
GFR < 10 ml/min/1.73 m2
Een algemeen advies kan niet worden gegeven.

DIRECT WERKENDE ANTIVIRALE MIDDELEN

NUCLEOSIDE EN NUCLEOTIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Abacavir

Ziagen
J05AF06

Didanosine

Videx DDI
J05AF02

Emtricitabine

Emtriva
J05AF09

Entecavir

Baraclude
J05AF10

Lamivudine

Epivir 3TC, Zeffix
J05AF05

Stavudine

Zerit d4T
J05AF04
J05AF07
ANTIVIRALE MIDDELEN VOOR HIVINFECTIE, COMBINATIEPREPARATEN
J05AR02
J05AR13
J05AR19
J05AR03
J05AR18
J05AR09
FOSFONZUURDERIVATEN

Foscarnet

Foscavir
J05AD01
NIET-NUCLEOSIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Efavirenz

Stocrin
J05AG03

Etravirine

Intelence
J05AG04

Nevirapine

Viramune
J05AG01

Rilpivirine

Edurant
J05AG05
NEURAMINIDASEREMMERS

Oseltamivir

Tamiflu
J05AH02

Zanamivir

Relenza
J05AH01
NUCLEOSIDEN EN NUCLEOTIDEN (EXCL. REVERSE-TRANSCR-REMMERS)

Aciclovir

Zovirax
J05AB01
J05AB12

Ganciclovir

Cymevene
J05AB06

Ribavirine

Copegus, Rebetol
J05AB04

Valaciclovir

Zelitrex
J05AB11

Valganciclovir

Valcyte
J05AB14
OVERIGE ANTIVIRALE MIDDELEN

Dolutegravir

Tivicay
J05AX12

Enfuvirtide

Fuzeon
J05AX07

Maraviroc

Celsentri
J05AX09

Raltegravir

Isentress
J05AX08
PROTEASEREMMERS

Atazanavir

Reyataz
J05AE08

Darunavir

Prezista
J05AE10

Fosamprenavir

Telzir
J05AE07

Indinavir

Crixivan
J05AE02
J05AE06

Ritonavir

Norvir
J05AE03

Saquinavir

Invirase
J05AE01

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): hoofdpijn, misselijkheid. Vaak (1-10%): anemie, neutropenie, leukopenie, braken, buikpijn, diarree, duizeligheid, spierpijn, malaise, verhoging leverenzymwaarden en bilirubine. Soms (0,1-1%): kortademigheid, trombocytopenie, pancytopenie (met beenmerghypoplasie), flatulentie, huiduitslag, jeuk, myopathie, koorts, gegeneraliseerde pijn, asthenie. Zelden (0,01-0,1%): aplasie van de rode bloedcellen, anorexie, melkzuuracidose (zonder hypoxemie), slaapstoornissen, paresthesie, convulsies en andere centrale verschijnselen (angst, depressie, verlies van geestelijke scherpte), cardiomyopathie, hoesten, aantasting van de smaak, dyspepsie, pancreatitis, leverstoornissen, urticaria, transpireren, verandering mictie frequentie, gynaecomastie, koude rillingen, pijn op de borst, griepachtig syndroom, nagel-, huid-, en mondslijmvliespigmentatie. Zeer zelden (< 0.01%): aplastische anemie. Melkzuuracidose (soms fataal) geassocieerd met ernstige hepatomegalie en leversteatose, pancreatitis, nierfalen en verhoogde lactaatspiegels zijn in zeldzame gevallen gemeld tijdens het gebruik van nucleoside analoga. Vroege symptomen van melkzuuracidose omvatten misselijkheid, braken, buikpijn, malaise, verlies van eetlust, gewichtsverlies, respiratoire of neurologische symptomen. Melkzuuracidose trad gewoonlijk op na behandeling van een paar maanden. Anti-retrovirale combinatietherapie is in verband gebracht met een herverdeling van lichaamsvet (lipodystrofie) en metabole afwijkingen.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

Pasgeborene met hyperbilirubinemie die behandeling anders dan lichttherapie behoeft; pasgeborene met verhoogde transaminasewaarden van meer dan vijfmaal de bovengrens van de normaalwaarden.

