Cefotaxim (als Na-zout)

Stofnaam
Cefotaxim (als Na-zout)
Merknaam
ATC code
J01DD01
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Infecties: on-label; doseringen >200 mg/kg/dag: off-label
Neonatale gonokokken conjunctivitis: off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Behandeling van ernstige infecties, peri-operatieve profylaxe bij chirurgische ingrepen:
>12 jaar
: 1 g/12 uur; max 12 g/dag. 
28 dagen tot 11 jaar: 50-100 mg/kg/dag; max 150 mg/kg/dag in 2-4 doses. In levensbedreigende situaties max 200 mg/kg/dag.
Premature en voldragen neonaten (0-27 dagen): 50 mg/kg/dag in 2-4 doses, max 150 mg/kg/dag bij zeer ernstige infecties. Bij levensbedreigende situaties max 200 mg/kg/dag.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Poeder voor inj.vlst. (als Na-zout) 500 mg, 1000 mg

Eigenschappen

Bactericide, semisynthetisch cefalosporine. Bindt zich aan penicilline bindende eiwitten in de celwand van bacteriën, waardoor de synthese van peptidoglycaan wordt geremd. Dit resulteert in celdood. Cefotaxim is resistent tegen ontleding door de meest voorkomende bèta-lactamasen. Het kan wel worden gehydrolyseerd door breed-spectrum bèta-lactamasen (ESBL–producerende stammen) en chromosomaal gecodeerde bèta-lactamasen. Gewoonlijk gevoelig zijn: Staphylococcus aureus (meticilline–gevoelig), Streptococcus agalactiae, Streptococcus pneumoniae (incl. penicilline–resistente stammen), Streptococcus pyogenes, Borrelia burgdorferi, Haemophilus influenzae, Moraxella catarrhalis, Neisseria gonorrhoeae, Neisseria meningitidis, Proteus mirabilis (uitgezonderd ESBL–producerende stammen), Proteus vulgaris. Een verworven resistentie kan een probleem zijn bij: Staphylococcus epidermidis, Staphylococcus haemolyticus, Staphylococcus hominis, Citrobacter freundii, Enterobacter aerogenes, Enterobacter cloacae, Escherichia coli, Klebsiella oxytoca, Klebsiella pneumoniae, Morganella morganii, Serratia marcescens, Bacteroides fragilis. Resistent zijn: Enterococcus spp., Listeria spp., Staphylococcus aureus (meticilline–ongevoelig), Acinetobacter baumannii, Pseudomonas aeruginosa, Stenotrophomonas maltophilia, Clostridium difficile, Chlamydia spp., Chlamydophila spp., Legionella pneumophila, Mycoplasma spp., Treponema pallidum.

Kinetische gegevens

De klaring van cefotaxim bij neonaten neemt gedurende de eerste dagen na de geboorte duidelijk toe. Tevens blijkt dat de eliminatiehalfwaardetijd bij neonaten, als gevolg van niet volledig ontwikkelde nierklaring, langer is dan bij oudere kinderen en/of volwassenen[Kearns 1995]. De dosering voor neonaten met ECMO hoeft niet aangepast te worden ondanks een groter verdelingsvolume [Ahsman 2010]. De volgende farmacokinetische parameters zijn gevonden[Ahsman 2010; Aujard 1989; Kearns 1995]:

  t½ (uur) Cl (ml/min/kg) Vd (l/kg) Cmax (mg/l)
Prematuren (<7 dg) 3,1-5,7 1,07-1,7 0,34-0,56 159,02
Prematuren (≥7 dg) 2-3,72 1,17-1,87 0,31-0,32 -
A terme neonaten (<7 dg) 2,77-4,04 0,81-2,25 0,28-0,45 -
A terme neonaten (≥7 dg) 2,01 2,33 0,36 -
ECMO 3,5 6 ml/min 1,82 l 98
1 mnd-18 jr 0,8-1,5 0,23-0,63 0,13-1,37 -

Doseringen

Indicatie: Infecties
  • Intraveneus
    • Postnatale leeftijd < 1 week
      [1] [12]
      • 100 mg/kg/dag in 2 doses , max: 200mg/kg/dag
      • Maximale dosering in 3-4 doses toedienen

    • Postnatale leeftijd 1 week tot 4 weken
      [1] [12]
      • 150 mg/kg/dag in 3 doses , max: 200mg/kg/dag
      • Maximale dosering in 3-4 doses toedienen.

