Oxcarbazepine en de actieve metaboliet, 10-monohydroxyderivaat (MHD), beïnvloeden spanningsafhankelijke natrium-, kalium- en calciumkanalen. Dit remt de verspreiding van epileptische activiteit.
Weinig enzyminductie. Plasmaconcentratiemeting is mogelijk voor optimalisatie van therapie in bepaalde gevallen, maar wordt niet routinematig gedaan. Er is geen gevalideerde therapeutische range van de plasmaconcentratie van de metaboliet 10-hydroxycarbazepine. De range 12-30 mg/l (Rademaker) wordt het meest aangehouden, maar 7-35 mg/L (NVZA) of zelfs nog bredere ranges worden genoemd. NVZA houdt daarnaast >50 mg/l aan als een toxische concentratie.
Rey (2004) vond de volgende gemiddelde kinetische parameters van de actieve 10-monohydroxymetaboliet MHD bij kinderen van 2 tot 12 jaar.
| 2-5 jaar (n=13) | 6-12 jaar (n-17) | |
| t1/2 | 4,8-6,7 uur | 7,2-9,3 uur |
| tmax | 3-4 uur | 3-4 uur |
De klaring van MHD neemt af met de toename in lichaamsgewicht van 1,45 ml/min/kg (15 kg), naar 1 ml/min/kg (35 kg) en 0,85 ml/min/kg (50 kg) bij kinderen vanaf 3 jaar (Sugiyama 2015). Bij kinderen van 2-42 maanden werd een gemiddelde klaring gevonden van 1,18 ml/min/kg (Northam 2005).
Northam 2005 vond daarnaast een verdelingsvolume van gemiddeld 1.45 L/kg.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
< 6 jaar: Off-label
> 6 jaar:On-label
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Tablet filmomhuld 300 mg, 600 mg
Susp. oraal 60 mg/ml (bevat propyleenglycol 25 mg/ml en ethanol 0.9 mg/ml)
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
| Epilepsie |
|---|
|
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Aanpassingen als volgt:
Bij verminderde nierfunctie nemen halfwaardetijd en AUC van de farmacologisch actieve monohydroxycarbazepinemetaboliet toe. Hierdoor is het risico op bijwerkingen verhoogd.
Bijwerkingen zijn onder andere vermoeidheid, duizeligheid, hoofdpijn, slaperigheid, dubbelzien, misselijkheid en braken. Hyponatriëmie kan voorkomen als gevolg van een ADH-achtige werking. Het komt voor bij 10-25% van de patiënten. Het verloopt meestal symptoomloos, maar kan in zeldzame gevallen gepaard gaan met braken, hoofdpijn, verwardheid, neurologische stoornissen en lethargie.
Het is onbekend of oxcarbazepine wordt verwijderd door hemodialyse of peritoneale dialyse.
Bij intermitterende hemodialyse/continue venoveneuze hemodialyse/hemo(dia)filtratie/peritoneale dialyse: aanvangsdosering halveren, vervolgens dosering op geleide van de spiegel langzaam verhogen tot beoogd klinisch effect.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Over het algemeen is het veiligheidsprofiel hetzelfde voor kinderen en volwassenen.
Zeer vaak (> 10%): slaperigheid, vermoeidheid, hoofdpijn, duizeligheid. Dubbelzien. Braken, misselijkheid.
Vaak (1-10%): gewichtstoename. Opwinding (zoals nervositeit), emotionele labiliteit, verwardheid, depressie, apathie, concentratiestoornis. Ataxie, tremor, nystagmus, geheugenverlies, spraakstoornis (waaronder dysartrie; met name tijdens het opbouwen van de dosering). Hyponatriëmie. Visusstoornis. Diarree, buikpijn, obstipatie. Huiduitslag, alopecia, acne. Zwakte.
Soms (0,1-1%): leukopenie, stijging van leverenzymwaarden (waaronder alkalisch fosfatase). Hypothyroïdie. Hypertensie. Urticaria. Vallen.
Zelden (0,01-0,1%): beenmergdepressie, aplastische anemie, agranulocytose, pancytopenie, neutropenie, daling van T4. Anafylactische reactie. Symptomen passend bij SIADH zoals lethargie, misselijkheid, duizeligheid, verlaagde serumosmolaliteit, braken, hoofdpijn, verwardheid of andere neurologische verschijnselen. Geneesmiddelgeïnduceerde huiduitslag met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS), acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose (AGEP). Bij langdurig gebruik: osteopenie, osteoporose, botbreuken.
Zeer zelden (< 0,01%): trombocytopenie. Overgevoeligheidsreacties (zoals huiduitslag, koorts) en multi-orgaangevoeligheid, zoals: eosinofilie, trombocytopenie, leukopenie, lymfadenopathie, splenomegalie, abnormale leverenzymwaarden, gezwollen gewrichten, myalgie, artralgie, hepatische encefalopathie, nierfalen, interstitiële nefritis, proteïnurie, longoedeem, astma, bronchospasmen, interstitiële longaandoening, dyspneu. Atrioventriculair blok, aritmie. Pancreatitis, verhoogd lipase, verhoogd amylase, hepatitis. Stevens-Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse, erythema multiforme. Systemische lupus erythematodes.
Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Gebruik geen oxcarbazepine bij gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen met myoclonieën of absences, omdat ze een averechts effect kunnen hebben bij deze typen aanvallen.
Controleer tijdens gebruik bij kinderen de schildklier. Verergering van de aanvallen kan optreden tijdens het gebruik van oxcarbazepine, vooral bij kinderen. Ernstige huidreacties, waaronder toxische epidermale necrolyse (Lyell-syndroom), erythema multiforme en Stevens-Johnsonsyndroom (SJS) zijn ook gezien bij kinderen. Bij het optreden van ernstige huidreacties dient de behandeling te worden gestaakt.
Patiënten van Aziatische afkomst anders dan Japanse of Koreaanse afkomst met HLA-B*1502 blijken een hoog risico op Stevens-Johnson syndroom te hebben. Bij deze groep wordt geadviseerd om vóór (of direct na) start van de medicatie te genotyperen.
Tijdens het gebruik van Trileptal is het risico op verergering van aanvallen gemeld. Het risico opverergering van aanvallen wordt voornamelijk gezien bij kinderen".
Oxcarbazepine kan het Dravet syndroom verergeren [Wallace et al. (2016) en Guerrini et al (1998 and 1999)]
Bij tekenen van overgevoeligheidsreacties waaronder multi-orgaan overgevoeligheidsreacties, toxische epidermale necrolyse (TEN), erythema multiforme en Stevens-Johnsonsyndroom (SJS), de behandeling staken en vervangen door een andere behandeling. Oxcarbazepine niet opnieuw toepassen bij patiënten die zijn gestopt vanwege overgevoeligheidsreacties. Patiënten die overgevoelig bleken voor carbamazepine, hebben 25-30% kans op overgevoeligheidsreacties op oxcarbazepine.
Screen patiënten van Han-Chinese of Thaise afkomst vóór behandeling op de genetische variatie HLA-B*1502, vanwege een groter risico op ernstige levensbedreigende huidreacties zoals TEN en SJS. De prevalentie dragers van het HLA-B*1502-allel onder Han-Chinezen en Thai is circa 10%; bij Europeanen, Japanners en Koreanen is deze verwaarloosbaar (< 1%). Overweeg bij andere Aziatische populaties (in Maleisië en op de Filipijnen is er een hoge prevalentie van dit allel ( > 15%)) ook om te testen op HLA-B*1502.
Bij het ontwikkelen van significante beenmergdepressie de behandeling staken.
Bepaal het natriumgehalte in het serum bij patiënten met nierafwijkingen die geassocieerd zijn met een lage natriumwaarde, bij gebruik van natriumverlagende middelen (zoals diuretica en vasopressine-analoga) en bij gebruik van NSAID's. Controleer vóór aanvang van de behandeling, vervolgens na 2 weken behandeling en daarna maandelijks voor minimaal 3 maanden. Wees alert op klachten passend bij hyponatriëmie (misselijkheid, hoofdpijn, verwardheid, duizeligheid, braken, neurologische stoornissen en lethargie) en bepaal het serumnatrium extra op indicatie. Bepaal bij hartfalen regelmatig het lichaamsgewicht en bij aanwijzingen voor vochtretentie ook het natriumgehalte.
Controleer tijdens behandeling op tekenen van suïcidale gedachten en -gedrag. Instrueer patiënten (en verzorgers) om tekenen van suïcidaal gedrag te melden. Suïcidaliteit is gemeld bij diverse andere anti-epileptica. Het kan niet worden uitgesloten dat gebruik van oxcarbazepine dit risico ook verhoogt.
Controleer bij kinderen de schildklierfunctie tijdens behandeling met oxcarbazepine, vanwege het mogelijk optreden van hypothyroïdie en het belang van de schildklierhormonen in de ontwikkeling.
Wees voorzichtig bij ernstig verminderde nierfunctie en pre-existente geleidingsstoornissen.
Dit middel kan invloed hebben op de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen. Raadpleeg ‘Rij Veilig met Medicijnen’ van het IVM.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Oxcarbazepine en de actieve metaboliet induceren CYP3A4, CYP3A5 en UGT. Oxcarbazepine en de actieve metaboliet remmen CYP2C19.
Relevant:
Oxcarbazepine verlaagt de concentratie van: anticonceptiva (pil, pleister, vaginale ring), ciclosporine, bepaalde HIV-middelen (bictegravir, cabotegravir, cobicistat, dolutegravir, raltegravir, rilpivirine, doravirine), bepaalde HCV-middelen (sofosbuvir, ledipasvir, velpatasvir, voxilaprevir, Elbasvir/Grazoprevir, Glecaprevir/Pibrentasvir), lamotrigine, letermovir, levonorgestrel (als noodanticonceptie), perampanel, quetiapine, thyreomimetica en ulipristal.
Overig effect: bij combinatie met thiaziden of lisdiuretica kan hyponatriëmie optreden.
Niet relevant:
Afname oxcarbazepine: de concentratie van de actieve metaboliet daalt door rifampicine.
Geen interactie:
In de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met risperidon.
Niet beoordeeld:
Carbamazepine, fenobarbital en fenytoïne kunnen de concentratie van de actieve metaboliet met 30-40% verlagen, valproïnezuur kan de concentratie van de actieve metaboliet met ong. 20% verlagen.
De concentratie van carbamazepine kan dalen, de concentratie van carbamazepine-epoxide, fenobarbital en fenytoïne kan stijgen. Verlaging van de dosering van fenytoïne kan nodig zijn bij een oxcarbazepinedosering van 1200 mg per dag, bij deze dosering kan de fenytoïneconcentratie met ong. 40% toenemen.
Bij combinatie met lithium kan het risico op neurotoxiciteit zijn verhoogd.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
| BARBITURATEN EN VERWANTE VERBINDINGEN | ||
|---|---|---|
| N03AA02 | ||
|
Mysoline
|
N03AA03 | |
| HYDANTOINEDERIVATEN | ||
|---|---|---|
|
Diphantoine, Epanutin
|
N03AB02 | |
| SUCCINIMIDEDERIVATEN | ||
|---|---|---|
|
Ethymal
|
N03AD01 | |
| BENZODIAZEPINEDERIVATEN | ||
|---|---|---|
|
Rivotril
|
N03AE01 | |
| CARBOXAMIDEDERIVATEN | ||
|---|---|---|
|
Tegretol
|
N03AF01 | |
|
Inovelon
|
N03AF03 | |
| VETZUURDERIVATEN | ||
|---|---|---|
|
Depakine, Orfiril
|
N03AG01 | |
|
Sabril
|
N03AG04 | |
| OVERIGE ANTI-EPILEPTICA | ||
|---|---|---|
|
Briviact
|
N03AX23 | |
|
Epidyolex
|
N03AX24 | |
|
Taloxa
|
N03AX10 | |
|
Fintepla
|
N03AX26 | |
|
Vimpat
|
N03AX18 | |
|
Lamictal
|
N03AX09 | |
|
Keppra, Kevesy, Matever
|
N03AX14 | |
|
Fycompa
|
N03AX22 | |
|
Lyrica
|
N03AX16 | |
|
Diacomit
|
N03AX17 | |
|
Ospolot
|
N03AX03 | |
|
Topamax
|
N03AX11 | |
|
Zonegran
|
N03AX15 | |
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.