Entecavir

Stofnaam
Entecavir
Merknaam
Baraclude
ATC code
J05AF10
Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Eigenschappen

Nucleoside analogon van guanosine met activiteit tegen HBV-polymerase

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet 0,5 mg, 1 mg
Drank 0,05 mg/ml (niet in handel in Nederland)

Kinetische gegevens

De steady-state farmacokinetiek van entecavir werd beoordeeld (studie 028) bij
24 nucleoside-naïeve en 19 eerder met lamivudine behandelde HBeAg-positieve pediatrische patiënten
in de leeftijd van 2 tot < 18 jaar met gecompenseerde leverziekte. De entecavirblootstelling onder
nucleoside-naïeve patiënten die eenmaaldaagse doses entecavir 0,015 mg/kg tot een maximumdosis
van 0,5 mg kregen, was vergelijkbaar met de blootstelling bij volwassenen die eenmaaldaagse doses
van 0,5 mg kregen. De Cmax, AUC(0-24) en Cmin voor deze patiënten was respectievelijk
6,31 ng/ml, 18,33 ng u/ml, en 0,28 ng/ml. De entecavirblootstelling onder de eerder met lamivudine
behandelde patiënten die eenmaaldaagse doses entecavir 0,030 mg/kg tot een maximumdosis van
1,0 mg kregen, was vergelijkbaar met de blootstelling bij volwassenen die eenmaaldaagse doses van
1,0 mg kregen. De Cmax, AUC(0-24) en Cmin voor deze patiënten was respectievelijk 14,48 ng/ml,
38,58 ng h/ml, en 0,47 ng/ml.

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Chronische HBV-infectie bij nucleosidenaïeve
patiënten:
> 2 jaar:
<32,6 kg: 0.015 mg/kg/dag in 1 dosis
>32,6 kg: 0.5 mg/dag in 1 dosis

Doseringen

Indicatie: Chronische HBV-infectie bij nucleoside naïeve patiënten
  • Oraal

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Bij verminderde nierfunctie bij volwassenen:

creatinineklaring 30-50 ml/min: 50% van de standaarddosering;

creatinineklaring 10-30 ml/min: 30% van de standaarddosering;

creatinineklaring kleiner dan 10 ml/min: de fabrikant adviseert nucleoside-naïeve patiënten 0,05 mg 1dd of 0,5 mg 1x per 5-7 dagen.

DIRECT WERKENDE ANTIVIRALE MIDDELEN

NUCLEOSIDEN EN NUCLEOTIDEN (EXCL. REVERSE-TRANSCR-REMMERS)

Aciclovir

Zovirax
J05AB01
J05AB12

Ganciclovir

Cymevene
J05AB06

Ribavirine

Copegus, Rebetol
J05AB04

Valaciclovir

Zelitrex
J05AB11

Valganciclovir

Valcyte
J05AB14
FOSFONZUURDERIVATEN

Foscarnet

Foscavir
J05AD01
PROTEASEREMMERS

Atazanavir

Reyataz
J05AE08

Darunavir

Prezista
J05AE10

Fosamprenavir

Telzir
J05AE07

Indinavir

Crixivan
J05AE02

Ritonavir

Norvir
J05AE03

Saquinavir

Invirase
J05AE01
NUCLEOSIDE EN NUCLEOTIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Abacavir

Ziagen
J05AF06

Emtricitabine

Emtriva
J05AF09

Lamivudine

Epivir 3TC, Zeffix
J05AF05
J05AF07

Zidovudine

Retrovir AZT
J05AF01
NIET-NUCLEOSIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Efavirenz

Stocrin
J05AG03

Etravirine

Intelence
J05AG04

Nevirapine

Viramune
J05AG01

Rilpivirine

Edurant
J05AG05
NEURAMINIDASEREMMERS

Oseltamivir

Tamiflu
J05AH02

Zanamivir

Relenza
J05AH01
ANTIVIRALE MIDDELEN VOOR HIVINFECTIE, COMBINATIEPREPARATEN
J05AR02
J05AR13
J05AR18
J05AR19
J05AR03
J05AR09
J05AR10
OVERIGE ANTIVIRALE MIDDELEN

Dolutegravir

Tivicay
J05AX12

Enfuvirtide

Fuzeon
J05AX07

Maraviroc

Celsentri
J05AX09

Raltegravir

Isentress
J05AX08

Bijwerkingen bij kinderen

Bij kinderen is neutropenie een zeer vaak voorkomende bijwerking. 

De bijwerkingen waargenomen bij pediatrische patiënten die werden behandeld met entecavir kwamen overeen met die waargenomen in klinische onderzoeken van entecavir bij volwassenen.

 

Bijwerkingen algemeen

Vaak (1–10%): hoofdpijn (9%), duizeligheid, slaapstoornissen, vermoeidheid. Misselijkheid, braken, dyspepsie, diarree. Verhoogde transaminasen. Afname bicarbonaat (bij gedecompenseerde leverziekte, bij ca. 2%).

Soms (0,1–1%): huiduitslag, alopecia.

Zelden (0,01–0,1%): anafylactoïde reactie.