Contraindicaties bij volwassenen

Minder dan 0,75 × 109 neutrofielen/l of een Hb-gehalte < 4,6 mmol/l. Pasgeborene met hyperbilirubinemie die behandeling anders dan lichttherapie behoeft; pasgeborene met verhoogde transaminasewaarden van meer dan vijfmaal de bovengrens van de normaalwaarden. Voorzichtigheid is geboden bij slechte beenmergstatus, bij verminderde nierfunctie en bij patiënten (vooral vrouwen met obesitas) met hepatomegalie, hepatitis of andere bekende risicofactor voor leverziekte.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Indien mogelijk voor de voeding toedienen. In geval van substantieel braken (dwz zeggen niet een enkel mondje:
<15 minuten na inname: volledige nieuwe dosis geven als pasgeborene rustig is
15-30 minuten na inname: geef halve dosis
>30 minuten na inname: Geen nieuwe dosis geven, meeste medicatie is opgenomen.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Het verdient aanbeveling bij HIV-ziekte in een gevorderd stadium gedurende de eerste drie maanden van behandeling ten minste elke twee weken het bloedbeeld te controleren en vervolgens ten minste eenmaal per maand. Bij patiënten in een vroeg stadium van de ziekte volstaat in het algemeen, afhankelijk van de conditie, een bloedonderzoek eens per 1–3 maanden. Bij optreden van ernstige anemie of beenmergsuppressie de dosering aanpassen. Voorzichtigheid is geboden bij pancreatitis in de anamnese, hepatomegalie (m.n. vrouwen met obesitas), hepatitis, of andere bekende risicofactoren voor leverziekte en leversteatose. Behandeling met nucleoside analoga onderbreken bij symptomen hyperlactatemie, metabole/melkzuuracidose, progressieve hepatomegalie of snel toenemende aminotransferasespiegels. Hepatitis C geïnfecteerde volwassenen die met interferonen en ribavirine worden behandeld kunnen een vergroot risico hebben op ontwikkeling van melkzuuracidose. Patiënten dienen erop te worden gewezen dat therapie met zidovudine het risico van overdracht van HIV op anderen door seksueel contact of via besmet bloed niet vermindert. Ook dienen ze erop te worden gewezen geen vrij verkrijgbare geneesmiddelen in te nemen zonder medeweten van de behandelend specialist. Bij leverfunctiestoornissen zijn er (beperkte) gegevens over cumulatie, waardoor het noodzakelijk kan zijn de dosering aan te passen.

Interacties

Relevant:
Afname zidovudine: mycofenolzuur en tipranavir kunnen het effect verkleinen.

Toename zidovudine: de toxiciteit kan toenemen door atovaquon, fluconazol, methadon, probenecide, ribavirine en valproïnezuur.

Bij combinatie met ganciclovir is het risico op neutropenie verhoogd; vervang zidovudine. Bij combinatie met valganciclovir moet worden gelet op de toxiciteit.

Overig effect: bij combinatie met stavudine wordt de fosforylering van stavudine verminderd (beide gebruiken thymidinekinase voor de intracellulaire fosforylering). Gebleken is dat de combinatie zidovudine + stavudine klinisch minder goede resultaten geeft dan behandeling met alleen stavudine; de combinatie is gecontraïndiceerd.

Niet relevant: de Cmax en AUC kunnen worden verlaagd door bepaalde oncolytica (bleomycine, cyclofosfamide, doxorubicine, epirubicine, etoposide, teniposide, vinblastine, vincristine, vinorelbine). Verder kan er in theorie een additief effect van beenmergdepressie zijn.

Niet beoordeeld:
Afname zidovudine: rifampicine verlaagt de biologische beschikbaarheid. De fabrikant ontraadt de combinatie.

Overig effect: de toxiciteit kan toenemen door stoffen die myelosuppressief zijn, zoals co-trimoxazol, dapson, flucytosine, foscarnet, systemisch toegediend pentamidine en pyrimethamine.

Combinatie met aciclovir werkt in vitro synergistisch. In zeldzame gevallen zijn meer bijwerkingen waargenomen (zoals ernstige lethargie).

De fenytoïneplasmaconcentratie kan stijgen of dalen.

Referenties

  1. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 02 dec 2014
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 4 september 2017
  3. NVK- Pediatrisch HIV overleg Nederland (PHON), Update landelijk HIV expositie protocol neonaten, inclusief follow-up pasgeborene en kind, www.nvk.nl, 05/03/2013
  4. GlaxoSmithKline BV, SPC Retrovir ( RVG 15118), www.cbg-meb.nl, Geraadpleegd 26 mei 2011, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h15118.pdf
  5. Panel on Antiretroviral Therapy and Medical Management of HIV-Infected Children, Guidelines for the Use of Antiretroviral Agents in Pediatric HIV Infection, www.aidsinfo.nih.gov, 2011, http://aidsinfo.nih.gov/contentfiles/PerinatalGL.pdf

Wijzigingen

  • 04 oktober 2016 10:54: Voor premature babies waarbij orale toepassing niet mogelijk is, is een intraveneus doseeradvies toegevoegd op basis van de Guidelines for the Use of Antiretroviral Agents in Pediatric HIV Infection
  • 04 oktober 2016 10:45: Op basis van de Guidelines for the Use of Antiretroviral Agents in Pediatric HIV Infection zijn nieuwe doseeradviezen toegevoegd voor premature neonaten en zijn de doseeradviezen voor oudere kinderen aangepast