Fysostigmine sulfaat

Stofnaam
Fysostigmine sulfaat
Merknaam
ATC code
V03AB19
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Unlicensed

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Niet geregistreerd in Nederland.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. (salicylaat) 1 mg/ml (FNA)

Eigenschappen

Vanwege de ernstige bijwerkingen wordt fysostigmine als antagonist alleen bij ernstige vergiftiging met parasympathicolytica voorzichtig toegepast. De affiniteit voor het centraal werkende acetylcholinesterase is hoger dan die voor het perifeer werkende pseudocholinesterase, zodat de concentratie in het bloed zelden hoog genoeg is om speekselvloed, misselijkheid of bradycardie te veroorzaken.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Doseringen

Indicatie: Atropine intoxicatie
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1]
      • 0,02 mg/kg/dosis bolus in 5 min, zo nodig elke 10 minuten herhalen tot een maximale cumulatieve dosis van 2 mg/dag

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

ALLE OVERIGE THERAPEUTISCHE MIDDELEN

ANTIDOTA
V03AB16

Digoxine Fab fragmenten

Digitalis antidot
V03AB24
V03AB27

Flumazenil

Anexate
V03AB25
V03AB17
V03AB15
V03AB06

Obidoxim

Toxogonin
V03AB13
V03AB14

Sugammadex

Bridion
V03AB35
IJZERCHELERENDE MIDDELEN

Deferasirox

Exjade
V03AC03

Deferipron

Ferriprox
V03AC02

Deferoxamine

Desferal
V03AC01
MIDDELEN BIJ HYPERKALIEMIE EN HYPERFOSFATEMIE
V03AE07

Calciumpolystyreensulfonzuur

Sorbisterit Ca-resonium
V03AE01

Natriumpolystyreensulfonzuur

Resonium A natriumzout,
V03AE01

Sevelameer

Renagel, Renvela
V03AE02
DETOXIFICANTIA BIJ BEHANDELING MET ONCOLYTICA

Folinezuur

Rescuvolin, VoriNa
V03AF03
V03AF01

Rasburicase

Fasturtec
V03AF07
MIDDELEN BIJ HYPOGLYKEMIE

Diazoxide

Proglicem
V03AH01
ANTIDOTA
V03AB16

Digoxine Fab fragmenten

Digitalis antidot
V03AB24
V03AB27

Flumazenil

Anexate
V03AB25
V03AB17
V03AB15
V03AB06

Obidoxim

Toxogonin
V03AB13
V03AB14

Sugammadex

Bridion
V03AB35
IJZERCHELERENDE MIDDELEN

Deferasirox

Exjade
V03AC03

Deferipron

Ferriprox
V03AC02

Deferoxamine

Desferal
V03AC01
MIDDELEN BIJ HYPERKALIEMIE EN HYPERFOSFATEMIE
V03AE07

Calciumpolystyreensulfonzuur

Sorbisterit Ca-resonium
V03AE01

Natriumpolystyreensulfonzuur

Resonium A natriumzout,
V03AE01

Sevelameer

Renagel, Renvela
V03AE02
DETOXIFICANTIA BIJ BEHANDELING MET ONCOLYTICA

Folinezuur

Rescuvolin, VoriNa
V03AF03
V03AF01

Rasburicase

Fasturtec
V03AF07
MIDDELEN BIJ HYPOGLYKEMIE

Diazoxide

Proglicem
V03AH01

Bijwerkingen bij volwassenen

Toepassing als antagonist kan gemakkelijk leiden tot overdosering, waarbij centrale bijwerkingen als convulsies en coma kunnen optreden.

Systemische muscarine-effecten: misselijkheid, braken, verhoging van de maagzuursecretie, dyspepsie, diarree, buikkrampen, speekselvloed, toegenomen bronchiale secretie, zweten, tranenvloed, miosis, bradycardie, hartkloppingen, AV-block, bundeltakblock en syncope.

Systemische nicotine-effecten: spierkrampen, parese en spierzwakte.

Verder kunnen ook rinitis, duizeligheid (vooral aan het begin van de behandeling of na dosisverhoging), hoofdpijn, griepachtige verschijnselen, vasodilatatie, frequente mictie en allergische reacties, zoals jeuk en huiduitslag, optreden. Hypertensie kan optreden na een korte episode van hypotensie.

Patiënten met astma en chronisch obstructieve longziekte (COPD) kunnen nadelige gevolgen ondervinden van de verhoogde tonus van de gladde spieren in de bronchiën en de verhoogde slijmsecretie.

Bij patiënten met aandoeningen van de galwegen kan contractie van de galblaas en galwegen cholecystitis, cholangitis en obstructie van de galwegen veroorzaken.

Bij hyperthyreoïdie is de gevoeligheid voor parasympathicomimetica verhoogd.

Zelden extrapiramidale bijwerkingen en het syndroom van Pisa, gekenmerkt door een lichte rotatie en scheefstand van de romp.

 

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Verhoogde intracraniale druk, myotonische dystrofie, barbituraatintoxicatie en intoxicatie met cholinesteraseremmers.
Systemische toediening is gecontraïndiceerd bij mechanische obstructie van de darm of urinewegen, bij overgevoeligheid en indien miosis ongewenst is, zoals bij acute iritis.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Cave bronchoconstrictie. Atropine achter de hand houden in geval van overdosering fysostigmine.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met astma, COPD of actieve longinfecties, na gastro-intestinale operaties, bij ulcus pepticum of ulcus duodeni, bij cholelithiase of andere aandoeningen van de galwegen, bij cardiovasculaire aandoeningen, zoals bradycardie, coronair lijden, vagotonie, 'sick sinus'-syndroom of andere afwijkingen in de hartgeleiding, recent myocardinfarct, instabiele angina pectoris en ernstig hartfalen, bij verstoorde electrolytenbalans en bij hyperthyreoïdie.

Interacties

Interacties parasympaticomimetica algemeen:

Niet beoordeeld: de werking van de depolariserende spierverslapper suxamethonium wordt verlengd. De werking van niet-depolariserende spierrelaxantia wordt geantagoneerd.

Combinatie met β-blokkers kan de hartfrequentie doen afnemen.

Combinatie met parasympathicolytica kan wederzijds de werking verminderen.

 

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. Informatorium Medicamentorum , (Eigenschappen,Bijwerkingen, Contra-indicaties, Waarschuwingen en voorzorgen, Interacties), Geraadpleegd 25 okt 2014

Wijzigingen