Thymocyten immunoglobuline

Stofnaam
Thymocyten immunoglobuline
Merknaam
ATG
ATC code
L04AA04

Thymocyten immunoglobuline

Doseringen
Nierfunctiestoornissen

Produkten, hulpstoffen, toediening en tekorten
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen

Interacties
Eigenschappen (PD/PK)

Registratiestatus
Middelen uit dezelfde ATC groep
Referenties
Versiebeheer

Eigenschappen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Antihumaan T-lymfocytenimmunoglobuline is een selectief immunosuppressivum gericht tegen T-lymfocyten. Deze ondergaan lysis die de immuunreactie van de lymfocyten blokkeert.

Farmacokinetiek bij kinderen

Geen informatie

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Thymoglobuline: niet geregistreerd voor kinderen
ATG fresenius: niet geregistreerd voor kinderen

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Infusievlst. (konijn) 20 mg/ml 5 ml
Conc. voor infusieopl. (paard) 20 mg/ml 5 ml
Poeder voor infusieopl. (konijn) 25 mg + 5 ml oplosm.

Overige info toediening/beschikbaarheid

Informatie over geneesmiddeltekorten

Doseringen

Beenmergtransplantatie
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      • ATG konijn Fresenius: Volgens behandelprotocol en onder supervisie hematoloog

Afstotingsreactie bij niertransplantatie
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      • Thymoglobuline konijn: Volgens behandelprotocol en onder supervisie nefroloog

Aplastische anemie en voorbereiding beenmergtransplantatie
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      • Thymoglobuline konijn: Volgens behandelprotocol en onder supervisie hematoloog/immunoloog

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

Bijwerkingen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Zeer vaak (> 10%): cytomegalievirusinfectie, urineweginfectie, neutropenie. Hoofdpijn, tremor. Braken, misselijkheid, diarree, buikpijn, dysfagie. Pyrexie, koude rillingen. Vaak (1-10%): Maligniteit. Bacteriële sepsis, pneumonie, pyelonefritis, herpesinfectie, influenza, orale candidiasis, bronchitis, rinitis, sinusitis, nasofaryngitis, huidinfectie, serumziekte. Lymfoproliferatieve stoornis. Pancytopenie, trombocytopenie, anemie, leukopenie. Anafylactische shock, anafylactische reactie, overgevoeligheidsreacties (blozen, dyspneu, hoesten, huiduitslag, oedeem). Hyperlipidemie. Paresthesie. Fotofobie. Tachycardie. Hypo- of hypertensie, veno-occlusieve ziekte. Epistaxis. Stomatitis. Hyperbilirubinemie. Erytheem, pruritus. Myalgie, artralgie, rugpijn, skeletspierstijfheid. Renale tubulaire necrose, hematurie. Asthenie, pijn op de borst, hyperthermie, slijmvliesontsteking, perifeer oedeem. Verhoogde creatininewaarde in bloed, positieve test voor cytomegalovirus-antigeen, verhoogde waarde C-reactief proteïne. Soms (0,1-1%): infectie op de katheterplaats, Epstein-Barrvirusinfectie, maagdarminfectie, erysipelas, wondinfectie. Polycytemie. Vochtretentie, hypercholesterolemie. Shock, lymfokèle. Reflux-oesofagitis, dyspepsie. Geneesmiddeleneruptie. Nierfalen, niernecrose. Stijging van leverenzymwaarden. Zelden (0,01–0,1%): Perifere tromboflebitis. Hemolyse. Cytokine releasesyndroom.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Overgevoeligheid voor konijneneiwit. Acute of (chronisch) actieve infecties die niet afdoende behandeld worden. Ernstige trombocytopenie (aantal trombocyten < 50 × 109/l). Patiënten met maligne tumoren tenzij stamceltransplantatie onderdeel van de behandeling uitmaakt.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Cave anafylactische reacties, overvulling.

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Thymocytenglobuline alleen toedienen onder strikt medisch toezicht, bij voorkeur in gespecialiseerde centra met voorzieningen voor behandeling van ernstige allergische reacties. De patiënt na elke injectie gedurende 30 minuten observeren. Premedicatie met corticosteroïden en antihistaminica verlagen zowel de incidentie als de ernst van de meest ernstige bijwerkingen. Bij milde allergische reacties met onder andere antihistaminica behandelen, bij ernstige reacties de behandeling staken. Bij patiënten die al eerder konijnen-immunoglobulinen hebben toegediend gekregen neemt het risico van een anafylactische reactie toe als gevolg van mogelijke sensibilisatie. Het bloedbeeld tot twee weken na de behandeling controleren. Voorzichtigheid is geboden bij leveraandoeningen en bij cardiovasculaire stoornissen, hypotensie of hartfalen overwegen de infusie te vertragen of onderbreken. In het eerste jaar na transplantatie van een vast orgaan ontwikkelde de meerderheid van de patiënten een infectie van bacteriële, virale of mycotische origine. De meerderheid van deze infecties zijn gewoonlijk goed te behandelen. Er zijn geïsoleerde meldingen gedaan van levensbedreigende of zelfs fatale infecties. Door goede bewaking en profylactische behandeling kan het aantal infecties worden beperkt. Bij patiënten die een stamceltransplantatie ondergaan, wordt controle van de cytomegalovirus- en Epstein-Barrvirus-status en adequate preventieve therapie aanbevolen. Bij de productie van thymocytenglobuline worden humane bloedcomponenten gebruikt. Het risico van overdracht van infectieuze agentia, met name virussen zonder envelop zoals parvovirus B19, kan niet worden uitgesloten.

Interacties Bron: KNMP Kennisbank

Interacties immunosuppressiva algemeen

Relevant:

Levende vaccins (zie inleidende tekst Vaccins, Algemene opmerkingen): vaccinatie met levende micro-organismen tijdens immunosuppressieve therapie (behalve cutaan toegediend pimecrolimus of tacrolimus) kan een gegeneraliseerde infectie veroorzaken. De combinatie moet worden vermeden.

Niet-levende vaccins (zie inleidende tekst Vaccins, Algemene opmerkingen): tijdens gebruik van immunosuppressiva kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaccin herhaald worden toegediend of kan een titerbepaling worden gedaan.

De werking van immunocyanine kan worden verminderd.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met allergenen van natuurlijke oorsprong.

IMMUNOSUPPRESSIVA

Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.

SELECTIEVE IMMUNOSUPPRESSIVA

Abatacept

Orencia
L04AA24

Baricitinib

Olumiant
L04AA37

Eculizumab

Soliris, Epysqli
L04AA25

Leflunomide

Arava
L04AA13

Mycofenolaatmofetil

Cellcept, Myfenax
L04AA06

Upadacitinib

Rinvoq
L04AA44
OVERIGE IMMUNOSUPPRESSIVA

Azathioprine

Imuran
L04AX01

Methotrexaat

Emthexate, Metoject, Injexate
L04AX03
TUMORNECROSEFACTOR-ALFA-ANTAGONISTEN

Adalimumab

Humira, Amgevita, Hyrimoz, Idacio, Imraldi, Yuflyma
L04AB04

Etanercept

Enbrel
L04AB01

Golimumab

Simponi
L04AB06

Infliximab

Remicade, Inflectra, Flixabi, Remsima, Zessly
L04AB02
INTERLEUKINEREMMERS

Anakinra

Kineret
L04AC03

Basiliximab

Simulect
L04AC02

Canakinumab

Ilaris
L04AC08

ixekizumab

Taltz
L04AC13

Secukinumab

Cosentyx
L04AC10

Tocilizumab

RoActemra, Tyenne
L04AC07

Ustekinumab

Stelara
L04AC05
CALCINEURINEREMMERS

Ciclosporine

Neoral, Sandimmune
L04AD01

Tacrolimus

Prograft, Modigraf, Adport, Tacni, Advagraf, , Envarsus, Conferoport, Dailiport, Tacforius
L04AD02

Referenties

Wijzigingen

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering