Ganciclovir

Stofnaam
Ganciclovir
Merknaam
Cymevene
ATC code
J05AB06
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Behandeling CMV:
≥12 jaar: inductiebehandeling: 10 mg/kg/dag in 2 doses gedurende 14-21 dagen; onderhoudsbehandeling: 5 mg/kg/dag in 1 dosis gedurende 7 dagen per week of 6 mg/kg/dag in 1 dosis gedurende 5 dagen per week; bij progressie van het ziektebeeld dient opnieuw inductiebehandeling plaats te vinden.

Preventie CMV pre-emptief:
≥12 jaar:
inductiebehandeling: 10 mg/kg/dag in 2 doses gedurende 7-14 dagen; onderhoudsbehandeling: 5 mg/kg/dag in 1 dosis gedurende 7 dagen per week of 6 mg/kg/dag in 1 dosis gedurende 5 dagen per week.

Preventie CMV universeel:
≤16 jaar: 3 x BSA x CrClS (BSA: volgens Mosteller; CrClS: volgens Schwartz);
>16 jaar: 5 mg/kg/dag in 1 dosis gedurende 7 dagen per week of 6 mg/kg/dag in 1 dosis gedurende 5 dagen per week.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Poeder voor infusieopl. (als Na-zout) 500 mg

Eigenschappen

Antivirale stof werkzaam tegen m.n. cytomegalovirussen (CMV) maar ook tegen herpes simplex-virussen. Intracellulair ganciclovir wordt gefosforyleerd door cellulaire kinasen, voornamelijk in door het virus geïnfecteerde cellen, omdat hierin het aantal kinasen tienvoudig is verhoogd, tot het actieve ganciclovirtrifosfaat. Dit wordt ingebouwd in het virale DNA en remt zo viraal DNA-polymerase en veroorzaakt beëindiging of sterke beperking van de virale DNA-elongatie. Na systemische toediening worden ook intra-oculair voldoende werkzame concentraties bereikt tegen de meeste cytomegalovirusstammen.

Kinetische gegevens

T1/2= 2,5-3 uur
Cl= 0.2-0.3 L/h/kg
Vd= 0.70 L/kg

Doseringen

Indicatie: Levens-of orgaanbedreigende infecties cytomegalovirus (CMV)
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      • 10 mg/kg/dag in 2 doses
Indicatie: Behandeling aangeboren symptomatische CMV infectie
  • Intraveneus
    • 0 maanden tot 6 maanden
      • 12 mg/kg/dag in 2 doses
      • Behandelduur:

        6 weken

Indicatie: Profylaxe CMV bij orgaantransplantaties
  • Intraveneus
    • 2 maanden tot 18 jaar
      • 10 mg/kg/dag in 2 doses
      • Behandelduur:

        Intraveneuze behandeling gedurende 2-4 weken, vervolgens behandelen met oraal valganciclovir

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Aanpassingen als volgt:

GFR 50-80 ml/min/1.73 m2
Op geleide van spiegels, Interval verlenging: 24-48 uur
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2
Dosisreductie op geleide van spiegels (zie waarschuwingen en voorzorgen) Interval verlenging: 48 uur
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2
Dosisreductie op geleide van spiegels (zie waarschuwingen en voorzorgen), Interval verlenging: 48 uur
GFR < 10 ml/min/1.73 m2
Dosis reductie op geleide van spiegels (zie waarschuwingen en voorzorgen), Interval verlenging: 48-96 uur

DIRECT WERKENDE ANTIVIRALE MIDDELEN

NUCLEOSIDE EN NUCLEOTIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Abacavir

Ziagen
J05AF06

Didanosine

Videx DDI
J05AF02

Emtricitabine

Emtriva
J05AF09

Entecavir

Baraclude
J05AF10

Lamivudine

Epivir 3TC, Zeffix
J05AF05

Stavudine

Zerit d4T
J05AF04
J05AF07

Zidovudine

Retrovir AZT
J05AF01
NIET-NUCLEOSIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Efavirenz

