Mycofenolaatmofetil

Stofnaam
Mycofenolaatmofetil
Merknaam
Cellcept, Myfenax
ATC code
L04AA06
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Niertransplantatie:
< 2 jr: Off-label
>2 jr: On-label

Profylaxe transplantatieziekte na SCT: Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

NIertransplantatie:
2 - 18 jr:  600 mg/m² 2 dd PO, max 2 g/dag

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Capsule (mofetil) 250 mg
Poeder voor infusieopl. (mofetil als hydrochloride) 500 mg
Tablet (mofetil) 500 mg
Susp. oraal "poeder voor" (mofetil) 200 mg/ml

Eigenschappen

Mycofenolaatmofetil is een pro-drug en wordt na resorptie door plasma-esterasen snel omgezet in het werkzame mycofenolzuur. Mycofenolzuur remt selectief het enzym inosinemonofosfaatdehydrogenase, dat een belangrijke rol speelt in de de novo-synthese van guanosidenucleotiden. De enzymremming is reversibel en niet-competitief. Het directe resultaat is cytostatisch voor met name B- en T-lymfocyten.

Kinetische gegevens

Een orale dosis van 1200 mg/m2/dag leidt bij kinderen van 2-18 jaar (n=49) tot dezelfde AUC-waarden als een orale dosis van 2 g/dag bij volwassenen [SPC Cellcept].

Doseringen

Indicatie: Profylaxe afstoting niertransplantaat
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1] [4]
      • Startdosering: Ongeveer 6 uur voor de transplantatie 600 mg/m2/dosis éénmalig
      • Onderhoudsdosering: 1.200 mg/m2/dag in 2 doses , max: 2g/dag (zodra orale toediening na OK mogelijk is)
      • Volgens protocol en onder supervisie nefroloog.

  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1] [4]
      • Startdosering: Intraveneuze toediening uitsluitend indien orale toediening onmogelijk is: Ongeveer 6 uur voor de transplantatie 600 mg/m2/dosis éénmalig
      • Onderhoudsdosering: 1.200 mg/m2/dag in 2 doses
      • Volgens protocol en onder supervisie nefroloog

Indicatie: Profylaxe transplantatieziekte na SCT
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 12 jaar
      [1]
      • 45 mg/kg/dag in 3 doses
      • Volgens SCT protocol Duke University en University Minnesota USA

    • 12 jaar tot 18 jaar
      [1]
      • 30 mg/kg/dag in 2 doses
      • Volgens SCT protocol Duke University en University Minnesota USA

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

IMMUNOSUPPRESSIVA

SELECTIEVE IMMUNOSUPPRESSIVA

Abatacept

Orencia
L04AA24

Basiliximab

Simulect
L04AA09

Eculizumab

Soliris
L04AA25

Everolimus

Afinitor, Votubia, Certican
L04AA18

Fingolimod

Gilenya
L04AA27

Infliximab

Remicade, Inflectra
L04AA12
L04AA04
OVERIGE IMMUNOSUPPRESSIVA

Azathioprine

Imuran, Azafalk
L04AX01

Methotrexaat

Emthexate, Metoject
L04AX03
SELECTIEVE IMMUNOSUPPRESSIVA

Abatacept

Orencia
L04AA24

Basiliximab

Simulect
L04AA09

Eculizumab

Soliris
L04AA25

Everolimus

Afinitor, Votubia, Certican
L04AA18

Fingolimod

Gilenya
L04AA27

Infliximab

Remicade, Inflectra
L04AA12
L04AA04
OVERIGE IMMUNOSUPPRESSIVA

Azathioprine

Imuran, Azafalk
L04AX01

Methotrexaat

Emthexate, Metoject
L04AX03

Bijwerkingen bij kinderen

Bij kinderen (vooral 2-6 jaar) komen vaker voor: diarree, sepsis, leukopenie, anemie en infectie.

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): misselijkheid, braken, diarree, buikpijn, gastro-intestinale candidiasis, urineweginfectie. Sepsis. Leukopenie, trombocytopenie, anemie. Moniliasis. Herpesinfecties van de huid en adnexa. Vaak (1-10%): koorts, griepachtige verschijnselen, malaise, hoofdpijn, pijn, asthenie, gewichtsverlies. Tensieveranderingen, vasodilatatie, tachycardie, oedeem. Metabole veranderingen (elektrolyten, lipiden, hyperglykemie, hyperurikemie, verhoogde waarden alkalische fosfatase en lactaatdehydrogenase). Gastro-intestinale ontstekingen, bloedingen, ulcus, anorexie, tandvleeshyperplasie, flatulentie, obstipatie. Ontstekingen van de luchtwegen. Hepatitis, geelzucht. Gestoorde nierfunctie. Pancytopenie, leukocytose. Benigne neoplasie van de huid, huidhypertrofie, huiduitslag, alopecia, acne, carcinomen van de huid. Slaapstoornissen, angst, confusie, depressie, abnormaal denken, tremor, paresthesie, convulsies. Smaakstoornissen. Verder zijn gemeld: pancreatitis, colitis (ook CMV-colitis), darmvlokkenatrofie; ernstige levensbedreigende infecties zoals infectieuze endocarditis, tuberculose, atypische mycobacteriële infectie, meningitis; agranulocytose, neutropenie, aplastische anemie en beenmergdepressie (ook met fatale afloop); mogelijk fatale progressieve multifocale leukencefalopathie (PML) als gevolg van het JC-virus, 'Pure Red Cell Aplasia' (PRCA), morfologisch afwijkende neutrofielen zoals Pelger-Huët-anomalie, nefropathie als gevolg van het BK-virus; overgevoeligheidsreacties (ook angio-oedeem en anafylaxie); interstitiële longziekte en pulmonale fibrose bij combinatie met andere immunosuppressiva.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Overgevoeligheid voor mycofenolzuur.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Voorzichtigheid is geboden bij gebruik van immunosuppressieve middelen omdat er meer kans is op infecties, lymfomen en andere maligniteiten, in het bijzonder van de huid. Daarom blootstelling aan zonlicht en UV-straling zoveel mogelijk beperken door het dragen van beschermende kleding en het gebruik van zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor. Bij immunosuppressieve patiënten bedacht zijn op het optreden van hepatitis B- of hepatitis C-reactivatie, BK-virus-geassocieerde nefropathie en JC-virus-geassocieerde PML. Gedurende de eerste maand eenmaal per week het complete bloedbeeld bepalen, tijdens de tweede en derde maand iedere twee weken; daarna maandelijks gedurende het eerste jaar. In geval van neutropenie (ANC < 1,3×10³/microl) onderbreking of staking van de behandeling overwegen. De patiënt erop wijzen elke aanwijzing van infectie, onverwachte blauwe plekken, bloedingen of andere uiting van beenmergdepressie onmiddellijk te melden. Voorzichtigheid is geboden bij ernstige, actieve ziekten van het spijsverteringsstelsel. Vermijd toediening bij patiënten met HGPRT-deficiëntie zoals het syndroom van Lesch-Nyhan en van Kelley-Seegmiller.Gegevens over toepassing bij hart- of levertransplantatiepatiënten met een ernstige chronisch gestoorde nierfunctie of bij harttransplantatiepatiënten met ernstige parenchymale leverziekte zijn onvoldoende beschikbaar.

Interacties

Mycofenolzuur is substraat voor UGT1A9 en de transporters OATP, MRP2 en BCRP.

Relevant: het effect van abacavir en didanosine kan worden vergroot.

Het effect van zidovudine en stavudine kan worden verkleind.

Niet relevant:
Afname mycofenolzuur: de AUC daalt door antacida, ciprofloxacine, colestyramine, norfloxacine plus metronidazol, rifampicine, sevelameer en telmisartan.

De AUC van mycofenolzuur toegediend als mycofenolaatmofetil daalt door protonpompremmers.

Toename mycofenolzuur: bij combinatie van mycofenolaatmofetil met belatacept is de blootstelling aan mycofenolzuur ong. 40% hoger dan bij combinatie met ciclosporine.

De AUC stijgt door isavuconazol.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met hypericum.

Niet beoordeeld:
Afname mycofenolzuur: de werking kan mogelijk worden verminderd door middelen die de enterohepatische kringloop beïnvloeden. Ciclosporine remt de enterohepatische kringloop van mycofenolzuur, waardoor de mycofenolzuurconcentraties lager bij combinatie met ciclosporine dan bij combinatie met tacrolimus of sirolimus. Na staken van ciclosporine steeg de AUC van mycofenolzuur 30-50% bij niertransplantatiepatiënten.

Bij niertransplantatiepatiënten bleek de dalspiegel van mycofenolzuur te worden gehalveerd na start van de combinatie amoxicilline met clavulaanzuur. Bij continueren van het antibioticum nam dit effect af.

Overig effect: de concentratie van aciclovir en van het (inactieve) mycofenolzuurglucuronide kan stijgen, mogelijk door competitie voor de tubulaire excretie.

De fabrikant ontraadt combinatie met azathioprine, omdat deze combinatie niet is onderzocht.

Interacties immunosuppressiva algemeen

Relevant:

Levende vaccins (zie inleidende tekst Vaccins, Algemene opmerkingen): vaccinatie met levende micro-organismen tijdens immunosuppressieve therapie (behalve cutaan toegediend pimecrolimus of tacrolimus) kan een gegeneraliseerde infectie veroorzaken. De combinatie moet worden vermeden.

Niet-levende vaccins (zie inleidende tekst Vaccins, Algemene opmerkingen): tijdens gebruik van immunosuppressiva kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaccin herhaald worden toegediend of kan een titerbepaling worden gedaan.

De werking van immunocyanine kan worden verminderd.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met allergenen van natuurlijke oorsprong.

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 06 nov 2014
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 12 feb 2019
  4. Roche Registration Limited, SPC Cellcept (EU/1/96/005/001), www.ema.europa.eu, Geraadpleegd 10 juni 2010, http://www.ema.europa.eu/humandocs/PDFs/EPAR/Cellcept/emea-combined-h82nl.pdf

Wijzigingen