Tocilizumab

Stofnaam
Tocilizumab
Merknaam
RoActemra
ATC code
L04AC07
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Systemische JIA met onvoldoende respons op eerdere behandeling 
> 2 jaar: 
<30 kg:
12 mg/kg eenmaal per 2 weken
> 30 kg
: 8 mg/kg eenmaal per 2 weken bij patiënten

Polyarticulaire JIA met onvoldoende respons op eerdere behandeling
> 2 jaar:
<30 kg
: 10 mg/kg eenmaal per 4 weken
> 30 kg: 8 mg/kg eenmaal per 4 weken bij patiënten

Cytokine-release syndroom:
> 2 jaar:
< 30 kg: 
12 mg/kg/dosis in 60 min
> 30 kg:
 8 mg/kg/dosis in 60 min
Maximaal 3 maal herhalen, minimaal doseerinterval 8 uur. 
 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Conc. voor infusieopl. 20 mg/ml

Eigenschappen

Gehumaniseerd monoklonaal antilichaam gericht tegen de humane interleukine-6-receptor. Tocilizumab bindt specifiek aan oplosbare en membraangebonden IL-6 receptoren (sIL-6R en mIL-rR). Interleukine-6 is een pro-inflammatoir cytokine die een rol speelt bij reumatoïde artritis (RA).

Kinetische gegevens

De farmacokinetiek van tocilizumab niet wordt beïnvloed door leeftijd, geslacht of etnische achtergrond.

Doseringen

Indicatie: Systemische Juveniele Idiopathische Arthritis (s.J.I.A.)
  • Intraveneus
    • 2 jaar tot 18 jaar en < 30 kg
      [1]
      • 12 mg/kg/dosis elke 2 weken Maximale dosering per gift: 800mg/dosis
        • Uitsluitend bij patienten met een ontoereikende respons op eerdere behandeling met NSAID's en systemische corticosteroïden.
        • Als monotherapie (in geval van onverdraagbaarheid van MTX of wanneer behandeling met MTX niet geschikt is) of in combinatie met MTX
        • Voorschrift door een behandelaar die ervaring heeft met diagnose en behandeling van JIA
        ...lees verder
    • 2 jaar tot 18 jaar en ≥ 30 kg
      [1]
      • 8 mg/kg/dosis elke 2 weken Maximale dosering per gift: 800mg/dosis
        • Uitsluitend bij patienten met een ontoereikende respons op eerdere behandeling met NSAID's en systemische corticosteroïden.
        • Als monotherapie (in geval van onverdraagbaarheid van MTX of wanneer behandeling met MTX niet geschikt is) of in combinatie met MTX
        • Voorschrift door een behandelaar die ervaring heeft met diagnose en behandeling van JIA
        ...lees verder
Indicatie: Polyarticulaire juveniele idiopathische artritis
  • Intraveneus
    • 2 jaar tot 18 jaar en < 30 kg
      [1]
      • 10 mg/kg/dosis elke 4 weken Maximale dosering per gift: 800mg/dosis
        • Uitsluitend bij patienten met een ontoereikende respons op eerdere behandeling met NSAID's en systemische corticosteroïden.
        • Als monotherapie (in geval van onverdraagbaarheid van MTX of wanneer behandeling met MTX niet geschikt is) of in combinatie met MTX
        • Voorschrift door een behandelaar die ervaring heeft met diagnose en behandeling van JIA
        ...lees verder
    • 2 jaar tot 18 jaar en ≥ 30 kg
      • 8 mg/kg/dosis elke 4 weken Maximale dosering per gift: 800mg/dosis
        • Uitsluitend bij patienten met een ontoereikende respons op eerdere behandeling met NSAID's en systemische corticosteroïden.
        • Als monotherapie (in geval van onverdraagbaarheid van MTX of wanneer behandeling met MTX niet geschikt is) of in combinatie met MTX
        • Voorschrift door een behandelaar die ervaring heeft met diagnose en behandeling van JIA
        ...lees verder
Indicatie: Cytokine Release Syndroom (CRS)
  • Intraveneus
    • ≥ 2 jaar en < 30 kg
      [1]
      • 12 mg/kg/dosis zo nodig max 3 x herhalen met dosis interval van 8 uur
    • ≥ 2 jaar en ≥ 30 kg
      [1]
      • 8 mg/kg/dosis zo nodig max 3 x herhalen met dosis interval van 8 uur

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): bovenste luchtweginfectie, hypercholesterolemie. Vaak (1-10%): cellulitis, pneumonie, orale herpes simplex, herpes zoster, ulceraties in de mond, buikpijn, gastritis, infusiereacties tijdens of binnen 24 uur na infusie (huiduitslag, pruritus, urticaria, hoofdpijn), duizeligheid, stijging van leverenzymwaarden, stijging totaal bilirubine, gewichtstoename, overgevoeligheidsreacties (veelal bij de tweede tot de vijfde infusie), hypertensie, leukopenie, neutropenie, perifeer oedeem, conjunctivitis, hoesten, dyspneu. Subcutaan: reacties op de injectieplaats. Soms (0,1-1%): diverticulitis, stomatitis, maagulcus, hypertriglyceridemie, nefrolithiase, hypothyroïdie. Zeer zelden (< 0,01%) pancytopenie. Verder zijn gemeld: opportunistische infecties, sepsis, bacteriële artritis, complicatie van diverticulitis (peritonitis, lagere gastro-intestinale perforatie, fistel, abces).

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Actieve, ernstige infecties.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Patiënten < 30kg: aseptisch verdunnen tot 50 ml met NaCl 0,9%. Patiënten ≥ 30 kg: aseptisch verdunnen tot 100 ml met NaCl 0,9%. Infuus in 1 uur in laten lopen.
Het macrofaagactivatiesyndroom (MAS) is een ernstige levensbedreigende aandoening die zich bij sJIA-patiënten kan ontwikkelen. Bij klinische studies is tocilizumab niet bestudeerd bij patiënten tijdens een episode van actief MAS

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

De behandeling niet beginnen bij een actieve infectie en bij een absoluut aantal neutrofielen (ANC) <2,0 × 109/l . Voor aanvang van de behandeling, screenen op tuberculose; latente tuberculose eerst behandelen voordat behandeling met tocilizumab kan worden begonnen. Bij ontwikkeling van sepsis of vermoeden van acute tuberculose, anafylactische reacties, ernstige overgevoeligheidsreacties of ernstige infusiegerelateerde reacties de behandeling staken. Bij symptomen van een allergische reactie na subcutane toediening dient de patiënt onmiddellijk medische hulp te zoeken. Bij optreden van ernstige infecties de behandeling onderbreken totdat de infectie onder controle is. Voorzichtig bij een actieve leveraandoening of -insufficiëntie, bij chronische of recidiverende infecties in de voorgeschiedenis, met name diverticulitis of intestinale ulcera in de voorgeschiedenis, diabetes en astma. De ALAT- en ASAT-spiegels gedurende de eerste 6 maanden bij RA elke 4–8 weken controleren en daarna elke 12 weken; bij sJIA bij de tweede infusie en daarna periodiek. Aanbevolen wordt om het aantal neutrofielen en trombocyten te bepalen vóór het starten van de behandeling, bij RA opnieuw na 4–8 weken en bij sJIA bij de tweede infusie en daarna periodiek. Bij een leverfunctiestoornis de dosering aanpassen, zie onder Doseringen. Tocilizumab is niet onderzocht bij patiënten met een matige of ernstige nierfunctiestoornis, bij deze patiënten de nierfunctie nauwlettend controleren. Lipidenparameters bepalen bij RA en sJIA 4–8 weken na aanvang van de behandeling. Virale reactivatie (bv. hepatitis B-virus) kan optreden bij behandeling met een biological. Combinatie met TNF-α blokkerende middelen en andere biologicals wordt niet aanbevolen Tijdens de behandeling kunnen zich antilichamen ontwikkelen. Immunomodulerende geneesmiddelen zoals tocilizumab kunnen het risico van maligniteiten vergroten. Voor gebruik bij een gestoorde leverfunctie  zijn onvoldoende gegevens.

Interacties

Niet relevant: de plasmaconcentratie van omeprazol en simvastatine daalt.

Interacties immunomodulantia algemeen

Relevant:

Levende vaccins: bij middelen met immunosuppressieve werking (abatacept, adalimumab, anakinra, apremilast, baricitinib, brodalumab, canakinumab, certolizumab pegol, etanercept, guselkumab, infliximab, ixekizumab, golimumab, leflunomide, methotrexaat, sarilumab, secukinumab, tofacitinib, tocilizumab en ustekinumab) kan vaccinatie met levende micro-organismen een gegeneraliseerde infectie veroorzaken. De NVR-richtlijn Biologicals ontraadt vaccinatie met levende micro-organismen tijdens gebruik van deze middelen. Bij sommige middelen adviseert de fabrikant het middel een bepaalde termijn voorafgaand aan de vaccinatie te staken, bijvoorbeeld bij abatacept en canakinumab 3 maanden, en bij ustekinumab 15 weken.

De fabrikant van infliximab en golimumab ontraadt vaccinatie met levende micro-organismen bij neonaten tot 6 maanden na de laatste toediening van infliximab aan de moeder. Bij neonaten is tot 6 maanden na de geboorte infliximab of golimumab in serum gedetecteerd, waardoor de normale immuunreactie van de neonaat aangetast zou kunnen worden. De fabrikant van adalimumab hanteert een termijn van 5 maanden, die van etanercept 16 weken.

Niet-levende vaccins: tijdens gebruik van middelen met immunosuppressieve werking kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaacin herhaald worden of kan een titerbepaling worden gedaan. 

TNF-α-antagonisten: bij combinatie van anakinra met de TNF-α-antagonist etanercept is een hogere incidentie van ernstige infecties waargenomen dan bij behandeling met etanercept alleen. De combinatie van anakinra met een TNF-α-antagonist moet worden vermeden.

Referenties

  1. Roche Registration GmHb, SmPC RoActemra (EU/1/08/492/001-006) 28-11-2018, www.ema.europe.eu
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen)., Geraadpleegd 20 nov 2014
  3. InformatoriumMedicamentorum, Interacties, Geraadpleegd 12 juni 2018

Wijzigingen

  • 18 januari 2019 09:59: Indicatie Cytokine release syndroom toegevoegd obv SmPC