Influenzavaccin

Stofnaam
Influenzavaccin
Merknaam
Influvac, Vaxigrip
ATC code
J07BB02
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Influenza vaccin (jaarlijks) Geregistreerd voor kinderen vanaf 6 maanden. Dosering: 6-35 maanden: 0,25 -0,5 ml; >36 maanden 0,5 ml Aan kinderen die niet eerder zijn gevaccineerd, dient een tweede dosis te worden gegeven na een periode van minimaal 4 weken.

Pandemisch influenzavaccin (Focetria®, Pandemrix®) is geregistreerd voor profylaxe van influenza in een officieel verklaarde pandemische situatie, voor kinderen vanaf 6 maanden.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Jaarlijkse vaccinatie: Samenstelling verschilt per jaar. wegwerpspuit 0,5 ml.

Focetria: Inj.susp. (influenzavirus A/Vietnam/1194/2004 (H5N1), subunit) 15 µg/ml 0.5 ml
Pandemrix: Inj.emulsie (influenzavirus A/Vietnam/1194/2004 (H5N1), gesplitst 7.5 μg/ml 0.5 ml

Eigenschappen

Geïnactiveerd influenzavaccin, geformuleerd met virosomen als drager/adjuvans, samengesteld uit zeer zuivere oppervlakte–antigenen uit stam A en B van het influenzavirus, gekweekt in bevruchte kippeneieren. Het vaccin bevat dus géén genetisch materiaal van het virus.

Eén injectie geeft meestal zes tot twaalf maanden bescherming; deze wordt gewoonlijk binnen twee tot drie weken na inenting bereikt. De samenstelling wordt elk jaar gebaseerd op de meest recente epidemiologische gegevens volgens richtlijnen van de WHO (noordelijk halfrond).

Pandemrix: Pandemisch influenzavaccin (H1N1)v (gesplitst virion, geïnactiveerd, met adjuvans)
Focetria: Pandemisch influenzavaccin (oppervlakteantigen, geïnactiveerd, met adjuvans)

Kinetische gegevens

Geen informatie

Algemene opmerkingen

Zowel Pandemrix als Focetria zijn gebaseerd op een prototype vaccin - ook wel genoemd 'mock-up'vaccin of model vaccin. Ze zijn ontwikkeld op een H5N1 virusstam. Wanneer er sprake is van een pandemie wordt de virusstam in het prototype vervangen door de dan bekende pandemische virusstam (zoals nu H1N1), de rest van de samenstelling blijft ongewijzigd.
De werkzaamheid en veiligheid van het prototype vaccin, gebaseerd op H5N1, is uitvoerig getest, ook bij kinderen, Omdat het uiteindelijke H1N1 vaccin en het prototype vaccin erg op elkaar lijken, kan op grond van de resultaten van het onderzoek naar het prototype een voorspelling worden gedaan hoe het uiteindelijke vaccin zich zal gedragen.De resultaten van het onderzoek naar het prototype vaccin kunnen worden zogezegd worden 'vertaald' naar het pandemische vaccin met de H1N1 virusstam. De Europese registratie authoriteit (EMEA) evalueert doorlopend of het H1N1 vaccin zich naar verwachting gedraagt.

Doseringen

Indicatie: Jaarlijkse influenza vaccinatie
  • Intramusculair
    • 6 maanden tot 18 jaar
      [1] [8]
      • 0,5 ml/dosis éénmalig bij kinderen jonger dan 6 jaar de vaccinatie na 4 weken herhalen, tenzij het kind in de afgelopen 2 seizoenen ten minste eenmaal volledig is gevaccineerd;
Indicatie: Profylaxe van influenza (in een officieel verklaarde pandemische situatie)
  • Intramusculair
    • ≥ 6 maanden
      [4] [5] [7]
      • PANDEMRIX:
        6mnd-9 jaar: 0,25 ml/dosis. Herhalen na tenminste 3 weken
        >10 jaar: 0,5 ml/dosis. Eventueel herhalen na tenminste 3 weken

        FOCETRIA:
        6 mnd-17jr: 0,5 ml/dosis. Herhalen na tenminste 3 weken

         

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

VIRALE VACCINS

ENCEPHALITISVACCINS
J07BA02

Tekenencefalitis vaccin

FSME-Immun, FSME-Immun junior
J07BA01
HEPATITISVACCINS

Hepatitis A vaccin

Havrix Junior, Havrix, Vaqta, Avaxim
J07BC02

Hepatitis B vaccin

Engerix B Junior; HBVaxPro
J07BC01
PAPILLOMAVIRUSVACCINS
J07BM02
VARICELLAZOSTERVACCINS

Varicella vaccin

Provarivax
J07BK01
MAZELENVACCINS
J07BD52
ROTAVIRUSDIARREEVACCINS
J07BH01
GELEKOORTSVACCINS

Gelekoortsvaccin

Stamaril
J07BL01

Bijwerkingen bij kinderen

Pandemisch vaccin: Er zijn enkele gevallen van narcolepsie gerapporteerd. Hoofdpijn, zweten, spierpijn, gewrichtspijn, koorts, malaise, rillingen, vermoeidheid. Plaatselijke reacties zoals roodheid, zwelling, pijn; Artralgie, myalgie, vermoeidheid, diarree, gastro-intestinale klachten, suf, prikkelbaarheid, gebrek aan eetlust, duizeligheid.

Bijwerkingen bij volwassenen

Vaak (0,1–1%): hoofdpijn, zweten, spierpijn, gewrichtspijn, koorts, malaise, rillingen, vermoeidheid. Plaatselijke reacties zoals roodheid, zwelling, pijn, ecchymosen en induratie. Meestal verdwijnen de symptomen na één à twee dagen. Verder zijn gemeld: voorbijgaande trombocytopenie, voorbijgaande lymfadenopathie, allergische reacties (in zeldzame gevallen leidend tot shock), angio-oedeem; neuralgie, paresthesie, koortsstuipen, andere neurologische aandoeningen, zoals encefalomyelitis, neuritis en het Guillain-Barrésyndroom; vasculitis in zeer zeldzame gevallen met voorbijgaande nierproblemen, algemene huidreacties, inclusief jeuk, urticaria of niet-specifieke huiduitslag.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Acute infectieziekte. Koorts. Overgevoeligheid voor kippenei-eiwit.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Vaccinatie dient tijdig, bij voorkeur in het najaar, te geschieden. De protectiegraad is lager bij ouderen en kinderen dan bij volwassenen. De vorming van antilichamen bij patiënten met endogene of iatrogene immunosuppressie kan ontoereikend zijn. Na griepvaccinatie kunnen fout-positieve uitkomsten optreden in serologische testen met ELISA (voor detectie van antilichamen tegen HIV-1, hepatitis C en vooral HTLV-1).

Interacties

Interacties vaccins algemeen:

Gelijktijdig geven van vaccins

  • dode (geïnactiveerde) vaccins mogen in dezelfde zitting worden toegediend met andere dode vaccins. Er hoeft geen interval te worden aangehouden tussen het toedienen van deze vaccins;
  • dode (geïnactiveerde) vaccins mogen in dezelfde zitting worden toegediend met levende vaccins. Er hoeft geen interval te worden aangehouden tussen het toedienen van deze vaccins;
  • parenteraal toegediende levende vaccins mogen in dezelfde zitting worden toegediend met oraal toegediende levende vaccins. Er hoeft geen interval te worden aangehouden tussen het toedienen van deze vaccins;
  • twee parenteraal toegediende levende vaccins worden bij voorkeur met een interval van ten minste 4 weken toegediend. Reden hiervoor is het induceren van de productie van interferonen gedurende 1-2 weken door het ene vaccin, die kunnen interfereren met de immuunrespons op het andere vaccin. Indien dit niet mogelijk is, kunnen ze ook tegelijkertijd worden toegediend.

