Folinezuur

Stofnaam
Folinezuur
Merknaam
Rescuvolin, VoriNa
ATC code
V03AF03
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

HD-MTX rescue:  Off-label
Epilepsie:
Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Verminderen van de toxiciteit en het tegengaan van de werking van foliumzuurantagonisten
Folinaat-rescue: eerste dosis 6-12 mg/m2 12-24 uur na begin met MTX infuus. vervolgens elke 6 uur 6-12 mg/m2/dosis gedurende 72 uur
In combinatie met 5-fluorouracil bij een cytotoxische behandeling: niet geregistreerd voor kinderen.
Antidotum voor trimetrexaat, trimethoprim en pyrimethamine: Niet geregistreerd voor kinderen

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Capsule (als Ca-zout-x-water)  5 mg, 15 mg
Inj.vlst. (als Ca-zout-x-water) 10 mg/ml
Inj.vlst. (als di-Na-zout-2-water) 25 mg/ml
Tablet 15 mg

Eigenschappen

Folinezuur is de via reductie gevormde, werkzame metaboliet van foliumzuur. Het maakt als deel van enzymen of als co-enzym de synthese van nucleïnezuren en eiwitten mogelijk. In combinatie met fluoropyrimidinen zoals 5-fluoro-uracil (5-FU) kan folinezuur het therapeutisch en toxisch effect versterken, door de binding van fluorodeoxyuridilzuur (een metaboliet van 5-FU) aan het enzym thymidilaatsynthetase (belangrijk voor DNA herstel en duplicatie) te stabiliseren en op die manier de inhibitie van het enzym te vergroten.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Doseringen

Indicatie: HD-MTX rescue
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1] [4] [5] [6] [7]
      • Dosering afhankelijk van MTX behandeling, om deze reden wordt verwezen naar gedetailleerde behandelprotocollen. Gebruikelijk:
        12-15 mg/m2 start 24-42 uur na start MTX vervolgens elke 6 uur.

        Continueren tot MTX spiegels <0,01-0,25 µmol/l zijn.
        MTX spiegel bepaling volgens protocol, meestal op t=48 uur na start infusie. Bij hoge spiegels MTX van ≥ 1,0 µmol/l dosering folinezuur ophogen: dosering = standaard dagdosering x (MTX spiegel op t=48 uur in µmol/l)

  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1] [4] [5] [6] [7]
      • Dosering afhankelijk van MTX behandeling, om deze reden wordt verwezen naar gedetailleerde behandelprotocollen. Gebruikelijk:
        12-15 mg/m2 start 24-42 uur na start MTX; vervolgens elke 6 uur.

        Continueren tot MTX spiegels <0,01-0,25 µmol/l zijn
        MTX spiegel bepaling volgens protocol, meestal op t=48 uur na start infusie. Bij hoge spiegels MTX van ≥ 1,0 µmol/l dosering folinezuur ophogen: dosering = standaard dagdosering x (MTX spiegel op t=48 uur in µmol/l)

Indicatie: Toxoplasmose
  • Oraal
    • 0 jaar tot 18 jaar
      [12]
      • 10 - 20 mg/dosis 3 maal per week
      • Behandelduur:

        congenitale toxoplasmose: gedurende 1e levensjaar;
        postnatale toxoplasmose: 21 dagen;
        bij immuunsuppressie tot 1-2 weken na verdwijnen symptomen.

      • In combinatie met sulfadiazine en pyrimethamine.

Indicatie: Epileptische encephalopathie
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [8] [9] [10] [11]
      • 2 - 5 mg/kg/dag in 2 doses
      • De wetenschappelijke onderbouwing is beperkt: 3 casereports waarbij folinezuur oraal werd toegepast. Er zijn geen studies met intraveneuze toepassing verricht. Het WKZ formularium 2008 geeft aan dat folinezuur in dezelfde dosering als oraal ook intraveneus kan worden gegeven.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

