Patiromeer is een kationenwisselend polymeer dat niet vanuit het maag-darmkanaal wordt geresorbeerd. Het bevat een calcium-sorbitolcomplex als tegenion, waarbij kalium uitgewisseld wordt tegen een gedeelte van het calcium. Het verhoogt de fecale excretie van kalium door dit te binden in het lumen van het gastro-intestinale stelsel. Dit resulteert in een verminderde concentratie vrij kalium in het gastro-intestinale lumen, waardoor ook de serumkaliumwaarde daalt.
Er is hier op dit moment nog geen informatie over beschikbaar.
On-label
- Hyperkaliëmie: ≥ 12 jaar
Poeder voor suspensie (als sorbitex calcium) 8,4 g, 16,8 g/sachet.
| Hyperkaliemie |
|---|
|
Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.
Het bijwerkingenprofiel bij kinderen vanaf 6 jaar kwam overeen met dat bij volwassenen. Er werden bijwerkingen gemeld bij in totaal 4 proefpersonen; 3 in de leeftijdsgroep van 12 tot < 18 jaar en 1 in de leeftijdsgroep van 6 tot < 12 jaar. Bij 2 van deze proefpersonen behoorden de bijwerkingen tot de systeem/orgaanklasse maagdarmstelselaandoeningen, d.w.z. diarree, constipatie, frequente darmbewegingen en flatulentie. De overige bijwerkingen waren verhoogd bloedcalcium en hypokaliëmie. Dit waren allemaal niet-ernstige bijwerkingen en ze waren mild tot matig-ernstig van aard [SmPC Veltassa].
Vaak (1-10%): diarree, obstipatie, buikpijn, misselijkheid, flatulentie. Hypomagnesiëmie (doorgaans mild tot matig-ernstig, zie ook de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen).
Soms (0,1-1%): braken.
Verder is gemeld: overgevoeligheid.
Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb
Behandeling met patiromeer dient niet te worden ingezet als alternatief voor noodbehandeling bij levensbedreigende hyperkaliëmie.
Gastro-intestinale ischemie, necrose en/of perforatie zijn opgetreden bij andere kaliumbinders, mogelijk kunnen deze aandoeningen ook optreden bij gebruik van patiromeer. Patiënten met een voorgeschiedenis van darmobstructie, ingrijpende gastro-intestinale ingrepen of ernstige gastro-intestinale aandoeningen of slikstoornissen waren niet geïncludeerd in het klinisch onderzoek. Weeg de voordelen en risico's af bij patiënten met een maag-darmaandoening in het heden of verleden.
Controleer de serumkaliumspiegel tijdens de instelfase en daarna op klinische indicatie, bv. na wijziging van het gebruik van geneesmiddelen met een invloed op de kaliumconcentratie (bv. RAAS-remmers of diuretica), en ook na dosistitratie of staken van van patiromeer bij (dreigende) hypokaliëmie. De frequentie van de monitoring is verder afhankelijk van bijvoorbeeld de progressie van chronische nierinsufficiëntie en de kaliuminname met de voeding. Bij ernstige hypokaliëmie het gebruik staken en de patiënt evalueren.
Controleer de serummagnesiumspiegel gedurende ten minste 1 maand na aanvang van de therapie en overweeg suppletie bij een verlaagde waarde.
Patiromeer bevat calcium als tegenion (in het calcium-sorbitolcomplex), waarvan een gedeelte wordt vrijgegeven dat geresorbeerd kan worden; weeg de voor- en nadelen af bij patiënten met een toegenomen kans op hypercalciëmie. Controleer de serumcalciumspiegel gedurende ten minste 1 maand na aanvang van de therapie.
Na staken van patiromeer kan de serumkaliumwaarde stijgen met als gevolg terugkerende hyperkaliëmie, vooral indien een behandeling met een RAAS-remmer wordt voortgezet. Instrueer de patiënt de behandeling niet te staken zonder overleg met de arts. Een verhoging van de serumkaliumwaarde kan al 2 dagen na de laatste dosis patiromeer optreden.
Relevant:
Absorptie: patiromeer kan de absorptie van chinolonen, tacrolimus en thyreomimetica verminderen bij gelijktijdige toediening; aanbevolen wordt een interval van ten minste 3 uur aan te houden.
Overig effect: patiromeer en kaliumzouten werken elkaar tegen.
Niet relevant:
Patiromeer kan de absorptie van metformine verminderen bij gelijktijdige toediening.
Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.
| ANTIDOTA | ||
|---|---|---|
| V03AB16 | ||
|
Digitalis antidot
|
V03AB24 | |
|
Anexate
|
V03AB25 | |
| V03AB19 | ||
|
Cyanokit
|
V03AB33 | |
|
Kajodan
|
V03AB21 | |
| V03AB17 | ||
|
Nyxoïd
|
V03AB15 | |
|
Pedmarqsi
|
V03AB06 | |
|
Toxogonin
|
V03AB13 | |
| V03AB14 | ||
|
Bridion
|
V03AB35 | |
| IJZERCHELERENDE MIDDELEN | ||
|---|---|---|
| V03AC03 | ||
|
Ferriprox
|
V03AC02 | |
|
Desferal
|
V03AC01 | |
| MIDDELEN BIJ HYPERKALIEMIE EN HYPERFOSFATEMIE | ||
|---|---|---|
| V03AE07 | ||
| V03AE05 | ||
|
Sorbisterit Ca-resonium, Resonium A
|
V03AE01 | |
|
Renagel, Renvela
|
V03AE02 | |
| DETOXIFICANTIA BIJ BEHANDELING MET ONCOLYTICA | ||
|---|---|---|
|
Rescuvolin
|
V03AF03 | |
|
Uromitexan
|
V03AF01 | |
|
Fasturtec
|
V03AF07 | |
| MIDDELEN BIJ HYPOGLYKEMIE | ||
|---|---|---|
|
Proglicem
|
V03AH01 | |