Immunoglobulinen, bloed en bloedproducten

Deze kunnen specifieke antistoffen bevatten tegen het virus in het toegediende levende virusvaccin, waardoor de immuunrespons kan worden verzwakt. Het levende virusvaccin dient ten minste 14 dagen voor (bij varicellavaccin wordt aangegeven 1 maand) of ten minste 6 weken na (bij voorkeur 3 maanden, bij varicellavaccin wordt aangegeven 5 maanden) toediening van immunoglobulinen, bloed of bloedproducten te worden gegeven.

Van zostervaccin is niet bekend of het een interactie geeft met bloedproducten; er hoeft geen interval te worden aangehouden.

Immunoglobulinen, bloed en bloedproducten van Nederlandse donoren bevatten geen antistoffen tegen het gelekoortsvirus; deze mogen gelijktijdig worden gegeven met het gelekoortsvaccin.

Relevant:

Levende vaccins: tijdens het gebruik van middelen die immunosuppressief werken (immunosuppressiva, corticosteroïden, bepaalde DMARD's, veel oncolytica (inclusief een aantal tyrosinekinaseremmers en monoklonale antilichamen met immunosuppressieve werking, zie aldaar)) kan vaccinatie met levende micro-organismen een gegeneraliseerde infectieziekte veroorzaken. Deze combinaties moeten worden vermeden. Combinatie met corticosteroïden is in het algemeen gecontraïndiceerd zolang het corticosteroïd immunosuppressie veroorzaakt, met name bij systemisch gebruik langer dan 2 weken, echter niet bij suppletie en niet bij lokale toepassing (behalve bij grote oppervlakken onder occlusie).

Tijdens het gebruik van monoklonale antilichamen die immunomodulerend werken (zie aldaar) kan vaccinatie met levende micro-organismen een gegeneraliseerde infectie veroorzaken, en kan vaccinatie sowieso niet of minder effectief zijn gezien het ontbreken van een adequate immuunrespons. De combinatie moet worden vermeden.

Niet-levende vaccins: tijdens het gebruik van middelen die immunosuppressief werken (immunosuppressiva, corticosteroïden, bepaalde DMARD's, veel oncolytica (inclusief een aantal tyrosinekinaseremmers en monoklonale antilichamen met immunosuppressieve werking, zie aldaar)) kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaccin herhaald worden toegediend of kan een titerbepaling worden gedaan. Griepvaccinatie wordt sowieso aanbevolen bij personen met verminderde weerstand tegen infecties (bijvoorbeeld door immunosuppressieve medicatie of chemotherapie).

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met lokaal toegediend pimecrolimus of tacrolimus.

 

Referenties

  1. Solvay Biologicals BV, SPC Influvac (RVG 22289), www.cbg-meb.nl, Geraadpleegd 12 aug 2010, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h22289.pdf
  2. ZorgInstituut Nederand, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen)., Geraadpleegd 27 okt 2014
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 29 juni 2017
  4. Gezondheidsraad. . 2009;3-5: (geraadpleegd 11 nov 2009), Vaccinatie tegen pandemische influenza A/H1N1 2009: doelgroepen en prioritering (3), www.gezondheidsraad.nl, 2009, 3-5, (geraadpleegd 11 nov 2009)
  5. GlaxoSmithKline Biologicals BV. , SPC Pandemrix, (EU/1/08/452/001), Geraadpleegd 24-08-2015
  6. LAREB, Kwartaalbericht 1, 2014
  7. Novartis Vaccines and Diagnostics. , SPC Focetria, EU/1/07/385/001-002, Geraadpleegd 11 nov 2009
  8. Vrieze HA et al, NHG/SNPG Handleiding Griepvaccinatie herziening 2016, https://www.nhg.org/sites/default/files/content/nhg_org/uploads/nhg_snpg-handleiding_griepvaccinatie_2016.pdf

Wijzigingen

  • 23 februari 2017 09:16: Het doseerschema voor de jaarlijkse griepvaccinatie aangepast naar de NHG richtijn influenza
  • 24 augustus 2015 13:12: Bijwerkingen bij kinderen toegevoegd op basis van de gewijzigde SmPC Pandemrix
  • 24 augustus 2015 13:05: De vaccinatiefrequentie van Pandemrix voor kinderen > 10 jaar is aangepast obv SmPC