Sufentanil

Stofnaam
Sufentanil
Merknaam
Sufenta
ATC code
N01AH03
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Pijnbestrijding, anesthesie: Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Inductie en onderhoud van anesthesie tijdens cardiovasculaire of algemene chirurgie
<3jr: 5-15 mcg/kg
3-12jr: 5-20 mcg/kg
>12jr: inductie: 7-20 mcg/kg; onderhoud: 0,36-7 mcg/kg.
 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. (als citraat) 5 µg/ml; 50 µg/ml

Eigenschappen

Opiaatagonist met sterk analgetische werking (ca. 10× sterker dan fentanyl). Werking: i.v. onmiddellijk, epiduraal na 5–10 min (volwassenen), circa 3 min (kinderen 4–12 jaar). Werkingsduur: dosisafhankelijk, bij volwassenen bij 0,5–1 microg/kg lichaamsgewicht i.v. ca. 30–60 min, bij kinderen 4–12 jaar epiduraal 0,75 microg/kg circa 200 min. Dit preparaat valt onder de bepalingen van de Opiumwet in zijn volle omvang.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Doseringen

Indicatie: Pijnbestrijding, anesthesie
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1]
      • Startdosering: Inductie: 0,1 - 1 microg./kg/dosis bolus
      • Onderhoudsdosering: 0,1 - 0,2 microg./kg/dosis elke 30-60 min

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

ALGEMENE ANAESTHETICA

GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN

Desfluraan

Suprane
N01AB07

Fentanyl (citraat) Transdermaal

Durogesic (pleister)
N01AB03
N01AB06

Sevofluraan

Sevorane
N01AB08
BARBITURATEN

Thiopental

Pentothal
N01AF03
OPIOIDE ANAESTHETICA

Alfentanil

Rapifen
N01AH02
N01AH01

Remifentanil

Ultiva
N01AH06
OVERIGE ALGEMENE ANAESTHETICA
N01AX01

Esketamine

Ketanest S
N01AX14

Etomidaat

Etomidaat lipuro
N01AX07

Propofol

Diprivan, Propofol Lipuro
N01AX10
GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN

Desfluraan

Suprane
N01AB07

Fentanyl (citraat) Transdermaal

Durogesic (pleister)
N01AB03
N01AB06

Sevofluraan

Sevorane
N01AB08
BARBITURATEN

Thiopental

Pentothal
N01AF03
OPIOIDE ANAESTHETICA

Alfentanil

Rapifen
N01AH02
N01AH01

Remifentanil

Ultiva
N01AH06
OVERIGE ALGEMENE ANAESTHETICA
N01AX01

Esketamine

Ketanest S
N01AX14

Etomidaat

Etomidaat lipuro
N01AX07

Propofol

Diprivan, Propofol Lipuro
N01AX10

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): sedatie, pruritus. Vaak (1-10%): neonatale tremor, duizeligheid, hoofdpijn, tachycardie, hypertensie, hypotensie, bleekheid, neonatale cyanose, misselijkheid, braken, huidverkleuring, spiertrekkingen, urineretentie, urine-incontinentie, koorts. Soms (0,1-1%): rinitis, overgevoeligheid, apathie, nervositeit, ataxie, neonatale dys-/hypokinesie, dystonie, hyperreflexie, hypertonie, neonatale hypotonie, slaperigheid, visusstoornissen, aritmie, ECG-afwijkingen, AV-blok, bradycardie, cyanose, bronchospasme, hoest, dysfonie, hik, hypoventilatie, ademhalingsstoornis, allergische dermatitis, droge huid, hyperhidrose, (neonatale) huiduitslag, rugpijn, spierrigiditeit (incl. hartspier), rillingen, verlaagde of verhoogde lichaamstemperatuur, pijn op injectieplaats, pijn. Verder zijn gemeld: anafylactische shock, anafylactische reactie, convulsies, coma, paresthesieën, cerebrale hypoperfusie (na snelle bolusinjectie), miosis, hartstilstand, shock, ademhalingsstilstand, apneu, ademhalingsdepressie, longoedeem, laryngospasme, erytheem.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Acute ademhalingsdepressie, astma en chronisch obstructieve longziekten. Hersentrauma, verhoogde intracraniële druk. Hypovolemie, hypotensie. Myasthenia gravis. Acute leverporfyrie. Epiduraal: ernstige hemorragie of shock, sepsis, infectie op de injectieplaats, bloedingsstoornissen (bv. trombocytopenie, coagulopathie) of anticoagulantiagebruik. Voorzichtigheid is geboden bij een gestoorde ademhalingsfunctie en bij een slechte foetale conditie.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Cave vagotonie, spierrigiditeit en ademhalingsdepressie. Voorzichtig bij verhoogde intracraniele druk, myasthenia gravis.

Bij neonaten is er een risico op over- of onderdosering na i.v. toediening vanwege grote variatie in farmacokinetiek.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

In het algemeen de totale dosis voorzichtig intraveneus titreren na hartchirurgie, (niet gecontroleerde) hypothyroïdie, longziekte, verminderde respiratoire reserve, obesitas of alcoholisme. Bij  verzwakte patiënten en bij ernstige lever- of nierfunctiestoornissen lagere doseringen toepassen. Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden (bv. autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden. Het optreden van ademhalingsdepressie en spierrigiditeit maakt gebruik van kunstmatige ademhaling en spierrelaxantia noodzakelijk. De mate en ernst van ademhalingsdepressie is dosisgerelateerd. Een significante ademhalingsdepressie zal optreden bij doses ≥ 8 microg sufentanil. Door langzame intraveneuze injectie kan de incidentie van ademhalingsdepressie en spierrigiditeit worden verlaagd . Analgetische i.v. anesthesie alleen toepassen indien langdurige postoperatieve observatie in 'intensive care' mogelijk is. Epiduraal toegediend sufentanil kan zowel vroege als vertraagde ademhalingsdepressie veroorzaken; de patiënt ten minste twee uur na toediening bewaken. Bij postoperatieve ademhalingsdepressie kan op geleide van de reactie 0,1–0,2 mg naloxon i.v. worden toegediend; zo nodig na 2–3 min herhalen tot gewenst effect intreedt. Deze dosering kan na 45–90 min worden herhaald. Eventueel kan naloxon per infuus worden toegediend in een dosering van max. 5 mg/uur. Bij epidurale toediening verlengt gelijktijdige toediening van 50–75 microg adrenaline de analgesieduur en vermindert de incidentie van vroege ademhalingsdepressie.

Interacties

Interacties opoiden algemeen
Relevant:
bij combinatie van fentanyl, oxycodon, pethidine of tramadol met de niet-selectieve MAO-remmers fenelzine en tranylcypromine is serotonerge toxiciteit gemeld (onder andere opwinding, spierrigiditeit, hyperpyrexie, zweten, bewusteloosheid, soms ademhalingsdepressie en hypotensie). Combinatie van fentanyl of pethidine met fenelzine en tranylcypromine moet worden vermeden; bij oxycodon en tramadol moet men bedacht zijn op de symptomen.

Bij combinatie van pethidine met moclobemide of selegiline is serotonerge toxiciteit gemeld.

Bij toevoeging van een partiële agonist/antagonist, waaronder ook het ontwenningsmiddel nalmefeen, kunnen onthoudingsverschijnselen optreden. De combinatie moet worden vermeden. In geval van buprenorfinepleister kan het omgekeerde wel: een opioïdagonist kan worden toegevoegd aan een buprenorfinepleister bij chronische hevige pijn.

Naloxon en naltrexon zijn antagonisten van opioïden; bij combinatie kunnen onthoudingsverschijnselen optreden. Toevoeging van naloxon of naltrexon aan een opioïd wordt ontraden, tenzij naloxon of naltrexon bewust wordt toegepast als antidotum bij overdosering van een opioïd. Andersom kan bij toevoeging van een opioïd aan naloxon of naltrexon acute ademnood optreden.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie van niet-selectieve MAO-remmers met opioïden anders dan fentanyl, oxycodon, pethidine of tramadol; de meeste fabrikanten ontraden echter het gebruik tijdens of binnen 2 weken na behandeling met niet-selectieve MAO-remmers.

Er is ook onvoldoende onderbouwing voor interactie van moclobemide, rasagiline of selegiline met opioïden anders dan pethidine.

Niet beoordeeld: de sedatieve werking van alcohol en andere centraal-depressieve stoffen kan worden versterkt.

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-formularium voor Kinderen, 2007
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 17 nov 2014
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 17 nov 2014

Wijzigingen