Humaan Papilloma Virus vaccin type 16 en 18 (HPV)

Stofnaam
Humaan Papilloma Virus vaccin type 16 en 18 (HPV)
Merknaam
Cervarix, Gardasil
ATC code
J07BM02

Humaan Papilloma Virus vaccin type 16 en 18 (HPV)

Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Geregistreerd voor preventie van premaligne cervicale lesies en baarmoederhalskankerveroorzaakt door humaan papillomavirus (HPV) typen 16 en 18, voor meisjes van 9 jaar en ouder.
0,5 ml op 0 (2) en 6 maanden. 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

suspensie voor injectie 0,5 ml;

Eigenschappen

Humaan papillomavirusvaccin. Recombinant vaccin, bereid van de gezuiverde virusachtige deeltjes ('viruslike particles' = VLP) van het hoofdcapside-L1-eiwit van HPV type 16 en 18. Uit dierexperimenteel onderzoek wordt verondersteld dat de werkzaamheid van L1-VLP-vaccins gemedieerd wordt door de ontwikkeling van een humorale immunorespons. Het eiwit is geadsorbeerd op gehydrateerd aluminiumhydroxide evenals 3–O-desacyl-4'-monofosforyllipide A (MPL) van het adjuvantsysteem.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Doseringen

Indicatie: RIJKSVACCINATIE PROGRAMMA: HPV (humaan papilloma virus type 16 en 18)
  • Intramusculair
    • Meisjes 12 jaar
      [3] [4]
      • 0,5 ml/dosis 2 vaccinaties, als volgt: 1e vaccinatie: 12 jaar
        2e vaccinatie: 6 maanden na 1e vaccinatie
Indicatie: Vaccinatie humaan papilloma virus type 16 en 18 (HPV)
  • Intramusculair
    • ≥ 9 jaar
      [4] [5]
      • Vaccinatieschema volgens produktinformatie als volgt: 0,5 ml/dosis

        Cervarix
        9-15 jaar: 2 doses. De 2e dosis wordt tussen 5 en 13 maanden na 1e dosis gegeven (Indien de tweede dosis vaccin wordt toegediend binnen 5 maanden na de eerste dosis, moet er altijd een derde dosis worden toegediend)
        > 15 jaar: 3 doses op 0, 1 en 6 maanden (de tweede dosis mag tussen 1 en 2,5 maand na 1e dosis toegediend worden; de derde dosis 5-12 maanden na de 1e dosis te worden toegediend.)

        Gardasil: 
        9-14 jaar: 2 doses op 0 en 6 maanden (Indien de tweede dosis vaccin wordt toegediend binnen 5 maanden na de eerste dosis, moet er altijd een derde dosis worden toegediend)
        > 14 jaar: 3 doses op 0, 2 en 6 maanden (de derde dosis dient ten minste 3 maanden na de tweede dosis te worden toegediend. De drie doses dienen allemaal binnen een periode van 1 jaar te worden gegeven.)

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

VIRALE VACCINS

ENCEPHALITISVACCINS
J07BA02

Tekenencefalitis vaccin

FSME-Immun, FSME-Immun junior
J07BA01
INFLUENZAVACCINS

Influenzavaccin

Influvac, Vaxigrip
J07BB02
HEPATITISVACCINS

Hepatitis A vaccin

Havrix Junior, Havrix, Vaqta, Avaxim
J07BC02

Hepatitis B vaccin

Engerix B Junior; HBVaxPro
J07BC01
VARICELLAZOSTERVACCINS

Varicella vaccin

Provarivax
J07BK01
MAZELENVACCINS
J07BD52
ROTAVIRUSDIARREEVACCINS
J07BH01
GELEKOORTSVACCINS

Gelekoortsvaccin

Stamaril
J07BL01

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): reacties op de injectieplaats zoals pijn, roodheid en zwelling. Hoofdpijn, myalgie, vermoeidheid. Vaak (1-10%): misselijkheid, braken, diarree en buikpijn. Jeuk, huiduitslag, urticaria. Artralgie. Koorts. Soms (0,1–1%): overige reacties op de injectieplaats zoals induratie en lokale paresthesie. Duizeligheid. Bovensteluchtweginfectie. Verder zijn gemeld: lymfadenopathie, ernstiger allergische reacties (incl. anafylactische en anafylactoïde reacties, angio-oedeem), syncope of vasovagale reacties, soms gepaard met tonisch-klonische bewegingen.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Acute, ernstige en met koorts gepaard gaande ziekte.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Er zijn onvoldoende gegevens over het gebruik bij personen met een verzwakte immunorespons. Deze personen kunnen mogelijk onvoldoende reageren op het vaccin. De volledige duur van de bescherming is nog niet vastgesteld. Vaccinatie is geen vervanging voor routinematige cervicale screening of voor voorzorgsmaatregelen tegen blootstelling aan HPV en soa's.

Interacties

Interacties vaccins algemeen:

Gelijktijdig geven van vaccins

  • dode (geïnactiveerde) vaccins mogen in dezelfde zitting worden toegediend met andere dode vaccins. Er hoeft geen interval te worden aangehouden tussen het toedienen van deze vaccins;
  • dode (geïnactiveerde) vaccins mogen in dezelfde zitting worden toegediend met levende vaccins. Er hoeft geen interval te worden aangehouden tussen het toedienen van deze vaccins;
  • parenteraal toegediende levende vaccins mogen in dezelfde zitting worden toegediend met oraal toegediende levende vaccins. Er hoeft geen interval te worden aangehouden tussen het toedienen van deze vaccins;
  • twee parenteraal toegediende levende vaccins worden bij voorkeur met een interval van ten minste 4 weken toegediend. Reden hiervoor is het induceren van de productie van interferonen gedurende 1-2 weken door het ene vaccin, die kunnen interfereren met de immuunrespons op het andere vaccin. Indien dit niet mogelijk is, kunnen ze ook tegelijkertijd worden toegediend.

Immunoglobulinen, bloed en bloedproducten

Deze kunnen specifieke antistoffen bevatten tegen het virus in het toegediende levende virusvaccin, waardoor de immuunrespons kan worden verzwakt. Het levende virusvaccin dient ten minste 14 dagen voor (bij varicellavaccin wordt aangegeven 1 maand) of ten minste 6 weken na (bij voorkeur 3 maanden, bij varicellavaccin wordt aangegeven 5 maanden) toediening van immunoglobulinen, bloed of bloedproducten te worden gegeven.

Van zostervaccin is niet bekend of het een interactie geeft met bloedproducten; er hoeft geen interval te worden aangehouden.

Immunoglobulinen, bloed en bloedproducten van Nederlandse donoren bevatten geen antistoffen tegen het gelekoortsvirus; deze mogen gelijktijdig worden gegeven met het gelekoortsvaccin.

Relevant:

Levende vaccins: tijdens het gebruik van middelen die immunosuppressief werken (immunosuppressiva, corticosteroïden, bepaalde DMARD's, veel oncolytica (inclusief een aantal tyrosinekinaseremmers en monoklonale antilichamen met immunosuppressieve werking, zie aldaar)) kan vaccinatie met levende micro-organismen een gegeneraliseerde infectieziekte veroorzaken. Deze combinaties moeten worden vermeden. Combinatie met corticosteroïden is in het algemeen gecontraïndiceerd zolang het corticosteroïd immunosuppressie veroorzaakt, met name bij systemisch gebruik langer dan 2 weken, echter niet bij suppletie en niet bij lokale toepassing (behalve bij grote oppervlakken onder occlusie).

Tijdens het gebruik van monoklonale antilichamen die immunomodulerend werken (zie aldaar) kan vaccinatie met levende micro-organismen een gegeneraliseerde infectie veroorzaken, en kan vaccinatie sowieso niet of minder effectief zijn gezien het ontbreken van een adequate immuunrespons. De combinatie moet worden vermeden.

Niet-levende vaccins: tijdens het gebruik van middelen die immunosuppressief werken (immunosuppressiva, corticosteroïden, bepaalde DMARD's, veel oncolytica (inclusief een aantal tyrosinekinaseremmers en monoklonale antilichamen met immunosuppressieve werking, zie aldaar)) kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaccin herhaald worden toegediend of kan een titerbepaling worden gedaan. Griepvaccinatie wordt sowieso aanbevolen bij personen met verminderde weerstand tegen infecties (bijvoorbeeld door immunosuppressieve medicatie of chemotherapie).

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met lokaal toegediend pimecrolimus of tacrolimus.

 

Referenties

  1. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen)., Geraadpleegd 26 okt 2014
  2. Informatorium Medicamentorum, ( Interacties), Geraadpleegd 29 juni 2017
  3. RIVM, Rijksvaccinatieprogramma, Geraadpleegd 13 juni 2016
  4. GlaxoSmithKline BV, SPC Cervarix, EU/1/07/419, (rev 17/14-1-2015), www.ema.europa.eu, http://www.emea.europa.eu/humandocs/PDFs/EPAR/cervarix/emea-combined-h721nl.pdf
  5. Sanofi Pasteur MSD SNC, SPC Gardasil ( EU/1/06/357/001) 14-08-14, www.cbg-meb.nl, Geraadpleegd 13 januari 2015

Wijzigingen

  • 13 juni 2016 14:00: De leeftijd van de eerste HPV vaccinatie in het kader van het Rijksvaccinatieprogramma is aangepast naar 12 jaar.
  • 10 maart 2015 08:53: Het doseerschema van vaccinatie met Cervarix is gewijzigd op basis van een herziening van de SmPC. LET OP: het doseerschema volgens het Rijksvaccinatieprogramma is niet gewijzigd.
  • 13 januari 2015 12:46: Doseeradvies volgens SmPC Gardasil toegevoegd