Vigabatrine

Stofnaam
Vigabatrine
Merknaam
Sabril
ATC code
N03AG04

Voor ouders op Apotheek.nl
Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen

Toedieningsvormen en hulpstoffen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Versiebeheer

Label dosisadvies Kinderformularium

Epilepsie: On-label
Syndroom van West: On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Resistente partiële epilepsie:
> 1 maand: start 40 mg/kg/dag, onderhoudsdoses:
10-14 kg: 0,5-1 g/dag,
15-29 kg: 1-1,5 g/dag,
30-49 kg: 1,5-3 g/dag,
>50 kg: 2-3 g/dag.
Monotherapie voor infantiele spasmen bij kleine kinderen (Syndroom van West): Startdosis 50 mg/kg/dag, indien nodig kan er over een periode van 1 week worden getitreerd, max 150 mg/kg/dag

Eigenschappen

Anti-epilepticum. De werking berust op een selectieve en irreversibele remming van GABA-transaminase, waardoor de afbraak van de neurotransmitter γ-aminoboterzuur (GABA) wordt geremd en de GABA-concentratie in de hersenen stijgt. Er is geen direct verband tussen plasmaconcentratie en werkzaamheid. De werkingsduur is afhankelijk van de snelheid van GABA-transaminase hersynthese.

Farmacokinetiek

De volgende farmacokinetische gegevens zijn beschreven bij kinderen met refractaire epilepsie (SmpC)

Leeftijd tmax (uur) T1/2 (uur) Cl/F (l/u/kg)
Neonaten 15-26 dagen (n=6) 2,5 7,5   
Zuigelingen 5 mnd-22 mnd (n=6) 2,5 5,7  0,591
Kinderen 4,6-14,2 jaar (n=6)  1 5,5 0,446

Algemene opmerkingen




Doseringen

Epilepsie
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1] [4]
      • 40 - 100 mg/kg/dag in 1 - 2 doses. Max: 3 g/dag.
      • Stoppen indien geen effect waarneembaar na 4 weken behandeling

Syndroom van West
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [4]
      • 50 - 150 mg/kg/dag in 1 - 2 doses. Max: 3 g/dag.
      • Stoppen indien geen effect waarneembaar na 4 weken behandeling.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Granulaat 500 mg
Tablet 500 mg
Capsule 250 mg 500 mg (doorgeleverde bereiding)

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Aanpassingen als volgt:

GFR 50-80 ml/min/1.73 m2
Aanpassing van de dosering is niet nodig
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2
Aanpassing van de dosering is niet nodig
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2
50 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 12 tot 24 uur
GFR < 10 ml/min/1.73 m2
Een algemeen advies wordt niet gegeven.
Klinische gevolgen

Bij verminderde nierfunctie nemen AUC en halfwaardetijd van vigabatrine toe. Hierdoor is het risico op bijwerkingen verhoogd

ANTI-EPILEPTICA

BARBITURATEN EN VERWANTE VERBINDINGEN
N03AA02

Primidon

Mysoline
N03AA03
HYDANTOINEDERIVATEN

Fenytoine

Diphantoine, Epanutin
N03AB02
SUCCINIMIDEDERIVATEN

Ethosuximide

Ethymal, Zarontin, Suxilep, Petnidan, Petnimid
N03AD01
BENZODIAZEPINEDERIVATEN

Clonazepam

Rivotril
N03AE01
CARBOXAMIDEDERIVATEN

Carbamazepine

Tegretol
N03AF01

Oxcarbazepine

Trileptal
N03AF02

Rufinamide

Inovelon
N03AF03
VETZUURDERIVATEN
N03AG01
OVERIGE ANTI-EPILEPTICA

Brivaracetam

Briviact
N03AX23

Cannabidiol

Epidyolex
N03AX24

Felbamaat

Taloxa
N03AX10

Gabapentine

Neurontin
N03AX12

Lacosamide

Vimpat
N03AX18

Lamotrigine

Lamictal
N03AX09

Levetiracetam

Keppra, Kevesy, Matever
N03AX14

Perampanel

Fycompa
N03AX22

Pregabaline

Lyrica
N03AX16

Stiripentol

Diacomit
N03AX17

Sultiam

Ospolot
N03AX03

Topiramaat

Topamax
N03AX11

Zonisamide

Zonegran
N03AX15

Bijwerkingen bij kinderen

Opwinding en excitatie. Toename absences (NVN guideline)

Bijwerkingen algemeen

Zeer vaak (> 10%): slaperigheid, moeheid; het sederend effect neemt af in de loop van de therapie. Opwinding en excitatie (bij kinderen). Asymptomatische gezichtsvelddefecten (een concentrische vernauwing van het gezichtsveld van beide ogen, bij ca. 33%, vaak irreversibel, kan optreden vanaf een maand tot meer dan zes jaar na het begin van de behandeling).

Vaak (1-10%): hoofdpijn, gewichtstoename, spraakstoornissen, tremoren, oedeem, duizeligheid, paresthesie, concentratie- en geheugenstoornissen, agressie, nervositeit, irritatie, depressieve verschijnselen, verwardheid, paranoïde reacties, slapeloosheid, misselijkheid, braken, buikpijn, alopecia, wazig zien, dubbelzien, nystagmus.

Soms (0,1-1%): ataxie, (hypo)manie, psychose, uitslag.

Zelden (0,01-0,1%): angio-oedeem, urticaria, symptomen van encefalopathie, zelfmoordpoging, retina-afwijkingen, (als perifere retina-atrofie).

Zeer zelden (< 0,01%): neuritis optica, opticusatrofie, hallucinaties, leverreacties (hepatitis). Convulsies kunnen voorkomen. Tijdelijke daling van het Hb-gehalte.

Verder zijn gemeld: afwijkingen op MRI-scans van de hersenen; bewegingsstoornissen (als dystonie, dyskinesie en hypertonie) al dan niet in verband met afwijkingen op de MRI-scan.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

 Eerste keus bij Syndroom van West. Toepasbaar bij multifocale epilepsie, doch op grond van bijwerkingenprofiel (beperking gezichtsveld, excitatie, agitatie, slaapstoornissen en toename eetlust) is vigabatrine hier geen eerste keus. Vóór het begin van de behandeling en daarna elk half jaar tijdens de duur van de behandeling moet gezichtsveldonderzoek bij voorkeur gestandaardiseerde statische perimetrie worden uitgevoerd. Bij gezichtsveldvernauwing dient afbouwen van de behandeling te worden overwogen of moet het gezichtsveld frequenter gecontroleerd worden. Bij kinderen onder de negen jaar is perimetrie zelden mogelijk en moet voortzetten van de behandeling regelmatig worden heroverwogen. Uit onderzoek in dieren blijkt dat vigabatrine een deficiëntie in taurine kan veroorzaken. Omdat deze taurinedeficiëntie mogelijk de oorzaak is van retina-afwijkingen wordt vigabatrine daarom nog wel eens gecombineerd met taurine [Jammoul 2009]. 

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

Gezichtsvelddefecten kunnen soms ernstig zijn en treden frequent (bij een derde) op; ze zijn waarschijnlijk niet reversibel, ook niet na staken. Een verergering van gezichtsvelddefecten nadat de behandeling is gestaakt, kan niet worden uitgesloten. De kans op gezichtsvelddefecten houdt verband met de blootstelling aan vigabatrine, mogelijk zowel wat betreft dosering als behandelduur. Vanwege het risico op gezichtsvelddefecten vigabatrine alleen gebruiken na zorgvuldige afweging van de voor- en nadelen van andere handelingen. Bij patiënten met in de anamnese klinisch significante gezichtsvelddefecten, vigabatrine niet gebruiken.

Voer vóór het begin van de behandeling en daarna elke 6 maanden tijdens de hele duur van de behandeling, controle op gezichtsscherpte en gezichtsveldonderzoek uit (bij voorkeur middels gestandaardiseerde statische perimetrie (Humphrey of Octopus) of een kinetische perimetrie (Goldmann)). Instrueer de patiënt en/of zijn wettelijk vertegenwoordiger over de gezichtsvelddefecten en laat elk nieuw visusprobleem melden. Bij optreden van symptomen de patiënt doorverwijzen naar een oogarts. Indien gezichtsveldvernauwing wordt geconstateerd, overweeg de behandeling langzaam af te bouwen. Indien men besluit om de behandeling voor te zetten, het gezichtsveld frequenter controleren.

Bij sommige patiënten ziet men een toename van het aantal convulsies of kan een nieuw soort convulsies optreden.

Neurologische functies regelmatig controleren.

Bij optreden van intramyelinisch oedeem vigabatrine geleidelijk stoppen.

Als tijdens behandeling nieuwe bewegingsstoornissen optreden, de dosis verlagen of de behandeling geleidelijk afbouwen.

Controle op verschijnselen van zelfmoordgedachten en -gedrag is tijdens behandeling aangewezen.

Bij plotseling staken van de therapie is er kans op rebound-insulten; bij staken van de behandeling de dosis afbouwen in 2 tot 4 weken.

Levertesten zijn minder betrouwbaar omdat vigabatrine de activiteit van ALT en in mindere mate ook van AST kan verminderen.- Sommige urinetesten (bv. op alfa-amino-adipische acidurie) zijn minder betrouwbaar omdat vigabatrine de hoeveelheid aminozuren in de urine kan verhogen.

Dit middel kan invloed hebben op de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen. Raadpleeg ‘Rij Veilig met Medicijnen’ van het IVM.

 

Interacties

Het heeft geen enzyminducerende of enzymremmende eigenschappen.

Niet beoordeeld: de plasmaconcentratie van fenytoïne kan met 16-33% worden verlaagd.

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 18 nov 2019
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 18 nov 2019
  4. Sanofi-Aventis Netherlands BV, SPC Sabril (RVG 15722) 01-11-2018, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  5. Nederlandse Vereniging voor Neurologie, Richtlijn epilepsie; Epilepsiesyndromen (bij kinderen) & anti-epileptica; absence epilepsie, 2013
  6. Jammoul F, et al. , Taurine deficiency is a cause of vigabatrin-induced retinal phototoxicity., Ann Neurol, 2009, 65, 98-107

Wijzigingen

  • 18 november 2019 10:48: De beschikbare wetenschappelijke literatuur over de toepassing van vigabatrine bij kinderen is beoordeeld. Dit heeft geleid tot de aanpassing van de dosering, de toevoeging van informatie over toepassing bij nierfunctiestoornissen, de toevoeging waarschuwing ten aanzien van deficientie in taurine agv vigabatrine en de toevoeging van een bijwerking (toename absences) .

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering