Ceftriaxon

Stofnaam
Ceftriaxon
Merknaam
Rocephin
ATC code
J01DD04
Doseringen
Nierfunctiestoornissen

Produkten, hulpstoffen, toediening en tekorten
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen

Interacties

Voor ouders op Apotheek.nl
Eigenschappen (PD/PK)

Registratiestatus
Middelen uit dezelfde ATC groep
Referenties
Versiebeheer

Eigenschappen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Breed-spectrum derdegeneratie-cefalosporine. Ceftriaxon bindt zich aan penicillinebindende eiwitten (PBP's) in de celwand van bacteriën, waardoor de synthese van peptidoglycaan wordt geremd. Dit resulteert in celdood. Het werkingsspectrum is breed. Ceftriaxon is resistent tegen ontleding door het merendeel van de β-lactamasen (zoals TEM–1), maar wordt geïnactiveerd door β–lactamasen die effectief cefalosporinen hydrolyseren zoals AmpC-type enzymen. Werkingsduur: ca. 24 uur.

Gewoonlijk gevoelig zijn: Staphylococcus spp. (indien coagulase negatief), Staphylococcus aureus (uitgezonderd MRSA), Streptococcus spp. waaronder Streptococcus pneumoniae (uitgezonderd de penicilline–resistente stammen), Streptococcus pyogenes, Streptococcus viridans), Groep B streptococci (incl. Streptococcus agalactiae), Borrelia spp. (o.a. B. burgdorferi), Citrobacter spp. (uitgezonderd cefalosporinaseproducerende stammen van Citrobacter freundii), Escherichia coli (uitgezonderd ESBL–producerende stammen), Haemophilus influenzae, Haemophilus para–influenzae, Klebsiella spp. waaronder Klebsiella pneumoniae, Klebsiella oxytoca (uitgezonderd ESBL–producerende stammen), Moraxella catarrhalis, Morganella morganii (uitgezonderd cefalosporinaseproducerende stammen), Neisseria gonorrhoeae, Neisseria meningitidis, Proteus mirabilis, Proteus vulgaris (sommige stammen), Salmonella spp., Shigella spp. en Treponema pallidum.

Verminderd gevoelig zijn: Staphylococcus epidermidis, Klebsiella aerogenes en Enterobacter spp. waaronderEnterobacter cloacae.

Doorgaans ongevoelig (vaak resistent) zijn: Streptococcus pneumoniae (de penicilline-resistente stammen), Aeromonas spp., Achromobacter spp., Alcaligenes spp., cefalosporinaseproducerende stammen van Citrobacter freundii, van Enterobacter spp., van Morganella spp. en van Serratia spp.; verder Flavobacterium spp., Proteus vulgaris (sommige stammen), Providencia spp., Bacteroides spp. waaronder Bacteroides fragilis, Mycobacteria en Rickettsia spp.

Resistent: alle Staphylococcus spp. die meticilline-resistent zijn (waaronder derhalve MRSA), zijn ook resistent voor ceftriaxon. ESBL-producerende stammen van Escherichia coli en Klebsiella spp. zijn altijd resistent. Inherent resistent zijn verder: Enterococcus spp. (waaronder E. faecalis en E. faecium), Listeria monocytogenes, Acinetobacter spp. (o.a. A. baumannii), Pseudomonas spp. (waaronder P. aeruginosa), Stenotrophomonas maltophilia, Clostridioides difficile, Chlamydia spp., Chlamydophila spp., Mycoplasma spp., Legionella spp., en Ureaplasma urealyticum.

