Golimumab

Stofnaam
Golimumab
Merknaam
Simponi
ATC code
L04AB06
Doseringen
Nierfunctiestoornissen

Produkten, hulpstoffen, toediening en tekorten
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen

Interacties
Eigenschappen (PD/PK)

Registratiestatus
Middelen uit dezelfde ATC groep
Referenties
Versiebeheer

Eigenschappen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Humaan monoklonaal IgG1κ -antilichaam met een hoge affiniteit voor zowel de oplosbare als transmembrane bioactieve vormen van humaan TNF-α. Door de vorming van stabiele complexen kan TNF-α zich niet meer binden aan de TNF-α-receptoren. Toediening leidt tot een significante vermindering van de serumconcentraties van interleukine (IL)-6, intracellulair adhesiemolecuul (ICAM)-1, matrixmetalloproteïnase-3 (MMP-3) en vasculair-endotheliale groeifactor (VEGF). Bij patiënten met progressieve artritis psoriatica (PsA) neemt de concentratie van IL-8 af.

Farmacokinetiek bij kinderen

De mediane steady-state dal concentraties van golimumab na 30 mg/m2 (maximaal 50 mg) SC elke 4 weken zijn vergelijkbaar voor de verschillende leeftijdsgroepen (n=173 pJIA 2-17 jaar,) en zijn ook vergelijkbaar met of iets hoger dan die welke werden gezien bij volwassen RA-patiënten die elke 4 weken 50 mg golimumab kregen.

Populatie farmacokinetische/farmacodynamische modellering en simulatie bij kinderen met pJIA bevestigde dat het doseringsschema van 50 mg golimumab om de 4 weken bij kinderen met pJIA van ten minste 40 kg vergelijkbare blootstellingen bereikt als die waarvan de werkzaamheid bij volwassenen is aangetoond. [SmPC]

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Polyarticulaire juveniele idiopathische artritis (pJIA):
≥ 2 jaar  en < 40 kg:  SC 30 mg/m2/dosis, eenmaal per maand, max 40 mg/dosis
≥ 2 jaar en ≥40 kg:  SC 50 mg/dosis, eenmaal per maand

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Er is hier op dit moment nog geen informatie over beschikbaar.

Overige info toediening/beschikbaarheid

Informatie over geneesmiddeltekorten

Doseringen

Polyarticulaire juveniele idiopathische artritis (pJIA)
  • Subcutaan
    • 2 jaar tot 18 jaar en < 40 kg
      [1]
      • (Golimumab) 30 mg/m²/dosis eenmaal per 4 weken. Max: 40 mg/dosis.
      • Bij onvoldoende respons binnen 12–14 behandelweken (3 à 4 doses), het voortzetten van de behandeling heroverwegen.

    • 2 jaar tot 18 jaar en ≥ 40 kg
      [1] [2]
      • (Golimumab) 50 mg/dosis eenmaal per 4 weken.
      • Bij onvoldoende respons binnen 12–14 behandelweken (3 à 4 doses), het voortzetten van de behandeling heroverwegen.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

Bijwerkingen bij kinderen

Het type en de frequentie van bijwerkingen bij kinderen met pJIA waren over het algemeen vergelijkbaar met die in volwassen RA-onderzoeken.

Bijwerkingen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Zeer vaak (> 10%): infecties van bovenste luchtwegen, zoals (naso)faryngitis, laryngitis, rinitis.

Vaak (1-10%): hypertensie. Bacteriële of virale infecties, onderste luchtweginfecties (zoals pneumonie), bronchitis, sinusitis, oppervlakkige schimmelinfecties, abces. Allergische reacties, huiduitslag, jeuk, alopecia, dermatitis. Astma en gerelateerde symptomen. Duizeligheid, hoofdpijn, depressie, slapeloosheid. Paresthesie. Dyspepsie, maag- en buikpijn, misselijkheid, ontstekingen van maag of darmen, stomatitis. Koorts, asthenie, reacties op de injectieplaats (vooral erytheem). Botbreuken. Anemie, leukopenie (waaronder neutropenie). Stijging van ALAT en ASAT.

Soms (0,1-1%): aritmie, ischemische coronaire aandoeningen, diepveneuze en aortische trombose, blozen. Interstitiële longziekte. Sepsis, septische shock. Neoplasmata (huidkanker, plaveiselcelcarcinoom, maligne moedervlek). Slapeloosheid. Evenwichtsstoornis. Problemen met zien, conjunctivitis, jeuk en irritatie aan het oog. Gastritis, reflux-oesofagitis, colitis, obstipatie. Cholelithiase, leveraandoeningen. Blaasaandoeningen, nierafwijkingen, pyelonefritis. (Verergering van) psoriasis. Menstruatiestoornissen, borstaandoeningen. Bulleuze huidreacties, urticaria. Leukopenie, trombocytopenie, pancytopenie. Schildklieraandoeningen (hypo- en hyperthyroïdie, struma), hyperglykemie, hyperlipidemie.

Zelden (0,01-0,1%): (verergering van) hartfalen, Raynaudfenomeen. Hepatitis B-reactivering, tuberculose, opportunistische infecties zoals invasieve schimmelinfecties, bacteriële artritis, infectieuze bursitis. Lymfoom, melanoom, Merkel-celcarcinoom, leukemie. Aplastische anemie, agranulocytose. Lupusachtig syndroom. Hematologische reacties. Ernstige systemische overgevoeligheidsreacties (waaronder anafylactische reacties), lichenoïde reacties, exfoliatieve dermatitis, vasculitis. Sarcoïdose. Verminderde wondgenezing. Smaakstoornis, demyelinisatie (centraal en perifeer).

Gemeld is: hepatosplenisch T-cellymfoom (waargenomen bij andere TNF-blokkers), Kaposi-sarcoom.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

  • actieve tuberculose of andere ernstige infecties als sepsis en opportunistische infecties;
  • matig of ernstig hartfalen (NYHA-klasse III/IV).

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Bij toediening bij chronische infecties of een voorgeschiedenis van terugkerende infecties is voorzichtigheid geboden. Voorafgaand, tijdens en tot 5 maanden na behandeling met golimumab zorgvuldig controleren op infecties (waaronder tuberculose). Vóór aanvang van de behandeling dient screening op tuberculose plaats te vinden met een thoraxfoto en een tuberculine huid– of bloedtest. Bij latente tuberculose profylactisch anti-tuberculosetherapie starten alvorens tot behandeling met golimumab over te gaan. Bij latente of actieve tuberculose in de voorgeschiedenis waarvan niet zeker is of deze adequaat is behandeld en ook bij de aanwezigheid van meerdere of significante risicofactoren voor tbc en een negatieve uitslag op de test voor latente tuberculose, profylactische anti-tuberculosetherapie overwegen. Verder: bij aanwezigheid of ontwikkeling van een ernstige infectie de behandeling staken.

Reactivering van hepatitis B (soms met dodelijke afloop) is opgetreden bij patiënten die chronische dragers van dit virus waren. Risicopatiënten screenen op hepatitis B voor aanvang van de behandeling. Bij reactivering van hepatitis B de behandeling staken; dragers van het virus die behandeling met golimumab nodig hebben tijdens de behandeling tot enkele maanden erna zorgvuldig monitoren op symptomen van actieve ziekte.

Endemische mycosen: bij patiënten die gewoond of gereisd hebben in gebieden die een groot risico van endemische mycosen (zoals histoplasmose, coccidioïdomycose of blastomycose) opleveren, de voor- en nadelen van behandeling met golimumab afwegen, alvorens de therapie te starten.

Maligniteiten: het is niet bekend welke invloed behandeling met TNF-blokkers kan hebben op de ontwikkeling van maligniteiten; meer kans op het ontwikkelen van lymfomen, leukemie en andere maligniteiten kan niet worden uitgesloten. Er zijn meldingen van melanomen en Merkel-celcarcinomen bij behandeling met een TNF–α-blokker; daarom wordt periodiek huidonderzoek aanbevolen, vooral bij risicopatiënten. Wees voorzichtig bij astma, COPD en zware rokers vanwege meer kans op maligniteiten (vooral van de longen en het hoofd-halsgebied). Het is niet bekend welke invloed behandeling met TNF-blokkers kan hebben op de ontwikkeling van colondysplasie of coloncarcinoom bij colitis ulcerosa; risicopatiënten vóór en tijdens de behandeling regelmatig screenen.

Bij symptomen van bloeddyscrasieën (aanhoudende koorts, blauwe plekken, bloedingen, bleekheid) de behandeling heroverwegen.

Wees voorzichtig bij mild hartfalen (NYHA-klasse I en II); bij uitbreiding of toename van de symptomen de toediening staken.

Demyelinisatie van het CZS: zoals bij andere TNF-α-blokkers kunnen nieuwe, of exacerbatie van klinische symptomen optreden en/of kunnen de op röntgenfoto's aantoonbare klachten van aandoeningen die gepaard gaan met demyelinisatie van het CZS optreden, zoals multipele sclerose en perifere demyeliniserende aandoeningen. Wees zeer voorzichtig bij bestaande demyeliniserende aandoeningen. Bij nieuw optreden of verergering van zo'n aandoening de behandeling staken.

Tijdens de behandeling kunnen zich auto-immuunantilichamen ontwikkelen. Bij optreden van een lupusachtig syndroom in combinatie met anti-DNA-antilichamen de behandeling staken.

Bij overstappen van een andere biological beducht zijn op bijwerkingen, waaronder infecties, door overlappende biologische activiteit.

Vaccinaties: Het wordt aanbevolen om, indien mogelijk, bij pediatrische patiënten alle vaccinaties bij te werken volgens de huidige richtlijnen alvorens de behandeling met golimumab te beginnen. Zie verder ook de rubriek Interacties.

Interacties Bron: KNMP Kennisbank

Relevant:
Combinatie met anakinra of abatacept wordt ontraden. Bij combinatie van de TNF-α-antagonist etanercept met abatacept, anakinra of een andere IL-1-remmer is een hogere incidentie van ernstige infecties waargenomen dan bij behandeling met etanercept alleen; golimumab is ook een TNF-α-antagonist.

Geen interactie:
In de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met antibacteriële middelen.

Er bestaat een gering risico op hepatosplenisch T-cellymfoom bij combinatie met azathioprine of mercaptopurine bij de behandeling van inflammatoire darmziekten.

Niet beoordeeld:
Methotrexaat kan de dalspiegel verhogen met ong. 30%.

Interacties bij middelen bij inflammatoire aandoeningen algemeen:

Relevant:
Een deel van de middelen uit deze groep heeft een immunosuppressieve werking: abatacept, adalimumab, anakinra, apremilast, bimekizumab, brodalumab, canakinumab, certolizumab pegol, etanercept, guselkumab, infliximab, ixekizumab, golimumab, leflunomide, methotrexaat, risankizumab, sarilumab, secukinumab, spesolimab, tildrakizumab, tocilizumab, tralokinumab en ustekinumab. Deze middelen hebben een interactie met vaccins en met immunocyanine.

Levende vaccins: bij middelen met immunosuppressieve werking kan vaccinatie met levende micro-organismen een gegeneraliseerde infectie veroorzaken. De NVR-richtlijn Biologicals ontraadt vaccinatie met levende micro-organismen tijdens gebruik van deze middelen. Bij sommige middelen adviseert de fabrikant het middel een bepaalde termijn voorafgaand aan de vaccinatie te staken, bijvoorbeeld bij abatacept en canakinumab 3 maanden, en bij ustekinumab 15 weken.

De fabrikant van infliximab ontraadt vaccinatie met levende micro-organismen bij neonaten tot 12 maanden na de laatste toediening van infliximab aan de moeder. Bij neonaten is tot 12 maanden na de geboorte infliximab in serum gedetecteerd, waardoor de normale immuunreactie van de neonaat aangetast zou kunnen worden. De fabrikant van golimumab en ustekinumab ontraadt vaccinatie met levende micro-organismen bij neonaten tot 6 maanden na de laatste toediening van golimumab of ustekinumab aan de moeder. De fabrikant van adalimumab hanteert een termijn van 5 maanden, die van etanercept 16 weken.

Niet-levende vaccins: tijdens gebruik van middelen met immunosuppressieve werking kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaccin herhaald worden of kan een titerbepaling worden gedaan. Zie verder de rubriek Bijzonderheden.

Immunocyanine: de werking van immunocyanine kan worden verminderd door middelen met immunosuppressieve werking.

IMMUNOSUPPRESSIVA

Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.

SELECTIEVE IMMUNOSUPPRESSIVA

Abatacept

Orencia
L04AA24

Baricitinib

Olumiant
L04AA37

Eculizumab

Soliris, Epysqli
L04AA25

Leflunomide

Arava
L04AA13

Mycofenolaatmofetil

Cellcept, Myfenax
L04AA06
L04AA04

Upadacitinib

Rinvoq
L04AA44
OVERIGE IMMUNOSUPPRESSIVA

Azathioprine

Imuran
L04AX01

Methotrexaat

Emthexate, Metoject, Injexate
L04AX03
TUMORNECROSEFACTOR-ALFA-ANTAGONISTEN

Adalimumab

Humira, Amgevita, Hyrimoz, Idacio, Imraldi, Yuflyma
L04AB04

Etanercept

Enbrel
L04AB01

Infliximab

Remicade, Inflectra, Flixabi, Remsima, Zessly
L04AB02
INTERLEUKINEREMMERS

Anakinra

Kineret
L04AC03

Basiliximab

Simulect
L04AC02

Canakinumab

Ilaris
L04AC08

ixekizumab

Taltz
L04AC13

Secukinumab

Cosentyx
L04AC10

Tocilizumab

RoActemra, Tyenne
L04AC07

Ustekinumab

Stelara
L04AC05
CALCINEURINEREMMERS

Ciclosporine

Neoral, Sandimmune
L04AD01

Tacrolimus

Prograft, Modigraf, Adport, Tacni, Advagraf, , Envarsus, Conferoport, Dailiport, Tacforius
L04AD02

Referenties

  1. Janssen Biologics B.V., SmPC Simponi 45 mg/0,45 ml solution for injection in pre-filled pen (EU/1/09/546/009) Rev 45, 22-03-2023
  2. Janssen Biologics B.V., SmPC Simponi® 50 mg solution for injection in pre-filled pen/syringe (EU/1/09/546/001) Rev 45, 22-03-2023

Wijzigingen

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering