Hepatitis A vaccin

Stofnaam
Hepatitis A vaccin
Merknaam
Havrix Junior, Havrix, Vaqta, Avaxim
ATC code
J07BC02
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Er is hier op dit moment nog geen informatie over beschikbaar.

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Havrixis geregistreerd voor actieve immunisatie tegen Hepatitis A voor kinderen van 16 jaar en ouder.
Havrix Junior is geregistreerd voor actieve immunisatie tegen Hepatitis A voor kinderen van 1-15 jaar.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Havrix Injectievloeistof > 1440 E/ml;
Avaxim Injectievloeistof 320 E/ml;
Vaqta Suspensie voor injectievloeistof 50 E/ml;

Eigenschappen

Vaccin van geïnactiveerd hepatitis A-virus (Avaxim van GBM-stam, Havrix van HM 175-stam, Vaqta van CR326F-stam) geadsorbeerd aan een aluminiumverbinding, en Epaxal van RG-SB-stam gebonden aan een virosoom, welke viraal eiwit van influenza A bevat. Na vaccinatie worden bij vrijwel iedereen specifieke antilichamen tegen het hepatitis A-virus gevormd en is een hoog percentage tegen het virus beschermd. De immuniteit treedt snel in; binnen twee weken is circa 90% van de immunocompetente patiënten beschermd, na een maand circa 100%. Serologische gegevens tonen aan dat personen die op primaire vaccinatie reageren, 3–5 jaar tegen hepatitis A beschermd zijn. Voor het opwekken van langdurige antilichaamtiters bij voorkeur 6-18 maanden na de primaire vaccinatie een tweede vaccinatie geven. Hepatitis A-antistoffen kunnen ten minste 10 jaar en waarschijnlijk zelfs 25 jaar na de boostervaccinatie aanwezig zijn.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Doseringen

Indicatie: Vaccinatie Hepatitis A (HepA)
  • Intramusculair
    • 1 jaar tot 16 jaar
      • Havrix: 720 E/dosis
        Vaqta (tot en met 17 jaar):
        25 E/dosis

        1e vaccinatie: willekeuring moment
        2e vaccinatie: 6-12 maanden na 1e vaccinatie

    • ≥ 16 jaar
      • Havrix: 1440 E/dosis
        Avaxim: 160 E/dosis
        Vaqta (vanaf 18 jaar): 50 E/dosis

        1e vaccinatie: willekeuring moment.
        2e vaccinatie: 6-12 maanden na 1e vaccinatie

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

VIRALE VACCINS

ENCEPHALITISVACCINS
J07BA02

Tekenencefalitis vaccin

FSME-Immun, FSME-Immun junior
J07BA01
INFLUENZAVACCINS

Influenzavaccin

Influvac, Vaxigrip
J07BB02
HEPATITISVACCINS

Hepatitis B vaccin

Engerix B Junior; HBVaxPro
J07BC01
MAZELENVACCINS
J07BD52
ROTAVIRUSDIARREEVACCINS
J07BH01
VARICELLAZOSTERVACCINS

Varicella vaccin

Provarivax
J07BK01
GELEKOORTSVACCINS

Gelekoortsvaccin

Stamaril
J07BL01
PAPILLOMAVIRUSVACCINS
J07BM02
ENCEPHALITISVACCINS
J07BA02

Tekenencefalitis vaccin

FSME-Immun, FSME-Immun junior
J07BA01
INFLUENZAVACCINS

Influenzavaccin

Influvac, Vaxigrip
J07BB02
HEPATITISVACCINS

Hepatitis B vaccin

Engerix B Junior; HBVaxPro
J07BC01
MAZELENVACCINS
J07BD52
ROTAVIRUSDIARREEVACCINS
J07BH01
VARICELLAZOSTERVACCINS

Varicella vaccin

Provarivax
J07BK01
GELEKOORTSVACCINS

Gelekoortsvaccin

Stamaril
J07BL01
PAPILLOMAVIRUSVACCINS
J07BM02

Bijwerkingen bij kinderen

Bij kleine kinderen komen vooral voor: prikkelbaarheid, koorts, diarree en verder dehydratie, slaperigheid, slapeloosheid en huilen.

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): reactie op de injectieplaats, hoofdpijn, vermoeidheid. Vaak (1-10%): misselijkheid, braken, diarree, anorexie. Lichte koorts, malaise. Soms (0,1-1%): bovenste luchtweginfectie, griepachtige verschijnselen. Duizeligheid, paresthesie. Huiduitslag, jeuk. Artralgie, myalgie. Zelden (0,01-0,1%): urticaria. Rillingen. Zeer zelden (< 0,01%): stijging van leverenzymwaarden. Ernstige allergische reacties zoals gegeneraliseerd oedeem, angio-oedeem, erythema multiforme, anafylactische shock. Neuritis, convulsies. Lymfadenopathie, trombocytopenie, trombocytopenische purpura, Guillain-Barrésyndroom, encefalopathie. Vasculitis.


Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Met hoge koorts gepaard gaande ziekte. Epaxal niet toedienen bij overgevoeligheid voor eieren en kippeneiwit

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Voorzichtig bij leveraandoeningen, vanwege onvoldoende gegevens. Epaxal: indien bij personen met een verzwakt immuunsysteem onvoldoende antilichaamtiters worden bereikt, de tweede vaccinatie 1 tot 6 maanden na de primaire vaccinatie toedienen.

Interacties

Interacties vaccins algemeen:

Gelijktijdig geven van vaccins

  • dode (geïnactiveerde) vaccins mogen in dezelfde zitting worden toegediend met andere dode vaccins. Er hoeft geen interval te worden aangehouden tussen het toedienen van deze vaccins;
  • dode (geïnactiveerde) vaccins mogen in dezelfde zitting worden toegediend met levende vaccins. Er hoeft geen interval te worden aangehouden tussen het toedienen van deze vaccins;
  • parenteraal toegediende levende vaccins mogen in dezelfde zitting worden toegediend met oraal toegediende levende vaccins. Er hoeft geen interval te worden aangehouden tussen het toedienen van deze vaccins;
  • twee parenteraal toegediende levende vaccins worden bij voorkeur met een interval van ten minste 4 weken toegediend. Reden hiervoor is het induceren van de productie van interferonen gedurende 1-2 weken door het ene vaccin, die kunnen interfereren met de immuunrespons op het andere vaccin. Indien dit niet mogelijk is, kunnen ze ook tegelijkertijd worden toegediend.

Immunoglobulinen, bloed en bloedproducten

Deze kunnen specifieke antistoffen bevatten tegen het virus in het toegediende levende virusvaccin, waardoor de immuunrespons kan worden verzwakt. Het levende virusvaccin dient ten minste 14 dagen voor (bij varicellavaccin wordt aangegeven 1 maand) of ten minste 6 weken na (bij voorkeur 3 maanden, bij varicellavaccin wordt aangegeven 5 maanden) toediening van immunoglobulinen, bloed of bloedproducten te worden gegeven.

Van zostervaccin is niet bekend of het een interactie geeft met bloedproducten; er hoeft geen interval te worden aangehouden.

Immunoglobulinen, bloed en bloedproducten van Nederlandse donoren bevatten geen antistoffen tegen het gelekoortsvirus; deze mogen gelijktijdig worden gegeven met het gelekoortsvaccin.

Relevant:

Levende vaccins: tijdens het gebruik van middelen die immunosuppressief werken (immunosuppressiva, corticosteroïden, bepaalde DMARD's, veel oncolytica (inclusief een aantal tyrosinekinaseremmers en monoklonale antilichamen met immunosuppressieve werking, zie aldaar)) kan vaccinatie met levende micro-organismen een gegeneraliseerde infectieziekte veroorzaken. Deze combinaties moeten worden vermeden. Combinatie met corticosteroïden is in het algemeen gecontraïndiceerd zolang het corticosteroïd immunosuppressie veroorzaakt, met name bij systemisch gebruik langer dan 2 weken, echter niet bij suppletie en niet bij lokale toepassing (behalve bij grote oppervlakken onder occlusie).

Tijdens het gebruik van monoklonale antilichamen die immunomodulerend werken (zie aldaar) kan vaccinatie met levende micro-organismen een gegeneraliseerde infectie veroorzaken, en kan vaccinatie sowieso niet of minder effectief zijn gezien het ontbreken van een adequate immuunrespons. De combinatie moet worden vermeden.

Niet-levende vaccins: tijdens het gebruik van middelen die immunosuppressief werken (immunosuppressiva, corticosteroïden, bepaalde DMARD's, veel oncolytica (inclusief een aantal tyrosinekinaseremmers en monoklonale antilichamen met immunosuppressieve werking, zie aldaar)) kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaccin herhaald worden toegediend of kan een titerbepaling worden gedaan. Griepvaccinatie wordt sowieso aanbevolen bij personen met verminderde weerstand tegen infecties (bijvoorbeeld door immunosuppressieve medicatie of chemotherapie).

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met lokaal toegediend pimecrolimus of tacrolimus.

 

Referenties

  1. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen)., Geraadpleegd 26 okt 2014
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 29 juni 2017
  3. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen Formularium voor Kinderen, 2007, 128
  4. Diverse fabrikanten, SmPC Vaqta (RVG 20798), Avaxim (RVG 20983), Havrix jr (RVG 19569), , www.geneesmiddeleninformatiebank.nl

Wijzigingen