    • 1 maand tot 12 jaar
      [12]
      • 150 mg/kg/dag in 2 - 4 doses , max: 12g/dag
    • ≥ 12 jaar
      • 2 g/dag in 2 doses , max: 12g/dag
      • Doseringen hoger dan 6 g/dag in 3-4 doses toedienen

Indicatie: Neonatale gonokokken-conjunctivitis
  • Intramusculair
    • 0 weken tot 4 weken
      [8] [11]
      • 100 mg/kg/dag in 1 dosis

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Aanpassingen als volgt:

GFR 50-80 ml/min/1.73 m2
Dosisaanpassing is niet nodig
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2
Dosisaanpassing is niet nodig
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2
Dosisaanpassing is niet nodig
GFR < 10 ml/min/1.73 m2
Eerste gift is 100% van normale keerdosis, daarna 50% van de normale keerdosis en interval tussen twee doseringen blijft zoals normaal
Bij Dialyse

Een algemeen advies wordt niet gegeven.

OVERIGE BETALACTAM-ANTIBIOTICA

CEFALOSPORINES VAN DE EERSTE GENERATIE

Cefalexine

Keforal
J01DB01

Cefalotine

Keflin
J01DB03

Cefazoline

Kefzol
J01DB04
CEFALOSPORINES VAN DE TWEEDE GENERATIE

Cefaclor

Ceclor
J01DC04

Cefamandol

Mandol
J01DC03
J01DC02
CEFALOSPORINES VAN DE DERDE GENERATIE

Ceftazidim

Fortum
J01DD02

Ceftibuten

Cedax
J01DD14

Ceftriaxon

Rocephin
J01DD04
MONOBACTAM-ANTIBIOTICA
J01DF01
CARBAPENEM-ANTIBIOTICA
J01DH51

Meropenem

Meronem
J01DH02
CEFALOSPORINES VAN DE EERSTE GENERATIE

Cefalexine

Keforal
J01DB01

Cefalotine

Keflin
J01DB03

Cefazoline

Kefzol
J01DB04
CEFALOSPORINES VAN DE TWEEDE GENERATIE

Cefaclor

Ceclor
J01DC04

Cefamandol

Mandol
J01DC03
J01DC02
CEFALOSPORINES VAN DE DERDE GENERATIE

Ceftazidim

Fortum
J01DD02

Ceftibuten

Cedax
J01DD14

Ceftriaxon

Rocephin
J01DD04
MONOBACTAM-ANTIBIOTICA
J01DF01
CARBAPENEM-ANTIBIOTICA
J01DH51

Meropenem

Meronem
J01DH02

Bijwerkingen bij kinderen

Tromboflebitis, koorts, misselijkheid, braken, diarree, bloedbeeldafwijkingen, tijdelijke verhoging leverenzymen. Lokale reacties na toedienen, rash, buikpijn en hoofdpijn [Jakobs 1992]. Te snelle toediening (in minder dan 1 minuut) via een centraal veneuze catheterkatheter kan leiden tot ernstige hartritmestoornissen. Zelden: pseudomembraneuze colitis.

Bijwerkingen bij volwassenen

Vaak (1-10%): pijn op de injectieplaats (i.m.). Soms (0,1–1%): reacties op de injectieplaats zoals (trombo)flebitis. Koorts. Jeuk, huiduitslag, urticaria. Diarree. Stijging van leverenzymwaarden (ALAT, ASAT, LDH, gamma–GT en/of AF). Leukopenie, eosinofilie, trombocytopenie. Bij Lymeborreliose Jarisch-Herxheimer-reactie (met koorts, rillingen, hoofd- en spierpijn, gewrichtspijn, rigor, huiduitslag, jeuk, leukopenie, verhoging leverenzymen en/of bilirubine, dyspneu, vasodilatatie, tachycardie, hypotensie). Convulsies. Afname van de nierfunctie (vooral in combinatie met een aminoglycoside). Verder zijn gemeld: superinfectie. Neutropenie, agranulocytose, hemolytische anemie. Hoofdpijn, duizeligheid, bij hoge doseringen of verminderde nierfunctie encefalopathie (met bv. bewustzijnsveranderingen en abnormale bewegingen). Misselijkheid, braken, buikpijn, pseudomembraneuze colitis. Hepatitis (soms met geelzucht). Anafylactische reacties, angio–oedeem, bronchospasme. Erythema multiforme, Stevens–Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse. Interstitiële nefritis. Aritmie na een snelle bolusinjectie via een centraal veneuze katheter.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

Cefotaxim mag niet met lidocaïne gemengd worden (voor intramusculaire toediening) bij kinderen jonger dan 1 jaar [SmPC Claforan].

Contraindicaties bij volwassenen

Overgevoeligheid voor cefalosporinen. Een eerdere acute en/of ernstige overgevoeligheidsreactie door andere bèta–lactamantibiotica zoals penicillinen of een carbapenems.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Cefalosporinen kunnen in het algemeen worden gegeven aan patiënten, die overgevoelig zijn voor penicillinen, hoewel kruisreacties zijn gemeld. Speciale zorg is geïndiceerd bij patiënten, die eerder een anafylactische reactie hadden door penicillinen.
Bij de behandeling van sepsis, in geval van gramnegatieve bacteriën, kan een combinatie met een ander geschikt antibioticum zoals een aminoglycoside overwogen worden. Bij de behandeling van de infecties in de buikholte dient men bedacht te zijn dat cefotaxim geen anaerobe dekking heeft.
Pseudomembraneuze colitis kan optreden tijdens het gebruik van antibiotica. Indien zich pseudomembraneuze colitis ontwikkelt, dient de cefotaxim behandeling gestaakt te worden en een geschikte therapie te worden gestart.
Bij langdurig gebruik (langer dan 10 dagen) is controle van bloedbeeld, lever- en nierfunctie gewenst.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Kruisovergevoeligheid met andere bèta–lactamantibiotica kan voorkomen. Voorzichtig bij allergieën of astma in de voorgeschiedenis. Bij langdurig gebruik (≥ 7 dagen) is controle van bloedbeeld, lever- en nierfunctie gewenst. Bij < 1400 neutrofielen/mm³ de behandeling staken. Bij gestoorde nierfunctie de dosering aanpassen. Indien een patiënt tijdens de behandeling een anemie ontwikkelt, de diagnose van cefalosporine–geassocieerde anemie overwegen en de behandeling staken totdat de oorzaak is vastgesteld. Deze immuun–gemedieerde hemolytische anemie kan fataal verlopen. Bij ernstige, aanhoudende diarree de diagnose pseudomembraneuze colitis overwegen. Bij peri-operatieve profylaxe kunnen bepaalde anaerobe bacteriën, fecale streptokokken en Staphylococcus epidermidis relatief ongevoelig zijn voor cefotaxim. Door gebruik van cefalosporinen kan de Coombs-test fout-positief worden evenals glucosebepalingen in de urine met koperbevattende reagentia (Benedict-suikerreactie of Fehling-reagens e.d.).

Interacties

Interacties cefalosporines

Relevant: het risico op nefrotoxiciteit is verhoogd bij combinatie met ciclosporine en cisplatine. De combinatie wordt bij voorkeur vermeden. Het risico op nefrotoxiciteit kan tot 6 maanden na staken van cisplatine aanwezig zijn.

Niet relevant: het risico op nefrotoxiciteit is verhoogd bij combinatie met amfotericine B.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met carboplatine of lisdiuretica.

Niet beoordeeld: het risico op nefrotoxiciteit kan toenemen bij combinatie met bepaalde cefalosporines, polymyxines, vancomycine en NSAID's. Er is een verminderde renale klaring van gentamicine en amikacine opgetreden bij combinatie met indometacine bij prematuren en bij combinatie met andere NSAID's.

Aminoglycosiden kunnen de neuromusculaire blokkade (vooral de ademhalingsdepressie) veroorzaakt door perifeer werkende spierrelaxantia versterken.

Neomycine kan bij orale toediening de absorptie van sommige andere farmaca (met name digoxine en fenoxymethylpenicilline) verminderen en de werking van cumarinederivaten versterken.

Bij combinatie met verschillende betalactam-antibiotica kan een synergistische werking optreden tegen bepaalde bacteriën, zoals Pseudomonas aeruginosa en Enterococcus faecalis.

Aminoglycosiden kunnen in vitro worden geïnactiveerd door bepaalde penicillines; in vivo is deze inactivering alleen gezien bij ernstige nierfunctiestoornis.

 

Interacties antibacteriele middelen algemeen

Relevant: de werking van oraal buiktyfusvaccin kan worden verminderd bij gelijktijdige inname van antibacteriële middelen. Gescheiden inname met een interval van 3 dagen wordt aanbevolen. Alternatief: parenteraal buiktyfusvaccin.

Het effect van cumarinederivaten kan worden versterkt, waarschijnlijk door een verhoogde afbraak van stollingsfactoren gedurende de koortsperiode.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met orale anticonceptiva (dit geldt niet voor de enzyminducerende antibiotica rifabutine en rifampicine) of met TNF-α-antagonisten.

Referenties

  1. Aujard Y, et al, Pharmacokinetics of cefotaxime and desacetylcefotaxime in the newborn, Diagn Microbiol Infect Dis, 1989, 12, 87-91
  2. ZorgInstituut Nederand, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 13 okt 2014
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 08 okt 2015
  4. Dellagrammaticas HD, et al, Treatment of gram-negative bacterial meningitis in term neonates with third generation cephalosporins plus amikacin., Biol Neonate., 2000, 77, 139-46
  5. Jacobs RF, et al, Safety profile and efficacy of cefotaxime for the treatment of hospitalized children, Clin Infect Dis., 1992, 14, 56-65
  6. Kearns GL, et al, Cefotaxime and desacetylcefotaxime pharmacokinetics in very low birth weight neonates, J Pediatr, 1989, 114, 461-7
  7. Kearns GL, et al, Pharmacokinetics of cefotaxime and desacetylcefotaxime in the young., Diagn Microbiol Infect Dis., 1995, 22, 97-104
  8. Lepage P, et al, Treatment of gonococcal conjunctivitis with a single intramuscular injection of cefotaxime, J Antimicrob Chemother., 1990, 26, 23-7
  9. Tunkel AR, et al, Practice guidelines for the management of bacterial meningitis, Clin Infect Dis, 2004, 39, 1267-84
  10. Ahsman MJ et al. , Pharmacokinetics of cefotaxime and desacetylcefotaxime in infants during extracorporeal membrane oxygenation, Antimicrob Agents Chemother, 2010, May;54(5), 1734-41
  11. LCI., LCI-Richtlijn Gonorroe (1-4-2013), www.lci.nl
  12. Sanofi-aventis Netherlands B.V., SmPC Claforan (RVG 08647/08649) 8-9-2014, www.cbg_meb.nl

Wijzigingen

  • 27 januari 2015 12:43: Na herbeoordeling van de literatuur over toepassing van cefotaxim bij kinderen is het doseeradvies gewijzigd: De gewichtscategorien bij neonaten zijn komen te vervallen. De indicatie is egwijzigd naar ' infecties' (algemeen). De dosering voor kinderen tot 12 jaar is gewijzigd.