Hydroxycarbamide

Stofnaam
Hydroxycarbamide
Merknaam
Siklos
ATC code
L01XX05
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Preventie van recidiverende, pijnlijke vaso-occlusieve crises waaronder het 'acute chest syndrome'
> 2 jaar: Start: 15 mg/kg/dag. In dagelijkse stappen van 2,5-5 mg/kg/dag ophogen tot 30 mg/kg/dag.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet 100 mg, 1000 mg
Capsules 100 mg, 500 mg

Eigenschappen

Bij sikkelcelziekte voorkomt hydroxycarbamide vaso-occlusieve crises door het aantal sikkelcellen te reduceren. Het verhoogt het percentage foetaal hemoglobine (HbF). HbF gaat de polymerisatie van sikkelcelhemoglobine (HbS) tegen en daarmee de sikkelvorming van rode bloedcellen. Daarnaast onderdrukt hydroxycarbamide het beenmerg. Met name de afname van het aantal perifere neutrofielen lijkt het aantal crises te verminderen.

Kinetische gegevens

 

 KindVolwassene
Tmax 0,75 uur 1,2 uur
T1/2 iets langer dan volwassen waarden 6-7 uur

Doseringen

Indicatie: Sikkelcelziekte
  • Oraal
    • ≥ 2 jaar
      [1]
      • Startdosering: 15 mg/kg/dag in 1 dosis
      • Onderhoudsdosering: op geleide van klinische respons in stappen van 2,5-5 mg/kg/dag ophogen tot 30 mg/kg/dag in 1 dosis
      • In uitzonderlijke gevallen kunnen hogere doses tot 35 mg/kg/dag nodig zijn. 

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Creatinineklaring 30-60 ml/min: 50 % van de dosis
Creatinineklaring < 30 ml/min: niet geven

OVERIGE ONCOLYTICA

OVERIGE ONCOLYTICA

Amsacrine

Amsidine
L01XX01

Asparaginase

Spectrila (colaspase), Erwinase (crisantaspase)
L01XX02

Bortezomib

Velcade
L01XX32
L01XX19

Mitotaan

Lysodren
L01XX23

Pegaspargase

Oncaspar
L01XX24

Tretinoine oraal

Vesanoid
L01XX14
MONOKLONALE ANTILICHAMEN
L01XC

Ipilimumab

Yervoy
L01XC11

Rituximab

Mabthera
L01XC02
METHYLHYDRAZINEN

Procarbazine

Natulan
L01XB01
PROTEINEKINASEREMMERS

Dasatinib

Sprycel
L01XE06

Imatinib

Glivec
L01XE01

Nilotinib

Tasigna
L01XE08

Vandetanib

Caprelsa
L01XE12

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): dosisafhankelijke, reversibele beenmergsuppressie, waaronder neutropenie (< 2,0 × 109/l), reticulocytopenie (< 80 × 109/l) en macrocytose. (Doorgaans reversibele) azoöspermie en oligospermie.

Vaak (1-10%): trombocytopenie (< 80 × 109/l), anemie (hemoglobine < 4,5 g/dl), hoofdpijn, huidreacties (bv. pigmentatie van mond, nagels, huid), orale mucositis.

Soms (0,1-1%): duizeligheid, misselijkheid, huiduitslag, zwarte verkleuring van de nagels, haaruitval.

Zelden (0,01-0,1%): stijging van leverenzymwaarden, beenzweren.

Verder zijn gemeld: leukemie, huidkanker (bij ouderen), bloeding, maag-darmstoornissen, braken, maag-darmzweer, amenorroe, droge huid, ulceratieve cutane vasculitis, ernstige hypomagnesiëmie, koorts, gewichtstoename, infectie met Parvovirus B19.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Ernstige lever- (Child-Pughscore 10–15) of nierfunctiestoornis (creatinineklaring < 30 ml/min). Ernstige myelosuppressie: neutrofielen < 2,0 × 109/l, trombocyten < 80 × 109/l, hemoglobine <2,8 mmol/l, reticulocyten < 80 × 109/l bij hemoglobine < 5,6 mmol/l.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Zowel de eerste twee maanden van de behandeling (instelfase) als bij gebruik van de maximale dosis van 35 mg/kg/dag, dient de hematologische controle en controle van de nier–en leverfunctie elke twee weken plaats te vinden, bij patiënten die stabiliteit hebben bereikt op lagere doses elke twee maanden. Behandeling staken bij sterke onderdrukking van de beenmergfunctie; dit manifesteert zich meestal als eerste met neutropenie, hierna kunnen trombocytopenie en anemie optreden. Voorzichtigheid is geboden bij lichte tot matige nier- en leverfunctiestoornissen. Verder is voorzichtigheid geboden bij beenzweren vanwege mogelijk optreden van toxische vasculitis waaronder vasculitische ulceraties en gangreen vooral bij interferongebruik (in de anamnese). Bij optreden van ulceratieve cutane vasculitis de toediening staken en/of de dosering verminderen. Gebruik veroorzaakt macrocytose, dit kan het incidentele tekort aan foliumzuur en vitamine B12 maskeren. Om die reden wordt profylactische toediening van foliumzuur aanbevolen. Langdurig volgen van de groei van behandelde kinderen wordt aanbevolen.

Interacties

Relevant: de instelling op carbamazepine kan tijdelijk worden beïnvloed tijdens de chemokuur, met als mogelijk gevolg een te lage carbamazepineconcentratie.

Niet relevant: bij combinatie met didanosine en/of stavudine kan het risico op perifere neuropathie of pancreatitis toenemen.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met uricosurica.

Niet beoordeeld: het effect van cytarabine en fluoropyrimidines kan worden versterkt.

Interacties oncolytica algemeen:

Relevant: de meeste cytostatische oncolytica (niet de tyrosinekinaseremmers en de monoklonale antilichamen) kunnen het effect van cumarinederivaten op vele manieren beïnvloeden. Hierdoor kan/zal de verlenging van de stollingstijd sterker fluctueren. Bovendien kan chemotherapie trombocytopenie veroorzaken. Trombocytopenie bij gebruik van cumarines geeft een extra verhoogde bloedingsneiging. Voor de meeste cytostatische oncolytica is toename van de werking van het cumarinederivaat gemeld, voor mercaptopurine en mitotaan is afname van de werking gemeld. Behalve enzymremming spelen ook andere factoren een rol, zoals de ziekte kanker zelf en chemotherapie gerelateerde factoren, zoals braken en leverinsufficiëntie door metastasen.

Levende vaccins: vanwege de immunosuppressieve werking van veel oncolytica kan vaccinatie met levende micro-organismen een gegeneraliseerde infectie veroorzaken. Dit geldt ook voor de monoklonale antilichamen en de tyrosinekinaseremmers met immunosuppressieve werking (zie aldaar). De combinatie moet worden vermeden.

Niet-levende vaccins: tijdens gebruik van oncolytica die immunosuppressief werken kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaccin herhaald worden toegediend of kan een titerbepaling worden gedaan.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met allergenen van natuurlijke oorsprong.

Niet beoordeeld: omega-3-vetzuren verminderen de effectiviteit van sommige oncolytica. KWF Kankerbestrijding ontraadt visoliesupplementen of vette vis te gebruiken vanaf 24 uur voorafgaand aan chemotherapie met irinotecan of platinaverbindingen tot en met 24 uur daarna.

Referenties

  1. Addmedica , SmPC Siklos (EU/1/07/397/002) 30-08-2017, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties, verminderde nierfunctie), Geraadpleegd 05 sept 2017
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 05 sept 2017

Wijzigingen

  • 05 september 2017 10:56: Nieuw toegevoegd