Rufinamide

Stofnaam
Rufinamide
Merknaam
Inovelon
ATC code
N03AF03
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Adjuvante therapie bij de behandeling van aanvallen in verband met het syndroom van Lennox-Gastaut:

1-4 jaar die geen valproaat ontvangen: start 10 mg/kg/dag in 2 doses PO, elke 3e dag ophogen met stappen van max 10 mg/kg/dag tot max 45 mg/kg/dag.
1-4 jaar die ook valproaat ontvangen: start 10 mg/kg/dag in 2 doses PO, elke 3e dag ophogen met stappen van max 10 mg/kg/dag tot max 30 mg/kg/dag

> 4 jaar:
<30 kg die geen valproaat ontvangen:
start 200 mg PO, elke 3e dag ophogen met stappen van 200 mg/dag tot max 1000 mg/dag
Doses van maximaal 3600 mg/dag zijn bij een beperkt aantal patiënten bestudeerd. 

<30 kg die ook valproaat ontvangen: start 200 mg PO, na minimaal 2 dagen ophogen met stappen van 200 mg/dag tot max 600 mg/dag
 
> 30 kg die geen valproaat ontvangen: Start 400 mg PO, om de dag ophogen met stappen van 400 mg/dag tot max  kinderen 30-50 kg: max 1800 mg/dag; kinderen 50-70 kg: max 2400 mg/dag; kinderen >70 kg: 3200 mg/dag.
Doses van maximaal 4.000 mg/dag (in het 30-50 kg bereik) of 4.800 mg/dag (bij de meer dan 50 kg) zijn bestudeerd bij een beperkt aantal patiënten.

> 30 kg die ook valproaat ontvangen: Start 400 mg PO, om de dag ophogen met stappen van 400 mg/dag tot max:  kinderen 30-50 kg: max 1200 mg/dag; kinderen 50-70 kg: max 1600 mg/dag; kinderen > 70 kg: 2200 mg/dag.

 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Susp. oraal 40 mg/ml
Tablet 100 mg; 200 mg; 400 mg 
 

Eigenschappen

Anti-epilepticum, triazoolderivaat, dat de werking van natriumkanalen moduleert, waardoor hun inactieve status wordt verlengd.

Kinetische gegevens

Kinderen hebben over het algemeen een lagere rufinamideklaring dan volwassenen en dit verschil houdt verband met lichaamsgrootte.

Doseringen

Indicatie: Adjuvante behandeling van aanvallen bij Syndroom van Lennox-Gastaut: ZONDER VALPROAAT
  • Oraal
    • 1 jaar tot 4 jaar
      [1]
      • Startdosering: 10 mg/kg/dag in 2 doses Startdosis elke 3e dag ophogen op basis van klinische respons en tolerantie in stappen van maximaal 10 mg/kg/dag tot
      • Onderhoudsdosering: 10 - 45 mg/kg/dag in 2 doses , max: 45mg/kg/dag
    • ≥ 4 jaar en < 30 kg
      [1]
      • Startdosering: 200 mg/dag in 2 doses
      • Onderhoudsdosering: Startdosis elke derde dag ophogen op basis van klinische respons en tolerantie in stappen van 200 mg/dag tot 200 - 1.000 mg/dag in 2 doses , max: 1.000mg/dag
      • Doses van maximaal 3600 mg/dag zijn bij een beperkt aantal patiënten bestudeerd.

    • ≥ 4 jaar en 30 tot 50 kg
      [1]
      • Startdosering: 400 mg/dag in 2 doses
      • Onderhoudsdosering: Startdosis om de dag ophogen op basis van klinische respons en tolerantie met stappen van 400 mg/dag tot   400 - 1.800 mg/dag in 2 doses , max: 1.800mg/dag
      • Hogere doses - tot 4000 mg/dag - zijn bestudeerd bij een beperkt aantal patienten. 

    • ≥ 4 jaar en 50 tot 70 kg
      [1]
      • Startdosering: 400 mg/dag in 2 doses
      • Onderhoudsdosering: Startdosis om de dag ophogen op basis van klinische respons en tolerantie met stappen van 400 mg/dag tot   400 - 2.400 mg/dag in 2 doses , max: 2.400mg/dag
      • Hogere doses - tot 4800 mg/dag - zijn bestudeerd bij een beperkt aantal patienten. 

    • ≥ 4 jaar en ≥ 70 kg
      [1]
      • Startdosering: 400 mg/dag in 2 doses
      • Onderhoudsdosering: Startdosis om de dag ophogen op basis van klinische respons en tolerantie met stappen van 400 mg/dag tot 400 - 3.200 mg/dag in 2 doses , max: 3.200mg/dag
      • Hogere doses - tot 4800 mg/dag - zijn bestudeerd bij een beperkt aantal patienten. 

Indicatie: Adjuvante behandeling van aanvallen bij Syndroom van Lennox-Gastaut: IN COMBINATIE MET VALPROAAT
  • Oraal
    • 1 jaar tot 4 jaar
      [1]
      • Startdosering: 10 mg/kg/dag in 2 doses Startdosis elke 3e dag ophogen op basis van klinische respons en tolerantie in stappen van maximaal 10 mg/kg/dag tot
      • Onderhoudsdosering: 10 - 30 mg/kg/dag in 2 doses , max: 30mg/kg/dag
    • ≥ 4 jaar en < 30 kg
      [1]
      • Startdosering: 200 mg/dag in 2 doses
      • Onderhoudsdosering: Startdosis elke derde dag ophogen op basis van klinische respons en tolerantie met 200 mg/dag tot 200 - 600 mg/dag in 2 doses
    • ≥ 4 jaar en 30 tot 50 kg
      [1]
      • Startdosering: 400 mg/dag in 2 doses
      • Onderhoudsdosering: Startdosis om de dag ophogen op basis van klinische respons en tolerantie met stappen van 400 mg/dag tot   400 - 1.200 mg/dag in 2 doses , max: 1.200mg/dag
    • ≥ 4 jaar en 50 tot 70 kg
      [1]
      • Startdosering: 400 mg/dag in 2 doses
      • Onderhoudsdosering: Startdosis om de dag ophogen op basis van klinische respons en tolerantie met stappen van 400 mg/dag tot   400 - 1.600 mg/dag in 2 doses , max: 1.600mg/dag
    • ≥ 4 jaar en ≥ 70 kg
      [1]
      • Startdosering: 400 mg/dag in 2 doses
      • Onderhoudsdosering: Startdosis om de dag ophogen op basis van klinische respons en tolerantie met stappen van 400 mg/dag tot 400 - 2.200 mg/dag in 2 doses , max: 2.200mg/dag

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

ANTI-EPILEPTICA

VETZUURDERIVATEN

Valproaat natrium

Depakine, Orfiril
N03AG01

Vigabatrine

Sabril
N03AG04
SUCCINIMIDEDERIVATEN

Ethosuximide

Ethymal
N03AD01
OVERIGE ANTI-EPILEPTICA

Brivaracetam

Briviact
N03AX23

Felbamaat

Taloxa
N03AX10

Gabapentine

Neurontin
N03AX12

Lacosamide

Vimpat
N03AX18

Lamotrigine

Lamictal
N03AX09

Levetiracetam

Keppra, Kevesy, Matever
N03AX14

Perampanel

Fycompa
N03AX22

Stiripentol

Diacomit
N03AX17

Topiramaat

Topamax
N03AX11

Zonisamide

Zonegran
N03AX15
BENZODIAZEPINEDERIVATEN

Clonazepam

Rivotril
N03AE01
CARBOXAMIDEDERIVATEN

Carbamazepine

Tegretol
N03AF01

Oxcarbazepine

Trileptal
N03AF02
BARBITURATEN EN VERWANTE VERBINDINGEN
N03AA02
HYDANTOINEDERIVATEN

Fenytoine

Diphantoine, Epanutin
N03AB02

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): slaperigheid, hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid, braken, vermoeidheid. Vaak (1-10%): longontsteking, influenza, nasofaryngitis, oorinfectie, sinusitis, rinitis, anorexia, eetstoornis, gewichtsverlies, angst, slapeloosheid, status epilepticus, convulsie, abnormale coördinatie, nystagmus, psychomotorische hyperactiviteit, tremor, dubbelzien, wazig zien, vertigo, bloedneus, maag-darmklachten (constipatie, diarree, dyspepsie), huiduitslag, acne, rugpijn, oligomenorroe, loopstoornis, hoofdletsel, kneuzing. Soms (0,1-1%): overgevoeligheid (waaronder DRESS (drug rash with eosinophilia and systemic symptoms) en het Stevens-Johnsonsyndroom, stijging van leverenzymwaarden.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Overgevoeligheid voor triazoolderivaten (bv. alprazolam, diverse antimycotica als fluconazol, itraconazol).

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden (bv. autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden. Bij vermoeden van een ernstige overgevoeligheidssyndromen door anti-epileptica, waaronder DRESS en het Stevens-Johnsonsyndroom, die na de start van de behandeling en bij kinderen kan optreden (met verschillende tekenen en symptomen, maar met als onderdelen huiduitslag of koorts, en mogelijk lymfadenopathie, leverafwijkingen of hematurie) de behandeling staken. Bij ontstaan van huiduitslag de patiënt nauwlettend controleren. Bij ontwikkeling van nieuwe typen aanvallen of bij een verhoogde frequentie van status epilepticus ten opzichte van de uitgangsconditie de baten/risicoverhouding van de behandeling opnieuw afwegen. Omdat rufinamide het QTc-interval concentratie-afhankelijk kan verkorten is voorzichtigheid geboden bij patiënten met (een familiegeschiedenis van) een congenitaal kort QT-syndroom. Controle op tekenen van zelfmoordgedachten en -gedrag wordt aanbevolen. Gebruik bij een ernstige leverfunctiestoornis wordt afgeraden vanwege onvoldoende onderzoek; bij een milde tot matige leverfunctiestoornis is zorgvuldige dosistitratie aanbevolen.

Interacties

Het induceert CYP3A4.

Relevant: de plasmaconcentratie kan stijgen door valproïnezuur (zie ook D.).

Rufinamide induceert het metabolisme van: anticonceptiepil (pil, vaginale ring, pleister).

Niet relevant: de plasmaconcentratie kan dalen door fenobarbital, fenytoïne en primidon.

Niet beoordeeld: de plasmaconcentratie kan dalen door carbamazepine en vigabatrine.

Referenties

  1. Eisai Limited, SPC Inovelon (EU/1/06/378/017) 23-08-2018, www.ema.europa.eu
  2. ZorgInstituut Nederand, Farmacotherapeutisch Kompas 2013 (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 17 nov 2014
  3. InformatoriumMedicamentorum, Interacties, Geraadpleegd 17 nov 2014, Geraadpleegd 28-10-13

Wijzigingen

  • 13 september 2018 12:33: Doseeradvies uitgebreid met een doseeradvies voor kinderen van 1-4 jaar opb SmPC Inovelon
  • 25 augustus 2016 06:00: Maximale dosering aangepast obc SmPC en advies kinderneuroloog