Protamine

Stofnaam
Protamine
Merknaam
ATC code
V03AB14
Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Niet geregistreerd voor kinderen.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. (hydrochloride) 1000 IE/ml; 5000 IE/ml 

Protamine Hcl: 1000 IE = ±10 mg

Eigenschappen

Laagmoleculair proteïne. Werkt als heparine-antagonist doordat het als sterke base met het zure heparine een stabiel inactief zout vormt zonder bloedstollingremmende werking. Het effect van heparine op de trombocytenaggregatie wordt niet geremd. Alleen toegediend heeft protamine een anticoagulerend effect.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Doseringen

Indicatie: Heparine overdosering
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1]
      • Maximale infusiesnelheid 5 mg/min en maximaal totale dosis 50 mg.

        HEPARINE: Beoordeel op basis van aPTT. De dosering is afhankelijk van de dosis en tijd van de laatste toediening heparine (zie algemene opmerkingen): 
         

        Tijd sinds laatste heparine toediening (min)   Dosis protamine(mg) ter neutralisering van 100 units heparine
         < 30  1
         30-60  0,5-0,75
         60-120  0,375-0,5
         >120  0,25-0,375

        Dosering protamine na subcutane en iv heparine gelijk. Deel kan als langzame infusie worden gegeven en de rest vervolgens over 8-16 uur.

        LMWH:

        • Nadroparine: 0.6 mg protaminesulfaat neutraliseert circa 950 IE anti-FXa nadroparine.
        • Enoxaparine: 2 mg protamine neutraliseert maximaal 60% van de antifactor Xa-activiteit, veroorzaakt door 1 mg enoxaparine.
        • Dalteparine: 1 mg protamine remt het effect van 100 IE dalteparine.
        • Tinzaparine: 1 mg protaminesulfaat neutraliseert 100 IE anti-Xa-tinzaparine.

        Binnen 4 uur na toediening van LMWH streeft men naar neutralisatie volledige gift. 4-8 uur na toediening van LMWH: 50% van de dosis neutraliseren.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

ALLE OVERIGE THERAPEUTISCHE MIDDELEN

ANTIDOTA
V03AB16

Digoxine Fab fragmenten

Digitalis antidot
V03AB24
V03AB27

Flumazenil

Anexate
V03AB25
V03AB19
V03AB17
V03AB15
V03AB06

Obidoxim

Toxogonin
V03AB13

Sugammadex

Bridion
V03AB35
IJZERCHELERENDE MIDDELEN

Deferasirox

Exjade
V03AC03

Deferipron

Ferriprox
V03AC02

Deferoxamine

Desferal
V03AC01
MIDDELEN BIJ HYPERKALIEMIE EN HYPERFOSFATEMIE
V03AE07

Polystyreensulfonzuur

Sorbisterit Ca-resonium, Resonium A
V03AE01

Sevelameer

Renagel, Renvela
V03AE02
DETOXIFICANTIA BIJ BEHANDELING MET ONCOLYTICA

Folinezuur

Rescuvolin, VoriNa
V03AF03
V03AF01

Rasburicase

Fasturtec
V03AF07
MIDDELEN BIJ HYPOGLYKEMIE

Diazoxide

Proglicem
V03AH01

Bijwerkingen algemeen

Vaak (1-10%): allergische en anafylactoïde reacties (o.a. urticaria), hypotensie, vasodilatatie, rood worden van huid en warmtegevoel, bronchospasme.

Zelden (0,01-0,1%): angio-oedeem, anafylactische shock; hier is meer kans op bij allergie voor viseiwit, na vasectomie en bij eerder gebruik van protamine en protaminebevattende insulinen. Bradycardie, ernstige hypotensie en hypertensie. Pulmonale hypertensie, pulmonaal oedeem, dyspneu. Rechterventrikelfalen (door pulmonale hypertensie). Misselijkheid en braken. Snelle intraveneuze injectie (> 5000 IE in 10 min) kan o.a. hypertensie of ernstige hypotensie, bradycardie of dyspneu geven.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen


 

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

Neutralisatie van heparine kan leiden tot cardiovasculaire bijwerkingen, zoals stijging van de druk in de longarterie en daarnaast daling van de bloeddruk, systemische vaatweerstand, het myocardiale zuurstofverbruik, het hartminuutvolume en van de hartslag.

Overgevoeligheidsreacties kunnen vooral optreden bij patiënten met antilichamen tegen protamine, zoals bij allergie voor viseiwit, bij eerdere toediening van protamine of een protaminebevattende insuline. Verder bij mannen die een vasectomie hebben ondergaan (kanstoename op anafylactische reacties) of door een andere oorzaak een afgesloten vas deferens hebben.

Interacties

Niet beoordeeld: het kan de werking van niet-depolariserende spierrelaxantia versterken.

Referenties

  1. Monagle P, et al, Antithrombotic therapy in children, Chest., 2001, Jan;119(1 Suppl), 344S-70S
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 19 okt 2020
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 19 okt 2020
  4. Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, sectie kinderhematologie, Richtlijn Diagnostiek en behandeling van veneuze trombo-embolische complicaties bij neonaten en kinderen tot 18 jaar, https://hematologienederland.nl/kwaliteit/werkboek-kinderhematologie/, 2020, Jan , Revisie 1

Wijzigingen

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering