Topiramaat

Stofnaam
Topiramaat
Merknaam
Topamax
ATC code
N03AX11
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Monotherapie: On-label
Adjuvante therapie: On-label
Migraine: off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Monotherapie
> 6jr:  start 0,5 tot 1 mg/kg ‘s avonds gedurende de eerste week, elke 1-2 weken ophogen met stappen van 0,5-1 mg/kg/dag in 2 doses. Streefdosering voor monotherapie 100 mg/dag, afhankelijk van de klinische respons (dit is ongeveer 2,0 mg/kg/dag bij kinderen van 6-16 jaar).

Adjuvante therapie
> 2 jr: start 1-3 mg/kg/dag in 1 dosis 's avonds. Elke 1-2 weken ophogen met stappen van 1-3 mg/kg/dag, in 2 doses, tot optimale klinische respons, circa 5-9 mg/kg/dag. Dagelijkse doseringen tot 30 mg/kg/dag zijn onderzocht en werden doorgaans goed verdragen.
 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Capsule "sprinkle" 15 mg, 50 mg
Tablet omhuld 25 mg, 100 mg, 200 mg

De capsules mogen opengemaakt worden.

Eigenschappen

Anti-epilepticum uit een nieuwe klasse van sulfamaatgesubstitueerde monosacchariden. Het werkingsmechanisme is nog niet geheel opgehelderd. Topiramaat blokkeert waarschijnlijk de spanningsgevoelige natriumkanalen, versterkt in hoge mate de activiteit van γ-aminoboterzuur en antagoneert in geringe mate de glutamaatactiviteit.

Kinetische gegevens

De farmacokinetiek van topiramaat bij kinderen is lineair, net als bij volwassenen die adjuvante therapie ontvangen. De klaring is onafhankelijk van de dosis en steady-state-plasmaconcentraties die dosisgerelateerd stijgen. Bij kinderen is de klaring echter sterker en de eliminatiehalfwaardetijd korter. Derhalve kan de plasmaconcentratie van topiramaat bij dezelfde mg/kg-dosis bij kinderen lager zijn dan bij volwassenen. Net als bij volwassenen verlagen enzyminducerende anti-epileptica de steady-state-plasmaconcentraties.

Doseringen

Indicatie: Epilepsie, adjuvante therapie
  • Oraal
    • 2 jaar tot 18 jaar
      [4]
      • Startdosering: 1 - 3 mg/kg/dag in 1 dosis gedurende 1 week.
      • Onderhoudsdosering: elke 1-2 weken ophogen met stappen van 1-3 mg/kg/dag tot 5 - 9 mg/kg/dag in 2 doses
      • Titreren tot de laagst mogelijke effectieve dosis.

Indicatie: Epilepsie, monotherapie
  • Oraal
    • 6 jaar tot 18 jaar
      [4]
      • Startdosering: 0,5 - 1 mg/kg/dag in 1 dosis
      • Onderhoudsdosering: elke 1-2 weken ophogen met stappen van 0,5-1 mg/kg/dag in 2 doses tot ongeveer 2 mg/kg/dag in 2 doses  
      • Streefdosering: 100 mg/dag in 2 doses

Indicatie: Migraine profylaxe
  • Oraal
    • 12 jaar tot 18 jaar
      [1]
      • Startdosering: 25 mg/dag in 1 dosis
      • Onderhoudsdosering: elke week ophogen met stappen van 25 mg/dag tot 50 - 200 mg/dag in 2 doses , max: 200mg/dag
      • Gebruikelijke onderhoudsdosering: 100-200 mg/dag

        Alleen bij ernstige aanvallen of wanneer gedurende meer dan 3 maanden meer dan 2 aanvallen per maand optreden, kan worden overgegaan tot medicamenteuze profylaxe. Deze dient maximaal 6 maanden gegeven te worden, waarna men kan pogen de medicatie uit te sluipen.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

ANTI-EPILEPTICA

BARBITURATEN EN VERWANTE VERBINDINGEN
N03AA02

Primidon

Mysoline
N03AA03
HYDANTOINEDERIVATEN

Fenytoine

Diphantoine, Epanutin
N03AB02
SUCCINIMIDEDERIVATEN

Ethosuximide

Ethymal
N03AD01
BENZODIAZEPINEDERIVATEN

Clonazepam

Rivotril
N03AE01
CARBOXAMIDEDERIVATEN

Carbamazepine

Tegretol
N03AF01

Oxcarbazepine

Trileptal
N03AF02

Rufinamide

Inovelon
N03AF03
VETZUURDERIVATEN

Valproaat natrium

Depakine, Orfiril
N03AG01

Vigabatrine

Sabril
N03AG04
OVERIGE ANTI-EPILEPTICA

Brivaracetam

Briviact
N03AX23

Felbamaat

Taloxa
N03AX10

Gabapentine

Neurontin
N03AX12

Lacosamide

Vimpat
N03AX18

Lamotrigine

Lamictal
N03AX09

Levetiracetam

Keppra, Kevesy, Matever
N03AX14

Perampanel

Fycompa
N03AX22

Pregabaline

Lyrica
N03AX16

Stiripentol

Diacomit
N03AX17

Sultiam

Ospolot
N03AX03

Zonisamide

Zonegran
N03AX15
BARBITURATEN EN VERWANTE VERBINDINGEN
N03AA02

Primidon

Mysoline
N03AA03
HYDANTOINEDERIVATEN

Fenytoine

Diphantoine, Epanutin
N03AB02
SUCCINIMIDEDERIVATEN

Ethosuximide

Ethymal
N03AD01
BENZODIAZEPINEDERIVATEN

Clonazepam

Rivotril
N03AE01
CARBOXAMIDEDERIVATEN

Carbamazepine

Tegretol
N03AF01

Oxcarbazepine

Trileptal
N03AF02

Rufinamide

Inovelon
N03AF03
VETZUURDERIVATEN

Valproaat natrium

Depakine, Orfiril
N03AG01

Vigabatrine

Sabril
N03AG04
OVERIGE ANTI-EPILEPTICA

Brivaracetam

Briviact
N03AX23

Felbamaat

Taloxa
N03AX10

Gabapentine

Neurontin
N03AX12

Lacosamide

Vimpat
N03AX18

Lamotrigine

Lamictal
N03AX09

Levetiracetam

Keppra, Kevesy, Matever
N03AX14

Perampanel

Fycompa
N03AX22

Pregabaline

Lyrica
N03AX16

Stiripentol

Diacomit
N03AX17

Sultiam

Ospolot
N03AX03

Zonisamide

Zonegran
N03AX15

Bijwerkingen bij kinderen

Bijwerkingen die bij kinderen vaker (≥ 2×) zijn gemeld dan bij volwassenen: veranderde eetlust, hyperchloremische acidose, hypokaliëmie, afwijkend gedrag, agressie, apathie, slaapstoornissen, suïcidale gedachten, aandachtsstoornis, lethargie, toegenomen traanvorming, sinusbradycardie, gestoorde gang.


 

Bijwerkingen bij volwassenen

Bij snelle titratie en hoge begindosering kunnen meer bijwerkingen optreden. Zeer vaak (> 10%): gewichtsverlies, duizeligheid, vermoeidheid, paresthesie, slaperigheid, misselijkheid, diarree, nasofaryngitis, depressie. Vaak (1-10%): toegenomen gewicht, anemie, amnesie, cognitieve problemen, nystagmus, smaakveranderingen, tremor, convulsie, psychomotorische vertraging, coördinatiestoornis, sedatie, hypersensitiviteit, moeilijk op woorden kunnen komen, verwardheid, agitatie, angst, stemmingswisselingen, agressie, hoofdpijn, dubbelzien, gezichtsstoornis, vertigo, tinnitus, oorpijn, epistaxis, dyspneu, rinorroe, hoesten, braken, obstipatie, buikpijn, gastritis, droge mond, nefrolithiase, pollakisurie, dysurie, alopecia, jeuk, huiduitslag, spierspasmen, -pijn, gewrichtspijn, anorexie, koorts, asthenie, botpijn, allergische reactie, purpura. Soms (0,1-1%): kristallen in urine, stijging van leverenzymwaarden, bradycardie, hartkloppingen, leukopenie, trombocytopenie, lymfadenopathie, eosinofilie, spraakstoornis, kwijlen, afasie, hypersomnie, perifere neuropathie, dystonie, droog oog, fotofobie, blefarospasme, toegenomen traanvorming, doofheid, pancreatitis, bloedend tandvlees, urine-incontinentie, anhidrose, gelaatzwelling, gewrichtszwelling, (hyperchloremische) metabole acidose, hypokaliëmie, (orthostatische) hypotensie, hyperthermie, dorst, erectiestoornis, seksuele disfunctie, hallucinaties, psychotische symptomen, zelfmoordneiging, -poging, -gedachten, apathie, euforie, hypokinesie, stupor, folliculitis. Zelden (0,01-0,1%): verlaagde serumbicarbonaatspiegel, neutropenie, hyperesthesie, tijdelijke (nacht)blindheid, glaucoom, flikkerscotoom, Stevens-Johnsonsyndroom, erythema multiforme, Raynaudfenomeen, hepatitis, leverfalen, calcinose, (hypo)manie.


 

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Voor migraineprofylaxe: vrouwen in de vruchtbare leeftijd die geen anticonceptie gebruiken.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Met name bij aandoeningen of behandelingen die vatbaar maken voor metabole acidose (als nierziekten, status epilepticus, diarree, operatie, ketogeen dieet) is tijdens behandeling bepaling van serumbicarbonaatwaarden aanbevolen. Chronische metabole acidose bij kinderen kan osteomalacie veroorzaken en het groeitempo verlagen. De effecten op de groei en botgerelateerde gevolgen zijn echter niet systematisch onderzocht.

Voldoende vochtinname wordt aanbevolen om het risico van nierstenen te verkleinen en de kans op warmtegerelateerde bijwerkingen te verminderen. Met name bij jonge kinderen is bij hoge temperatuur verminderd zweten en hyperthermie gemeld.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden (bv. autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden. Controle op verschijnselen van zelfmoordgedachten en -gedrag wordt aanbevolen. Voorzichtigheid is geboden bij matig tot ernstig verminderde nierfunctie of predispositie voor nierstenen, een voorgeschiedenis van oogaandoeningen en bij leverfunctiestoornissen. Voldoende vochtinname wordt aanbevolen om het risico van nierstenen te verkleinen en de kans op warmtegerelateerde bijwerkingen te verminderen. Bij optreden van secundair gesloten kamerhoekglaucoom topiramaat zo snel mogelijk afbouwen en maatregelen treffen om de oogboldruk te verlagen. Bij langdurig gebruik is regelmatige controle op gewichtsverlies aangewezen; bij klinisch significant gewichtsverlies, verhoogde voedselinname of dieetsupplement overwegen. Bij symptomen van metabole acidose (Kussmaul-ademhaling, dyspneu, anorexie, misselijkheid, braken, extreme vermoeidheid, tachycardie of aritmie) en eventueel bij aandoeningen of behandelingen die vatbaar maken voor metabole acidose (als nierziekten, status epilepticus, diarree, operatie, ketogeen dieet) is tijdens behandeling bepaling van serumbicarbonaatwaarden aanbevolen. Bij aanhouden van metabole acidose overwegen de dosering te verlagen of de behandeling te staken. Het gebruik niet plotseling staken, maar geleidelijk afbouwen. Bij volwassenen zijn er meldingen van achteruitgang van het cognitief functioneren, wat het nodig maakte de dosis te verlagen of te stoppen; bij kinderen zijn er nog onvoldoende gegevens op dit vlak.
 

Interacties

Topiramaat induceert CYP3A4 en is substraat voor CYP3A4.

Relevant:
Afname topiramaat: de concentratie daalt door krachtige CYP3A4-inductoren en etravirine.

Topiramaat induceert het metabolisme van: de betrouwbaarheid van anticonceptiva met ethinylestradiol (oraal, vaginaal, transdermaal) kan afnemen.

Overig effect: de lithiumconcentratie stijgt.

Niet relevant: bij combinatie met valproïnezuur is encefalopathie gemeld.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met risperidon en zonisamide.

Niet beoordeeld: hydrochloorthiazide verhoogt de AUC van topiramaat met ong. 29%.

De AUC van metformine kan met ong. 25% toenemen.

De AUC van nortriptyline stijgt met ong. 20%.
De AUC van de actieve metaboliet van haloperidol stijgt met ong. 31%.

De AUC van de actieve hydroxymetaboliet van pioglitazon daalt met ong. 16% en van de actieve ketometaboliet met ong. 60%.

De AUC van glibenclamide kan met ong. 25% afnemen.

De AUC van diltiazem en desacetyldiltiazem kan met ong. 25% resp. ong. 18% afnemen; bij combinatie kan de AUC van topiramaat met ong. 20% toenemen.

De AUC van flunarizine neemt met ong. 16% toe.

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 20 nov 2014
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 11 jun 2018
  4. Janssen-Cilag BV, SPC Topamax RVG 24165, 24167, 24168, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl, 14-03-2019

Wijzigingen