Cefazoline

Stofnaam
Cefazoline
Merknaam
Kefzol
ATC code
J01DB04

Voor ouders op Apotheek.nl
Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen

Toedieningsvormen en hulpstoffen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Versiebeheer

Label dosisadvies Kinderformularium

Perioperatieve profylaxe:
<1 mnd: Off-label
>1 mnd: doseringen >100 mg/kg/dag: Off-label
Infecties: On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Infecties door voor cefazoline gevoelige organismen:
Kinderen ≥1 maand:
zeer gevoelige gram+ micro-organismen: 25-50 mg/kg/dag in 2-4 doses.
minder gevoelige gram+ en gram- micro-organismen: 100 mg/kg/dag in 3-4 doses.

Eigenschappen

Cefalosporine van de eerste generatie met een bactericide werking. Cefazoline bindt zich aan penicilline-bindende eiwitten (PBP's) in de celwand van bacteriën, waardoor de synthese van peptidoglycaan wordt geremd. Dit resulteert in celdood. Cefazoline wordt geïnactiveerd door β-lactamasen. Andere resistentiemechanismen omvatten verandering in of veranderde toegang tot de aangrijpingspunten (PBP's). Er bestaat kruisresistentie tussen cefalosporinen en penicillinen.

Gewoonlijk gevoelig zijn: Staphylococcus aureus (meticilline–gevoelig; 'MSSA'), Staphylococcus epidermidis (meticilline–gevoelig) (toch kan in sommige regio's resistentie bij deze stammen een probleem zijn) en Staphylococcus saprophyticus.

Een verworven resistentie kan een probleem zijn bij: Escherichia coli, Haemophilus influenzae, Klebsiella oxytoca, Neisseria gonorrhoeae, β–hemolytische streptokokken groep A, B, C en G, Streptococcus pneumoniae (bv. indien intermediate gevoelig voor penicilline), Staphylococcus haemolyticus, Staphylococcus hominis.

Gram-negatieve micro-organismen die induceerbare chromosoomgebonden β-lactamasen bevatten, zoals Enterobacter spp., Serratia spp., Citrobacter spp. en Providentia spp. moeten als (verworven) resistent beschouwd worden voor cefazoline ondanks aangetoonde in vitro gevoeligheid.

Resistent zijn verder ook: Enterococcus spp., Acinetobacter baumannii, Moraxella catarrhalis, Stenotrophomonas maltophilia, Bacteroides fragilis, Chlamydia spp., Chlamydophila spp., Legionella spp., Mycoplasma spp., Pseudomonas aeruginosa, Staphylococcus (meticilline–resistent; o.a. 'MRSA'), diverse Enterobacteriaceae spp. (waaronder Klebsiella pneumoniae, Morganella morganii en indol–positieve Proteus–stammen zoals Proteus mirabilis en Proteus vulgaris).

Farmacokinetiek

Uit de studie van Nahata et al. blijkt (N=9, leeftijd 10 maanden – 10 jaar) dat de eliminatiehalfwaardetijd van cefazoline bij kinderen gemiddeld 1,68 ± 0,55 uur bedraagt. De totale klaring en het schijnbare verdelingsvolume bedragen respectievelijk 1,43 ± 0,54 ml/min/kg en 0,08 ± 0,03 l/kg.
Uit de studie van Deguchi et al. blijkt dat het percentage van de vrije fractie van cefazoline bij neonaten sterk fluctueert. Verdelingsvolume bij neonaten bedraagt 0,21 – 0, 37 l/kg.
 

Doseringen

Peri-operatieve profylaxe
  • Intraveneus
    • < 1 week en geboortegewicht < 2000 gr
      • 50 mg/kg/dag in 2 doses. gedurende 1 dag (dag van ingreep).
    • < 1 week en geboortegewicht ≥ 2000 gr
      • 100 mg/kg/dag in 2 doses. gedurende 1 dag (dag van ingreep).
    • 1 week tot 4 weken en geboortegewicht < 2000 gr
      • 75 mg/kg/dag in 3 doses.
    • 1 week tot 4 weken en geboortegewicht ≥ 2000 gr
      • 150 mg/kg/dag in 3 doses. gedurende 1 dag (dag van ingreep).
    • 1 maand tot 18 jaar
      [9]
      • 30 mg/kg/dosis, éénmalig Bij ingrepen > 4 uur een tweede dosis geven., max: 2 g/dosis.
Infecties door zeer gevoelige gram- positieve micro-organismen
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      • 25 - 50 mg/kg/dag in 2 - 4 doses, max: 100 mg/kg/dag.
Infecties door minder gevoelige gram- positieve micro-organismen en door de gram- negatieve verwekkers
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      • 100 mg/kg/dag in 3 - 4 doses, max: 6 g/dag.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Poeder voor inj. vlst. (als Na-zout) 1000 mg
Injectievloeistof in voorgevulde spuit 1000 mg = 10 ml; 2000 mg = 20 ml; 2000 mg = 10 ml

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Aanpassingen als volgt:

GFR 50-80 ml/min/1.73 m2
Dosisaanpassing is niet nodig
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2
25 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 12 uur
Dosisaanpassingen zijn niet nodig bij gebruik als peri-operatieve profylaxe.
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2
10 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 24 uur
Dosisaanpassingen zijn niet nodig bij gebruik als peri-operatieve profylaxe.
GFR < 10 ml/min/1.73 m2
10 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 24 uur
Dosisaanpassingen zijn niet nodig bij gebruik als peri-operatieve profylaxe.
Klinische gevolgen

Nefrotoxische verschijnselen (nierfunctiestoornis, tubulusnecrose, interstitiële nefritis) komen vooral voor bij hoge doseringen, bij reeds bestaande nierfunctiestoornis en bij gelijktijdige behandeling met andere nefrotoxische stoffen. Bij zeer hoge doses kunnen convulsies optreden. De tijd boven de MIC is bepalend voor het effect.

Bij Dialyse

Geen gegevens bekend

OVERIGE BETALACTAM-ANTIBIOTICA

CEFALOSPORINES VAN DE EERSTE GENERATIE

Cefalexine

Keforal
J01DB01
CEFALOSPORINES VAN DE TWEEDE GENERATIE

Cefaclor

Ceclor
J01DC04
J01DC02
CEFALOSPORINES VAN DE DERDE GENERATIE
J01DD01
J01DD02

Ceftibuten

Cedax
J01DD14

Ceftriaxon

Rocephin
J01DD04
CEFALOSPORINES VAN DE VIERDE GENERATIE
J01DE01
MONOBACTAM-ANTIBIOTICA
J01DF01
CARBAPENEM-ANTIBIOTICA
J01DH51

Meropenem

Meronem
J01DH02
OVERIGE CEFALOSPORINES EN PENEMS

Ceftaroline

Zinforo
J01DI02

Bijwerkingen bij kinderen

Tromboflebitis, koorts, misselijkheid, braken, diarree, obstipatie, bloedbeeldafwijkingen, tijdelijke verhoging leverenzymen.

Bijwerkingen algemeen

Vaak (1-10%): bij i.m. injectie: pijn op de injectieplaats.

Soms (0,1-1%): angio-oedeem. Convulsies (bij onaangepaste hoge dosering in aanwezigheid van een gestoorde nierfunctie). Geneesmiddel–geïnduceerde koorts, interstitiële pneumonie of pneumonitis. Orale spruw (bij langdurig gebruik). Exantheem, erytheem, erythema exsudativum multiforme, urticaria. Bij i.v.-toediening: tromboflebitis; bij i.m.-injectie: induratie.

Zelden (0,01-0,1%): pijn op de borst, pleura–effusie, dyspneu, hoesten. Misselijkheid, braken, diarree, anorexie (verdwijnen vaak tijdens of na de behandeling). Duizeligheid, vermoeidheid, malaise. Stevens–Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse. Bloedbeeldafwijkingen zoals leukocytose, granulocytose, monocytose, lymfocytopenie, neutropenie, leukopenie, trombocytopenie; bij enkele andere cefalosporinen zijn anemieën en pancytopenie gemeld. Tijdelijke stijging van leverenzymwaarden, voorbijgaande hepatitis, cholestatische icterus. Tijdelijke stijging bloedureumwaarde, proteïnurie, interstitiële nefritis, ongedefinieerde nefropathieën. Stijging of daling van de bloedglucosespiegel. Vaginitis, genitale candidiase.

Zeer zelden (< 0,01%): anafylaxie, anafylactische shock. Stollingsstoornis, bloedingen (vooral bij een tekort aan vitamine K). Anale of genitale jeuk.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen

  • overgevoeligheid voor cefalosporinen;
  • eerdere direct opgetreden en/of ernstige overgevoeligheid voor penicillinen.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Cefalosporinen kunnen in het algemeen worden gegeven aan patiënten, die overgevoelig zijn voor penicillinen, hoewel kruisreacties zijn gemeld. Speciale zorg is geïndiceerd bij patiënten, die eerder een anafylactische reactie hadden door penicillinen. Pseudomembraneuze colitis kan optreden tijdens het gebruik van antibiotica. Indien zich pseudomembraneuze colitis ontwikkelt, dient de cefazoline behandeling gestaakt te worden en een geschikte therapie te worden gestart. Bij langdurig gebruik is controle van bloedbeeld, lever- en nierfunctie gewenst.

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

Kruisovergevoeligheid en kruisresistentie tussen cefalosporinen onderling en tussen cefalosporinen en penicillinen komt voor. Wees voorzichtig bij allergische diathese, bronchiaal astma of hooikoorts.

Controle van de nierfunctie: Bij comedicatie met andere nefrotoxische geneesmiddelen (zie rubriek Interacties), bij langdurig gebruik en bij toepassing van maximale doses is controle van de nierfunctie gewenst in verband met mogelijke nefrotoxiciteit (nierfunctiestoornis, tubulusnecrose, interstitiële nefritis). Bij gestoorde nierfunctie de dosering en/of het toedieningsinterval aanpassen.

Risicofactoren voor het optreden van bloedstollingsstoornissen zijn vitamine K-deficiëntie, gestoorde lever– en nierfunctie, trombocytopenie, hemofilie, maag– darmulcus, en parenterale voeding. Bij aanwezigheid van deze risicofactoren de protrombinetijd (of INR) monitoren en eventueel vitamine K–suppletie (10 mg/week) geven.

Overgroei niet-gevoelige micro-organismen: Langdurig gebruik van cefalosporinen kan leiden tot overgroei van niet-gevoelige micro-organismen, vooral Enterobacter, Citrobacter, Pseudomonas, enterokokken of Candida.

Bij ernstige, aanhoudende diarree de diagnose pseudomembraneuze colitis overwegen.

Intrathecale toediening wordt afgeraden omdat hierbij ernstige intoxicatie van het centrale zenuwstelsel is gemeld (o.a. convulsies).

Door gebruik van cefalosporinen kan de Coombs-test fout-positief worden evenals glucosebepalingen in de urine met koperbevattende reagentia (Benedict-suikerreactie of Fehling-reagens e.d.).

 

Interacties

Interacties cefalosporines

Relevant:
Het effect van VKA's kan worden versterkt, waarschijnlijk door een verhoogde afbraak van stollingsfactoren gedurende de koortsperiode. Het zogenaamde ´hypoprotrombinemische´ cefamandol remt waarschijnlijk de productie van vitamine K-afhankelijke stollingsfactoren.

Geen interactie:
In de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met orale anticonceptiva, tetracyclines of met TNF-α-antagonisten.

Niet beoordeeld:
Het risico op nefrotoxische verschijnselen wordt verhoogd door combinatie met andere potentieel nefrotoxische middelen, zoals aminoglycosiden, polymyxines en furosemide.

Combinatie met probenecide kan leiden tot een verhoogde plasmaconcentratie van de cefalosporines die in voldoende mate renaal via tubulaire secretie worden geëlimineerd (cefaclor, cefalexine, cefazoline, cefamandol, ceftibuten, cefuroxim, cefotaxim). De interactie met probenecide berust op remming van de tubulaire secretie van het antibioticum.

De werking kan worden geantagoneerd door chlooramfenicol en macroliden.

Interacties antibacteriele middelen algemeen

Relevant:
Het effect van VKA's kan worden versterkt. Het versterkte effect van de VKA kan het gevolg zijn van het effect van de infectie en/of koorts zelf, en soms ook van een interactie van bepaalde antibiotica met VKA’s. Door eliminatie van bacteriële darmflora kan de productie van vitamine K worden verminderd. Ook is er een verhoogde afbraak van stollingsfactoren gedurende een koortsperiode. Daarnaast remmen sommige antibiotica het metabolisme van de VKA. De interactie is niet relevant bij gebruik van het antibioticum gedurende maximaal 1 dag.

Geen interactie:
In de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met orale anticonceptiva (dit geldt niet voor de enzyminducerende antibiotica rifabutine en rifampicine) of met TNF-α-antagonisten.

Referenties

  1. Hartwig NC, et al, Vademecum pediatrische antimicrobiële therapie, 2005
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 4-12-2021
  3. Informatorium Medicamentorum, Interacties, Geraadpleegd 1-4-2022
  4. Deguchi Y, et al, Interindividual changes in volume of distribution of cefazolin in newborn infants and its prediction based on physiological pharmacokinetic concepts, J Pharm Sci, 1988, 77, 674-8
  5. Haessler D, et al, Antibiotic prophylaxis with cefazolin and gentamicin in cardiac surgery for children less than ten kilograms, J Cardiothorac Vasc Anesth, 2003, 17, 221-5
  6. Maher KO, et al, A retrospective review of three antibiotic prophylaxis regimens for pediatric cardiac surgical patients, Ann Thorac Surg, 2002, 74, 1195-200
  7. Nahata MC, et al, Pharmacokinetics and tissue concentrations of cefazolin in pediatric patients undergoing gastrointestinal surgery, Eur J Drug Metab Pharmacokinet., 1991, 16, 49-52
  8. Eurocept BV, SPC Kefzol (RVG 06836) 29-04-13, www.cbg-meb.nl
  9. Bratzler DW et al. , Clinical practice guidelines for antimicrobial prophylaxis in surgery. , Surg Infect (Larchmt). , 2013 , Feb;14(1), 73-156

Wijzigingen

  • 24 augustus 2020 12:24: Het doseeradvies voor premature neonaten met een postnatale leeftijd van 1 week-4 weken is gewijzigd op basis van de studie van de Cock
  • 31 oktober 2017 03:09: De dosering voor peri-operatieve profylaxe voor kinderen > 1 maand in aangepast op basis van de studie van Bratzler.
  • 21 december 2015 14:49: Doorgeleverde bereiding toegevoegd
  • 01 februari 2015 10:11: De literatuur over de toepassing van cefazoline bij kinderen is opnieuw beoordeeld. Dit heeft niet geleid tot een aanpassing van de doseeradviezen.

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering