Ciclosporine

Stofnaam
Ciclosporine
Merknaam
Neoral, Sandimmune
ATC code
L04AD01
Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen
Nierfunctiestoornissen

Therapeutic Drug Monitoring
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Transplantatie, nefrotisch syndroom:
< 1 jaar: off-label
≥ 1 jaar: on-label
Andere indicaties: Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Solide orgaan transplantatie:
≥ 1 jaar:
Oraal: Start 10-15 mg/kg/dag in 2 doses gedurende 1-2 weken. Onderhoud 2-6 mg/kg/dag in 2 doses
IV: 12 uur voor start transplantatie 3-5 mg/kg/dag in 2 doses gedurende 1-2 weken, onderhoud oraal
Beenmergtransplantatie:
≥ 1 jaar:
Oraal: Start 12,5-15 mg/kg/dag in 2 doses. Onderhoud 12,5 mg/kg/dag in 2 doses
IV: Start 3-5 mg/kg/dag gedurende 1-2 weken, onderhoud oraal
Nefrotisch syndroom:
≥ 1 jaar:
Oraal: 6 mg/kg/dag in 2 doses

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Neoral capsule 25 mg, 100 mg. Bevat: per capsule 25 mg: ethanol 11,8 % v/v, propyleenglycol 25 mg; per capsule 100 mg: ethanol 11,8 % v/v, propyleenglycol 100 mg
Ciqorin capsule 25 mg, 50 mg, 100 mg. Bevat: per capsule 25 mg: ethanol 40 mg; per capsule 50 mg: ethanol 80 mg;  per capsule 100 mg: ethanol 160 mg
Drank 100 mg/ml. Bevat ethanol v/v 94,7 mg/ml, propyleenglycol 94,7 mg/ml, 
Conc. voor infusieopl. 50 mg/ml

Eigenschappen

Ciclosporine (= ciclosporine A) is een cyclisch polypeptide met een krachtig immunosuppressief effect. Het remt specifiek en reversibel de proliferatie van T-lymfocyten, terwijl de hemopoëse niet wordt onderdrukt en er geen invloed is op de functie van fagocyterende cellen. Remt op cellulair niveau de lymfokineproductie en -vrijmaking uit geactiveerde T-cellen.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Doseringen

Ga snel naar:

Profylaxe afstotingsreactie bij solide orgaan transplantatie
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [7]
      • Startdosering: Start binnen 12 uur voorafgaand aan de transplantatie met 10 - 15 mg/kg/dag in 2 doses. Gedurende 1-2 weken na de transplantatie..
      • Onderhoudsdosering: Dosis geleidelijk verminderen tot 2 - 6 mg/kg/dag in 2 doses. Gedurende 3, liefst 6 maanden, voordat de dosis geleidelijk tot nul verminderd wordt, 1 jaar na transplantatie..
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [8]
      • Startdosering 3 - 5 mg/kg/dag in 2 doses. Onderhoudsdosering: Per os.
      • Behandelduur: 1-2 weken na transplantatie
Profylaxe afstotingsreactie na beenmergtransplantatie
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [8]
      • Start: 1 dag voor transplantatie: 3 - 5 mg/kg/dag in 2 doses. Onderhoudsdosering: Per os.
      • Behandelduur: tot 1-2 weken na transplantatie
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      • Startdosering: Start op dag voorafgaand aan transplantatie 12,5 - 15 mg/kg/dag in 2 doses.
      • Onderhoudsdosering: 12,5 mg/kg/dag in 2 doses.
      • Behandelduur: Tenminste 3 maanden. (en bij voorkeur gedurende 6 maanden) voordat de dosis geleidelijk tot nul verminderd wordt, 1 jaar na de transplantatie.
Rescue therapie bij colitis ulcerosa om colectomie uit te stellen
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [5]
      • Start 2 mg/kg/dag, continu infuus. Onderhoudsdosering: aanpassen op geleide bloedspiegels, streefwaarde 150-250 ng/ml.
      • Behandelduur: 7 dagen. Bij klinische remissie overgaan op orale dosering.
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [5]
      • Nadat met intraveneuze toediening remissie is bereikt: 5 mg/kg/dag in 2 doses.
Psoriasis, ernstig, refractair
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      • Startdosering: 3 - 5 mg/kg/dag in 2 doses.
      • Onderhoudsdosering: < 3 mg/kg/dag in 2 doses.
      • Behandeling door of na overleg met een kinderarts-specialist (dermatoloog) die ervaring heeft met gebruik van ciclosporine voor deze indicatie.

Ernstig constitutioneel eczeem
  • Oraal
    • 1 jaar tot 18 jaar
      [6] [9] [10] [12] [17] [18] [19] [20] [23]
      • Startdosering: 3 - 5 mg/kg/dag in 2 doses. Gedurende 3-6 weken.
      • Onderhoudsdosering: 2,5 - 5 mg/kg/dag in 2 doses.
      • Behandelduur: Als binnen 4 weken geen verbetering optreedt met de hoogste dosis die verdragen wordt, moet worden overwogen ciclosporine te staken. Behandelduur bij vastgestelde effectiviteit minimaal 3 maanden. Bij staken dient de dosering geleidelijk verminderd te worden.
      • ALTERNATIEF: na 1 jaar of langer dagelijks gebruik, kan 2 opeenvolgende dagen per week, gevolgd door 5 dagen pauze overwogen worden (Garrido Colmenero, Blasco Morente, and Tercedor Sanchez 2015).

        Bij overgewicht zijn lagere doseringen nodig om eenzelfde plasmaconcentratie te bereiken, nauwgezette monitoring wordt aanbevolen (Ross et al. 2015).

        • Registreer kinderen met constitutioneel eczeem die systemische behandeling krijgen in het TREAT register of het Bioday register
        • Behandeling door of na overleg met een kinderarts-specialist of dermatoloog die ervaring heeft met gebruik van ciclosporine voor deze indicatie.
Nefrotisch syndroom
  • Oraal
    • ≥ 1 jaar
      [7]
      • 6 mg/kg/dag in 2 doses.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Heroverweeg gebruik bij patiënten met een nierfunctiestoornis.
Indien de gebruik opweegt tegen de (potentiele) nefrotoxiciteit: start zo mogelijk met een lage dosis (2,5mg/kg/d in 2 doses) en titreer naar de ondergrens van de streef spiegel. Controleer naast de spiegel ook regelmatig de nierfunctie.

Bijwerkingen bij kinderen

Hypertensie, neurotoxiciteit (tremoren, convulsies, voorbijgaande witte stof afwijkingen), tandvleeshyperplasie, hirsutisme, hypomagnesiemie. Pseudotumor cerebri is gemeld in 5 casus (Somech and Doyle 2007, Costa et al. 2010, Büscher et al. 2004, Bilginer et al. 2010, Dogulu et al. 2004).

Bijwerkingen algemeen

Zeer vaak (> 10%): nefrotoxiciteit (dosisafhankelijk, soms irreversibel), hypertensie, tremor, hoofdpijn, hyperlipidemie.

Vaak (1-10%): leukopenie, anorexia, maag-darmstoornissen (misselijkheid, braken, buikpijn, diarree), maagzweer, tandvleeshyperplasie, gestoorde leverfunctie, hyperglykemie (vooral in combinatie met een corticosteroïd), hyperurikemie, hyperkaliëmie, hypomagnesiëmie (vooral in de peri-transplantatieperiode), paresthesie, convulsies, spierkrampen, spierpijn, botpijn, hypertrichose, moeheid, koorts, blozen.

Soms (0,1-1%): encefalopathie met inbegrip van posterieur reversibel encefalopathiesyndroom (PRES) en symptomen zoals verwardheid, agitatie, slapeloosheid, visusstoornissen, corticale blindheid, coma, parese, cerebellaire ataxie, perceptiedoofheid. Anemie, trombocytopenie, allergische huiduitslag, oedeem, gewichtstoename.

Zelden (0,01-0,1%): motorische polyneuropathie, pancreatitis, spierzwakte, micro-angiopathische hemolytische anemie, hemolytisch uremisch syndroom, menstruatiestoornissen, gynaecomastie, acute respiratoire nood, dyspneu en 'wheezing' door het capillaire-leksyndroom (oedeemvorming en shock door ernstige endotheelbeschadiging).

Zeer zelden (< 0,01%): optische schijf oedeem waaronder papiloedeem (mogelijk leidend tot permanente blindheid door benigne verhoogde intracraniële druk).

Verder zijn gemeld: migraine, (fatale) hepatotoxiciteit (cholestase, geelzucht, hepatitis en leverfalen), anafylactoïde reacties na i.v toediening, pijn aan de onderste ledematen (ook als onderdeel van het pijnsyndroom geïnduceerd door calcineurine-inhibitoren (CIPS)). Progressieve multifocale leuko-encefalopathie (PML), polyomavirus-geassocieerde nefropathie (PVAN).

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen

  • psoriasis die behandeld wordt met PUVA, UVB, koolteer, bestraling of met andere immunosuppressiva;
  • psoriasis, reumatoïde artritis en atopische dermatitis in combinatie met een gestoorde nierfunctie, onvoldoende onder controle gebrachte hypertensie, infecties of een maligniteit;
  • nefrotisch syndroom in combinatie met hypertensie die onvoldoende onder controle is, infecties of een maligniteit;
  • nierfunctieaandoeningen, behalve bij nefrotisch syndroom en een lichte tot matige nieraandoening.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Cave nefrotoxiciteit, hypertensie, verhoogde cholesterol-en triglyceridenspiegels.

Monitoring:

  • Bij start controle van bloeddruk, creatinine, ALAT en volledig bloedbeeld.
  • 6 weken na start, 12 weken na start en na elke dosisverhoging opnieuw controle (Yee and Orchard 2018).
  • Vervolgens bij stabiele dosis elke 12 weken controle (bij niet afwijkende eerdere bevindingen).
  • Bij afwijkende labwaarden gelden de volgende aanbevelingen:
    • Leverenzymen > 2x normaalwaarde: verlaag dosis en monitor elke 4-6 weken. Bij > 3x normaalwaarde: staak tijdelijk en evalueer bij herstart de laagst mogelijke veilige dosering.
    • Bij trombocyten < 100x109/L en/of neutrofielen <1.5x109/L: verlaag dosis en overleg eventueel met kinderreumatoloog/immunoloog. Monitor wekelijks.
  • Besteed aandacht aan vaccinatie adviezen tijdens ciclosporine gebruik.
  • Besteed aandacht aan adequate anticonceptie/kinderwens. Ciclosporine kan indien noodzakelijk gebruikt worden tijdens zwangerschap, maar extra controle van de pasgeborene is nodig.

Bij overgewicht zijn lagere doseringen nodig om eenzelfde plasmaconcentratie te bereiken, nauwgezette monitoring wordt aanbevolen (Ross et al. 2015).

Therapeutische bloedconcentratie: 0,1-0,3 mg/l (HPLC-bepaling) afhankelijk van indicatie en stadium behandeling.

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

Overmatige immunosuppressie leidt tot verhoogde vatbaarheid voor infecties (vaak met opportunistische pathogenen) en meer kans op maligniteiten (met name van de huid) en lymfoproliferatieve afwijkingen. Activering van latente polyomavirusinfecties die kunnen leiden tot polyomavirus-geassocieerde nefropathie (PVAN), voornamelijk tot BK-virusnefropathie of tot JC-virus-geassocieerde progressieve multifocale leuko-encefalopathie (PML) werd waargenomen. Daarom gelijktijdig gebruik van ciclosporine met andere immunosuppressiva (m.u.v. corticosteroïden) voor onderhoudsbehandeling met voorzichtigheid toepassen. Voor aanvang van de behandeling biopten nemen, m.n. van eventueel aanwezige huidlaesies, die mogelijk maligne of premaligne zijn.

Wees voorzichtig bij hyperurikemie, en bij de injectievloeistof bij een allergische predispositie of indien voorheen is behandeld met een preparaat dat macrogolglycerolricinoleaat bevat. De patiënt de eerste 30 minuten van de infusie continu controleren en geregeld daarna; indien anafylaxie optreedt moet de infusie worden gestaakt. Anafylactoïde reacties kunnen worden voorkomen door vooraf een antihistaminicum toe te dienen.

Voor en na de eerste maand van de behandeling de lipidenspiegel controleren; bij gestegen waarden inname van voedingsvetten beperken en zo nodig verlaging van de dosis overwegen. Bij een verhoogde lipidenspiegel dosisreductie of vetreductie in het dieet overwegen.

Vooraf moeten actieve herpes simplex-infecties genezen zijn. Huidinfecties met Staphylococcus aureus behandelen.

Tijdens behandeling de bloeddruk en kaliumspiegel regelmatig controleren. Hypertensie behandelen bij voorkeur met een antihypertensivum dat niet interfereert met de farmacokinetiek van ciclosporine. Bij psoriasis staken van de behandeling overwegen als hypertensie niet met de gebruikelijke therapeutische maatregelen onder controle wordt gebracht.

Het optreden van een niet-cardiogeen pulmonaal oedeem als gevolg van het capillaire-leksyndroom is mogelijk.

Het risico van verhoogde intracraniële druk is groter door ciclosporine toediening, bij constatering de behandeling staken om permanente blindheid te voorkomen.

Bij neurologische symptomen verdient het aanbeveling de magnesiumconcentratie te bepalen en zo nodig magnesium aan te vullen; m.n. in de peri-transplantatieperiode kan hypomagnesiëmie optreden.

Zowel creatinine- en ureumspiegels (in verband met de nefrotoxiciteit; vooral bij ouderen) als bilirubine en leverenzymen in het serum nauwkeurig controleren. Zo nodig moet de dosis worden aangepast. Indien het serumcreatinine meer dan 30% boven de uitgangswaarde stijgt, de dosering met 25–50% verlagen bij de behandeling van psoriasis, atopische dermatitis, nefrotisch syndroom of reumatoïde artritis. Indien het serumcreatininegehalte niet binnen een maand lager wordt, toediening van ciclosporine staken. Het serumcreatininegehalte frequenter bepalen indien tevens een NSAID wordt gebruikt. Bij een achteruitgaande nierfunctie of neurologische symptomen rekening houden met een mogelijke activering van latente polyomavirus–infecties (kans op nefropathie of encefalopathie). Bij nefrotisch syndroom een nierbiopsie verrichten indien de therapie langer dan 1 jaar duurt.

Bij beenmergtransplantatie is nauwkeurige controle op verschijnselen wijzend op een graft-versus-host-ziekte, noodzakelijk. Indien zich hiervan ernstige symptomen voordoen, dient overschakeling op andere immunosuppressiva te worden overwogen.

De preparaten bevatten alcohol, wat bij bepaalde groepen patiënten schadelijk kan zijn.

Bij gebruik van ciclosporine bestaat er meer kans op huidmaligniteiten indien psoriasis in het verleden langdurig is behandeld met PUVA- of UVB-therapie; na behandeling met ciclosporine minimaal 2–3 dagen wachten voor lichttherapie gestart kan worden. Bij psoriasis en atopische dermatitis excessieve blootstelling aan UV–stralen vermijden. Gezien de ernst van de bijwerkingen langdurige toepassing van ciclosporine voor psoriasis vermijden. Tijdens de behandeling van atopische dermatitis optredende lymfadenopathie regelmatig controleren. Indien lymfadenopathie niet verdwijnt ondanks het feit dat de aandoening minder ernstig wordt, een biopsie verrichten om een lymfoom uit te sluiten.

De ervaring met ciclosporine bij ouderen is nog beperkt.

De hulpstof propyleenglycol kan bij langdurig gebruik en/of gebruik van hoge doses, ernstige bijwerkingen geven, vooral bij een verlaagd metabolisme ervan, zoals bij jonge kinderen. Er gelden doseringslimieten; zie de informatie van de EMA: Questions and answers on propylene glycol (pdf 0,2 MB) hierover.

 

Interacties

Ciclosporine is substraat voor CYP3A4 en P-gp, en remt de transporters BCRP en OATP1B.

Relevant:
Absorptie: de concentratie daalt door colesevelam of colestyramine. Ciclosporine moet ten minste 4 uur vóór colesevelam of colestyramine worden ingenomen.
De concentratie daalt door orlistat.
De concentratie kan dalen door octreotide. Dit is gemeld voor de oude farmaceutische vorm met olijfolie (Sandimmune® capsule). Dit product is niet meer verkrijgbaar en is vervangen door Neoral® zachte capsule. Deze capsule bevat een micro-emulsie en geen olijfolie. Met Neoral® zachte capsule is de interactie niet gemeld.
Afname ciclosporine: de concentratie daalt door krachtige CYP3A4-inductoren, bosentan, clindamycine, cyclofosfamide, etravirine, modafinil en oxcarbazepine. Bovendien stijgt de dalconcentratie van bosentan.
Toename ciclosporine: de concentratie stijgt door amiodaron, azitromycine, krachtige CYP3A4-remmers, danazol, diltiazem, fluconazol, imatinib, letermovir, nicardipine, HIV-proteaseremmers, ticagrelor en verapamil. Bovendien kan de concentratie van letermovir en ticagrelor stijgen door ciclosporine.
Ciclosporine remt het metabolisme van: antracyclines, atorvastatine, dabigatran, edoxaban, etoposide, everolimus, HCV-middelen, rosuvastatine, simvastatine en tofacitinib.
Ciclosporine verhoogt de concentratie van sirolimus, en verhoogt de snelheid en mate van de absorptie van sirolimus. Zie verder sirolimus.
Toename toxiciteit: de nefrotoxiciteit kan worden versterkt door nefrotoxische stoffen, de nierfunctie moet worden gecontroleerd.
Methotrexaat en ciclosporine kunnen elkaars concentratie verhogen en toxiciteit versterken.
Overig effect: de concentratie van aliskiren, ambrisentan en digoxine kan stijgen.
Bij combinatie met colchicine is spiertoxiciteit gemeld, veelal bij patiënten die een niertransplantatie hebben ondergaan.

Niet relevant:
Toename ciclosporine: de concentratie stijgt door carvedilol, ezetimib, isavuconazol en metronidazol.
Ciclosporine remt het metabolisme van: caspofungine, ezetimib, felodipine, fidaxomicine, lercanidipine, repaglinide en sitagliptine.
De AUC van docetaxel en paclitaxel kan toenemen na orale toediening van de intraveneuze vorm van docetaxel of paclitaxel. Andersom neemt de AUC van ciclosporine af.
Overig effect: de nefrotoxiciteit kan toenemen bij gebruik van chinolonen.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met cimetidine, fibraten, micafungine, norethisteron, orale anticonceptiva, sevelameer of tacrolimus. De fabrikant van tacrolimus ontraadt de combinatie en adviseert tacrolimus niet eerder dan 12-24 uur na staken van ciclosporine te starten.

Niet beoordeeld: ciclosporine remt de enterohepatische kringloop van mycofenolzuur waardoor de mycofenolzuurconcentratie kan dalen. Zie verder mycofenolzuur.
Toename ciclosporine: de concentratie kan stijgen door allopurinol, amlodipine, chloroquine, doxycycline, methylprednisolon en propafenon.
Een toegenomen concentratie ongebonden ciclosporine is waargenomen bij gelijktijdige toediening van intraveneuze vetemulsie.
Ciclosporine remt het metabolisme van: prednisolon.
Overig effect: de nefrotoxiciteit kan toenemen door cefalosporines en vancomycine.
De hyperkaliëmie kan worden versterkt door kaliumzouten, RAAS-remmers of door kaliumsparende diuretica.
De biologische beschikbaarheid van diclofenac kan toenemen.
Bij combinatie van ciclosporine-oogdruppels met corticosteroïdoogdruppels is voorzichtigheid geboden, omdat de effecten op het immuunsysteem in theorie versterkt kunnen worden.
Grapefruitsap kan de biologische beschikbaarheid verhogen door remming van CYP3A4. Gebruik van grapefruit(sap) wordt ontraden.

Interacties immunosuppressiva algemeen
Relevant:
Levende vaccins: vaccinatie met levende micro-organismen tijdens immunosuppressieve therapie (behalve cutaan toegediend pimecrolimus of tacrolimus) kan een gegeneraliseerde infectie veroorzaken. De combinatie moet worden vermeden.
Niet-levende vaccins: tijdens gebruik van immunosuppressiva kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaccin herhaald worden toegediend of kan een titerbepaling worden gedaan.
De werking van immunocyanine kan worden verminderd.

Geen interactie:
In de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met allergenen van natuurlijke oorsprong.

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. Heijden, van der AJ et al, Werkboek Kindernefrologie, VU Uitgeverij, 2002, 1e druk
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 02 okt 2020
  4. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 02 okt 2020
  5. Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde., CBO Richtlijn Diagnostiek en behandeling van Inflammatoire darmziekten bij Kinderen, 2007, 114-115
  6. CBO, Richtlijn Constitutioneel Eczeem, www.cbo.nl, Maart 2015
  7. Teva Nederland BV, SmPC Ciqorin (RVG 111629) 28-03-2018, www.cbg-meb.nl
  8. Novartis Pharma B.V. , SmPC Sandimmune (RVG 09846) 27 feb 2020, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  9. Bemanian, M. H., et al, High doses intravenous immunoglobulin versus oral cyclosporine in the treatment of severe atopic dermatitis., Iran J Allergy Asthma Immunol, 2005, 4(3), 139-43
  10. Berth-Jones, J., A. et al, Cyclosporine in severe childhood atopic dermatitis: a multicenter study., J Am Acad Dermatol, 1996, 34(6), 1016-21
  11. Bilginer, Y., et al, Pseudopapilledema in a pediatric kidney transplant recipient, Pediatr Transplant , 2010, 14(7), E83-5
  12. Bunikowski, R., et al, Low-dose cyclosporin A microemulsion in children with severe atopic dermatitis: clinical and immunological effects., Pediatr Allergy Immunol , 2001, 12(4), 216-23
  13. Büscher, R., et al, Pseudotumor cerebri following cyclosporine A treatment in a boy with tubulointerstitial nephritis associated with uveitis., Pediatr Nephrol, 2004, 19(5), 558-60
  14. Costa, K. M., et al, Pseudotumor cerebri associated with cyclosporin use following renal transplantation, J Bras Nefrol , 2010, 31(1), 136-9
  15. Dogulu, C. F., et al , Idiopathic intracranial hypertension in cystinosis., J Pediatr, 2004, 145(5), 673-8
  16. Garrido Colmenero, C., et al, Oral Cyclosporine Weekend Therapy: A New Maintenance Therapeutic Option in Patients with Severe Atopic Dermatitis, Pediatr Dermatol, 2015, 32(4), 551-2
  17. Gonzalez-Otero, F., et al, Ciclosporina A en Microemulsión Oral, en niños con Dermatitis Atópica Severa., Derm Vene, 1997, z35, 111-114
  18. Guarneri, B., et al, Cyclosporin A treatment of severe atopic dermatitis in a child., Pediatr Dermatol, 1994, 11(2), 186
  19. Harper, J. I.,et al, Cyclosporin for severe childhood atopic dermatitis: short course versus continuous therapy., Br J Dermatol , 2000, 142(1), 52-8
  20. Ross, E. L., et al , Development of recommendations for dosing of commonly prescribed medications in critically ill obese children., Am J Health Syst Pharm, 2015, 72(7), 542-56
  21. Somech, R., et al, Pseudotumor cerebri after allogeneic bone marrow transplant associated with cyclosporine a use for graft-versus-host disease prophylaxis, J Pediatr Hematol Oncol , 2007, 29(1), 66-8
  22. Yee, J., et al, Monitoring recommendations for oral azathioprine, methotrexate and cyclosporin in a paediatric dermatology clinic and literature review, Australas J Dermatol , 2018, 59(1), 31-40
  23. Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venerelogie, Richtlijn constitutioneel eczeem., https://nvdv.nl/professionals/richtlijnen-en-onderzoek/richtlijnen/richtlijn-constitutioneel-eczeem, 2019

Wijzigingen

  • 02 oktober 2020 14:30: De beschikbare wetenschappelijke literatuur over de toepassing van ciclosporine bij kinderen met constitutioneel eczeem is beoordeeld in samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venerelogie. Dit heeft geleid tot de toevoeging van een doseeradvies voor kinderen met eczeem en de toevoeging van adviezen ten aanzien van monitoring bij ciclosporine gebruik. Het advies bij nierfunctiestornissen is herzien.
  • 15 augustus 2017 10:49: Leeftijds ondergrens voor transplantatie indicaties gewijzigd naar 1 maand ipv 1 jaar conform praktijk
  • 15 augustus 2017 10:47: IV doseeradvies bij solide orgaan transplantatie toegevoegd
  • 15 juli 2015 14:16: Indicatie solide orgaan transplantatie toegevoegd obv SmPC Ciqorin
  • 14 juli 2015 15:47: Indicatie beenmergtransplantatie toegevoegd obv SmPC Ciqorin
  • 14 juli 2015 15:40: Indicatie toegevoegd obv SmPC Ciqorin

Overdosering