Valproaat natrium

Stofnaam
Valproaat natrium
Merknaam
Depakine, Orfiril
ATC code
N03AG01
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Epilepsie, primair gegeneraliseerde en partiele aanvallen: On-label
Bipolaire stoornis type I en II: Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Primaire gegeneraliseerde epilepsie, Partiele epilepsie
Kinderen:
PO start 10-20 mg/kg/dag in 2 of meer giften, de dosis wekelijks verhogen met 5-10 mg/kg/dag tot het gewenste therapeutisch effect bereikt is. Onderhoudsdosis is gewoonlijk 15-60 mg/kg/dag.
IV: 20-30 mg/kg/dag

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Drank (Na-zout) 40 mg/ml;60 mg/ml; 300 mg/ml
Stroop, suikervrij 40 mg/ml; 
Granulaat met gereguleerde afgifte "chronosphere": 100 mg, 250 mg, 500 mg, 750 mg, 1000 mg
100 mg bevat: Valproïnezuur 29 mg, Valproaatnatrium 66.7 mg
250 mg bevat: Valproïnezuur 72.6 mg, Valproaatnatrium 166.8 mg 
500 mg bevat: Valproïnezuur 145 mg, Valproaatnatrium 333 mg
750 mg bevat: Valproïnezuur 217.8 mg, Valproaatnatrium 500 mg
1000 mg bevat: Valproïnezuur 290.3 mg, Valproaatnatrium 666.6 mg
Poeder voor inj.vlst. (Na-zout) 400 mg + 4 ml oplosm.
Tablet maagsapresistent (Na-zout) 150 mg, 300 mg, 500 mg, 600 mg
Tablet met gereguleerde afgifte "chrono": 300 mg, 500 mg
300 mg bevat: Valproïnezuur 87 mg, Valproaatnatrium 200 mg
500 mg bevat: Valproïnezuur 145 mg, Valproaatnatrium 333 mg
Tablet met gereguleerde afgifte 300 mg, 500 mg:
300 mg bevat: Valproïnezuur 87 mg, Valproaatnatrium 200 mg
500 mg bevat: Valproïnezuur 145 mg, Valproaatnatrium 333 mg
Caps. met gereguleerde afgifte (Na-zout) 150 mg, 300 mg, 
Inj.vlst. (Na-zout) 100 mg/ml 
Zetpil 250 mg, 500 mg

Depakine Chrono 300 mg en 500 mg zijn deelbaar.

Eigenschappen

Anti-epilepticum. Het werkingsmechanisme is onbekend. Vermoedelijk wordt de cerebrale en cerebellaire concentratie van de neurotransmitter gamma-aminoboterzuur (GABA) verhoogd, als gevolg van remming van de afbraak en/of beïnvloeding van de GABA-receptor en is er een effect op de spanningsgevoelige natrium- en kaliumkanalen. Werking: na enkele dagen tot > 1 week.

Kinetische gegevens

T1/2 = 10–15 uur (volwassenen), 6–10 uur bij kinderen.

Ondanks korte T1/2 toch pas maximaal effect na 10-20 dagen. Therapeutische plasmaconcentratie: 50-100 mg/l. .Het middel wordt afgebroken door CYP2C9.

Algemene opmerkingen


 

Doseringen

Indicatie: Epilepsie, primair gegeneraliseerde en partiele aanvallen
  • Oraal
    • 1 maand tot 2 jaar
      • Startdosering: 15 mg/kg/dag in 2 - 4 doses.
      • Onderhoudsdosering: Startdosering in 3 dagen ophogen naar 30 - 50 mg/kg/dag in 2 - 4 doses.
      • De retard tablet (Depakine Chrono) in 2 doses/dag geven.

    • 2 jaar tot 10 jaar
      • Startdosering: 15 mg/kg/dag in 2 - 4 doses.
      • Onderhoudsdosering: Startdosering in 3 dagen ophogen naar 25 - 40 mg/kg/dag in 2 - 4 doses.
      • De retard tablet (Depakine Chrono) in 2 doses/dag geven.

    • ≥ 10 jaar
      • Startdosering: 10 mg/kg/dag in 2 - 4 doses.
      • Onderhoudsdosering: Startdosering in 3 dagen ophogen naar 20 - 30 mg/kg/dag in 2 - 4 doses.
      • De retard tablet (Depakine Chrono) in 2 doses/dag geven.

  • Rectaal
    • 1 maand tot 18 jaar
      • De rectale dosis komt overeen met orale dosis

  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      •   Kinderen die voorheen al valproaat kregen: IV dosis is gelijk aan orale dosis. Bij kinderen die nieuw starten met valproaat: 20 - 30 mg/kg/dag in 2 - 4 doses , max: 2,5 g/dag.
Indicatie: Bipolaire stoornis type I en II
  • Oraal
    • < 25 kg
      • Startdosering: 250 mg/dag in 2 - 3 doses.
      • Onderhoudsdosering: Startdosering iedere 3 dagen verhogen tot gemiddeld 500 mg/dag in 2 - 3 doses.
      • Behandeling door of na overleg met een kinderarts-specialist (kind en jeugd psychiater) die ervaring heeft met gebruik van valproaat voor deze indicatie

    • 25 tot 40 kg
      • Startdosering: 375 mg/dag in 2 - 3 doses.
      • Onderhoudsdosering: Startdosering iedere 3 dagen verhogen tot gemiddeld 750 mg/dag in 2 - 3 doses.
      • Behandeling door of na overleg met een kinderarts-specialist (kind en jeugd psychiater) die ervaring heeft met gebruik van valproaat voor deze indicatie

    • ≥ 40 kg
      • Startdosering: 500 mg/dag in 2 - 3 doses.
      • Onderhoudsdosering: Startdosering iedere 3 dagen verhogen tot gemiddeld 1.000 mg/dag in 2 - 3 doses.
      • De effectieve serumconcentratie is 50 – 125 microgram/ml.

        Behandeling door of na overleg met een kinderarts-specialist (kind en jeugd psychiater) die ervaring heeft met gebruik van valproaat voor deze indicatie.

Indicatie: Persisterende status epilepticus
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [7]
      • 40 mg/kg/dosis, in 8 minuten inlopen.
      • Niet bij leverziekte, trombocytopenie, metabole aandoening.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

ANTI-EPILEPTICA

BARBITURATEN EN VERWANTE VERBINDINGEN
N03AA02

Primidon

Mysoline
N03AA03
HYDANTOINEDERIVATEN

Fenytoine

Diphantoine, Epanutin
N03AB02
SUCCINIMIDEDERIVATEN

Ethosuximide

Ethymal
N03AD01
BENZODIAZEPINEDERIVATEN

Clonazepam

Rivotril
N03AE01
CARBOXAMIDEDERIVATEN

Carbamazepine

Tegretol
N03AF01

Oxcarbazepine

Trileptal
N03AF02

Rufinamide

Inovelon
N03AF03
VETZUURDERIVATEN

Vigabatrine

Sabril
N03AG04
OVERIGE ANTI-EPILEPTICA

Brivaracetam

Briviact
N03AX23

Felbamaat

Taloxa
N03AX10

Gabapentine

Neurontin
N03AX12

Lacosamide

Vimpat
N03AX18

Lamotrigine

Lamictal
N03AX09

Levetiracetam

Keppra, Kevesy, Matever
N03AX14

Perampanel

Fycompa
N03AX22

Pregabaline

Lyrica
N03AX16

Stiripentol

Diacomit
N03AX17

Sultiam

Ospolot
N03AX03

Topiramaat

Topamax
N03AX11

Zonisamide

Zonegran
N03AX15

Bijwerkingen bij kinderen

Soms invloed op haargroei, lichaamsgewicht en thrombocyten. Bij polytherapie zelden (mogelijk fatale) leverafwijkingen.

Kinderen beneden de 3 jaar (met name patiënten met een verstandelijke handicap) hebben een groter risico op ernstige leverfunctiestoornissen, die gepaard kunnen gaan met hyperammoniëmie en somnolentie.

Psychiatrische symptomen als agressie, agitatie, aandachtsstoornissen en abnormaal gedrag, psychomotorische hyperactiviteit, leerstoornissen zijn voornamelijk waargenomen bij kinderen. (SmPC Ergenyl)
Enuresis nocturna komt zeer zelden voor bij kinderen. (SmPC Orfiril)

Bijwerkingen algemeen

Zeer vaak (> 10%): tremor, misselijkheid.

Vaak (1-10%): anemie, trombocytopenie, overgevoeligheid, hyponatriëmie, verwardheid, agressie, agitatie, aandachtsstoornis, hallucinaties, duizeligheid, extrapiramidale aandoeningen, slaperigheid, stupor, verminderd geheugen, hoofdpijn, nystagmus, doofheid, hemorragie, braken, buikpijn en diarree, gingiva-aandoening (-dysplasie), leverbeschadiging, alopecia, nagelafwijking, nagelbedstoornis, urine-incontinentie, onregelmatige menses, dysmenorroe, verhoogd gewicht.

Soms (0,1-1%): leukopenie, pancytopenie (afhankelijk van dosering en relatief vaak bij vrouwen en ouderen), SIADH, hyperandrogenisme, lethargie die soms leidt tot voorbijgaand coma (encefalopathie), verergering van convulsies, reversibel parkinsonisme, ataxie, paresthesie, (cutane) vasculitis, pleurale effusie, pancreatitis (soms met fataal verloop), angio-oedeem, huiduitslag, haaraandoening (abnormale textuur, kleurverandering, abnormale haargroei), nierfalen, amenorroe, perifeer oedeem, hypothermie.

Zelden (< 0,1%): myelodysplastisch syndroom, gegeneraliseerde lupus erythematodes, hypothyroïdie, hyperammoniëmie, zwaarlijvigheid, abnormaal gedrag, psychomotorische hyperactiviteit, leerstoornis, reversibele dementie samenhangend met reversibele cerebrale atrofie, cognitieve aandoening, diplopie, porfyrie, geneesmiddelenreactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS), erythema multiforme, Stevens-Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse, rabdomyolyse, nachtelijke enurese, syndroom van Fanconi, tubulo-interstitiële nefritis, mannelijke onvruchtbaarheid, polycystisch ovarium syndroom, verlaagde stollingsfactoren, abnormale coagulatietest.

Zeer zelden (< 0,01%): gynaecomastie, factor VIII-deficiëntie, beenmergsuppressie (waaronder erytrocytaire aplasie en agranulocytose), macrocytaire anemie, macrocytose, pancreatitis (soms fataal verlopend), reversibele dementie.

Verder zijn gemeld: lymfocytose, verlengde bloedingstijd (door beïnvloeding van de trombocytenaggregatie), apathie (bij combinatie met ander anti-epileptica), sedatie, maag-darmstoornissen, constipatie, toename of afname van de eetlust. Verminderde botdichtheid, osteopenie, osteoporose en botbreuken na langdurige behandeling. Congenitale misvormingen en ontwikkelingsstoornissen.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen

  • gebruik bij vrouwen die zwanger kunnen worden, tenzij aan de voorwaarden van het zwangerschapspreventieprogramma wordt voldaan; zie ook de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen, achter zwangerschapspreventieprogramma;
  • lever- of pancreasfunctiestoornissen; familie-anamnese met aan gebruik van valproaten toegeschreven leverbeschadiging;
  • hemorragische diathese;
  • porfyrie;
  • mitochondriale aandoeningen, door mutaties in het kern-gen voor polymerase γ (POLG) zoals bij het syndroom van Alpers-Hüttenlocher, en bij kinderen < 2 jaar met een vermoeden van een POLG-gerelateerde aandoening;
  • voorgeschiedenis van ureumcyclusstoornissen.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Eerste keus bij primair gegeneraliseerde en partiele aanvallen.

Bij voorkeur maagsapresistente tabletten gebruiken in verband met maagdarmklachten bij aanvang van de therapie. Innemen tijdens de maaltijd en niet met koolzuurhoudende dranken.

Het risico van hepatotoxiciteit is groter bij combinatie met andere anti-epileptica en met salicylaten, in het bijzonder bij kinderen jonger dan drie jaar. Daarom wordt bij kinderen < 3 jaar monotherapie aangeraden en gebruik van salicylaten afgeraden. Wanneer in deze leeftijdsgroep de epilepsie gepaard gaat met cerebrale afwijkingen, psychische retardatie, genetische degeneratie of bekende metabole stoornissen en/of leverfunctiestoornissen is vooral gedurende de eerste zes maanden van behandeling het risico van hepatotoxiciteit het grootst. Cave toename sufheid en aanvallen gedurende de eerste 6 maanden.

Eerste tekenen overdosis: tremor, sufheid.

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

Zwangerschapspreventieprogramma: Schrijf bij meisjes en vrouwen in de vruchbare leeftijd vanwege de teratogeniteit valproïnezuur niet voor, behalve bij epilepsie en manie als andere behandelingen niet effectief zijn of niet worden verdragen. Start niet met een behandeling zonder een negatieve zwangerschapstest die is bevestigd door een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg. Vrouwen die zwanger kunnen worden, moeten effectieve anticonceptie gebruiken tijdens de behandeling, zonder onderbreking, ook bij amenorroe. Gebruik een effectieve anticonceptiemethode (bij voorkeur een gebruikersonafhankelijke, zoals een intra-uteriene methode of implantaat), of twee elkaar aanvullende methoden, waaronder een barrièremiddel. Heroverweeg de voordelen en risico’s zorgvuldig en regelmatig bij evaluaties van de behandeling, in de puberteit en dringend bij kinderwens of zwangerschap. Evalueer met de patiënt diens individuele omstandigheden, behandelopties en risico's. Zorg dat de patiënt uitgebreide informatie krijgt over de risico’s en relevante documentatie ontvangt, zoals een 'Informatiefolder voor de patiënt' en een 'Patiëntenkaart'. Deze informatie helpt de patiënt de teratogene risico’s en de risico’s op ontwikkelingsstoornissen te begrijpen; zie ook DHPC Valproaat op de CBG-site. Zorg dat de patiënt de noodzaak begrijpt van het gebruik van effectieve anticonceptie, een regelmatige (ten minste jaarlijkse) evaluatie van de behandeling, de noodzaak van zwangerschapstesten en van het snel raadplegen van de arts bij mogelijke zwangerschap of zwangerschapswens. Zorg er bij voorschrijven aan jonge meisjes voor dat ouders/verzorgers de noodzaak begrijpen om contact met de voorschrijver te leggen als het meisje de menarche bereikt. Wanneer het meisje de menarche bereikt, geef dan de ouders/verzorgers voorlichting over de teratogene risico’s en de risico’s op ontwikkelingsstoornissen. Beoordeel vervolgens elk jaar de noodzaak voor het gebruik van valproïnezuur, overweeg andere behandelopties en doe al het mogelijke om het meisje op een geschikte andere behandeling over te zetten voordat ze volwassen is. Verwijs een vrouw met epilepsie die zwanger wil worden naar een gespecialiseerde arts met ervaring in het behandelen van epilepsie en doe al het mogelijke om de vrouw vóór het stoppen met anticonceptie op een alternatieve behandeling over te zetten. Als overstappen niet mogelijk is, informeer de vrouw over de risico's voor het ongeboren kind. Verwijs een vrouw met bipolaire stoornis die zwanger wil worden naar een gespecialiseerde arts met ervaring in het behandelen van bipolaire stoornis en zorg dat vóór het stoppen met de anticonceptie de behandeling met valproïnezuur is gestopt en zonodig op een alternatieve behandeling is overgeschakeld. Als overstappen niet mogelijk is, informeer de vrouw over de risico's voor het ongeboren kind. Zie verder de rubriek Zwangerschap. Verwijs alle zwangeren die aan valproïnezuur zijn blootgesteld en hun partners naar een gespecialiseerde arts met ervaring in teratologie voor advies. De patiënt bevestigt jaarlijks in een formulier dat de arts de risico's van valproïnezuur heeft besproken en dat zij de risico's en voorzorgsmaatregelen begrijpt. De apotheker dient bij iedere afgifte van valproïnezuur de Patiëntenkaart te verstrekken, na te gaan of de patiënt de inhoud begrijpt en te vermelden dat geadviseerd wordt bij een geplande of vermoede zwangerschap om niet te stoppen met de behandeling, maar direct contact op te nemen met de gespecialiseerde arts.

Bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd moet de behandeling met valproïnezuur worden gestart, en ten minste jaarlijks gecontroleerd, door een neuroloog of psychiater. Die moet ervaring hebben met de behandeling van epilepsie, bipolaire stoornissen en/of migraine. Starten en controleren gebeurt niet door de huisarts. Het NHG adviseert huisartsen deze vrouwen ook geen herhaalrecepten meer voor te schrijven voor deze indicaties; zie ook het NHG-bericht Huisarts mag geen valproïnezuur meer starten...

Tijdens behandeling controleren op suïcidaal gedrag.

Controle van het bloedbeeld wordt aangeraden voor aanvang van de therapie, voor operatieve en tandheelkundige ingrepen en bij spontane hematomen en bloedingen. Gelijktijdig gebruik van quetiapine verhoogt mogelijk de incidentie van leukopenie.

Leverfuntiestoornis: Voor aanvang en periodiek tijdens de eerste zes maanden van behandeling dient de leverfunctie te worden gecontroleerd. Bij klinische verschijnselen die voorafgaan aan icterus (asthenie, anorexie, malaise, oedeem, soms ook braken, stollingsstoornissen en toename van convulsie) is controle van leverfuncties, in bijzonder een stollingstest (PT) aangewezen. Ook bij tijdelijke stijging van transaminasen zonder klinische verschijnselen in het begin van de behandeling is uitgebreider onderzoek, in ieder geval een stollingstest zoals de PT, aangewezen. Bij ernstig verstoorde leverfunctietesten (transaminasen en/of bilirubine, en/of fibrinogeenstollingsfactoren) de behandeling staken. Het risico van hepatotoxiciteit is groter bij combinatie met andere anti-epileptica en met salicylaten, in het bijzonder bij kinderen jonger dan drie jaar. Daarom wordt bij kinderen < 3 jaar monotherapie aangeraden en gebruik van salicylaten afgeraden. Wanneer in deze leeftijdsgroep de epilepsie gepaard gaat met cerebrale afwijkingen, psychische retardatie, genetische degeneratie of bekende metabole stoornissen en/of leverfunctiestoornissen is vooral gedurende de eerste zes maanden van behandeling het risico van hepatotoxiciteit het grootst.

Pancreatitis: Ernstige epilepsieaanvallen, lage leeftijd, neurologische afwijkingen in combinatie met andere anti-epileptica zijn risicofactoren voor zelden optredende ernstige pancreatitis. Leverfalen in combinatie met pancreatitis vermeerdert de kans op een fatale afloop. Acute buikpijn verdient direct medisch onderzoek; bij pancreatitis de behandeling staken.

Bij hyperammoniëmie met symptomen zoals braken, ataxie en somnolentie de behandeling direct staken . Bij verdenking op een enzymstoornis in de ureumcyclus de behandeling pas beginnen na stofwisselingsonderzoek vanwege de kans op hyperammoniëmie.

Abrupt staken door toxische verschijnselen dient te gebeuren onder adequate dosis van een ander anti-epilepticum.

Voorzichtigheid is geboden bij symptomen suggestief voor SLE.

Gewichtstoename nauwkeurig volgen, omdat dit een risicofactor is voor polycystisch ovarieel syndroom.

Patiënten met carnitinepalmitoyltransferase-type II-deficiëntie waarschuwen voor meer kans op rabdomyolyse.

De nitroprussidemethode voor de bepaling van ketonlichamen in de urine kan fout-positieve resultaten geven.

Bij verergering van de convulsies moet de patiënt direct contact opnemen met de arts.

Onverteerbare resten van capsules, granulaat of matrixtablet kunnen in de feces worden teruggevonden nadat valproïnezuur is afgegeven.

Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden (bv. autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden.

Interacties

Valproïnezuur remt CYP2C9 en wordt deels gemetaboliseerd door CYP2C9.

Relevant:
Afname valproïnezuur: het effect kan worden verminderd door carbamazepine. Het effect van valproïnezuur op de carbamazepineconcentratie is onvoorspelbaar, deze kan stijgen of dalen of gelijk blijven.
Het effect kan worden verminderd door fenytoïne. Het effect van valproïnezuur op fenytoïne is onvoorspelbaar: de fenytoïneconcentratie kan stijgen ten gevolge van enzymremming of dalen door verdringing van de eiwitbindingsplaatsen.
Het effect kan worden verminderd door rifampicine.
De concentratie kan sterk dalen door ertapenem, imipenem en meropenem; dit effect treedt vaak binnen 24 uur op.
Ritonavir kan het metabolisme van valproïnezuur versnellen.
De instelling op valproïnezuur kan tijdelijk worden beïnvloed tijdens behandeling met bleomycine, cisplatine, cyclofosfamide, cytarabine, doxorubicine, etoposide, ifosfamide, methotrexaat en paclitaxel, met als mogelijk gevolg een te lage valproïnezuurconcentratie.
Valproïnezuur remt het metabolisme van: fenobarbital en rufinamide.
Valproïnezuur remt het metabolisme van lamotrigine; de combinatie verhoogt het risico op huiduitslag. Bij toevoeging van lamotrigine aan valproïnezuur moet de begindosering van lamotrigine volgens insluipschema worden verlaagd; bij toevoeging van valproïnezuur aan lamotrigine wordt wel aanbevolen de lamotriginedosering te verlagen.
De AUC van zidovudine kan toenemen, waarschijnlijk doordat het de glucuronidering van zidovudine remt. Hierdoor kan de toxiciteit van zidovudine toenemen.
Overig effect: de valproïnezuurconcentratie kan stijgen door stiripentol, bovendien kan de stiripentolconcentratie dalen door valproïnezuur.

Niet relevant: 
Colestyramine verlaagt de Cmax en AUC bij gelijktijdige inname.
De concentratie kan stijgen door felbamaat, tevens kan valproïnezuur de concentratie van felbamaat verhogen.
De concentratie stijgt door guanfacine.
De concentratie van olanzapine daalt.
Bij combinatie met topiramaat is encefalopathie gemeld.

Geen interactie:
In de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met colesevelam of orlistat.

Niet beoordeeld:
Aangezien de plasmafibrinogeenconcentratie kan dalen door valproïnezuur is een interactie met anticoagulantia en acetylsalicylzuur mogelijk. Bovendien kan de plasmaconcentratie stijgen door salicylaten. De fabrikant ontraadt de combinatie met salicylaten bij kinderen jonger dan 3 jaar vanwege het risico op levertoxiciteit.
Een stijging van de plasmaconcentratie door erytromycine is gemeld.
De plasmaconcentratie van tricyclische antidepressiva en benzodiazepineagonisten kan stijgen.
De plasmaconcentratie kan stijgen door bupropion. Tevens kan valproïnezuur de plasmaconcentratie van bupropion verhogen.
De werking van antipsychotica kan worden versterkt.
De plasmaconcentratie van primidon en de werkzame metaboliet fenobarbital kan stijgen door remming van de afbraak van primidon en fenobarbital.
De blootstelling aan nimodipine kan met ong. 50% toenemen.
Gelijktijdig gebruik van mefloquine of chloroquine kan de convulsiedrempel verlagen.
Bij combinatie met acetazolamide is het risico op encefalopathie en/of hyperammoniëmie verhoogd.
Bij combinatie met quetiapine is het risico op leukopenie mogelijk verhoogd.
De plasmaconcentratie van propofol kan stijgen; de behoefte aan propofol voor algehele anesthesie kan met 25-35% afnemen.

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. Landelijk Kenniscentrum Kind-enJeugdpsychiatrie (Ketelaars), Stemmingstabilatoren, 2009
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 14 mei 2020
  4. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 12 okt 2018
  5. Sanofi-Aventis Netherlands BV, SPC Depakine (RVG 14996), www.cbg-meb.nl, Geraadpleegd 09 juli 2010, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h14996.pdf
  6. Werkgroep Richtlijnen Epilepsie., Epilepsie. Richtlijnen voor diagnostiek en behandeling, Herziene, tweede versie, Januari 2006
  7. Kruijff de, CC. et al, Epileptische aanvallen / status epilepticus, leeftijd > 1 maand. 21 Juni 2012, Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde
  8. Sanofi-Aventis Deutschland GmbH, SmPC, Ergenyl® 150/300/500 mg magensaftresistente Filmtabletten, 300 mg/ml Lösung zum Einnehmen (378.00.00/6020801.00.00), 12/18
  9. Desitin Arzneimittel GmbH, SmPC, Orfiril® long 150/300 mg Hartkapslen, retardiert 500/1000 mg Retard-Minitabletten (57471.00.00/57471.01.01), 12/18

Wijzigingen

  • 09 januari 2018 11:19: Indicatie persisterende status epilepticus toegevoegd obv NVK richtlijn