Ceftaroline

Stofnaam
Ceftaroline
Merknaam
Zinforo
ATC code
J01DI02
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

cSSTI of CAP
> 12 jaar
> 33 kg: 600 mg 2-3 dd
< 33 kg: 12 mg/kg 3 dd, max 400 mg/dosis
2-12 jaar: 12 mg/kg 3 dd, max 400 mg/dosis
2 mnd- 2 jaar: 8 mg/kg 3 dd


Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Poeder voor infusieopl. (fosamil als acetaat-1-water) 600 mg

Eigenschappen

Bactericide antibioticum uit de groep van cefalosporinen (vijfde generatie). Prodrug, wordt na snelle hydrolyse omgezet in het actieve ceftaroline. Ceftaroline bindt zich aan penicilline-bindende eiwitten in de celwand van bacteriën, waardoor de synthese van peptidoglycaan (onderdeel bacteriële celwand) wordt geremd. Dit resulteert in bacteriële celdood.

Doorgaans gevoelig zijn: Staphylococcus aureus (bij infecties van de huid en weke delen met inbegrip van methicilline–resistente stammen; MRSA), Streptococcus agalactiae, Streptococcus anginosus–groep, Streptococcus dysgalactiae, Streptococcus pyogenes, Streptococcus pneumoniae, Escherichia coli, Haemophilus influenzae, Haemophilus parainfluenzae, Klebsiella oxytoca, Klebsiella pneumoniae en Morganella morganii.

Een verworven resistentie kan een probleem zijn bij: Peptostreptococcus spp. en Fusobacterium spp.

Ongevoelig zijn: Chlamydophila spp., Legionella spp., Mycoplasma spp., Proteus spp. en Pseudomonas aeruginosa.

In vitro is ceftaroline werkzaam tegen penicilline-ongevoelige stammen van S. pneumoniae (PNSP). In vivo is echter door de gekozen exclusiecriteria in klinische onderzoeken de werkzaamheid bij de indicatie community-acquired pneumonie (CAP) veroorzaakt door PNSP niet aangetoond. In klinische onderzoeken waren daarnaast geen gevallen van CAP door MRSA geïncludeerd.

Kinetische gegevens

Er is hier op dit moment nog geen informatie over beschikbaar.

Doseringen

Indicatie: Gecompliceerde infecties van de huid en van de weke delen; Community-acquired pneumonia (CAP)
  • Intraveneus
    • 2 maanden tot 2 jaar
      [1]
      • 24 mg/kg/dag in 3 doses
      • Doseringsaanbevelingen zijn gebaseerd op behandeling van een S. Aureus waarbij de MIC voor ceftaroline ≤ 1 mg/l is.

    • 2 jaar tot 18 jaar en < 33 kg
      [1]
      • 36 mg/kg/dag in 3 doses , max: 400mg/dosis inlopen in 60 minuten.
      • Doseringsaanbevelingen zijn gebaseerd op behandeling van een S. Aureus waarbij de MIC voor ceftaroline ≤ 1 mg/l is.

    • 12 jaar tot 18 jaar en ≥ 33 kg
      [1]
      • 1.200 mg/dag in 2 doses in 60 minuten inlopen. Bovenstaande doseringsaanbevelingen zijn gebaseerd op behandeling van een S. Aureus waarbij de MIC voor ceftaroline ≤ 1 mg/l is. Bij S. Aureus met MIC voor ceftaroline 2 óf 4 mg/l dan 1800 mg/dag in 3 doses.
      •  

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

2 mnd-2 jaar:
creatinineklaring > 50 ml/min: aanpassing niet nodig
creatinineklaring < 50 ml/min: geen gegevens bekend

2 jaar tot 12 jaar & > 12 jaar en < 33 kg:
creatinineklaring > 50 ml/min: aanpassing niet nodig
creatinineklaring 30-50 ml/min: 8 mg/kg lich.gewicht (max. 300 mg) elke 8 uur;
creatinineklaring 15-30 ml/min: 6 mg/kg lich.gewicht (max. 200 mg) elke 8 uur.

> 12 jaar en >33 kg:
creatinineklaring > 50 ml/min: aanpassing niet nodig
creatinineklaring 30-50 ml/min: 400 mg elke 12 uur
creatinineklaring 15-30 ml/min: 300 mg elke 12 uur
creatinineklaring <15 ml/min: 200 mg elke 12 uur
bij gecompliceerde infecties van de huid en weke delen door S.aureus waarbij de MIC van ceftaroline hoger moet zijn (2 of 4 mg/l in plaats van 1 mg/l of kleiner) is de doseerfrequentie elke 8 uur (infusietijd 120 min) ipv elke 12 uur (infusietijd 60 min);

Bijwerkingen bij volwassenen

Vaak (1–10%): koorts. Hoofdpijn, duizeligheid. Misselijkheid, braken, buikpijn, diarree. Huiduitslag, jeuk. Verhoogde transaminasen. Reacties op de infusieplaats (erytheem, pijn, flebitis). Flebitis elders.

Soms (0,1–1%): overgevoeligheid zoals urticaria, angio–oedeem, anafylaxie. Colitis door Clostridium difficile. Anemie, leukopenie, trombocytopenie. Verlenging van protrombinetijd (PT) en geactiveerde gedeeltelijke tromboplastinetijd (aPTT), verhoging van INR. Verhoging creatinine in het bloed.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

overgevoeligheid voor cefalosporinen;
onmiddellijke en ernstige overgevoeligheid voor een ander type β-lactamantibioticum (penicillinen, carbapenems).

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Wees voorzichtig bij lichte tot matige overgevoeligheid voor penicillinen en carbapenems in de voorgeschiedenis.

Behandeling van CAP Wees vanwege het ontbreken van ervaring voorzichtig bij de hierna volgende patiëntengroepen:

immuungecompromiteerde patiënten;
patiënten met een ernstige sepsis/septische shock;
bij een ernstige onderliggende longziekte;
patiënten met PSI klasse V (PORT risk klasse V);
wanneer beademing is vereist bij opname;
indien de CAP is veroorzaakt door MRSA;
patiënten die (om andere redenen) intensivecarezorg nodig hebben.
Behandeling van cSSTI Wees vanwege het ontbreken van ervaring voorzichtig bij de volgende patiëntengroepen:

immuungecompromiteerde patiënten;
patiënten met een ernstige sepsis/septische shock;
patiënten met een necrotiserende fasciitis of een perirectaal abces;
bij derdegraads- en uitgebreide (totale oppervlakte) brandwonden.
Daarnaast is er beperkte ervaring met ceftarolinefosamil bij cSSTI:

bij diabetische voetinfecties;
indien de cSSTI is veroorzaakt door S. Aureus met een MIC > 1 mg/l; dosisaanpassingen gebaseerd op farmacokinetische en farmacodynamische modellen zijn opgenomen in de rubriek Dosering. Ceftaroline niet gebruiken indien de MIC van de gekweekte S. Aureus voor ceftaroline > 4 mg/l is.

Wees voorzichtig bij epileptische aandoeningen omdat bij dieren in (zeer) hoge dosering epileptische aanvallen zijn gezien, hiernaast is de ervaring bij patiënten met pre-existente epileptische aandoeningen beperkt.

Bij gebruik van ceftarolinefosamil kan de directe antiglobulinetest (DAGT, Coombs-test) positief uitvallen; bij anemie nagaan of er sprake is van hemolyse.

Bij optreden van ernstige en aanhoudende diarree de diagnose pseudomembraneuze colitis overwegen.

 

Interacties

Interacties cefalosporinen algemeen:

Relevant: tetracyclines (bacteriostatisch effect) kunnen in vitro het bactericide effect van cefalosporines antagoneren. Het klinische belang daarvan is alleen aannemelijk gemaakt bij meningitis, endocarditis, sepsis en bij patiënten met ernstige neutropenie.

Niet beoordeeld: het risico op nefrotoxische verschijnselen wordt bij cefalotine verhoogd door combinatie met andere potentieel nefrotoxische middelen, zoals aminoglycosiden, polymyxines en furosemide. Ook bij combinatie van deze middelen met andere cefalosporines, zou dit effect kunnen optreden.

Combinatie met probenecide kan leiden tot een verhoogde plasmaconcentratie van de cefalosporines die in voldoende mate renaal via tubulaire secretie worden geëlimineerd (cefaclor, cefalexine, cefalotine, cefazoline, cefamandol, ceftibuten, cefuroxim, cefotaxim). De interactie met probenecide berust op remming van de tubulaire secretie van het antibioticum.

De werking kan worden geantagoneerd door chlooramfenicol en macroliden.

Interacties antimicrobiele middelen algemeen:

Relevant: de werking van oraal buiktyfusvaccin kan worden verminderd bij gelijktijdige inname van antibacteriële middelen. Gescheiden inname met een interval van 3 dagen wordt aanbevolen. Alternatief: parenteraal buiktyfusvaccin.

Het effect van cumarinederivaten kan worden versterkt, waarschijnlijk door een verhoogde afbraak van stollingsfactoren gedurende de koortsperiode.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met orale anticonceptiva (dit geldt niet voor de enzyminducerende antibiotica rifabutine en rifampicine) of met TNF-α-antagonisten.

Referenties

  1. Pfizer Ireland Pharmaceuticals, SmPC Zinforo (EU/1/12/785/001) 27-03-2017, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties, nierfunctiestoornissen), Geraadpleegd 05 sept 2017
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 05 sept 2017

Wijzigingen

  • 05 september 2017 08:22: Nieuw toegevoegd obv SmPC