Irinotecan

Stofnaam
Irinotecan
Merknaam
ATC code
L01XX19
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Niet geregistreerd voor kinderen

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Concentraat voor infusievloeistof (hydrochloride-3-water) 20 mg/ml

Eigenschappen

Topo-isomerase-I-remmer. Het remt specifiek DNA-topo-isomerase-I, waardoor éénstrengs DNA-laesies worden veroorzaakt die de replicatievork van het DNA blokkeren en verantwoordelijk zijn voor de cytotoxiciteit. Irinotecan remt tevens acetylcholinesterase.

Kinetische gegevens

De volgende kinetische parameters zijn gevonden bij kinderen van 18 maanden tot 27 jaar na toediening van 20 mg/m2 (DuBois 2012; Furman 2012; McGregor 2012):
Cl: 3,8-42,7 l/uur/m2
Vd: 105,4-143 l/m2

Na toediening van 50 mg/m2 bij kinderen van 1-23 jaar zijn deze parameters gevonden (Bomgaars 2007):
Cmax: 726 ± 482 ng/ml
t½: 4,7 ± 2,3 uur

Doseringen

Indicatie: Recidiverende of refractaire solide tumoren, waaronder neuroblastoom, hepatoblastoom, Ewing sarcoom, rhabdomyosarcoom en Wilms' tumor
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [18] [19] [20] [21] [22]
      • Dosis en dosisfrequentie van oncologische middelen zijn afhankelijk van de aandoening en sterk aan nieuwe inzichten onderhevig. Oncologische middelen worden veelal in combinatie gebruikt. Om deze redenen wordt verwezen naar de gedetailleerde behandelprotocollen, zie hiervoor www.skion.nl

        Als indicatie worden de volgende doseringen uit de literatuur genoemd:
        50 mg/m2/dosis op dag 1-5, max 100 mg/dosis. Elke 3 weken herhalen.

        • Neuroblastoom: irinotecan combineren met andere oncolytica. In de literatuur zijn hier meerdere opties te vinden[7-9].
        • Hepatoblastoom: irinotecan combineren met vincristine[10,11,21].
        • Ewing sarcoom: er zijn goede resultaten behaald met de combinatie van irinotecan met temozolomide[12-15].
        • Rhabdomyosarcoom: er zijn goede resultaten behaald met de combinatie van irinotecan met vincristine[15-19].
        • Wilms’ tumor: er zijn goede resultaten behaald met de combinatie van irinotecan met vincristine, temozolomide en bevacizumab[20].

        Behandeling door een kinderarts-specialist (oncoloog) die ervaring heeft met gebruik van irinotecan voor deze indicaties.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Aanpassing van de dosering bij nierfunctiestoornissen is niet nodig

Bij Dialyse

Een algemeen advies wordt niet gegeven.

OVERIGE ONCOLYTICA

METHYLHYDRAZINEN

Procarbazine

Natulan
L01XB01
MONOKLONALE ANTILICHAMEN

Blinatumomab

Blincyto
L01XC19
L01XC

Ipilimumab

Yervoy
L01XC11

Rituximab

Mabthera
L01XC02
PROTEINEKINASEREMMERS

Dasatinib

Sprycel
L01XE06

Imatinib

Glivec
L01XE01

Nilotinib

Tasigna
L01XE08

Vandetanib

Caprelsa
L01XE12
OVERIGE ONCOLYTICA

Amsacrine

Amsidine
L01XX01

Asparaginase

Spectrila (colaspase), Erwinase (crisantaspase)
L01XX02

Bortezomib

Velcade
L01XX32
L01XX05

Mitotaan

Lysodren
L01XX23

Pegaspargase

Oncaspar
L01XX24

Tretinoine oraal

Vesanoid
L01XX14
METHYLHYDRAZINEN

Procarbazine

Natulan
L01XB01
MONOKLONALE ANTILICHAMEN

Blinatumomab

Blincyto
L01XC19
L01XC

Ipilimumab

Yervoy
L01XC11

Rituximab

Mabthera
L01XC02
PROTEINEKINASEREMMERS

Dasatinib

Sprycel
L01XE06

Imatinib

Glivec
L01XE01

Nilotinib

Tasigna
L01XE08

Vandetanib

Caprelsa
L01XE12
OVERIGE ONCOLYTICA

Amsacrine

Amsidine
L01XX01

Asparaginase

Spectrila (colaspase), Erwinase (crisantaspase)
L01XX02

Bortezomib

Velcade
L01XX32
L01XX05

Mitotaan

Lysodren
L01XX23

Pegaspargase

Oncaspar
L01XX24

Tretinoine oraal

Vesanoid
L01XX14

Bijwerkingen bij volwassenen

Bij opvallend meer of ernstiger bijwerkingen kan sprake zijn van een UGT1A1-polymorfisme.

De belangrijkste dosislimiterende bijwerkingen vormen late (uitgestelde) diarree en neutropenie. Meerdere gevallen met fatale afloop zijn gemeld.

Monotherapie:

Zeer vaak (> 10%): neutropenie (bij ca. 79%, ernstig bij ca. 23%, totaal herstel wordt meestal op dag 22 bereikt), anemie (bij ca. 59%), trombocytopenie (bij ca. 7%). Hevige diarree (na gem. 5 dagen bij ca. 20%), reversibele alopecia, koorts.

Vaak (1–10%): ernstige misselijkheid en braken ondanks behandeling met anti-emetica; gebrek aan eetlust, buikpijn en stomatitis, obstipatie, ernstig acuut cholinergisch syndroom (met vroegtijdige diarree en symptomen zoals zweten, buikkramp, hypotensie, tranenvloed, miosis en speekselvloed). Toename serumcreatinine, toename ASAT, ALAT, AF of bilirubine, ernstige asthenie.

Soms (0,1-1%): darmobstructie, ileus of maag-darmbloeding, dyspneu, interstitiële pneumonie en pneumonitis gekenmerkt door longinfiltraten, lichte reacties op de infusieplaats.

Zelden (0,01-0,1%): pseudomembraneuze colitis, colitis, ischemische en ulceratieve colitis, intestinale perforatie, (a-)symptomatische pancreatitis, hypertensie tijdens of na toediening, hypokaliëmie en -natriëmie (meestal gerelateerd aan braken en diarree), nierinsufficiëntie, hypotensie of cardiocirculair falen (bij sepsis), allergie (variërend van milde tot anafylactische/anafylactoïde reacties), huidreacties.

Zeer zelden (< 0,01%): spraakstoornissen, verhoging amylase en/of lipase.

Verder zijn gemeld: spiercontracties of -krampen, paresthesie en dehydratie door diarree en/of braken of sepsis, zelden gepaard gaande met nierinsufficiëntie, hypotensie of circulatoire insufficiëntie.

Gecombineerd met capecitabine komt zeer vaak trombose/embolie voor en vaak allergie, cardiale ischemie, myocardinfarct en febriele neutropenie. Als aan deze combinatie bevacizumab wordt toegevoegd komt hiernaast hypertensie ook vaak voor.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Er is geen invloed van het polymorfisme UGT1A1*28 op de toxiciteit van irinotecan bij kinderen aangetoond (Wagner 2015).

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Patiënten die homozygoot zijn voor het UGT1A1*28-allel (syndroom van Gilbert) hebben meer kans op ernstige bijwerkingen. Er is meer kans op diarree indien in het verleden radiotherapie van buik of bekken is gegeven, bij hyperleukocytose of als de patiënt vrouw is. Onbehandelde diarree kan levensbedreigend zijn, vooral als tevens neutropenie bestaat. Direct bij optreden van de eerste dunne ontlasting beginnen met drinken van grote hoeveelheden elektrolytenhoudende dranken en een behandeling met loperamide (4 mg als startdosis, vervolgens 2 mg elke 2 uur) beginnen; deze voortzetten tot 12 uur na de laatste vloeibare ontlasting, maar niet langer dan 48 uur achtereen vanwege de kans op paralytische ileus. Loperamide niet als profylactische behandeling geven. Indien de diarree niet verbetert, bij ernstige diarree al dan niet met braken of koorts, of bij ernstige neutropenie is antibioticumtherapie en/of ziekenhuisopname noodzakelijk. De leverfunctie bij aanvang van de therapie en vóór elke toedieningscyclus controleren. Bij een verminderde leverfunctie is er meer kans op hematologische toxiciteit. Tijdens behandeling het bloedbeeld wekelijks controleren; in geval van koorts met neutropenie is behandeling met i.v. breedspectrum antibiotica aangewezen. Bij hevige diarree bestaat meer kans op infecties en hematologische toxiciteit, in dat geval het bloedbeeld volledig controleren. Bij acuut cholinergisch syndroom atropinesulfaat (s.c. 0,25 mg) toedienen; bij volgende toedieningen wordt profylactisch gebruik van atropinesulfaat aanbevolen. Wegens het ontbreken van onderzoek bij verminderde nierfunctie, hierbij niet toepassen. Interstitiële longaandoeningen (zich uitend als longinfiltraties) kunnen voorkomen tijdens behandeling met irinotecan; risicofactoren hiervoor zijn o.a. pneumotoxische geneesmiddelen, radiotherapie en groeifactoren. Myocardischemie kan ook voorkomen, voornamelijk bij patiënten met onderliggende hartziekte, andere cardiovasculaire risicofactoren of eerdere cytotoxische chemotherapie. Bij extravasatie de toedieningsplaats spoelen en koelen met ijs.

