Fenobarbital

Stofnaam
Fenobarbital
Merknaam
ATC code
N03AA02
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Intraveneus: off-label
Epilepsie (alle aanvallen en onderhoud na neonatale convulsies/status epilepticus:
Oraal:
1 mnd-2 jr: Off-label
2-10 jr: dosering > 4 mg/kg/dag: Off-label
10-18jr: dosering < 3,5 mg/kg/dag: Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Injectievloeistof: niet geregistreerd voor kinderen.
Tabletten: Alle vormen van epilepsie, met uitzondering van absences.


Prematuren: 2-3 mg/kg/dag na een iv oplaaddosis.
Neonaten: 3-4 mg/kg/dag na een iv oplaaddosis.
Kinderen
2-12 mnd: 4 mg/kg/dag.
10-20 kg: 5 mg/kg/dag.
20-30 kg: 4 mg/kg/dag.
30-45 kg: 3,5 mg/kg/dag.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. 50 mg/ml; (doorgeleverde bereiding SAHZ, bevat 350 mg/ml propyleenglycol en 255 mg/ml alcohol)
Inj.vlst.100 mg/ml ( per 1 juli 2018 beschikbaar als doorgeleverde bereiding van A15) 
Inj.vlst. 10 mg/ml; 25 mg/ml (Doorgeleverde bereiding apotheek A15. LET OP:  bevat 363 mg/ml propyleenglycol en 249 mg/ml alcohol)

LET OP: injectievloeistof 10 mg/ml niet gebruiken bij neonaten ivm hoge propyleenglycol belasting.

Minitablet 2,5 mg
Tablet 10 mg, 25 mg, 50 mg, 100 mg
Capsule 10 mg
Drank 4 mg/ml, 10 mg/ml, 20 mg/ml 

Eigenschappen

Barbituraat, veroorzaakt depressie van het centrale zenuwstelsel.

Kinetische gegevens

Bij neonaten kan door onrijpheid van de lever de halfwaardetijd verlengd zijn.

Algemene opmerkingen

Geen eerste keuze door optreden hyperreactiviteit. Wel eerste keuze bij neonaten. Therapeutische plasmaconcentratie: 15-30 mg/l.

Doseringen

Indicatie: Persisterende status epilepticus bij overgevoeligheid voor fenytoine
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [3]
      • 20 mg/kg/dosis zo nodig herhalen
      • Langzaam toedienen in 15 min

Indicatie: Epilepsie (alle aanvallen), onderhoud na neonatale convulsies /status epilepticus
  • Oraal
    • Prematuren Zwangerschapsduur < 36 weken
      [4]
      • 2,5 - 5 mg/kg/dag in 2 doses
      • Voortzetting van anti-epileptica na de acute fase (asfyxie) lijkt geindiceerd bij structurele afwijkingen op de MRI, die epileptogeen kunnen zijn

    • Neonaten Zwangerschapsduur ≥ 36 weken en ≥ 2,5 kg
      [4]
      • Met en zonder hypothermie 2,5 - 5 mg/kg/dag in 2 doses
      • Voortzetting van anti-epileptica na de acute fase (asfyxie) lijkt geindiceerd bij structurele afwijkingen op de MRI, die epileptogeen kunnen zijn.

    • 1 maand tot 2 jaar
      [3] [5]
      • 7 - 10 mg/kg/dag in 1 - 2 doses
    • 2 jaar tot 10 jaar
      [3] [5]
      • 3 - 7 mg/kg/dag in 1 - 2 doses
    • 10 jaar tot 18 jaar
      [3] [5]
      • 2 - 3 mg/kg/dag in 1 - 2 doses
  • Intraveneus
    • Prematuren Zwangerschapsduur < 36 weken
      [4]
      • 2,5 - 5 mg/kg/dag in 2 doses
      • Voortzetting van anti-epileptica na de acute fase (asfyxie) lijkt geindiceerd bij zichtbare laesies op de MRI of afwijkend EEG 7 dagen na het incident

    • Neonaten Zwangerschapsduur ≥ 36 weken en ≥ 2,5 kg
      [4]
      • Met en zonder hypothermie 2,5 - 5 mg/kg/dag in 2 doses
      • Voortzetting van anti-epileptica na de acute fase (asfyxie) lijkt geindiceerd bij structurele afwijkingen op de MRI, die epileptogeen kunnen zijn

    • 1 maand tot 2 jaar
      [3] [5]
      • 7 - 10 mg/kg/dag in 1 - 2 doses
    • 2 jaar tot 10 jaar
      [3] [5]
      • 3 - 7 mg/kg/dag in 1 - 2 doses
    • 10 jaar tot 18 jaar
      [3] [5]
      • 2 - 3 mg/kg/dag in 1 - 2 doses
Indicatie: Neonatale epileptische aanvallen
  • Intraveneus
    • Prematuren Zwangerschapsduur < 36 weken
      [4]
      • 20 mg/kg/dosis éénmalig Bij persisterende aanvallen: 10 mg/kg/dosis, zo nodig nog éénmaal herhalen
      • Indien aanvallen blijven persisteren: geef midazolam
        Bloedspiegel: 20-40 microg/ml

        In verband met risico op accumulatie: plasmaconcentratie bepalen op dag 3 na start. Dosis titreren op geleide kliniek en plasmaconcentratiebepaling

    • Neonaten Zwangerschapsduur ≥ 36 weken en ≥ 2,5 kg
      [4]
      • 20 mg/kg/dosis éénmalig Bij persisterende aanvallen: 10 mg/kg/dosis, zo nodig nog éénmaal herhalen
      • Indien aanvallen blijven persisteren: geef midazolam
        Bloedspiegel:20-40 mcg/ml

        In verband met risico op accumulatie: plasmaconcentratie bepalen op dag 3 na start. Dosis titreren op geleide kliniek en plasmaconcentratiebepaling

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

ANTI-EPILEPTICA

VETZUURDERIVATEN

Valproaat natrium

Depakine, Orfiril
N03AG01

Vigabatrine

Sabril
N03AG04
SUCCINIMIDEDERIVATEN

Ethosuximide

Ethymal
N03AD01
OVERIGE ANTI-EPILEPTICA

Brivaracetam

Briviact
N03AX23

Felbamaat

Taloxa
N03AX10

Gabapentine

Neurontin
N03AX12

Lacosamide

Vimpat
N03AX18

Lamotrigine

Lamictal
N03AX09

Levetiracetam

Keppra, Kevesy, Matever
N03AX14

Perampanel

Fycompa
N03AX22

Stiripentol

Diacomit
N03AX17

Topiramaat

Topamax
N03AX11

Zonisamide

Zonegran
N03AX15
BENZODIAZEPINEDERIVATEN

Clonazepam

Rivotril
N03AE01
CARBOXAMIDEDERIVATEN

Carbamazepine

Tegretol
N03AF01

Oxcarbazepine

Trileptal
N03AF02

Rufinamide

Inovelon
N03AF03
HYDANTOINEDERIVATEN

Fenytoine

Diphantoine, Epanutin
N03AB02

Bijwerkingen bij kinderen

Sterk sederend (wel gewenning). Bij kinderen kunnen paradoxale opwinding en hyperactiviteit optreden.

Bijwerkingen bij volwassenen

Sufheid en lusteloosheid, vooral in het begin van de behandeling. Verder: hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid en braken, ataxie, nystagmus, diplopie, acute psychotische reactiesovergevoeligheidsreacties (hyperpyrexie, delirium, huidreacties) . (Zeer) zelden: Stevens-Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse, osteomalacie, systemisch lupus erythematosus, exfoliatieve dermatitis en megaloblastaire anemie. Verder is gemeld na langdurige behandeling: verminderde minerale botdichtheid, osteopenie, osteoporose, botbreuken. Bij kinderen kunnen gedragsstoornissen in de vorm van irritatie, agressie, slaapstoornis en hyperactiviteit optreden, bij ouderen agitatie en verwardheid. Na i.v. injectie ook: hypotensie, shock, laryngospasme, apneu. Behandeling van status epilepticus met fenobarbital en diazepam, beide i.v. toegediend, kan leiden tot ernstige ademhalingsdepressie, laryngospasme en apneu.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

Hyperkinesie bij kinderen.

Contraindicaties bij volwassenen

Acute intermitterende porfyrie. Overgevoeligheid voor barbituraten. Afhankelijk geweest zijn van barbituraten. Ernstige respiratoire insufficiëntie.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

BIJ KINDEREN JONGER DAN 5 JAAR:
De IV vloeistof bevat propyleenglycol en alcohol. Er zijn geen alternatieve produkten die deze hulpstoffen niet of in mindere mate bevatten. Wees bij neonaten en jonge kinderen met een onverklaarbare metabole acidose alert op een mogelijke propyleenglycolintoxicatie. De injectievloeistof met sterkte 10 mg/ml niet gebruiken bij neonaten ivm extreem hoge propyleenglycol belasting.

Controle lever-en nierfunctie bij begin therapie en bij klachten. Bij leverfunctiestoornissen dosering aanpassen.
Bij het starten van de onderhoudsdosering kan - met name bij kinderen jonger dan 1 jaar - accumulatie optreden. De dosering dient te worden getitreerd op geleide van kliniek en plasmaconcentratiebepaling (op dag 3 na start)
Eerste teken bij overdosis: sedatie.

De drank is onverenigbaar met (sondes van) PVC. De doseerspuit van de drank niet met water spoelen, maar met warm sop.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Vanwege het risico van levensbedreigende huidreacties, met name in de eerste weken van de behandeling is extra controle op symptomen (progressieve huiduitslag vaak met blaren of slijmvliesletsel) aangewezen. Bij dergelijke symptomen van Stevens-Johnsonsyndroom of toxische epidermale necrolyse de behandeling onmiddellijk staken en bij deze patiënt fenobarbital nooit meer inzetten. Voorzichtigheid is geboden bij ernstige lever- en/of nierfunctiestoornissen en bij depressieve en suïcidale patiënten. Controle op verschijnselen van zelfmoordgedachten en -gedrag wordt aanbevolen. Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden kunnen daarvan hinder ondervinden. Er bestaat gevaar voor gewenning en afhankelijkheid bij langdurige behandeling. Om onthoudingsverschijnselen, zoals langdurige slapeloosheid, gegeneraliseerde insulten en delirium te voorkomen, de behandeling niet plotseling staken.

Interacties

Fenobarbital induceert onder andere CYP3A4, CYP2C9, CYP2C19 en glucuronyltransferase.

Relevant:
Toename fenobarbital: de concentratie stijgt door valproïnezuur en stiripentol.

Afname fenobarbital: de instelling op fenobarbital kan tijdelijk worden beïnvloed tijdens behandeling met etoposide, methotrexaat ('high dose') en teniposide, met als mogelijk gevolg een te lage fenobarbitalconcentratie. Andersom kan de concentratie van etoposide, methotrexaat en teniposide dalen door fenobarbital. Dit 'omgekeerde effect' op het oncolyticum is echter ondergeschikt aan het effect op fenobarbital.

Fenobarbital induceert het metabolisme van: CYP3A4-inductoren, en van chloorpromazine, corticosteroïden, cumarinederivaten, dabigatran, edoxaban, HCV-middelen, HIV-middelen, lamotrigine, theofylline, tricyclische antidepressiva, verapamil en voriconazol.

Niet relevant:
Fenobarbital induceert het metabolisme van: CYP3A4-inductoren, en van brivaracetam, cyclofosfamide en de actieve en inactieve metabolieten, en rufinamide.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met hypericum.
Niet beoordeeld: het kan de absorptie van griseofulvine remmen.
De sedatieve werking van alcohol en andere centraal-depressieve stoffen kan worden versterkt; dit is eveneens het geval bij combinatie met niet-selectieve MAO-remmers, mogelijk door remming van het metabolisme van de barbituraten.

 

 

Referenties

  1. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 16 aug 2018
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 21 okt 2014
  3. Waardenburg van DA, et al, Richtlijn status epilepticus kinderen ouder dan één maand, Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, Augustus 2005
  4. Smit LS et al, Richtlijnen voor behandeling van neonatale epileptische aanvallen, Nederlands Vlaamse Werkgroep Neonatale Neurologie van de sectie Neonatologie van de NVK en van de Nederlandse Vereniging voor Kinderneurologie, Nieuwe aangepaste versie juni 2012
  5. Werkgroep Richtlijnen Epilepsie., Epilepsie. Richtlijnen voor diagnostiek en behandeling., Nederlandse Vereniging voor Neurologie en de Nederlandse Liga tegen Epilepsie, Herziene, tweede versie, januari 2006

Wijzigingen

  • 24 mei 2018 07:22: Update tav beschikbaarheid injectievloeistof
  • 10 februari 2017 12:02: Waarschuwing voor propyleenglycol intoxicatie opgenomen
  • 10 februari 2017 11:54: Hulpstoffen in IV formulering A15 toegevoegd
  • 16 januari 2017 07:43: Fenobarbital IV wordt niet langer geleverd door de registratiehouder. Alternatieve beschikbaarheid fenobarbital IV formuleringen toegevoegd.
  • 02 september 2015 14:54: De IV dosering voor prematuren (<36 weken) werd gecorrigeerd obv NVK richtlijn
  • 08 juni 2015 08:10: Correctie: zwangerschapsduur in weken ipv maanden