Etravirine

Stofnaam
Etravirine
Merknaam
Intelence
ATC code
J05AG04
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

HIV:
> 6 jaar:
>16-<20 kg: 2 dd 100 mg PO
>20-<25 kg: 2 dd 125 mg PO
>25-<30 kg: 2 dd 150 mg PO
>30 kg: 2 dd 200 mg PO

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet 25 mg, 100mg, 200 mg

Eigenschappen

Antiviraal middel, behorend tot de zogenaamde non-nucleoside reverse-transcriptaseremmers (NNRTI). Het werkingsspectrum is beperkt tot HIV type 1. Etravirine is een niet-competitieve remmer van het HIV-1-reverse-transcriptase. Het bindt zich rechtstreeks aan het reverse-transcriptase-enzym en blokkeert zo de RNA- en DNA-afhankelijke DNA-polymeraseactiviteit van het virus door ontregeling van het katalytische gedeelte van het enzym.

Kinetische gegevens

De farmacokinetiek van volwassenen die 2dd 200 mg kregen is vergelijkbaar met de kinetiek bij 101 kinderen (6-18 jaar) die 2dd 5,2 mg/kg kregen.

Doseringen

Indicatie: HIV
  • Oraal
    • ≥ 6 jaar en 16 tot 20 kg
      [1]
      • 200 mg/dag in 2 doses
      • Advies inname/toediening:

        Na de maaltijd innemen

    • ≥ 6 jaar en 20 tot 25 kg
      [1]
      • 250 mg/dag in 2 doses
      • Advies inname/toediening:

        Na de maaltijd innemen

    • ≥ 6 jaar en 25 tot 30 kg
      [1]
      • 300 mg/dag in 2 doses
      • Advies inname/toediening:

        Na de maaltijd innemen

    • ≥ 6 jaar en ≥ 30 kg
      [1]
      • 400 mg/dag in 2 doses
      • Advies inname/toediening:

        Na de maaltijd innemen

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

Bijwerkingen bij kinderen

De frequentie, het type en de ernst van de bijwerkingen bij pediatrische patiënten waren vergelijkbaar met die waargenomen bij volwassenen.

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): huiduitslag. De huiduitslag is meestal licht tot matig ernstig, doorgaans maculeus tot maculopapuleus of erythemateus, doet zich meestal in de tweede week van de behandeling voor, en is zeldzaam na week 4. De huiduitslag blijft meestal beperkt en verdwijnt bij verdere behandeling doorgaans binnen 1 week.

Vaak (1-10%): gastro-oesofageale reflux, gastritis, misselijkheid, braken, diarree, buikpijn, flatulentie. Hypertensie. Myocardinfarct. Perifere neuropathie, hoofdpijn. Nierfalen. Lipohypertrofie, nachtelijk zweten. Diabetes mellitus, hyperglykemie, hypercholesterolemie, hypertriglyceridemie, hyperlipidemie. Trombocytopenie, anemie. Vermoeidheid. Angst, slapeloosheid. Stijging creatinine, ASAT, ALAT.

Soms (0,1-1%): Pancreatitis, hematemesis, stomatitis, droge mond, kokhalzen, abdominale opzetting, obstipatie. Hepatomegalie, (cytolytische) hepatitis, leversteatose. Dyslipidemie. Atriumfibrilleren, angina pectoris. Convulsies, syncope, amnesie, tremor, traagheid, slaperigheid, slaapstoornissen, nervositeit, verwardheid, paresthesie, hypo–esthesie, aandachtsstoornis. Vertigo. Wazig zicht. Anorexie. Bronchospasme, inspanningsdyspneu. Opgezet aangezicht, hyperhidrose, jeuk, droge huid. Anorexia. Immuunreconstitutiesyndroom, geneesmiddelenovergevoeligheid. Gynaecomastie.

Zelden (0,01–0,1%): Stevens-Johnsonsyndroom.

Zeer zelden (< 0,01%): toxische epidermale necrolyse.

Verder zijn gemeld: verworven lipodystrofie, hemorragische beroerte en ernstige overgevoeligheidsreacties (waaronder angioneurotisch oedeem, erythema multiforme, DRESS ('Drug Rash with Eosinophilia and Systemic Symptoms')). Deze overgevoeligheidsreacties worden gekenmerkt door huiduitslag, koorts en soms betrokkenheid van de organen (inclusief, maar niet beperkt tot ernstige huiduitslag of huiduitslag in combinatie met koorts, algehele malaise, vermoeidheid, spier- of gewrichtspijnen, blaren, orale laesies, conjunctivitis, hepatitis, eosinofilie). Er zijn gevallen van osteonecrose gemeld, vooral bij patiënten met algemeen erkende risicofactoren, voortgeschreden HIV-infectie of langdurige blootstelling aan anti-retrovirale combinatietherapie.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Een ernstige overgevoeligheidsreactie opgetreden bij eerder gebruik van etravirine.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Een verminderde virologische respons van etravirine is waargenomen bij de volgende mutaties van virusstammen: V901, A98G, L1001, K101E/P, V1061, V179D/F, Y181C/I/V en G190A/S. Huiduitslag treedt meestal op in de tweede week van de behandeling en is zeldzaam na week 4. Bij milde tot matig ernstige huiduitslag verdwijnt deze meestal vanzelf binnen 1–2 weken. Vrouwen zijn gevoeliger voor deze bijwerking. Huidreacties en overgevoeligheidsreacties kunnen echter ook ernstig zijn en fataal verlopen; instrueer de patiënt bij de eerste tekenen hiervan de arts te raadplegen. Er is waarschijnlijk meer kans op ernstige huidreacties bij gebruik van een NNRTI in de anamnese. De eerste symptomen van DRESS treden doorgaans na circa 3–6 weken behandeling op. Bij de eerste tekenen van ernstige huidreacties of overgevoeligheidsreacties de therapie onmiddellijk en definitief, staken. Wees voorzichtig bij ernstige immunodeficiëntie omdat er meer kans is op een ontstekingsreactie op asymptomatische of nog aanwezige opportunistische pathogenen die tot ernstige klinische manifestaties kunnen leiden. In dit kader kunnen ook auto-immuunreacties (zoals de ziekte van Graves) optreden, vaak pas vele maanden na aanvang van de behandeling. Wees voorzichtig bij matige leverinsufficiëntie (Child-Pughscore 7–9) en bij een co-infectie met HBV of HCV. Er zijn geen gegevens over het gebruik bij ernstige leverinsufficiëntie (Child-Pughscore 10–15). Er zijn relatief weinig gegevens over gebruik bij co-infectie met hepatitis B- of C-virus of een leeftijd ≥ 65 jaar. Er zijn geen gegevens over de werkzaamheid en veiligheid bij ernstige leverinsufficiëntie en bij kinderen jonger dan 6 jaar en lichter dan 16 kg.

Interacties

Etravirine is substraat voor CYP3A4, CYP2C9, CYP2C19 en UDPGT; het remt (zwak) CYP2C9 en CYP2C19 en induceert (zwak) CYP3A4.

Relevant:

Afname etravirine: de plasmaconcentratie daalt door inductoren. Combinatie wordt ontraden, of de effectiviteit van etravirine moet worden gecontroleerd.

Toename etravirine: de plasmaconcentratie stijgt door fluconazol en posaconazol.

Etravirine remt het metabolisme van: clobazam, cumarinederivaten, diazepam en fluvastatine.

Etravirine induceert het metabolisme van: amiodaron, antipsychotica, apixaban, artemether/lumefantrine, caspofungine, disopyramide, dutasteride, eplerenon, flecaïnide, fosfodiësteraseremmers, HCV-middelen, HIV-middelen, idelalisib, immunosuppressiva, irinotecan, itraconazol, ivabradine, ketoconazol, kinidine, levonorgestrel (als noodanticonceptie), lidocaïne, methylfenidaat, olaparib, palbociclib, progestagene anticonceptiva, propafenon, rivaroxaban, simvastatine, theofylline, topiramaat, tyrosinekinaseremmers, ulipristal en zonisamide.

De AUC van claritromycine neemt af, die van de hydroxymetaboliet van claritromycine neemt toe. Bovendien neemt de AUC van etravirine toe door claritromycine. De combinatie is gecontraïndiceerd bij M. avium-infectie.

Referenties

  1. Janssen-Cilag International NV, SmPC Intelence (EU/1/08/468/001) 11-05-2016, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 12 juni 2018
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 26 nov 2016
  4. Bamford, A., et al (PENTA Steering Committee) (2015), Paediatric European Network for Treatment of AIDS (PENTA) guidelines for treatment of paediatric HIV-1 infection 2015: optimizing health in preparation for adult life. , HIV Med., doi:10.1111
  5. Panel on Antiretroviral Therapy and Medical Management of HIV-Infected Children. , Guidelines for the Use of Antiretroviral Agents in Pediatric HIV Infection., Available at http://aidsinfo.nih.gov/contentfiles/lvguidelines/pediatricguidelines.pdf., Geraadpleegd 12 sept 2016, O1-140

Wijzigingen

  • 25 november 2016 10:18: NIEUW TOEGEVOEGD obv SmPC