Verder zijn gemeld: andere afwijkende laboratoriumwaarden zoals verhoogde amylase- en lipasespiegels, verhoogd totaal bilirubinegehalte, verlaagde albuminespiegel en trombocytopenie. Exacerbaties van hepatitis tijdens de behandeling zijn gemeld. Hierbij zijn verhoogde ALAT-spiegels waargenomen, samenhangend met een daling van de 'viral load'. Acute exacerbaties zijn gemeld bij patiënten bij wie de behandeling met entecavir is gestaakt. Lactaatacidose is gemeld, vaak geassocieerd met hepatische decompensatie, en mede veroorzaakt door andere ernstige aandoeningen en blootstelling aan andere geneesmiddelen.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Een lagere virologische respons (gedefinieerd als streefwaarde voor HBV DNA: < 50 IE/ml) is waargenomen bij pediatrische patiënten met een baseline HBV DNA ≥ 8,0 log10 IE/ml. Weeg de voordelen van langdurige virologische suppressie af tegen het risico van langdurige behandeling, zoals het ontstaan van een resistent hepatitis B-virus. (SmPC)

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

Mutaties in HBV: Voor een beoordeling van de effectiviteit van entecavir bij bepaalde mutaties in het HBV zie de officiële productinformatie CBG/EMA (rubriek 5.1, vanaf kopje antivirale activiteit).

Reeds bestaande lamivudine-resistente HBV wordt in verband gebracht met meer kans op resistentie tegen entecavir; bij een gedecompenseerde leverziekte kan virologische doorbraak leiden tot ernstige klinische complicaties van de onderliggende leverziekte; in dat geval de therapie aanpassen volgens de richtlijn (zie link in rubriek Advies).

Bij chronische hepatitis B kunnen spontane exacerbaties optreden gekenmerkt door kortstondige verhogingen van serum-ALAT van > 10× de ULN ('upper limit of normal range') of > 2× de uitgangswaarde, met een daling van de serum-HBV DNA-spiegels. Bij gevorderde leverziekte of cirrose is er dan meer kans op hepatische decompensatie; de patiënt nauwlettend vervolgen. Tijdens de behandeling met entecavir is dit gemiddeld 4-5 weken na aanvang van de behandeling waargenomen. Bij patiënten met gedecompenseerde leverziekte, met name bij patiënten met een Child-Pughscore van 10–15, zijn vaker ernstige leverbijwerkingen waargenomen (zoals lactaatacidose en het hepatorenaal syndroom), vergeleken met gecompenseerde leverziekte. Deze patiënten tijdens de behandeling en indien van toepassing tot 6 maanden na staken van de behandeling regelmatig de lever- en nierfunctie controleren én controleren op de parameters die bij hepatitis B geassocieerd worden met een antivirale respons. Hoewel niet gemeld in fase II onderzoek kan, vanwege een verwante structuur met nucleoside-analoga het risico van lactaatacidose, soms met fatale afloop, niet worden uitgesloten; de behandeling staken bij snel stijgende aminotransferase spiegels, progressieve hepatomegalie of metabole/lactaatacidose van een onbekende oorzaak. Ernstige gevallen (soms fataal) zijn in verband gebracht met hogere serum lactaatspiegels, pancreatitis, hepatische steatose, lever- of nierfalen.

Na een behandeling van 24 weken en bij patiënten met een suboptimale respons een andere behandeling overwegen. Bij sommige patiënten met een chronische hepatitis B-virusziekte, kan na het staken van de therapie (mediane duur: na 23–24 weken) een exacerbatie van hepatitis (> 10× ULN of > 2× referentie [laagste uitgangswaarde of laatste gemeten waarde na de laatste dosis]) optreden met in sommige gevallen een fatale afloop. Indien de behandeling met entecavir moet worden gestaakt, de patiënt gedurende ten minste 6 maanden nauwlettend volgen.

Onderzoeksgegevens en ervaring: Er zijn geen gegevens beschikbaar over de werkzaamheid van entecavir bij een gelijktijdige infectie met hepatitis C of D en bij HBeAg-negatieve patiënten die gelijktijdig zijn geïnfecteerd met HIV. Entecavir niet gebruiken bij patiënten met een HIV/HBV-co-infectie die geen cART krijgen, vanwege resistentie-ontwikkeling van het HIV.

Interacties

Niet beoordeeld: de fabrikant adviseert extra controle op bijwerkingen bij combinatie met middelen die via de nieren worden uitgescheiden of die de nierfunctie beïnvloeden.

Referenties

  1. BRISTOL-MYERS SQUIBB PHARMA EEIG, SmpC Baraclude (EU/1/06/343/001-005) 26-02-2020, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  2. Informatorium Medicamentorum., (Interacties), Geraadpleegd 13 jan 2015
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 10 april 2020
  4. Bristol-Myers Squibb, SmPC Baraclude 0,5mg/1mg Filmtabletten (EU/1/06/343/003), 04/2016
  5. Bristol-Myers Squibb, SmPC Baraclude 0,05mg/ml Lösung zum Einnehmen (EU/1/06/343/005), 04/2016

Wijzigingen

  • 10 april 2020 14:26: Neutropenie wordt als bijwerking bij kinderen vaak gezien.
  • 13 januari 2015 15:24: NIEUW TOEGEVOEGD
  • 13 januari 2015 15:23: NIEUW TOEGEVOEGD
  • 13 januari 2015 15:14: Nieuw toegevoegd

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering