Valproaat natrium

Stofnaam
Valproaat natrium
Merknaam
Depakine, Orfiril
ATC code
N03AG01
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Epilepsie, primair gegeneraliseerde en partiele aanvallen: On-label
Bipolaire stoornis type I en II: Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Primaire gegeneraliseerde epilepsie, Partiele epilepsie
Kinderen:
PO start 10-20 mg/kg/dag in 2 of meer giften, de dosis wekelijks verhogen met 5-10 mg/kg/dag tot het gewenste therapeutisch effect bereikt is. Onderhoudsdosis is gewoonlijk 15-60 mg/kg/dag.
IV: 20-30 mg/kg/dag

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Drank (Na-zout) 40 mg/ml;60 mg/ml; 300 mg/ml
Stroop, suikervrij 40 mg/ml; 
Granulaat met gereguleerde afgifte "chronosphere": 100 mg, 250 mg, 500 mg, 750 mg, 1000 mg
100 mg bevat: Valproïnezuur 29 mg, Valproaatnatrium 66.7 mg
250 mg bevat: Valproïnezuur 72.6 mg, Valproaatnatrium 166.8 mg 
500 mg bevat: Valproïnezuur 145 mg, Valproaatnatrium 333 mg
750 mg bevat: Valproïnezuur 217.8 mg, Valproaatnatrium 500 mg
1000 mg bevat: Valproïnezuur 290.3 mg, Valproaatnatrium 666.6 mg
Poeder voor inj.vlst. (Na-zout) 400 mg + 4 ml oplosm.
Tablet maagsapresistent (Na-zout) 150 mg, 300 mg, 500 mg, 600 mg
Tablet met gereguleerde afgifte "chrono": 300 mg, 500 mg
300 mg bevat: Valproïnezuur 87 mg, Valproaatnatrium 200 mg
500 mg bevat: Valproïnezuur 145 mg, Valproaatnatrium 333 mg
Tablet met gereguleerde afgifte 300 mg, 500 mg:
300 mg bevat: Valproïnezuur 87 mg, Valproaatnatrium 200 mg
500 mg bevat: Valproïnezuur 145 mg, Valproaatnatrium 333 mg
Caps. met gereguleerde afgifte (Na-zout) 150 mg, 300 mg, 
Inj.vlst. (Na-zout) 100 mg/ml 
Zetpil 250 mg, 500 mg

Depakine Chrono 300 mg en 500 mg zijn deelbaar.

Eigenschappen

Anti-epilepticum. Het werkingsmechanisme is onbekend. Vermoedelijk wordt de cerebrale en cerebellaire concentratie van de neurotransmitter gamma-aminoboterzuur (GABA) verhoogd, als gevolg van remming van de afbraak en/of beïnvloeding van de GABA-receptor en is er een effect op de spanningsgevoelige natrium- en kaliumkanalen. Werking: na enkele dagen tot > 1 week.

Kinetische gegevens

T1/2 = 10–15 uur (volwassenen), 6–10 uur bij kinderen.

Ondanks korte T1/2 toch pas maximaal effect na 10-20 dagen. Therapeutische plasmaconcentratie: 50-100 mg/l. .Het middel wordt afgebroken door CYP2C9.

Algemene opmerkingen


 

Doseringen

Indicatie: Epilepsie, primair gegeneraliseerde en partiele aanvallen
  • Oraal
    • 1 maand tot 2 jaar
      • Startdosering: 15 mg/kg/dag in 2 - 4 doses
      • Onderhoudsdosering: Startdosering in 3 dagen ophogen naar 30 - 50 mg/kg/dag in 2 - 4 doses
      • De retard tablet (Depakine Chrono) in 2 doses/dag geven.

    • 2 jaar tot 10 jaar
      • Startdosering: 15 mg/kg/dag in 2 - 4 doses
      • Onderhoudsdosering: Startdosering in 3 dagen ophogen naar 25 - 40 mg/kg/dag in 2 - 4 doses
      • De retard tablet (Depakine Chrono) in 2 doses/dag geven.

    • ≥ 10 jaar
      • Startdosering: 10 mg/kg/dag in 2 - 4 doses
      • Onderhoudsdosering: Startdosering in 3 dagen ophogen naar 20 - 30 mg/kg/dag in 2 - 4 doses
      • De retard tablet (Depakine Chrono) in 2 doses/dag geven.

  • Rectaal
    • 1 maand tot 18 jaar
      • De rectale dosis komt overeen met orale dosis

  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      •   Kinderen die voorheen al valproaat kregen: IV dosis is gelijk aan orale dosis. Bij kinderen die nieuw starten met valproaat: 20 - 30 mg/kg/dag in 2 - 4 doses , max: 2,5g/dag
Indicatie: Bipolaire stoornis type I en II
  • Oraal
    • < 25 kg
      • Startdosering: 250 mg/dag in 2 - 3 doses
      • Onderhoudsdosering: Startdosering iedere 3 dagen verhogen tot gemiddeld 500 mg/dag in 2 - 3 doses
      • Behandeling door of na overleg met een kinderarts-specialist (kind en jeugd psychiater) die ervaring heeft met gebruik van valproaat voor deze indicatie

    • 25 tot 40 kg
      • Startdosering: 375 mg/dag in 2 - 3 doses
      • Onderhoudsdosering: Startdosering iedere 3 dagen verhogen tot gemiddeld 750 mg/dag in 2 - 3 doses
      • Behandeling door of na overleg met een kinderarts-specialist (kind en jeugd psychiater) die ervaring heeft met gebruik van valproaat voor deze indicatie

    • ≥ 40 kg
      • Startdosering: 500 mg/dag in 2 - 3 doses
      • Onderhoudsdosering: Startdosering iedere 3 dagen verhogen tot gemiddeld 1.000 mg/dag in 2 - 3 doses
      • De effectieve serumconcentratie is 50 – 125 microgram/ml.

        Behandeling door of na overleg met een kinderarts-specialist (kind en jeugd psychiater) die ervaring heeft met gebruik van valproaat voor deze indicatie.

Indicatie: Persisterende status epilepticus bij overgevoeligheid voor fenytoine
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [7]
      • 40 mg/kg/dosis in 8 minuten inlopen
      • Niet bij leverziekte, trombocytopenie, metabole aandoening.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

ANTI-EPILEPTICA

VETZUURDERIVATEN

Vigabatrine

Sabril
N03AG04
SUCCINIMIDEDERIVATEN

Ethosuximide

Ethymal
N03AD01
OVERIGE ANTI-EPILEPTICA

Brivaracetam

Briviact
N03AX23

Felbamaat

Taloxa
N03AX10

Gabapentine

Neurontin
N03AX12

Lacosamide

Vimpat
N03AX18

Lamotrigine

Lamictal
N03AX09

Levetiracetam

Keppra, Kevesy, Matever
N03AX14

Perampanel

Fycompa
N03AX22

Stiripentol

Diacomit
N03AX17

Topiramaat

Topamax
N03AX11

Zonisamide

Zonegran
N03AX15
BENZODIAZEPINEDERIVATEN

Clonazepam

Rivotril
N03AE01
CARBOXAMIDEDERIVATEN

Carbamazepine

Tegretol
N03AF01

Oxcarbazepine

Trileptal
N03AF02

Rufinamide

Inovelon
N03AF03
BARBITURATEN EN VERWANTE VERBINDINGEN
N03AA02
HYDANTOINEDERIVATEN

Fenytoine

Diphantoine, Epanutin
N03AB02

Bijwerkingen bij kinderen

Soms invloed op haargroei, lichaamsgewicht en thrombocyten. Bij polytherapie zelden (mogelijk fatale) leverafwijkingen.

Kinderen beneden de 3 jaar (met name patiënten met een verstandelijke handicap) hebben een groter risico op ernstige leverfunctiestoornissen, die gepaard kunnen gaan met hyperammoniëmie en somnolentie

Bijwerkingen bij volwassenen

Gastro-intestinale klachten zoals misselijkheid, braken, maagkramp en diarree, vooral in het begin van de therapie. Toename of afname van de eetlust. Vaak: trombocytopenie, gewichtstoename, onregelmatige menses, tijdelijke haaruitval. Soms: (cutane) vasculitis, ataxie. Incidenteel leverbeschadiging, die gepaard kan gaan met hyperammoniëmie en somnolentie, vooral bij kinderen soms zeer ernstig en zelfs letaal, tijdens de eerste zes maanden van gebruik. Hyperammoniëmie zonder leverfunctiestoornis komt frequent voor. Sufheid, slaperigheid, en apathie, vooral in combinatie met andere anti-epileptica. De bloedingstijd kan verlengd zijn door beïnvloeding van de trombocytenaggregatie. Zelden: hoofdpijn, nystagmus, duizeligheid, gehoorverlies, lichter worden van het haar, beenmergsuppressie, agranulocytose, anemie, leukopenie, lymfocytose, stomatitis, porfyrie amenorroe, polycystisch ovarium syndroom, hyperandrogenisme, stomatitis, huidreacties, toxische epidermale necrolyse, Stevens-Johnsonsyndroom, erythema multiforme, systemische lupus erythematosus, oedeem. Zeer zelden: hyponatriëmie, pancreatitis (soms fataal verlopend), reversibele dementie, extrapiramidale aandoeningen, nachtelijke enuresis, syndroom van Fanconi, gynaecomastie, acne, hirsutisme, perifeer oedeem. Verwardheid, enkele gevallen van stupor of lethargie, die leiden tot voorbijgaand coma (encefalopathie) zijn beschreven, meestal bij dosisverhoging of bij combinatietherapie (m.n. met fenobarbital). Gemeld: tremor; gevallen van fibrinogeenverlaging; verminderde botdichtheid, osteopenie, osteoporose en botbreuken na langdurige behandeling; agressie, hyperactiviteit, afwijkend gedrag.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Lever- of pancreasfunctiestoornissen en hemorragische diathese. Familie-anamnese met aan gebruik van valproaten toegeschreven leverbeschadiging. Porfyrie.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Eerste keus bij primair gegeneraliseerde en partiele aanvallen.

Bij voorkeur maagsapresistente tabletten gebruiken in verband met maagdarmklachten bij aanvang van de therapie. Innemen tijdens de maaltijd en niet met koolzuurhoudende dranken.

Het risico van hepatotoxiciteit is groter bij combinatie met andere anti-epileptica en met salicylaten, in het bijzonder bij kinderen jonger dan drie jaar. Daarom wordt bij kinderen < 3 jaar monotherapie aangeraden en gebruik van salicylaten afgeraden. Wanneer in deze leeftijdsgroep de epilepsie gepaard gaat met cerebrale afwijkingen, psychische retardatie, genetische degeneratie of bekende metabole stoornissen en/of leverfunctiestoornissen is vooral gedurende de eerste zes maanden van behandeling het risico van hepatotoxiciteit het grootst. Cave toename sufheid en aanvallen gedurende de eerste 6 maanden.

Eerste tekenen overdosis: tremor, sufheid.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden kunnen daarvan hinder ondervinden. Tijdens behandeling controleren op suïcidale gedachten en -gedrag. Controle van het bloedbeeld wordt aangeraden voor aanvang van de therapie, voor operatieve en tandheelkundige ingrepen en bij spontane hematomen en bloedingen. Voor aanvang en periodiek tijdens de eerste zes maanden van behandeling dient de leverfunctie te worden gecontroleerd. Bij klinische verschijnselen die voorafgaan aan icterus (asthenie, anorexie, malaise, oedeem, soms ook braken, stollingsstoornissen en toename van convulsie) is controle van leverfuncties, in bijzonder een stollingstest (PT) aangewezen. Ook bij tijdelijke stijging van transaminasen zonder klinische verschijnselen in het begin van de behandeling is uitgebreider onderzoek, in ieder geval een stollingstest zoals de PT, aangewezen. Bij ernstig verstoorde leverfunctietesten (transaminasen en/of bilirubine, en/of fibrinogeenstollingsfactoren) de behandeling staken. Het risico van hepatotoxiciteit is groter bij combinatie met andere anti-epileptica en met salicylaten, in het bijzonder bij kinderen jonger dan drie jaar. Daarom wordt bij kinderen < 3 jaar monotherapie aangeraden en gebruik van salicylaten afgeraden. Wanneer in deze leeftijdsgroep de epilepsie gepaard gaat met cerebrale afwijkingen, psychische retardatie, genetische degeneratie of bekende metabole stoornissen en/of leverfunctiestoornissen is vooral gedurende de eerste zes maanden van behandeling het risico van hepatotoxiciteit het grootst. Ernstige epilepsieaanvallen, lage leeftijd, neurologische afwijkingen in combinatie met andere anti-epileptica zijn risicofactoren voor zelden optredende ernstige pancreatitis. Leverfalen in combinatie met pancreatitis vergroot het risico op fatale afloop. Acute buikpijn verdient direct medisch onderzoek; bij pancreatitis de behandeling staken. De behandeling moet eveneens direct worden gestaakt bij optreden van hyperammoniëmie met symptomen zoals braken, ataxie en somnolentie. Abrupt staken door toxische verschijnselen dient te gebeuren onder adequate dosis van een ander anti-epilepticum. Bij verdenking op een enzymstoornis in de ureumcyclus de behandeling pas beginnen na stofwisselingsonderzoek vanwege het risico van hyperammoniëmie. Voorzichtigheid is geboden bij symptomen suggestief voor SLE. Gewichtstoename nauwkeurig volgen, omdat dit een risicofactor is voor polycystisch ovarieel syndroom. De nitroprussidemethode voor de bepaling van ketonlichamen in de urine kan fout-positieve resultaten geven. Onverteerbare resten van capsules, granulaat of matrixtablet kunnen in de feces worden teruggevonden. De injectievloeistof direct na de bereiding gebruiken, deze is alleen geschikt voor eenmalig gebruik.

 

Interacties

Valproïnezuur remt CYP2C9 en wordt deels gemetaboliseerd door CYP2C9.

Relevant:

Afname valproïnezuur: het effect kan worden verminderd door carbamazepine. Het effect van valproïnezuur op de carbamazepineconcentratie is onvoorspelbaar, deze kan stijgen of dalen of gelijk blijven.

Het effect kan worden verminderd door fenytoïne. Het effect van valproïnezuur op fenytoïne is onvoorspelbaar: de fenytoïneconcentratie kan stijgen ten gevolge van enzymremming of dalen door verdringing van de eiwitbindingsplaatsen.

Het effect kan worden verminderd door rifampicine.

De concentratie kan sterk dalen door ertapenem, imipenem en meropenem; dit effect treedt vaak binnen 24 uur op.

Ritonavir kan het metabolisme van valproïnezuur versnellen.

De instelling op valproïnezuur kan tijdelijk worden beïnvloed tijdens behandeling met bleomycine, cisplatine, cyclofosfamide, cytarabine, doxorubicine, etoposide, ifosfamide, methotrexaat en paclitaxel, met als mogelijk gevolg een te lage valproïnezuurconcentratie.

Valproïnezuur remt het metabolisme van: fenobarbital en rufinamide.

Valproïnezuur remt het metabolisme van lamotrigine; de combinatie verhoogt het risico op huiduitslag. Bij toevoeging van lamotrigine aan valproïnezuur moet de begindosering van lamotrigine volgens insluipschema worden verlaagd; bij toevoeging van valproïnezuur aan lamotrigine wordt wel aanbevolen de lamotriginedosering te verlagen (zie lamotrigine, bij D.).

De AUC van zidovudine kan toenemen, waarschijnlijk doordat het de glucuronidering van zidovudine remt. Hierdoor kan de toxiciteit van zidovudine toenemen.

Overig effect: de valproïnezuurconcentratie kan stijgen door stiripentol, bovendien kan de stiripentolconcentratie dalen door valproïnezuur.

Niet relevant: colestyramine verlaagt de Cmax en AUC bij gelijktijdige inname.
De concentratie kan stijgen door felbamaat, tevens kan valproïnezuur de concentratie van felbamaat verhogen.

De concentratie stijgt door guanfacine.

De concentratie van olanzapine daalt.

Bij combinatie met topiramaat is encefalopathie gemeld.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met colesevelam of orlistat.

Niet beoordeeld: aangezien de plasmafibrinogeenconcentratie kan dalen door valproïnezuur is een interactie met anticoagulantia en acetylsalicylzuur mogelijk. Bovendien kan de plasmaconcentratie stijgen door salicylaten. De fabrikant ontraadt de combinatie met salicylaten bij kinderen jonger dan 3 jaar vanwege het risico op levertoxiciteit.

Een stijging van de plasmaconcentratie door erytromycine is gemeld.

De plasmaconcentratie van tricyclische antidepressiva en benzodiazepineagonisten kan stijgen.

De plasmaconcentratie kan stijgen door bupropion. Tevens kan valproïnezuur de plasmaconcentratie van bupropion verhogen.

De werking van antipsychotica kan worden versterkt.

De plasmaconcentratie van primidon en de werkzame metaboliet fenobarbital kan stijgen door remming van de afbraak van primidon en fenobarbital.

Gelijktijdig gebruik van mefloquine of chloroquine kan de convulsiedrempel verlagen.

Bij combinatie met acetazolamide is het risico op encefalopathie en/of hyperammoniëmie verhoogd.

Bij combinatie met quetiapine is het risico op leukopenie mogelijk verhoogd.

De plasmaconcentratie van propofol kan stijgen; de behoefte aan propofol voor algehele anesthesie kan met 25-35% afnemen.

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. Landelijk Kenniscentrum Kind-enJeugdpsychiatrie (Ketelaars), Stemmingstabilatoren, 2009
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 28 nov 2014
  4. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 29 juni 2017
  5. Sanofi-Aventis Netherlands BV, SPC Depakine (RVG 14996), www.cbg-meb.nl, Geraadpleegd 09 juli 2010, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h14996.pdf
  6. Werkgroep Richtlijnen Epilepsie., Epilepsie. Richtlijnen voor diagnostiek en behandeling, Herziene, tweede versie, Januari 2006
  7. Kruijff de, CC. et al, Epileptische aanvallen / status epilepticus, leeftijd > 1 maand. 21 Juni 2012, Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde

Wijzigingen

  • 09 januari 2018 10:19: Indicatie persisterende status epilepticus toegevoegd obv NVK richtlijn