ALLE OVERIGE THERAPEUTISCHE MIDDELEN

ANTIDOTA
V03AB16

Digoxine Fab fragmenten

Digitalis antidot
V03AB24
V03AB27

Flumazenil

Anexate
V03AB25
V03AB19
V03AB17
V03AB15
V03AB06

Obidoxim

Toxogonin
V03AB13
V03AB14

Sugammadex

Bridion
V03AB35
IJZERCHELERENDE MIDDELEN

Deferasirox

Exjade
V03AC03

Deferipron

Ferriprox
V03AC02

Deferoxamine

Desferal
V03AC01
MIDDELEN BIJ HYPERKALIEMIE EN HYPERFOSFATEMIE
V03AE07

Calciumpolystyreensulfonzuur

Sorbisterit Ca-resonium
V03AE01

Natriumpolystyreensulfonzuur

Resonium A natriumzout,
V03AE01

Sevelameer

Renagel, Renvela
V03AE02
DETOXIFICANTIA BIJ BEHANDELING MET ONCOLYTICA
V03AF01

Rasburicase

Fasturtec
V03AF07
MIDDELEN BIJ HYPOGLYKEMIE

Diazoxide

Proglicem
V03AH01
ANTIDOTA
V03AB16

Digoxine Fab fragmenten

Digitalis antidot
V03AB24
V03AB27

Flumazenil

Anexate
V03AB25
V03AB19
V03AB17
V03AB15
V03AB06

Obidoxim

Toxogonin
V03AB13
V03AB14

Sugammadex

Bridion
V03AB35
IJZERCHELERENDE MIDDELEN

Deferasirox

Exjade
V03AC03

Deferipron

Ferriprox
V03AC02

Deferoxamine

Desferal
V03AC01
MIDDELEN BIJ HYPERKALIEMIE EN HYPERFOSFATEMIE
V03AE07

Calciumpolystyreensulfonzuur

Sorbisterit Ca-resonium
V03AE01

Natriumpolystyreensulfonzuur

Resonium A natriumzout,
V03AE01

Sevelameer

Renagel, Renvela
V03AE02
DETOXIFICANTIA BIJ BEHANDELING MET ONCOLYTICA
V03AF01

Rasburicase

Fasturtec
V03AF07
MIDDELEN BIJ HYPOGLYKEMIE

Diazoxide

Proglicem
V03AH01

Bijwerkingen bij volwassenen

Zelden (0,01-0,1%): maagklachten (bij hoge doses), slapeloosheid, agitatie en depressie. Zeer zelden (< 0,01%): allergische reacties met inbegrip van anafylactoïde reacties en urticaria; na injectie is koorts soms (0,1-1%) waargenomen. Het toxiciteitsprofiel van de combinatie folinezuur/5-FU verschilt naargelang het gebruikte schema en de dosering. In het maandelijks schema zeer vaak (> 10%): braken, misselijkheid en ernstige toxiciteit van de slijmvliezen. Bij het wekelijks schema zeer vaak (> 10%): diarree en dehydratie met een hogere toxiciteitsgraad (soms fataal).

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Pernicieuze anemie of andere anemieën ten gevolge van vitamine B12-deficiëntie.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Folinezuur kan een pernicieuze anemie of andere anemieën als gevolg van een tekort aan vitamine B12 maskeren. Overmatige doses vermijden omdat dit de oncolytische werking van methotrexaat kan aantasten, vooral bij tumoren van het centrale zenuwstelsel waar folinezuur zich na herhaalde kuren kan ophopen. Bij de behandeling van kanker, in combinatie met 5-FU slechts gebruiken onder strenge controle van een arts met ervaring inzake een dergelijke therapie. Folinezuur versterkt de toxiciteit van 5-FU (met verschijnselen zoals leukopenie, mucositis, stomatitis en/of diarree), vooral bij ouderen en/of verzwakte patiënten. Bij toxiciteit (bij gebruik van de combinatie) de dosering 5-FU sterker verlagen dan als 5-FU alleen wordt gebruikt. Behandeling met folinezuur/5-FU niet starten of voortzetten indien toxiciteit van het maag-darmkanaal aanwezig is, ongeacht de ernst van de symptomen. In combinatie met 5-FU de calciumspiegel vervolgen en eventueel bijstellen. Bij optreden van diarree en/of stomatitis, ongeacht de ernst, is controle noodzakelijk, omdat een plotselinge achteruitgang met dodelijke afloop kan optreden. De dosering 5-FU verlagen tot de diarree is verdwenen. Bij een nierfunctiestoornis kan in verband met een vertraagde eliminatie van methotrexaat een hogere dosis of een langduriger gebruik van folinezuur nodig zijn. Folinezuur niet intrathecaal toedienen.

Interacties

Niet beoordeeld: combinatie met een foliumzuurantagonist (bijvoorbeeld pyrimethamine of trimethoprim) kan de werkzaamheid hiervan verminderen.

Zeer hoge doses folinezuur kunnen de oncolytische werking van methotrexaat verminderen, met name bij tumoren van het centraal zenuwstelsel aangezien folinezuur daar kan cumuleren na herhaalde toediening.

Het metabolisme van anti-epileptica, zoals fenobarbital, primidon, fenytoïne en ethosuximide, kan worden versneld.

Referenties

  1. Etienne MC, et al, l-folinic acid versus d,l-folinic acid in rescue of high-dose methotrexate therapy in children, J Natl Cancer Inst, 1992, Aug 5;84(15):, 1190-5
  2. ZorgInstituut Nederand, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 23 okt 2014
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 23 okt 2014
  4. Skarby TV, et al, High leucovorin doses during high-dose methotrexate treatment may reduce the cure rate in childhood acute lymphoblastic leukemia, Leukemia, 2006, Nov;20(11), 1955-62
  5. Thyss A, et al, Evidence for CSF accumulation of 5-methyltetrahydrofolate during repeated courses of methotrexate plus folinic acid rescue, Br J Cancer, 1989, Apr;59(4), 627-30
  6. Cohen IJ, Defining the appropriate dosage of folinic acid after high-dose methotrexate for childhood acute lymphatic leukemia that will prevent neurotoxicity without rescuing malignant cells in the central nervous system, J Pediatr Hematol Oncol, 2004, Mar;26(3), 156-63
  7. Borsi JD, et al, How much is too much? Folinic acid rescue dose in children with acute lymphoblastic leukaemia, Eur J Cancer, 1991, 27(8), 1006-9
  8. Gallagher RC, et al, Folinic acid-responsive seizures are identical to pyridoxine-dependent epilepsy, Ann Neurol., 2009, May;65(5), 550-6
  9. Gospe SM, Jr. , Neonatal vitamin-responsive epileptic encephalopathies., Chang Gung Med J. , 2010 , Jan-Feb;33(1), 1-12
  10. Hansen FJ, et al, Cerebral folate deficiency: life-changing supplementation with folinic acid, Mol Genet Metab., 2005 , Apr;84(4), 371-3
  11. Torres OA, et al, Folinic acid-responsive neonatal seizures, J Child Neurol, 1999 , Aug;14(8), 529-32
  12. Hartwig NG, et al. , Vademecum Pediatrische Antimicrobiële Therapie, 2005

Wijzigingen