Sapropterine

Stofnaam
Sapropterine
Merknaam
Kuvan
ATC code
A16AX07
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

PKU:
< 4 jaar: off-label
>
4 jaar: on-label
BH4:
On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Behandeling van hyperfenylalaninemie bij:
PKU:
> 4 jaar: 5 tot 20 mg/kg/dag
BH4
: 0-18 jaar:  2-5 mg/kg/dag, max 20 mg/kg/dag

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet oplosbaar (dihydrochloride) 100 mg

Eigenschappen

Sapropterine is een synthetische versie van het natuurlijk voorkomende 6R-tetrahydrobiopterine (BH4). Bij een aantal patiënten met verminderde activiteit van fenylalanine-hydroxylase (PAH), al dan niet door deficiëntie van BH4, verbetert sapropterine de PAH-activiteit en daarmee de omzetting van fenylalanine naar tyrosine. Dit voorkomt of vermindert fenylalaninestapeling en de schadelijke gevolgen hiervan. Werking: maximaal na 3 weken (verlaging fenylalaninespiegel).

Kinetische gegevens

Geen specifieke gegevens over kinderen.

Doseringen

Indicatie: Hyperfenylalaninemie bij phenylketonurie (PKU)
  • Oraal
    • 0 jaar tot 18 jaar
      [1]
      • 5 - 20 mg/kg/dag in 1 dosis
Indicatie: Hyperfenylalaninemie bij tetrahydrobiopterinedeficiëntie (BH4)
  • Oraal
    • 0 jaar tot 18 jaar
      [1]
      • 2 - 5 mg/kg/dag in 1 - 3 doses , max: 20mg/kg/dag

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

OVERIGE MAAGDARMKANAAL- EN METABOLISMEPRODUCTEN

AMINOZUREN EN AFGELEIDE VERBINDINGEN

Betaine

Cystadane
A16AA06

Carglumaatzuur

Carbaglu, Ucedane
A16AA05

Levocarnitine

Carnitene
A16AA01

Mercaptamine

Cystagon
A16AA04
ENZYMEN

Agalsidase alfa

Replagal
A16AB03

Agalsidase beta

Fabrazyme
A16AB04

Alglucosidase

Myozyme
A16AB07

Galsulfase

Naglazyme
A16AB08

Idursulfase

Elaprase
A16AB09

Laronidase

Aldurazyme
A16AB05
A16AB10
DIVERSE MAAGDARMKANAAL- EN METABOLISMEPRODUCTEN

Fenylboterzuur

Ammonaps, Pheburane
A16AX03
A16AX09

Miglustat

Zavesca
A16AX06
A16AX

Nitisinon NTBC

Orfadin
A16AX04

Teduglutide

Revestive
A16AX08
A16AX07

Zinkacetaat

Wilzin
A16AX05

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): hoofdpijn, rinorroe. Vaak (1-10%): faryngolaryngeale pijn, verstopte neus, hoesten. Diarree, braken, buikpijn. Hypofenylalaninemie. Verder zijn gemeld: reboundeffect na staken, (ernstige) overgevoeligheidsreacties en huiduitslag.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

De respons wordt bepaald door de bloedspiegels van fenylalanine te controleren . Controleer 1–2 weken na elke dosisaanpassing de bloedspiegels van fenylalanine en tyrosine en daarna regelmatig. Patiënten die sapropterine krijgen, dienen een beperkt fenylalaninedieet voort te zetten en regelmatig klinisch beoordeeld te worden. Langdurige blootstelling aan lage bloedspiegels van fenylalanine en tyrosine in de kindertijd is in verband gebracht met een gestoorde neurologische ontwikkeling. Voorzichtigheid is geboden wanneer sapropterine wordt gebruikt bij patiënten met aanleg voor convulsies. In klinische onderzoeken bij patiënten met BH4-deficiëntie die sapropterine kregen, werden convulsies en verergering van convulsies gemeld. Bij staken van de behandeling kan een reboundeffect optreden, gedefinieerd als een toename van de bloedspiegels van fenylalanine tot boven het niveau van vóór de behandeling. De werkzaamheid en veiligheid zijn niet vastgesteld bij patiënten met gestoorde nier- of leverfunctie. Er zijn weinig gegevens van langdurig gebruik van sapropterine.

Interacties

Niet beoordeeld: bij combinatie met levodopa zijn (verergering van) convulsies, toegenomen prikkelbaarheid en geïrriteerdheid gemeld.
Dihydrofolaatreductaseremmers kunnen het metabolisme van BH4 verstoren; daarom is voorzichtigheid geboden bij combinatie met dihydrofolaatreductaseremmers, zoals methotrexaat en trimethoprim.
BH4 is een cofactor voor stikstofoxidesynthetase; daarom is voorzichtigheid geboden bij combinatie met NO-donoren, zoals fosfodiësteraseremmers, isosorbidedinitraat, minoxidil, nitroglycerine en nitroprusside.

Referenties

  1. Merck Serono Europe Limited, SPC Kuvan (EU/1/08/481/001-003) 02-12-2008, www.ema.europa.eu
  2. Informatorium Medicamentorum., (Interacties), Geraadpleegd 17 nov 2014
  3. ZorgInstituut Nederand, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 17 nov 2014

Wijzigingen