Farmacokinetiek bij kinderen

Na eenmalige intraveneuze toediening van ceftriaxon aan (premature) neonaten zijn de volgende farmacokinetische parameters gevonden (Martin et al. 1984):

Leeftijd <1 week 1-4 weken 3-9 maanden
n= 4 8 8
Dosis (mg/kg) 50 50-100 100
t½ (uur) 16,2 9,2 7,1
Cl (ml/min/kg) 0,37 0,77 1,03
Vd (ml/kg) 450 480 394

Zwangerschapsduur en gewicht blijken geen effect te hebben op de kinetiek van ceftriaxon, tevens is er geen verschil in de Cmax na intraveneuze of intramusculaire toediening (Mulhall, de Louvois, and James 1985). De Cmax varieert van 134-230 mg/l na een eenmalige dosis van 50 mg/kg (Mulhall, de Louvois, and James 1985, McCracken et al. 1983, Steele et al. 1983)

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst Toon SmPC tekst

SmPC tekst

IV en IM
Zuigelingen tot een leeftijd van 2 weken (zowel prematuur als a-terme): 1dd 20-50 mg/kg, max 50 mg/kg/dag
>2 weken tot 12 jaar (indien <50 kg): 1dd 50-100 mg/kg, max 4 g/dag
>12 jaar en >50 kg: 1dd 1-2 g, zn verhogen tot 4 g.
 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Poeder voor infusieopl. (als di-Na-zout) 500 mg, 1000 mg, 2000 mg

Overige info toediening/beschikbaarheid

Informatie over geneesmiddeltekorten

Doseringen

Ga snel naar:

Ernstige bacteriele infecties
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [19] [22] [23]
      • 100 mg/kg/dag in 1 dosis. Max: 2 g/dag.
        • Langzaam in tenminste 30 minuten toedienen.
        • In uitzonderlijke situaties (zoals bacteriele endocarditis, bacteriele meningitis) kan de maximale dosering verhoogd worden naar 4 g/dag
        • Overweeg om de dagdosering in 2 giften (elke 12 uur) te verdelen bij:
          • doseringen > 2 g/dag
          • Kritisch zieke kinderen met een eGFR > 80 ml/min/1,73 m2 en/of MIC > 0,5 mg/l
  • Intramusculair
    • 1 maand tot 18 jaar
      [4] [7] [9] [12] [19]
      • 100 mg/kg/dag in 1 dosis. Max: 2 g/dag.
      • Doseringen hoger dan 2 gram/dag dienen intraveneus toegediend te worden. 

Profylaxe van meningokokkose
  • Intramusculair
    • 1 maand tot 16 jaar
      [16] [18]
      • 125 mg/dosis, éénmalig.
    • 16 jaar tot 18 jaar
      [16]
      • 250 mg/dosis, éénmalig.
Vroeg (stadium II) en laat (stadium III) gedissemineerde Lyme borreliose
  • Intraveneus
    • 15 dagen tot 12 jaar
      [15] [17] [19]
      • 50 - 80 mg/kg/dag in 1 dosis. Max: 2 g/dag.
      • Behandelduur:

        Vroege gedissemineerde lymeziekte: 14 dagen;
        Late gedissemineerde lymeziekte, chronische neuroborreliose: 30 dagen

      • Langzaam in tenminste 30 minuten toedienen.

    • ≥ 12 jaar
      [15] [19]
      • 2 g/dag in 1 dosis
      • Behandelduur:

        Vroege gedissemineerde lymeziekte: 14 dagen;
        Chronische neuroborreliose: 30 dagen

      • Langzaam in tenminste 30 minuten toedienen.

Pre-operatieve profylaxe
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [19]
      • 50 - 80 mg/kg/dag in 1 dosis. Max: 2 g/dag.
      • Langzaam in tenminste 30 minuten toedienen. 

  • Intramusculair
    • 1 maand tot 18 jaar
      [19]
      • 50 - 80 mg/kg/dag in 1 dosis. Max: 2 g/dag.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.
GFR <10 ml/min/1.73m2: maximaal 2 g/dag.

Bijwerkingen bij kinderen

Tromboflebitis, koorts, misselijkheid, braken, diarree, candida vaginalis, bloedbeeldafwijkingen, hoofdpijn en tijdelijke verhoging leverenzymen. Zelden: convulsies, pseudomembraneuze colitis.

Vooral bij kinderen zijn (reversibele) precipitaties in de nieren (m.n. bij kinderen >3 jaar) of urinewegen gemeld, vooral wanneer behandeld werd met hoge doses en in aanwezigheid van andere risicofactoren zoals vochtbeperking of bedlegerigheid. In sommige gevallen leidde dit tot ureter-obstructie, (postrenale) acute nierinsufficiëntie en/of anurie.

Bijwerkingen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Vaak (1-10%): diarree, misselijkheid, braken, stomatitis, glossitis. Huiduitslag, exantheem, allergische dermatitis, jeuk, urticaria en oedeem. Eosinofilie, trombocytopenie, leukopenie, hemolytische anemie, granulocytopenie.

Soms (0,1-1%): hoofdpijn, (draai)duizeligheid.

Zelden (0,01-0,1%): koorts, rillingen, anafylactische of anafylactoïde reacties (bv. bronchospasmen). Neerslag van ceftriaxon-calciumzout in de galblaas, reversibele cholelithiase, stijging van leverenzymwaarden. Oligurie, hematurie, verhoogd serumcreatinine. Genitale schimmelinfectie. Flebitis (bij i.v.-toediening).

Zeer zelden (< 0,01%): pseudomembraneuze colitis en gastro-intestinale hemorragie. Pancreatitis. Stollingsafwijkingen.

Verder zijn gemeld:
Anafylactische shock. Ernstige huidreacties, die fataal kunnen verlopen zoals het Stevens-Johnsonsyndroom (SJS), toxische epidermale necrolyse (TEN; Lyell–syndroom) en geneesmiddelexantheem met eosinofilie en systemische symptomen (het DRESS-syndroom); voorts erythema multiforme, acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose (AGEP). Convulsies. Stomatitis, glossitis. Kernicterus. Agranulocytose. Verlengde stollingstijd. Pijn op de injectieplaats (m.n. bij i.m.-injectie zonder lidocaïne). Fout-positieve uitslagen bij de volgende onderzoeken: antiglobulinetest, test op galactosemie, glucosebepaling bij gebruik van niet-enzymatische methoden.

(Doorgaans reversibele) precipitaties in de galblaas vooral na hoge doses, asymptomatisch of gepaard met misselijkheid, braken en pijn.

Jarisch-Herxheimerreactie: Tijdens de behandeling van spirochetose (bv. leptospirose, lymeborreliose, syfilis) kunnen binnen enkele uren na de toediening Jarisch-Herxheimer-achtige reacties optreden (met als symptomen o.a. hypotensie, tachycardie, vasodilatatie, koorts, rillingen, hoofd- en spierpijn, rigor).

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

Wegens hoge incidentie van hyperbilirubinaemie en veelvuldige combinatie met calciumhoudende middelen heeft toepassing van ceftriaxon bij pasgeborenen niet de voorkeur van Nederlandse neonatologen.

Contra-indicatie algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

  • overgevoeligheid voor een andere cefalosporine;
  • een voorgeschiedenis van ernstige overgevoeligheid (zoals een anafylactische reactie) voor andere β-lactamantibiotica (d.w.z. een penicilline, monobactam of carbapenem);
  • vanwege het risico op neerslag van calciumceftriaxon in nieren en longen, mogelijk met een fataal verloop: gebruik bij voldragen pasgeborenen (tot een leeftijd van 28 dagen) indien bij hen i.v.-behandeling met calcium(-houdende stoffen) is geïndiceerd of binnenkort wordt toegepast.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Ceftriaxon dient niet te worden gemengd of gelijktijdig te worden toegediend met intraveneuze calciumbevattende oplossingen. De oplossingen mogen wel na elkaar worden toegediend als de infusielijn grondig wordt gespoeld. Bij neonaten jonger dan 28 dagen is de combinatie gecontraïndiceerd, ceftriaxon mag niet worden toegediend bij intraveneuze toediening van calciumbevattende oplossingen.

Cefalosporinen kunnen in het algemeen worden gegeven aan patiënten, die overgevoelig zijn voor penicillinen, hoewel kruisreacties zijn gemeld. Speciale zorg is geïndiceerd bij patiënten, die eerder een anafylactische reactie hadden door penicillinen.
Ceftriaxon is niet actief tegen bacteriën die atypische pneumonie veroorzaken of tegen verscheidene andere bacteriële species die pneumonie kunnen veroorzaken, inclusief P. aeruginosa.
Men dient bedacht te zijn op het voorkomen van symptomen die kunnen wijzen op het ontstaan van galstenen. Het staken van de behandeling met ceftriaxon in deze symptomatische gevallen is ter beoordeling van de behandelend specialist.
Pseudomembraneuze colitis kan optreden tijdens het gebruik van antibiotica. Indien zich pseudomembraneuze colitis ontwikkelt, dient de ceftriaxon behandeling gestaakt te worden en een geschikte therapie te worden gestart.
De behandeling dient, nadat de patiënt koortsvrij is geworden, nog tenminste drie dagen te worden voortgezet. Behandeling gedurende tenminste 10 dagen is noodzakelijk bij infecties veroorzaakt door Streptococcus pyogenes

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Kruisovergevoeligheid met andere β–lactamantibiotica kan voorkomen.

Neerslagen van calciumceftriaxon kunnen bij echografisch onderzoek van de galblaas als schaduwen worden waargenomen en verward worden met galstenen. De neerslagen verdwijnen na het beëindigen van de behandeling. In symptomatische gevallen wordt een conservatieve niet-operatieve behandeling aanbevolen.

Jarisch-Herxheimerreactie: Tijdens de behandeling van spirocheet-infecties kan deze reactie binnen enkele uren na aanvang van de behandeling optreden (voor symptomen, zie rubriek Bijwerkingen). De reactie is het gevolg van een inflammatiereactie na het vrijkomen van endotoxinen en lipoproteïnen na de cellysis van deze bacteriën. Gewoonlijk verdwijnt de reactie vanzelf of kan deze symptomatisch behandeld worden; de behandeling niet staken als deze reactie optreedt.

Bij langdurig gebruik het bloedbeeld regelmatig controleren. Agranulocytose (aantal granulocyten < 0,5 × 109/l), treedt meestal na 10 dagen op, vooral bij een totale dosis van ≥ 20 gram. Indien een patiënt tijdens de behandeling een anemie ontwikkelt, overweeg dan de diagnose met cefalosporine geassocieerde anemie; staak de behandeling totdat de oorzaak is vastgesteld. Deze immuun–gemedieerde hemolytische anemie kán fataal verlopen.

Bij ernstige, aanhoudende diarree de diagnose pseudomembraneuze colitis overwegen.

Invloed op diagnostische testen: door gebruik van cefalosporinen kan de Coombs-test fout-positief worden, zo ook niet–enzymatische glucosebepalingen in de urine en testen op galactosemie. Bepaalde meetsystemen geven onjuiste, verlaagde bloedglucosewaarden aan.

Interacties Bron: KNMP/Informatorium Medicamentorum

Relevant:
Er zijn incidentele meldingen van ceftriaxon-calcium-neerslagen in de longen en nieren van neonaten, soms met fatale afloop. Ceftriaxon dient niet te worden gemengd of gelijktijdig te worden toegediend met intraveneuze calciumbevattende oplossingen. De oplossingen mogen wel na elkaar worden toegediend als de infusielijn grondig wordt gespoeld. Bij neonaten jonger dan 28 dagen is de combinatie gecontraïndiceerd, ceftriaxon mag niet worden toegediend bij intraveneuze toediening van calciumbevattende oplossingen.

Niet relevant:
De kinetiek van methotrexaat kan wijzigen.

Interacties cefalosporines

Relevant:
Het effect van VKA's kan worden versterkt, waarschijnlijk door een verhoogde afbraak van stollingsfactoren gedurende de koortsperiode. Het zogenaamde ´hypoprotrombinemische´ cefamandol remt waarschijnlijk de productie van vitamine K-afhankelijke stollingsfactoren.

Geen interactie:
In de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met orale anticonceptiva, tetracyclines of met TNF-α-antagonisten.

Niet beoordeeld:
Het risico op nefrotoxische verschijnselen wordt verhoogd door combinatie met andere potentieel nefrotoxische middelen, zoals aminoglycosiden, polymyxines en furosemide.

Combinatie met probenecide kan leiden tot een verhoogde plasmaconcentratie van de cefalosporines die in voldoende mate renaal via tubulaire secretie worden geëlimineerd (cefaclor, cefalexine, cefazoline, cefamandol, ceftibuten, cefuroxim, cefotaxim). De interactie met probenecide berust op remming van de tubulaire secretie van het antibioticum.

De werking kan worden geantagoneerd door chlooramfenicol en macroliden.

Interacties antibacteriele middelen algemeen

Relevant:
Het effect van VKA's kan worden versterkt. Het versterkte effect van de VKA kan het gevolg zijn van het effect van de infectie en/of koorts zelf, en soms ook van een interactie van bepaalde antibiotica met VKA’s. Door eliminatie van bacteriële darmflora kan de productie van vitamine K worden verminderd. Ook is er een verhoogde afbraak van stollingsfactoren gedurende een koortsperiode. Daarnaast remmen sommige antibiotica het metabolisme van de VKA. De interactie is niet relevant bij gebruik van het antibioticum gedurende maximaal 1 dag.

Geen interactie:
In de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met orale anticonceptiva (dit geldt niet voor de enzyminducerende antibiotica rifabutine en rifampicine) of met TNF-α-antagonisten.

OVERIGE BETALACTAM-ANTIBIOTICA

Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.

CEFALOSPORINES VAN DE EERSTE GENERATIE

Cefalexine

Keforal
J01DB01

Cefazoline

Kefzol
J01DB04
CEFALOSPORINES VAN DE TWEEDE GENERATIE

Cefaclor

Ceclor
J01DC04
J01DC02
CEFALOSPORINES VAN DE DERDE GENERATIE
J01DD01
J01DD02
J01DD52

Ceftibuten

Cedax
J01DD14
CEFALOSPORINES VAN DE VIERDE GENERATIE
J01DE01
MONOBACTAM-ANTIBIOTICA

Aztreonam

Cayston
J01DF01
CARBAPENEM-ANTIBIOTICA

Ertapenem

Invanze
J01DH03
J01DH51

Meropenem

Meronem
J01DH02
OVERIGE CEFALOSPORINES EN PENEMS

Ceftaroline

Zinforo
J01DI02

Referenties

  1. Arguedas A, et al, Safety and tolerability of ertapenem versus ceftriaxone in a double-blind study performed in children with complicated urinary tract infection, community-acquired pneumonia or skin and soft-tissue infection, Int J Antimicrob Agents, 2009, 33, 163-7
  2. Biner B, et al, Ceftriaxone-associated biliary pseudolithiasis in children, J Clin Ultrasound, 2006, 34, 217-22
  3. Bor O, et al, Ceftriaxone-associated biliary sludge and pseudocholelithiasis during childhood: a prospective study, Pediatr Int., 2004, 46, 322-4
  4. Craig JC, et al, Ceftriaxone for paediatric bacterial meningitis: a report of 62 children and a review of the literature, N Z Med J., 1992, 105, 441-4
  5. Dowell SF, et al, Acute otitis media: management and surveillance in an era of pneumococcal resistance--a report from the Drug-resistant Streptococcus pneumoniae Therapeutic Working Group, Pediatr Infect Dis J, 1999, 18, 1-9
  6. James J, et al, Ceftriaxone--clinical experience in the treatment of neonates, J Infect., 1985, 11, 25-33
  7. Karageorgopoulos DE, et al, Short versus long duration of antibiotic therapy for bacterial meningitis: a meta-analysis of randomised controlled trials in children, Arch Dis Child., 2009, 94, 607-14
  8. Leibovitz E, et al, Bacteriologic and clinical efficacy of one day vs. three day intramuscular ceftriaxone for treatment of nonresponsive acute otitis media in children, Pediatr Infect Dis J., 2000, 19, 1040-5
  9. Martin E, et al, Pharmacokinetics of ceftriaxone in neonates and infants with meningitis., J Pediatr, 1984, 105, 475-81
  10. Mohkam M, et al, Ceftriaxone associated nephrolithiasis: a prospective study in 284 children., Pediatr Nephrol, 2007, 22, 690-4
  11. Mulhall A, et al, Pharmacokinetics and safety of ceftriaxone in the neonate, Eur J Pediatr, 1985, 144, 379-82
  12. Nathan N, et al, Ceftriaxone as effective as long-acting chloramphenicol in short-course treatment of meningococcal meningitis during epidemics: a randomised non-inferiority study, Lancet., 2005, 366, 308-13
  13. No authors listed, Ceftriaxone in the treatment of meningitis, gonococcal infections and other serious bacterial infections. Infectious Diseases and Immunization Committee, Canadian Paediatric Society., CMAJ., 1990, 142, 450-2
  14. Schaad UB, The cephalosporin compounds in severe neonatal infection, Eur J Pediatr, 1984, 141, 143-6
  15. CBO, Richtlijn Lymeziekte, www.cbo.nl, 2013, 71-85
  16. LCI, Richtlijn Meningokokken-meningitis en -sepsis, www.lci.rivm.nl, 2019, Jan
  17. AWMF, Deutsche Gesellschaft für Neurologie, Leitlinien für Diagnostik und Therapie in der Neuroborreliose, https://www.awmf.org/leitlinien/aktuelle-leitlinien.html, 2018
  18. Van de Beek, D, et al., ESCMID guideline: diagnosis and treatment of acute bacterial meningitis. Clinical microbiology and infection: the official publication of the European Society of Clinical Microbiology and Infectious Diseases, 2016, 22, Suppl 3: 37­ - 62
  19. Fresenius Kabi, Nederland BV, SmPC ceftriaxon (RVG 100048) 12 Jun 2019, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  20. McCracken, G. H. et al, Ceftriaxone pharmacokinetics in newborn infants., Antimicrob Agents Chemother, 1983, 23(2), 341-3
  21. Steele, R. W., et al, Pharmacokinetics of ceftriaxone in pediatric patients with meningitis, Antimicrob Agents Chemother, 1983, 23(2), 191-4
  22. Hartman SJF, et al. , Pharmacokinetics and Target Attainment of Antibiotics in Critically Ill Children: A Systematic Review of Current Literature, Clin Pharmacokinet., 2020, Feb;59(2), 173-205
  23. Tang Girdwood, S., et al., Population Pharmacokinetic Modeling of Total and Free Ceftriaxone in Critically Ill Children and Young Adults and Monte Carlo Simulations Support Twice Daily Dosing for Target Attainment. , Antimicrobial agents and chemotherapy, 2022, 66(1), , e0142721
  24. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 3-3-2021
  25. Informatorium Medicamentorum, Interacties, Geraadpleegd 1-4-2022

Wijzigingen

  • 08 juli 2024 12:36: Op basis van nieuw PK studies naar de toepassing van ceftriaxon bij kritisch zieke kinderen is een advies toegevoegd om tweemaal daags doseren te overwegen
  • 26 april 2023 14:32: De maximale dosering bij 'normale'infecties is verlaagd naar 2 g /dag. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan tot 4 g/dag worden toegepast.
  • 31 januari 2023 16:04: Optie toegevoegd om bij doseringen > 2 g/dag de dosering in 2 doses te verdelen (bron SmPC)
  • 23 februari 2022 16:54: Verduidelijking wanneer tot de maximale dosering opgehoogd kan worden bij de indicatie ernstige bacteriele infecties
  • 22 juli 2020 10:35: De beschikbare wetenschappelijke literatuur is opnieuw beoordeeld. Dit heeft geleid tot de toevoeging van PK data en het combineren van verschillende ernstige infecties tot één enkele indicatie "ernstige infecties" . Alle neonatale doseeradviezen zijn vervallen. De reden hiervoor is dat de toepassing van ceftriaxon bij neonaten obsoleet is agv de hyperbilirubinemie en calciumprecipitaties.
  • 22 november 2019 12:11: De dosering voor profylaxe van meningococcen infectie is aangepast op basis van de LCI richtlijn
  • 27 augustus 2015 09:14: Doseringen boven 2 gram dienen niet IM maar IV toegediend te worden.
  • 27 augustus 2015 09:14: Doseringen boven 2 gram dienen niet IM maar IV toegediend te worden.
  • 12 maart 2015 10:14: Registratiestatus aangepast obv wijziging SmPC

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering