Itraconazol

Stofnaam
Itraconazol
Merknaam
Trisporal
ATC code
J02AC02
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Itraconazol is niet geregistreerd voor kinderen.
Aanvullend vermeldt de productinformatie dat de klinische gegevens over het gebruik van Trisporal capsules en drank bij kinderen beperkt zijn en dat daarom trisporal niet bij kinderen dient te worden gebruikt, tenzij de mogelijke voordelen opwegen tegen de mogelijke risico's.    

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Capsule 100 mg
Conc. voor infusieopl. 10 mg/ml
Drank "OS" 10 mg/ml

Eigenschappen

Triazoolderivaat met fungicide werking tegen dermatofyten, gisten, Aspergillus-soorten en andere pathogene schimmels. Beschadigt de plasmamembraan van de schimmel, waardoor de membraanpermeabiliteit verandert en essentiële celbestanddelen verloren gaan.

Kinetische gegevens

Uit de studie van Groll et al. blijkt dat de farmacokinetiek van itraconazol suspensie, gegeven in een tweemaal daagse dosering (5mg/kg/dag in 2 doses), bij kinderen > 5 jaar vergelijkbaar is met die bij volwassenen. de Repentigny et al. geeft aan dat de plasmaconcentratie van itraconazol suspensie bij een eenmaal daagse dosering van 5 mg/kg/dag bij kinderen van 6 maanden – 12 jaar, met name bij kinderen < 2 jaar, lager is dan die bij volwassenen. Schmitt et al. vermeldt ook een lagere plasmaconcentratie van itraconazol suspensie (5mg/kg/dag in 2 doses) bij jongere kinderen (2 – 5 jaar) in vergelijking met oudere kinderen (6 – 12 jaar). Verder blijkt uit de hiergenoemde studies dat een eenmaal daagse dosering tot een lagere plasmaconcentratie leidt dan een tweemaal daagse dosering. De halfwaardetijd van een tweemaal daagse dosering bij kinderen > 5 jaar bedraagt gemiddeld 104,2 ± 94 uur en is ongeveer 2 keer zo long als die bij een eenmaal daagse dosering (56,5 ± 44 uur). De halfwaardetijden bij kinderen van 6 maanden – 2 jaar en 2 – 5 jaar bedragen respectievelijk 47,4 ± 55 uur en 30,6 ± 25,3 uur (eenmaal daagse dosering).

Doseringen

Indicatie: Orale en/of oesofageale candidose, profylaxe van systemische schimmelinfecties, dermatomycosen, onychomycosen, tinea capitis en systemische aspergillose
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      • Startdosering: Dag 1 en 2: 10 mg/kg/dag in 2 doses , max: 400mg/dag
      • Onderhoudsdosering: Vanaf dag 3: 5 mg/kg/dag in 1 dosis , max: 200mg/dag
      • Behandelduur:

        bij ABPA bij CF: 3-6 maanden

      • Er wordt aangeraden bij voorkeur de de drank te gebruiken. De drank wordt beter en meer constant opgenomen dan de capsules. Bij het toepassen van de capsules dient de plasmaspiegel bepaald te worden.

  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1]
      • Startdosering: Dag 1 en 2: 10 mg/kg/dag in 2 doses , max: 400mg/dag
      • Onderhoudsdosering: Vanaf dag 3: 5 mg/kg/dag in 1 dosis , max: 200mg/dag

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

ANTIMYCOTICA VOOR SYSTEMISCH GEBRUIK

ANTIBIOTICA
J02AA01
J02AA01
J02AA01
OVERIGE ANTIMYCOTICA VOOR SYSTEMISCH GEBRUIK

Caspofungine

Cancidas
J02AX04

Flucytosine

Ancotil
J02AX01

Micafungine

Mycamine
J02AX05
TRIAZOOLDERIVATEN

Fluconazol

Diflucan
J02AC01

Posaconazol

Noxafil
J02AC04

Voriconazol

Vfend
J02AC03

Bijwerkingen bij kinderen

De incidentie van bijwerkingen bij kinderen is hoger dan bij volwassenen.

Bij kinderen zijn zeer vaak (> 10%) gemeld: hypertensie, hoesten, misselijkheid, braken, diarree, buikpijn, koorts, slijmvliesontsteking, huiduitslag.

Verder zijn gemeld verhoging van de leverenzymen, hypotensie, hoofdpijn, duizeligheid en obstipatie.

Bijwerkingen bij volwassenen

Vaak (1-10%): granulocytopenie. Dyspneu, hoest. Koorts. Hoofdpijn, duizeligheid, dysgeusie. Misselijkheid, braken, buikpijn, diarree, dyspepsie. Huiduitslag. Verwardheid. Tremor, somnolentie, vermoeidheid. Bloeddrukverandering. Borstkaspijn, ontsteking op de injectieplaats. Verminderde nierfunctie. Hyperglykemie. Hypomagnesiëmie. Verhoogde waarden in bloed van LDH, ureum, γ-GT. Abnormale urineanalyse.

Soms (0,1-1%): perifere neuropathie, paresthesie, hypo-esthesie. Tachycardie. Dysfonie. Visuele stoornissen zoals troebel zicht en diplopie. Obstipatie. Leverfalen, stijging van leverenzymwaarden, hyperbilirubinemie. Jeuk, urticaria, hyperhidrose. Oedeem. Leukopenie, trombocytopenie. Hypersensitiviteit. Tinnitus. (Congestief) hartfalen. Spier-of gewrichtspijn. Menstruatiestoornis. Hypokaliëmie, hyperkaliëmie (bij intraveneuze toediening).

Zelden (0,01-0,1%): pollakisurie.

Verder zijn gemeld: levertoxiciteit, acuut (fataal) leverfalen. Pancreatitis. Alopecia, toxische epidermale necrolyse, Stevens-Johnsonsyndroom, acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose (AGEP), erythema multiforme, exfoliatieve dermatitis, leukocytoclastische vasculitis, fotosensibilisatie. Serumziekte, anafylactische of anafylactoïde reactie, angio-oedeem, voorbijgaand of blijvend gehoorverlies. Urine-incontinentie. Erectiele disfunctie. Neutropenie. Hypertriglyceridemie. Creatinekinase in bloed verhoogd. Sinusitis, rinitis, infectie van de bovenste luchtwegen. Flatulentie.

Bij kinderen zijn zeer vaak (> 10%) gemeld: hypertensie, hoesten, misselijkheid, braken, diarree, buikpijn, koorts, slijmvliesontsteking, huiduitslag.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Overgevoeligheid voor azoolverbindingen. Tekenen van ventriculaire disfunctie zoals congestief hartfalen (aanwezig of in de anamnese), tenzij sprake is van een levensbedreigende infectie. Pre-existente leverziekten of levertoxiciteit na gebruik van andere geneesmiddelen, tenzij de voordelen opwegen tegen het risico van ernstige levertoxiciteit. Bij intraveneuze toediening tevens nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 30 ml/min).

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Voor de behandeling van orale/oesofageale candidose de drank zo lang mogelijk in de mond houden (ca. 20 seconden) alvorens door te slikken. Om een optimale absorptie te verzekeren, dient de drank op een nuchtere maag te worden ingenomen. Er wordt geadviseerd om tot 1 uur na inname niet te eten. Capsules dienen echter tijdens of direct na de maaltijd te worden ingenomen. Er wordt aangeraden om bij voorkeur de drank te gebruiken. De drank wordt beter en meer constant opgenomen dan de capsules. Bij toepassen van de capsules dient de plasmaspiegel bepaald te worden.

De absorptie van itraconazol uit capsules kan worden bevorderd door deze met een koolzuurhoudende drank met een lage pH (b.v. cola)

In klinische studies was diarree de meest voorkomende bijwerking. Deze verstoring van de gastro-intestinale tractus kan in een verminderde absorptie resulteren en kan de microbiologische flora mogelijk in het voordeel van schimmelkolonisatie wijzigen. In deze omstandigheden dient stopzetten van de behandeling overwogen te worden.

Voorzichtigheid is geboden bij lever- en nierinsufficiëntie. Bij glomerulaire filtratiesnelheid < 30 ml/min itraconazol niet intraveneus toedienen. Dit in verband met de aanwezigheid van hydroxypropyl-β-cyclodextrine in deze toedieningsvorm. Regelmatige controle van de leverfunctie wordt aanbevolen.

Verder zijn er aanwijzingen dat de pulstherapie bij onychomycose en tinea capitis minder bijwerkingen kan veroorzaken dan de continue therapie

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Voorzichtigheid is geboden bij leverfunctiestoornissen in de anamnese en met i.v. gebruik ook bij milde tot matige nierinsufficiëntie. Indien bij patiënten met gestegen leverenzymwaarden een langdurige behandeling wordt gestart, dienen tijdens behandeling de leverenzymwaarden te worden gecontroleerd. Bij symptomen die op een hepatitis kunnen wijzen (zoals anorexie, misselijkheid, braken, moeheid, buikpijn of donker gekleurde urine) de leverenzymwaarden bepalen en bij afwijkende waarden de therapie staken. Bij optreden van neuropathie de toediening staken. Indien bij de profylaxe van neutropeniepatiënten diarree voorkomt, dient overwogen te worden de toediening te staken, omdat de microbiologische flora in de darm mogelijk in het voordeel van schimmelkolonisatie kan wijzigen. Voorzichtigheid is geboden bij hartfalen (in de anamnese). Langdurig gebruik (> 6 mnd. of cumulatief > 6 mnd.) en i.v. gebruik wordt afgeraden, tenzij er therapeutisch geen alternatief voorhanden is. Patiënten met achloorhydrie wordt geadviseerd de capsules met een koolzuurhoudende frisdrank met een lage pH in te nemen. Over de werkzaamheid bij paracoccidioïdomycose bij aids-patiënten zijn geen gegevens beschikbaar. Over het gebruik bij kinderen en ouderen zijn beperkt gegevens.

Interacties

Itraconazol remt CYP3A4 en P-gp, en is substraat voor CYP3A4.

Relevant:

Absorptie: antacida, lanthaancarbonaat, natriumwaterstofcarbonaat en secretieremmende middelen kunnen door verhoging van de pH in de maag de absorptie van itraconazol verlagen. Deze interactie is niet van toepassing voor de itraconazoldrank, die is ontwikkeld voor patiënten met achloorhydrie. Itraconazol moet ten minste 2 uur vóór of 4 uur na een antacidum, lanthaancarbonaat of natriumwaterstofcarbonaat worden ingenomen; een andere optie is dat het antacidum tijdelijk wordt gestaakt. Bij secretieremmende middelen wordt aangeraden de itraconazolcapsule met een zure koolzuurhoudende frisdrank (zoals cola) in te nemen.

Afname itraconazol: de plasmaconcentratie daalt door inductoren. Bovendien kan de plasmaconcentratie van fenytoïne of rifabutine stijgen door itraconazol.

Itraconazol remt het metabolisme van: alprazolam, apixaban, atorvastatine, budesonide, calciumantagonisten, cinacalcet, colchicine, darifenacine, disopyramide, ergotamine, fosfodiësteraseremmers, guanfacine, immunosuppressiva, irinotecan, ivabradine, ivacaftor, kinidine, lomitapide, lurasidon, maraviroc, midazolam, olaparib, palbociclib, panobinostat, pimozide, quetiapine, rivaroxaban, simvastatine, sonidegib, ticagrelor, tofacitinib, tolvaptan, trabectedine, tyrosinekinaseremmers (axitinib, ceritinib, cobimetinib, crizotinib, dabrafenib, dasatinib, erlotinib, gefitinib, ibrutinib, lapatinib, nilotinib, pazopanib, regorafenib, ruxolitinib, sunitinib), venetoclax, vinblastine en vincristine.en van aliskiren, aripiprazol, buspiron, busulfan, digoxine, DOAC's, fluticason en HCV-middelen.

Itraconazol versterkt het effect van: cumarinederivaten.

Overig effect: de plasmaconcentratie van zowel HIV-proteaseremmers, cobicistat als itraconazol kan stijgen (max. 200 mg itraconazol 1x per dag).

Niet relevant:

Afname itraconazol: de plasmaconcentratie daalt door isoniazide.

Toename itraconazol: de plasmaconcentratie stijgt door claritromycine, erytromycine en micafungine.

Itraconazol remt het metabolisme van: (fos)aprepitant, artemether/lumefantrine, bedaquiline, desloratadine, dutasteride, ebastine, eletriptan, eplerenon, idelalisib, loratadine, macitentan, mefloquine, mizolastine, mometason, perampanel, rupatadine, saxagliptine, solifenacine, sufentanil, tolterodine (bij CYP2D6 poor metabolizers), tyrosinekinaseremmers (bosutinib, cabozantinib, imatinib, osimertinib, ponatinib, vandetanib), ulipristal, vilanterol en vinflunine.en van cyclofosfamide, domperidon, enzalutamide, isavuconazol, repaglinide en risperidon.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met leflunomide, teriflunomide en een oraal anticonceptivum; verstoring van de pilcyclus (uitstel van de onttrekkingsbloeding, doorbraakbloeding) is gemeld.

Niet beoordeeld: de plasmaconcentratie van fentanyl en loperamide kan stijgen. De plasmaconcentratie van hypericum kan dalen.

Referenties

  1. Hartwig NC, et al, Vademecum pediatrische antimicrobiele therapie, 2005
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 27 okt 2014
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 26 jan 2018
  4. de Repentigny L, et al, Repeated-dose pharmacokinetics of an oral solution of itraconazole in infants and children., Antimicrob Agents Chemother., 1998, 42, 404-8
  5. Foot AB, et al, Itraconazole oral solution as antifungal prophylaxis in children undergoing stem cell transplantation or intensive chemotherapy for haematological disorders, Bone Marrow Transplant., 1999, 24, 1089-93
  6. Ginter-Hanselmayer G, et al, Itraconazole in the treatment of tinea capitis caused by Microsporum canis: experience in a large cohort, Pediatr Dermatol., 2004, 499-502
  7. Ginter-Hanselmayer G, et al, Onychomycosis: a new emerging infectious disease in childhood population and adolescents. Report on treatment experience with terbinafine and itraconazole in 36 patients, J Eur Acad Dermatol Venereol, 2008, 22, 470-5
  8. Grigull L, et al, Intravenous and oral sequential itraconazole antifungal prophylaxis in paediatric stem cell transplantation recipients: a pilot study for evaluation of safety and efficacy., Pediatr Transplant, 2007, 11, 261-6
  9. Groll AH, et al, Safety, pharmacokinetics, and pharmacodynamics of cyclodextrin itraconazole in pediatric patients with oropharyngeal candidiasis., Antimicrob Agents Chemother, 2002, 46, 2554–63
  10. Gupta AK, et al, Efficacy and safety of itraconazole use in children, Dermatol Clin, 2003, 21, 521-35
  11. Gupta AK, et al, Itraconazole is effective in the treatment of tinea capitis caused by Microsporum canis., Pediatr Dermatol, 2001, 18, 519-22
  12. Gupta AK, et al, The use of itraconazole to treat cutaneous fungal infections in children., Dermatology., 1999, 199, 248-52
  13. Hennig S, et al, Population pharmacokinetics of itraconazole and its active metabolite hydroxy-itraconazole in paediatric cystic fibrosis and bone marrow transplant patients., Clin Pharmacokinet., 2006, 45, 1099-114
  14. Mouy R, et al, Long-term itraconazole prophylaxis against Aspergillus infections in thirty-two patients with chronic granulomatous disease., J Pediatr., 1994, 125, 998-1003
  15. Schmitt C, et al, Pharmacokinetics of itraconazole oral solution in neutropenic children during long-term prophylaxis, Antimicrob Agents Chemother., 2001, 45, 1561-4
  16. Tobón AM, et al, Disseminated histoplasmosis in children: the role of itraconazole therapy, Pediatr Infect Dis J, 1996, 15, 1002-8
  17. CBO, Richtlijn Diagnostiek en behandeling Cystic Fibrosis, www.cbo.nl, 2007

Wijzigingen

  • 10 september 2018 09:59: Update bijwerkingen obv gewijzigde SmPC