Carbamazepine

Stofnaam
Carbamazepine
Merknaam
Tegretol
ATC code
N03AF01
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Epilepsie: Off-label
Neuropathische pijn: Off-label
Bipolaire stoornis: Off-label
Diabetes insipidus centralis:
On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Epilepsie
 ≤4 jaar  start 20 tot 60 mg/dag , toenemende met 20 tot 60 mg om de andere dag. 
≥ 5 jaar
start 100 mg/dag, met wekelijkse intervallen toenemend met 100 mg.
De onderhoudsdosering per dag is 10-20 mg/kg lichaamsgewicht per dag, over de dag verdeeld.


Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Susp. oraal 20 mg/ml
Tablet 50 mg, 100 mg, 200 mg
Tablet met gereguleerde afgifte 200 mg, 400 mg
Rectaal: 200 mg, 250 mg,  500 mg

Eigenschappen

Anticonvulsieve en psychotrope werking. Licht anticholinerg effect. Het remt de herhaaldelijk optredende hoogfrequente neurale ontladingen en vermindert de uitbreiding van synaptische impulsen. Verder remt het de omzetting van catecholaminen en de vrijgifte van glutamaat.

Kinetische gegevens

Beperkte informatie:
T1/2= 6-12 uur (op steady state na auto-inductie)

Carbamazepine is een inductor van CYP1A2, CYP2C9 en CYP3A4. Het middel wordt afgebroken door CYP3A4. Er is dus sprake van auto-inductie.
 

Doseringen

Indicatie: Epilepsie, focale aanvallen
  • Oraal
    • < 5 jaar
      • Startdosering: 10 mg/kg/dag in 2 - 3 doses
      • Onderhoudsdosering: Per week ophogen met 5 mg/kg/dag tot gewenst effect bereikt is. Gebruikelijke onderhoudsdosering 10 - 20 mg/kg/dag in 2 - 3 doses , max: 35mg/kg/dag
      • Bij bijwerkingen naar beneden titreren

    • 5 jaar tot 12 jaar
      • Startdosering: 10 mg/kg/dag in 2 - 3 doses
      • Onderhoudsdosering: Per week ophogen met 5 mg/kg/dag tot gewenst effect is bereikt. Gebruikelijke onderhoudsdosering 10 - 25 mg/kg/dag in 2 - 3 doses , max: 1.000mg/dag
      • Bij bijwerkingen naar beneden titreren.

    • 12 jaar tot 16 jaar
      • Startdosering: 200 mg/dag in 2 doses
      • Onderhoudsdosering: Per week ophogen met 200 mg/dag tot gewenst effect is bereikt. Gebruikelijke onderhoudsdosering 200 - 1.000 mg/dag in 2 doses , max: 1.000mg/dag
    • 16 jaar tot 18 jaar
      • Startdosering: 200 mg/dag in 2 doses
      • Onderhoudsdosering: Per week ophogen met 200 mg/dag tot gewenst effect is bereikt. Gebruikelijke onderhoudsdosering 200 - 1.200 mg/dag in 2 doses , max: 1.200mg/dag
  • Rectaal
    • < 5 jaar
      • Startdosering: 12,5 mg/kg/dag in 2 - 3 doses
      • Onderhoudsdosering: Per week ophogen met 6,25 mg/kg/dag tot gewenst effect is bereikt. Gebruikelijke onderhoudsdosering 25 mg/kg/dag in 2 - 3 doses , max: 43,75mg/kg/dag
      • Bij bijwerkingen naar beneden titreren.

    • 5 jaar tot 12 jaar
      • Startdosering: 12,5 mg/kg/dag in 2 - 3 doses
      • Onderhoudsdosering: Per week ophogen met 6,25 mg/kg/dag tot gewenst effect is bereikt. Gebruikelijke onderhoudsdosering 12,5 - 31,25 mg/kg/dag in 2 - 3 doses , max: 1.250mg/dag
      • Bij bijwerkingen naar beneden titreren

    • 12 jaar tot 16 jaar
      • Startdosering: 250 mg/dag in 2 doses
      • Onderhoudsdosering: Per week ophogen met 250 mg/dag tot gewenst effect is bereikt 250 - 1.250 mg/dag in 2 doses , max: 1.250mg/dag
    • 16 jaar tot 18 jaar
      • Startdosering: 250 mg/dag in 2 doses
      • Onderhoudsdosering: Per week ophogen met 250 mg/dag tot gewenst effect is bereikt 250 - 1.500 mg/dag in 2 doses , max: 1.500mg/dag
Indicatie: Neuropathische pijn
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [5]
      • Startdosering: 1,5 - 3 mg/kg/dag in 1 dosis
      • Onderhoudsdosering: Geleidelijk ophogen tot 5 - 10 mg/kg/dag in 2 - 4 doses , max: 10mg/kg/dag
      • Er zijn geen wetenschappelijke studies die het gebruik van carbamazepine bij neuropatische pijn bij kinderen onderbouwen. Het dosisadvies is gebaseerd op het NVK Werkboek ondersteunende behandeling kinderoncologie.

Indicatie: Bipolaire stoornis
  • Oraal
    • < 25 kg
      • Startdosering: 100 mg/dag in 2 - 3 doses
      • Onderhoudsdosering: Startdosis stapsgewijs (iedere 5 dagen) ophogen tot 400 mg/dag in 2 - 3 doses , max:20mg/kg/dag maar niet hoger dan 400mg/dag
      • De effectieve bloedspiegel ligt tussen 4 en 12 mg/l.


        Behandeling door of na overleg met een kinderarts-specialist (kind en jeugd psychiater) die ervaring heeft met gebruik van carbamazepine voor deze indicatie.

    • 25 tot 40 kg
      • Startdosering: 200 mg/dag in 2 - 3 doses
      • Onderhoudsdosering: Startdosis stapsgewijs (iedere 5 dagen) ophogen tot 800 mg/dag in 2 - 3 doses , max: 800mg/dag
      • De effectieve bloedspiegel ligt tussen 4 en 12 mg/l.

        Behandeling door of na overleg met een kinderarts-specialist (kind en jeugd psychiater) die ervaring heeft met gebruik van carbamazepine voor deze indicatie.

    • ≥ 40 kg
      • Startdosering: 400 mg/dag in 2 - 3 doses
      • Onderhoudsdosering: Startdosis stapsgewijs (iedere 5 dagen) ophogen tot 1.200 mg/dag in 2 - 3 doses , max: 1.200mg/dag
      • De effectieve bloedspiegel ligt tussen 4 en 12 mg/l.


        Behandeling door of na overleg met een kinderarts-specialist (kind en jeugd psychiater) die ervaring heeft met gebruik van carbamazepine voor deze indicatie.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

ANTI-EPILEPTICA

VETZUURDERIVATEN

Valproaat natrium

Depakine, Orfiril
N03AG01

Vigabatrine

Sabril
N03AG04
SUCCINIMIDEDERIVATEN

Ethosuximide

Ethymal
N03AD01
OVERIGE ANTI-EPILEPTICA

Brivaracetam

Briviact
N03AX23

Felbamaat

Taloxa
N03AX10

Gabapentine

Neurontin
N03AX12

Lacosamide

Vimpat
N03AX18

Lamotrigine

Lamictal
N03AX09

Levetiracetam

Keppra, Kevesy, Matever
N03AX14

Perampanel

Fycompa
N03AX22

Stiripentol

Diacomit
N03AX17

Topiramaat

Topamax
N03AX11

Zonisamide

Zonegran
N03AX15
BENZODIAZEPINEDERIVATEN

Clonazepam

Rivotril
N03AE01
CARBOXAMIDEDERIVATEN

Oxcarbazepine

Trileptal
N03AF02

Rufinamide

Inovelon
N03AF03
BARBITURATEN EN VERWANTE VERBINDINGEN
N03AA02
HYDANTOINEDERIVATEN

Fenytoine

Diphantoine, Epanutin
N03AB02

Bijwerkingen bij kinderen

Hoofdpijn, gastro-intestinale klachten, sedatie, duizeligheid, huiduitslag (11) Toename absences en myoclonieën.
Overdosering: ataxie, diplopie
 

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak(> 10%): een persisterende of fluctuerende leukopenie, duizeligheid, ataxie, slaperigheid, moeheid, misselijkheid en braken, allergische huidreacties, urticaria, verhoogd gamma-GT. Vaak (1-10%): droge mond, accommodatiestoornissen, hoofdpijn, verstoorde kleurwaarneming, diplopie, eosinofilie, trombocytopenie, gewichtstoename, verhoogde alkalische fosfatase. Oedeem, vloeistofretentie, hyponatriëmie en verminderde plasma-osmolaliteit door ADH-achtig effect. Soms (0,1-1%): Abnormale onwillekeurige bewegingen (tremor, dystonie, tics), nystagmus, diarree, obstipatie, dermatitis exfoliativa, erytrodermie, verhoogde transaminasewaarden. Zelden (0,01-0,1%): orofaciale dyskinesieën, oculomotorische stoornissen, spraakstoornissen, choreoathetose, perifere neuritis, paresthesie, spierzwakte, paretische symptomen, aseptische meningitis, hallucinaties, depressie, agressief gedrag, anorexie, vooral bij ouderen verwarring en agitatie, lupus erythematosus-achtig syndroom, jeuk, leukocytose, lymfadenopathie, gebrek aan foliumzuur, cardiale prikkelgeleidingsstoornissen, hypertensie of hypotensie, geelzucht, hepatitis. Een zich traag ontwikkelend overgevoeligheidssyndroom die vele organen betreft. Zeer zelden (< 0,01%): agranulocytose, aplastische anemie, 'pure red cell aplasia', megaloblastenanemie, reticulocytose, pseudolymfomen, toename van prolactine al dan niet met klinische symptomen als gynaecomastie en galactorroe. Abnormale schildklierfunctietesten (verminderde T4- en verhoogde TSH-waarden), hirsutisme, activering van een latente psychose. Troebelingen van de lens, conjunctivitis, gehoorstoornissen, bradycardie, aritmieën, AV-blok met syncope, hartfalen, verergering van coronaire ziekte, Stevens-Johnsonsyndroom (SJS), toxische epidermale necrolyse (TEN, Lyell-syndroom), fotosensibilisatie, erythema multiforme en nodosum, veranderingen in huidpigmentatie, purpura, acne, zweten, haaruitval, acute porfyrie. Pancreatitis, anafylactische reactie, aseptische meningitis met myoclonus en perifere eosinofilie, angio-oedeem, collaps, tromboflebitis, trombo-embolie, stoornissen in de botstofwisseling leidend tot osteomalacie of osteoporose, nierfunctiestoornis, frequente urinelozing, urineretentie, seksuele stoornissen, smaakstoornissen, leverfalen, artralgie, spierpijn, pulmonale overgevoeligheidsreacties met onder andere koorts, dyspneu, pneumonitis, pneumonie. Verhoogde cholesterolwaarden en triglyceriden. Verder is gemeld: pancytopenie, anemie, porphyria variegata, porphyria cutanea tarda, hypogammaglobulinemie, geneesmiddelhuiduitslag met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS-syndroom) verhoging oogboldruk, ductopenie, cholestasis, acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulosus (AGEP), abnormale spermatogenese, en na langdurige behandeling: verminderde minerale botdichtheid, osteopenie, osteoporose, botbreuken. Huidreacties als SJS, TEN, DRESS, AGEP en maculopapulaire huiduitslag hangen bij Europese en Japanse populaties samen met aanwezigheid van het HLA-A*3101-allel; aanwezigheid van HLA-B*1502 is bij HAN-Chinezen, Thai en enkele andere Aziatische bevolkingsgroepen gebonden aan de kans op het ontwikkelen van SJS en TEN.
 

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

Gebruik geen carbamazepine bij gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen met myoclonieën of absences, omdat ze een averechts effect kunnen hebben bij deze typen aanvallen.