Interacties

Irinotecan is substraat voor CYP3A4.

Relevant:
Afname irinotecan: de AUC van irinotecan en de actieve SN-38 metaboliet nemen af door krachtige CYP3A4-inductoren en etravirine.

Toename irinotecan: de AUC van de actieve SN-38 metaboliet neemt toe door krachtige CYP3A4-remmers en simeprevir.

Atazanavir remt het metabolisme.

Niet relevant: de AUC en Cmax van de actieve SN-38-metaboliet kunnen iets toenemen door (fos)aprepitant.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met valproïnezuur, suxamethonium of mivacurium.

Niet beoordeeld: omega-3-vetzuren verminderen de effectiviteit van irinotecan. KWF Kankerbestrijding ontraadt gebruik van visoliesupplementen of vette vis vanaf 24 uur voorafgaand aan chemotherapie met irinotecan tot en met 24 uur daarna.

Interacties oncolytica algemeen

Relevant: de meeste cytostatische oncolytica (niet de tyrosinekinaseremmers en de monoklonale antilichamen) kunnen het effect van cumarinederivaten op vele manireren beïnvloeden. Hierdoor kan/zal de verlenging van de stollingstijd sterker fluctueren. Bovendien kan chemotherapie trombocytopenie veroorzaken. Trombocytopenie bij gebruik van cumarines geeft een extra verhoogde bloedingsneiging. Voor de meeste cytostatische oncolytica is toename van de werking van het cumarinederivaat gemeld, voor mercaptopurine en mitotaan is afname van de werking gemeld. Behalve enzymremming spelen ook andere factoren een rol, zoals de ziekte kanker zelf en chemotherapie gerelateerde factoren, zoals braken en leverinsufficiëntie door metastasen.

Levende vaccins: vanwege de immunosuppressieve werking van veel oncolytica kan vaccinatie met levende micro-organismen een gegeneraliseerde infectie veroorzaken. Dit geldt ook voor de monoklonale antilichamen en de tyrosinekinaseremmers met immunosuppressieve werking (zie aldaar). De combinatie moet worden vermeden.

Niet-levende vaccins: tijdens gebruik van oncolytica die immunosuppressief werken kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaccin herhaald worden toegediend of kan een titerbepaling worden gedaan.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met allergenen van natuurlijke oorsprong.

Niet beoordeeld: omega-3-vetzuren verminderen de effectiviteit van sommige oncolytica. KWF Kankerbestrijding ontraadt visoliesupplementen of vette vis te gebruiken vanaf 24 uur voorafgaand aan chemotherapie met irinotecan of platinaverbindingen tot en met 24 uur daarna.

 

Referenties

  1. Informatorium Medicamentorum, (interacties, nierfunctiestoornissen), Geraadpleegd 11 jun 2018
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 22 mrt 2016
  3. DuBois SG et al. , Phase I study of vincristine, irinotecan, and ¹³¹I-metaiodobenzylguanidine for patients with relapsed or refractory neuroblastoma: a new approaches to neuroblastoma therapy trial. , Clin Cancer Res. , 2012, May 1;18(9), 2679-86
  4. Furman WL et al. , A single-arm pilot phase II study of gefitinib and irinotecan in children with newly diagnosed high-risk neuroblastoma., Invest New Drugs., 2012 , Aug;30(4), 1660-70
  5. McGregor LM et al. , Dose escalation of intravenous irinotecan using oral cefpodoxime: a phase I study in pediatric patients with refractory solid tumors., Pediatr Blood Cancer., 2012, Mar;58(3), 372-9
  6. Bomgaars LR et al. , Phase II trial of irinotecan in children with refractory solid tumors: a Children's Oncology Group Study., J Clin Oncol., 2007, Oct 10;25(29), 4622-7
  7. DuBois SG et al. , Phase I/II study of (131)I-MIBG with vincristine and 5 days of irinotecan for advanced neuroblastoma., Br J Cancer. , 2015, Feb 17;112(4), 644-9
  8. Kushner BH et al. , High-dose cyclophosphamide-irinotecan-vincristine for primary refractory neuroblastoma., Eur J Cancer., 2011 , Jan;47(1), 84-9
  9. Kushner BH et al. , High-dose carboplatin-irinotecan-temozolomide: treatment option for neuroblastoma resistant to topotecan., Pediatr Blood Cancer., 2011 , Mar;56(3), 403-8
  10. SKION. , Behandeladvies recidief hepatoblastoom. , www.skion.nl, Maart 2011
  11. Zhang YT et al. , Vincristine and irinotecan in children with relapsed hepatoblastoma: a single-institution experience., Pediatr Hematol Oncol., 2015 , Feb;32(1), 18-25
  12. Casey DA et al. , Irinotecan and temozolomide for Ewing sarcoma: the Memorial Sloan-Kettering experience., Pediatr Blood Cancer. , 2009, Dec;53(6), 1029-34
  13. Kurucu N et al. , Irinotecan and temozolamide treatment for relapsed Ewing sarcoma: a single-center experience and review of the literature., Pediatr Hematol Oncol., 2015 , Feb;32(1), 50-9
  14. Wagner LM et al. , Temozolomide and intravenous irinotecan for treatment of advanced Ewing sarcoma., Pediatr Blood Cancer. , 2007 , Feb;48(2), 132-9
  15. Wagner LM et al. , Fifteen years of irinotecan therapy for pediatric sarcoma: where to next?, Clin Sarcoma Res., 2015, Aug 28;5, 20
  16. Centre Oscar Lambret. , Clinical study protocol: International randomized phase II trial of the combination of vincristine and irinotecan with or without temozolomide (VI of VIT) in children and adults with refractory of relapsed rhabdomyosarcoma., ClinicalTrials.gov identifier: NCT01355445. www.skion.nl
  17. Hawkins DS et al. , Vincristine, dactinomycin, cyclophosphamide (VAC) versus VAC/V plus irinotecan (VI) for intermediate-risk rhabdomyosarcoma (IRRMS): A report from the Children’s Oncology Group Soft Tissue Sarcoma Committee., J Clin Oncol , 2014, 32:5s, (suppl; abstr 10004)
  18. Mascarenhas L et al. , Randomized phase II window trial of two schedules of irinotecan with vincristine in patients with first relapse or progression of rhabdomyosarcoma: a report from the Children's Oncology Group., J Clin Oncol., 2010 , Oct 20;28(30), 4658-63
  19. Pappo AS et al. , Two consecutive phase II window trials of irinotecan alone or in combination with vincristine for the treatment of metastatic rhabdomyosarcoma: the Children's Oncology Group., J Clin Oncol., 2007 , Feb 1;25(4), 362-9
  20. Venkatramani R et al. , Treatment of multiply relapsed wilms tumor with vincristine, irinotecan, temozolomide and bevacizumab., Pediatr Blood Cancer., 2014 , Apr;61(4), 756-9
  21. Katzenstein HM et al., Upfront window vincristine/irinotecan treatment of high-risk hepatoblastoma: A report from the Children's Oncology Group AHEP0731 study committee, Cancer, 2017 , Jun 15;123(12), 2360-2367
  22. Hol JA et al., Irinotecan for relapsed Wilms tumor in pediatric patients: SIOP experience and review of the literature-A report from the SIOP Renal Tumor Study Group, Pediatr Blood Cancer, 2018, Feb;65(2)

Wijzigingen