Stocrin
J05AG03

Etravirine

Intelence
J05AG04

Nevirapine

Viramune
J05AG01

Rilpivirine

Edurant
J05AG05
ANTIVIRALE MIDDELEN VOOR HIVINFECTIE, COMBINATIEPREPARATEN
J05AR02
J05AR13
J05AR19
J05AR03
J05AR18
J05AR09
NEURAMINIDASEREMMERS

Oseltamivir

Tamiflu
J05AH02

Zanamivir

Relenza
J05AH01
FOSFONZUURDERIVATEN

Foscarnet

Foscavir
J05AD01
NUCLEOSIDEN EN NUCLEOTIDEN (EXCL. REVERSE-TRANSCR-REMMERS)

Aciclovir

Zovirax
J05AB01
J05AB12

Ribavirine

Copegus, Rebetol
J05AB04

Valaciclovir

Zelitrex
J05AB11

Valganciclovir

Valcyte
J05AB14
OVERIGE ANTIVIRALE MIDDELEN

Dolutegravir

Tivicay
J05AX12

Enfuvirtide

Fuzeon
J05AX07

Maraviroc

Celsentri
J05AX09

Raltegravir

Isentress
J05AX08
PROTEASEREMMERS

Atazanavir

Reyataz
J05AE08

Darunavir

Prezista
J05AE10

Fosamprenavir

Telzir
J05AE07

Indinavir

Crixivan
J05AE02
J05AE06

Ritonavir

Norvir
J05AE03

Saquinavir

Invirase
J05AE01

Bijwerkingen bij kinderen

Neutropenie, misselijkheid, braken, diarree, anorexie, hoofdpijn, koorts, verwarring

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): neutropenie, anemie. Dyspneu. Diarree. Vaak (1-10%): trombocytopenie, leukopenie, pancytopenie . Orale candidiasis, sepsis (bacteriëmie, viremie), cellulitis, urineweginfectie. Verminderde eetlust, anorexie. Depressie, angst, verwardheid, abnormaal denken. Hoofdpijn, slapeloosheid, dysgeusie, hypesthesie, paresthesie, perifere neuropathie, duizeligheid, convulsies. Maculair oedeem, loslaten van het netvlies, mouches volantes, pijn in het oog. Oorpijn. Hoesten. Misselijkheid, braken, buikpijn, dyspepsie, obstipatie, flatulentie, dysfagie. Abnormale leverfunctie, verhoogd alkalische fosfatase in het bloed, verhoogd ASAT. Dermatitis, nachtelijk zweten, pruritus. Rugpijn, myalgie, artralgie, spierkrampen. Verminderde creatinineklaring, verminderde nierwerking. Vermoeidheid, koorts, rillingen, pijn (op de borst), malaise, astenie, reactie op de plaats van injectie. Gewichtsverlies, hogere creatininespiegel in het bloed. Soms (0,1-1%): beenmergdepressie. Anafylactische reactie. Agitatie, psychotische aandoening. Tremor. Visusstoornis, conjunctivitis. Doofheid. Aritmie, hypotensie. Opgezette buik, mondulceraties, pancreatitis. Verhoogd ALAT. Alopecia, urticaria, droge huid. Hematurie, nierfalen. Onvruchtbaarheid bij de man.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Overgevoeligheid voor valganciclovir, aciclovir en valaciclovir. Voorzichtigheid is geboden bij bestaande cytopenie, bij een cytopeniereactie op andere geneesmiddelen in de anamnese en indien blootstelling heeft plaatsgevonden aan geneesmiddelen, chemicaliën of straling waarvan bekend is dat ze toxisch zijn voor het beenmerg. Aantal neutrofielen lager dan 500 cellen/mm³.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Neutropenie kan optreden, vooral wanneer hoge doseringen gebruikt worden. Na vermindering van de dosis of staken van de therapie normaliseert het aantal cellen gewoonlijk binnen 2-5 dagen. Controle bloedbeeld, eventueel aanpassen dosis of staken van de behandeling. Potentieel carcinogeen en teratogeen.

Kreatinine 2 x per week bepalen. Substantiele inter- en intrapatient variabiliteit van GCV spiegels zijn gevonden na niertransplantatie. Farmacokinetische monitoring van GCV en valganciclovir therapie bij zowel preventieve als therapeutische behandeling van CMV ziekte na transplantatie is gerechtvaardigd.

Spiegelbepaling bij ganciclovir IV of valganciclovir PO, alleen bij gestoorde nierfunctie of bij twijfel over effectiviteit of bijwerkingen
Inlooptijd 1 uur.
T=1,5(=top): 2,5-12,5 mg/l
T=0 (=dal): 0,2-1 mg/l

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

De diagnose retinitis dient te worden gesteld m.b.v. indirecte oftalmoscopie door de oogarts en dient te worden bevestigd door een oogarts die bekend is met de verschijnselen van deze ziekte in de retina. De diagnose CMV-infectie dient niet alleen gebaseerd te zijn op de aanwezigheid van antilichamen, maar de aanwezigheid van CMV dient te worden bevestigd door een viruskweek, identificatie van CMV-antigeen via CMV-specifieke immunochemische reagentia of CMV-specifieke DNA-hybridizatiereagentia. Neutropenie komt gewoonlijk voor gedurende de eerste of tweede week van de inductietherapie en bij toediening van een cumulatieve dosis. Binnen 2–5 dagen na staken of vermindering van de dosis normaliseert gewoonlijk het aantal cellen. Tijdens de eerste 14 dagen van toediening iedere 2 dagen de witte bloedcellen tellen; bij leukopenie door ganciclovir in de anamnese of bij minder dan 2000 cellen/mm³ dient dit dagelijks te gebeuren. Hierna de hematologische en renale functie elke 2 weken controleren. Indien gebruik reeds eerder resulteerde in een leukopenie of bij < 1000/mm³ neutrofielen aan het begin van de behandeling, minstens eenmaal per week het aantal neutrofielen tellen. Bij optreden van ernstige neutropenie (< 500/mm³) en/of trombocytopenie (< 25.000/mm³) of bij Hb-gehalte < 5 mmol/l de behandeling onderbreken tot de situatie verbeterd is. Resistentieontwikkeling is beschreven. Ganciclovir dient als potentieel carcinogeen te worden beschouwd. Toediening per i.v. infuus dient vergezeld te gaan van adequate hydratie. Contact met huid of slijmvliezen vermijden; indien dit toch gebeurt grondig met zeep en water reinigen. Bij contact met de ogen zorgvuldig met kraanwater spoelen. Alleen infunderen in venen met adequate doorbloeding; vanwege de hoge pH (9–11) van de oplossing bestaat bij toediening buiten het vat gevaar voor ernstige weefselirritatie. Bij combinatie met zidovudine wordt aanbevolen tijdens de inductietherapie de behandeling met zidovudine te staken en deze eventueel tijdens de onderhoudstherapie weer te hervatten.

Interacties

Relevant: bij combinatie met zidovudine is het risico op anemie en neutropenie verhoogd.

Ganciclovir verhoogt de biologische beschikbaarheid van didanosine.

Niet beoordeeld: probenecide kan de renale excretie vertragen.

Bij combinatie met mycofenolzuur kan zowel de concentratie van ganciclovir als die van de mycofenolzuurmetaboliet stijgen. Ook kunnen beide stoffen neutropenie en leukopenie veroorzaken.

Bij combinatie met imipenem-cilastatine is er een verhoogd risico op het optreden van convulsies; de fabrikant ontraadt de combinatie.

De toxiciteit kan toenemen door stoffen die beenmergdepressie kunnen veroorzaken, zoals co-trimoxazol, dapson, flucytosine, pentamidine, pyrimethamine en vincristine.

Referenties

  1. Hartwig NC, et al, Vademecum pediatrische antimicrobiele therapie, 2005
  2. Kimberlin DW et al., Effect of ganciclovir therapy on hearing in symptomatic congenital cytomegalovirus disease involving the central nervous system: a randomized, controlled trial., J.Pediatr, 2003, 143, 16-25
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 25 okt 2014
  4. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 25 okt 2014
  5. Vethamuthu J, et al, Unexpectedly high inter- and intrapatient variability of ganciclovir levels in children, Pediatr Transplant, 2007, 11, 301-5
  6. Trang JM, et al, Linear single-dose pharmacokinetics of ganciclovir in newborns with congenital cytomegalovirus infections. NIAID Collaborative Antiviral Study Grou, Clin Pharmacol Ther, 1993, Jan;53(1), 15-21.
  7. Kimberlin DW, et al, Pharmacokinetic and pharmacodynamic assessment of oral valganciclovir in the treatment of symptomatic congenital cytomegalovirus disease, J Infect Dis, 2008, Mar 15;197(6), 836-45
  8. Zhang D, et al, Pharmacokinetics of ganciclovir in pediatric renal transplant recipients, Pediatr Nephrol, 2003, Sep;18(9, 943-8
  9. Zhao W, et al, Population pharmacokinetics of ganciclovir following administration of valganciclovir in paediatric renal transplant patients, Clin Pharmacokinet, 2009, 48(5), 321-8
  10. Acosta EP, et al, Ganciclovir population pharmacokinetics in neonates following intravenous administration of ganciclovir and oral administration of a liquid valganciclovir formulation, Clin Pharmacol Ther, 2007, Jun;81(6), 867-72
  11. Frenkel LM,, Oral ganciclovir in children: pharmacokinetics, safety, tolerance, and antiviral effects. The Pediatric AIDS Clinical Trials Group, J Infect Dis, 2000, Dec;182(6), 1616-24
  12. Oliver SE, et al, Neurodevelopmental outcomes following ganciclovir therapy in symptomatic congenital cytomegalovirus infections involving the central nervous system, J Clin Virol, 2009, Dec;46 Suppl 4, S22-6
  13. Schleiss MR., Antiviral therapy of congenital cytomegalovirus infection, Semin Pediatr Infect Dis, 2005, Jan;16(1), 50-9
  14. Whitley RJ, et al, Ganciclovir treatment of symptomatic congenital cytomegalovirus infection: results of a phase II study. National Institute of Allergy and Infectious Diseases Collaborative Antiviral Study Group, J Infect Dis, 1997, May;175(5), 1080-6
  15. Nigro G, et al, Ganciclovir therapy for symptomatic congenital cytomegalovirus infection in infants: a two-regimen experience, J Pediatr, 1994, Feb;124(2, 318-22
  16. Nigro G,, Ganciclovir therapy for cytomegalovirus-associated liver disease in immunocompetent or immunocompromised children, Arch Virol, 1997, 142(3), 573-80
  17. Spivey JF, et al, Safety and efficacy of prolonged cytomegalovirus prophylaxis with intravenous ganciclovir in pediatric and young adult lung transplant recipients., Pediatr Transplant., 2007, May;11(3), 312-8
  18. Gerna G, et al, Prophylaxis followed by preemptive therapy versus preemptive therapy for prevention of human cytomegalovirus disease in pediatric patients undergoing liver transplantation, Transplantation, 2008, Jul 15;86(1), 163-6
  19. Danziger-Isakov LA, et al, Variability in standard care for cytomegalovirus prevention and detection in pediatric lung transplantation: survey of eight pediatric lung transplant programs, Pediatr Transplant., 2003, Dec;7(6), 469-73.

Wijzigingen

  • 13 augustus 2018 14:10: De doseeraanbevelingen voor premature neonaten toegevoegd op basis van consensus van werkgroep Neonatale farmacologie