Contraindicaties bij volwassenen

Atrioventriculair blok. Hepatische porfyrie in anamnese (bv. porphyria acuta intermittens, – variegata, – cutanea tarda). Beenmergdepressie in anamnese. Overgevoeligheid voor in chemisch opzicht verwante geneesmiddelen als tricyclische antidepressiva

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Voorzichtigheid is geboden bij ernstige hart- en vaatziekten, bij leverfunctiestoornis, bij hematologische bijwerkingen van andere geneesmiddelen in de anamnese. Bij indicatie epilepsie: carbamazepine kan een toename geven van absences en myoclonieen
De FDA waarschuwing voor mogelijk fatale beenmergdepressie en agranulocytose gecorreleerd aan het gebruik van carbamazepine (incidentie van beiden 1:100.000).
Patienten van Chinese, Japanse of Thaise afkomst met HLA-B*1502 of HLA-B*1511 blijken een hoog risico op Steven Johnson Syndroom te hebben. Bij deze groep niet gebruiken tenzij er geen alternatieven zijn.
Verhoogde kans op suïcide al vanaf 1 week na start therapie.
Bij meerdere enzyminductoren lagere spiegels carbamazepine, maar houdt rekening met de actieve metaboliet om toxiciteit te voorkomen.
 

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Vanwege het risico van ernstige levensbedreigende huidreacties (Stevens-Johnsonsyndroom (SJS) of toxische epidermale necrolyse (TEN)), met name in de eerste maanden van de behandeling is extra controle op symptomen (progressieve huiduitslag vaak met blaren of slijmvliesletsel) aangewezen; de kans is 1-6 per 10.000 gebruikers in een Kaukasische bevolking, maar 10× zo groot in een Aziatische bevolking-. Bij dergelijke symptomen van ernstige huidreacties de behandeling onmiddellijk staken en bij deze patiënt carbamazepine niet meer inzetten. Patiënten van Han-Chinese of Thaise afkomst vóór behandeling screenen op HLA-B*1502 in verband met de kans op het ontwikkelen van SJS wanneer ze behandeld worden met carbamazepine; bij een positieve testuitslag carbamazepine niet gebruiken. De prevalentie van HLA-B*1502-dragers onder Han-Chinezen en Thai is circa 10%, bij Europeanen, Japanners en Koreanen < 1%. Bij Aziatische populaties in Maleisië en op de Filipijnen kan men vanwege een hoge prevalentie van dit allel van > 15% overwegen om ook te testen op HLA-B*1502. Bij Europese en Japanse populaties positief voor het HLA-A*3101-allel is gebruik van carbamazepine in verband gebracht met meer kans op het ontwikkelen van SJS, TEN, DRESS en AGEP, overgevoeligheidssyndroom (incl maculopapulaire huiduitslag); de gegevens zijn echter onvoldoende om een screening vooraf op HLA-A*3101 te onderbouwen. Bij circa 25–30% van de patiënten kunnen kruisovergevoeligheidsreacties optreden met oxcarbazepine. Er bestaat ook kruisovergevoeligheid met fenytoïne. Carbamazepinegebruik bij patiënten met atypische absences kan de gegeneraliseerde aanvallen verergeren; bij exacerbatie van aanvallen de behandeling staken. Bij hypothyroïdie is extra controle nodig, omdat carbamazepine de eliminatie van schildklierhormonen kan versterken. Voorzichtigheid is geboden bij oudere patiënten en bij ernstige ziekten van hart en vaten, lever en nier. Bijwerkingen op het gebied van het centraal zenuwstelsel kunnen een teken zijn van overdosering of sterke schommeling van de plasmaconcentratie. Vóór het begin van de behandeling en periodiek gedurende de behandeling moeten het volledig bloedbeeld (inclusief trombocyten, reticulocyten en serumijzer) en leverfunctie worden gecontroleerd. Bij verlaagde waarden van leukocyten of trombocyten tijdens de behandeling de patiënt en het bloedbeeld bewaken. Bij enig bewijs van significante beenmergdepressie, bij verslechtering van de leverfunctie, optreden van acute hepatitis , de behandeling direct beëindigen. Patiënten met een verhoogde intra-oculaire druk moeten, gezien het licht anticholinerge effect van carbamazepine, tijdens de therapie regelmatig worden gecontroleerd. Tijdens behandeling is controle op suïcidale gedachten en –gedrag aangewezen. Vóór en periodiek tijdens de behandeling complete urineanalyse en 'blood urea nitrogen' bepalen. Incidenteel is melding gemaakt van bijwerkingen bij het overzetten van patiënten van het ene carbamazepinebevattende product op het andere. Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden (bv. autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden. Abrupt staken van de therapie kan aanvallen plots doen ontstaan. Bij staken daarom uitsluipend doseren. Na abrupt staken van de therapie moet de patiënt gedurende de instellingsfase op een ander anti-epilepticum worden beschermd met een daartoe geschikt middel.

Interacties

Carbamazepine is substraat voor CYP3A4; het induceert CYP1A2, CYP2B6, CYP2C9, CYP2C19, CYP3A4, P-gp en UGT.

Relevant:
Afname carbamazepine: de concentratie daalt door efavirenz, nevirapine en rifampicine.

De instelling op carbamazepine kan tijdelijk worden beïnvloed tijdens een chemokuur, met als mogelijk gevolg een te lage carbamazepineconcentratie. Andersom kan de concentratie van etoposide, methotrexaat, teniposide en vincristine dalen door carbamazepine. Dit 'omgekeerde effect' op het oncolyticum is echter ondergeschikt aan het effect op carbamazepine.

Toename carbamazepine: de concentratie stijgt door cimetidine (na 5-7 dagen verdwijnt dit effect doorgaans door auto-inductie van carbamazepine), ciprofloxacine, claritromycine, danazol, diltiazem, erytromycine, fluconazol, fluoxetine, fluvoxamine, isoniazide, HIV-proteaseremmers, terbinafine en verapamil.

De concentratie kan stijgen en die van carbamazepine-epoxide kan dalen door stiripentol.

Carbamazepine induceert het metabolisme van: zie bij Interactielijsten, CYP3A4-inductoren, en van caspofungine, chloorpromazine, corticosteroïden, cumarinederivaten, dabigatran, edoxaban, efavirenz, HCV-middelen, HIV-middelen, itraconazol, ketoconazol (andersom kan de carbamazepinespiegel toenemen door ketoconazol), lamotrigine, mianserine, olanzapine, paliperidon, posaconazol (andersom kan de carbamazepinespiegel toenemen door posaconazol), quetiapine (andersom kan de carbamazepine-epoxidespiegel stijgen door quetiapine), theofylline, tricyclische antidepressiva en voriconazol. Bovendien kan de carbamazepineconcentratie dalen door theofylline.

De werking van valproïnezuur kan afnemen. Het effect van valproïnezuur op de carbamazepineconcentratie is onvoorspelbaar, deze kan toenemen of afnemen of gelijk blijven.

Overig effect: in combinatie met thiaziden of lisdiuretica kan hyponatriëmie optreden.

Niet relevant:
Carbamazepine induceert het metabolisme van: zie bij Interactielijsten, CYP3A4-inductoren, en van brivaracetam, fingolimod en pomalidomide.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met hypericum.

Niet beoordeeld:
Afname carbamazepine: de concentratie kan mogelijk dalen door ethosuximide of oxcarbazepine.
Toename carbamazepine: de concentratie kan mogelijk stijgen door acetazolamide, dantroleen, ibuprofen, nicotinamide, omeprazol, oxybutynine, paroxetine, quetiapine, trazodon en vigabatrine.
Carbamazepine vermindert mogelijk het effect van: albendazol, aprepitant, buprenorfine, bupropion, citalopram, clobazam, clonazepam, digoxine, ethosuximide, felbamaat, felodipine, fenazon, fenobarbital, fenytoïne, levothyroxine, MAO-remmers (de fabrikant adviseert de MAO-remmer 2 weken voor de start van carbamazepine te staken), oxcarbazepine, paracetamol, primidon, rifabutine, tadalafil en trazodon.
Overig effect: combinatie met metoclopramide kan leiden tot een toename van de neurologische bijwerkingen.
De neuromusculaire blokkade van niet-depolariserende spierrelaxantia kan worden verminderd.
Isotretinoïne kan de plasmaconcentratie van carbamazepine en de epoxidemetaboliet beïnvloeden.
De sedatieve werking van alcohol kan worden versterkt.
Isoniazide kan de plasmaconcentratie verhogen en het risico op hepatoxiciteit neemt toe bij deze combinatie.

Bij combinatie met chloorpromazine in vloeibare vorm kan een oranje rubberachtige massa in de ontlasting voorkomen. Het is niet bekend in hoeverre dit verschijnsel leidt tot een afname van de absorptie van beide middelen.

Grapefruitsap kan de biologische beschikbaarheid verhogen door remming van CYP3A4. Gebruik van grapefruit(sap) wordt ontraden. Gebruik van een glas met 300 ml grapefruitsap verhoogde de plasmaconcentratie en de AUC met ong. 40%.

Referenties

  1. Carlsson KC, et al, Development of a population pharmacokinetic model for carbamazepine based on sparse therapeutic monitoring data from pediatric patients with epilepsy, Clin Ther, 2005 , May;27(5):, 618-26
  2. Seetharam MN, et al, Risk-benefit assessment of carbamazepine in children, Drug Saf, 1991, Mar-Apr;6(2), 148-58
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 12 okt 2014
  4. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 11 jun 2018
  5. Kamps WA et al, Werkboek ondersteundende behandeling kinderoncologie, VU Uitgeverij, 2005
  6. Delgado Iribarnegaray MF, et al, Carbamazepine population pharmacokinetics in children: mixed-effect models, Ther Drug Monit. , 1997, Apr;19(2), 132-9
  7. de Silva M, et al, Randomised comparative monotherapy trial of phenobarbitone, phenytoin, carbamazepine, or sodium valproate for newly diagnosed childhood epilepsy, Lancet, 1996, Mar 16;347(9003), 709-13
  8. Forsythe WI, et al, One drug for childhood grand mal: medical audit for three-year remissions, Dev Med Child Neurol, 1984, Dec;26(6), 742-8
  9. Sobaniec W, et al, A comparative study of vigabatrin vs. carbamazepine in monotherapy of newly diagnosed partial seizures in children, Pharmacol Rep, 2005, Sep-Oct;57(5), 646-53
  10. Suzuki Y, et al, Carbamazepine age-dose ratio relationship in children, Ther Drug Monit, 1991, May;13(3), 201-8
  11. Verity CM, et al, A multicentre comparative trial of sodium valproate and carbamazepine in paediatric epilepsy. The Paediatric EPITEG Collaborative Group, Dev Med Child Neurol, 1995, Feb;37(2), 97-108
  12. Nieto-Barrera M, et al , A comparison of monotherapy with lamotrigine or carbamazepine in patients with newly diagnosed partial epilepsy, Epilepsy Res, 2001, Aug;46(2), 145-55
  13. Zamponi N, et al, Open comparative long-term study of vigabatrin vs carbamazepine in newly diagnosed partial seizures in children, Arch Neurol, 1999, May;56(5), 605-7
  14. Joshi G, et al, A prospective open-label trial of extended-release carbamazepine monotherapy in children with bipolar disorder, J Child Adolesc Psychopharmacol, 2010 , Feb;20(1), 7-14
  15. Landelijk Kenniscentrum Kind- en Jeugdpsychiatrie (Ketelaars). , Stemmingsstabilatoren, www.kenniscentrum-kjp.nl, 6 nov 2011
  16. Novartis Pharma BV, SPC Tegretol (RVG 06346) 28 maart 2014, www.cbg-meb.nl

Wijzigingen

  • 14 november 2017 12:56: Classificatie epileptische aandoeningen is veranderd (www.epilepsie.neurologie.nl). Carbamazepine gecontraindiceerd bij gegeneraliseerde aanvallen met myclonie of absences wegens averechts effect
  • 04 oktober 2016 08:16: Diverse toedieningsvormen met lage sterktes als beschikbare toedieningsvorm toegevoegd
  • 05 november 2015 09:01: Herziening leeftijdscategorie obv eerder geraadpleegde bronnen en SmPC