Tinzaparine

Stofnaam
Tinzaparine
Merknaam
Innohep
ATC code
B01AB10
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Niet geregistreerd voor kinderen.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. (Na-zout) 20000 IE/ml

Eigenschappen

Laagmoleculair heparine met zwakkere antifactor IIa-activiteit en sterkere antifactor Xa-activiteit en een geringer effect op stollingsparameters (zoals de trombinetijd en APTT) dan gewoon heparine

Kinetische gegevens

Geen informatie.

Doseringen

Indicatie: Profylaxe trombo-embolische complicaties
  • Subcutaan
    • 0 maanden tot 2 maanden
      [4] [5]
      • 143,5 IE/kg/dag in 1 dosis
      • Dosering titreren op basis van spiegels. Anti-Xa spiegel controle 4 uur na LMWH gift. (bij neonaten 3 uur na de gift). Profylactische anti-factor Xa-spiegel nastreven van: 0.1 – 0.4 IE/ml. Dosering oplossen tot minimaal 0,2 ml

        ...lees verder
    • 2 maanden tot 1 jaar
      [4]
      • 125 IE/kg/dag in 1 dosis
      • Dosering titreren op basis van spiegels. Anti-Xa spiegel controle 4 uur na LMWH gift. (bij neonaten 3 uur na de gift). Profylactische anti-factor Xa-spiegel nastreven van: 0.1 – 0.4 IE/ml. Dosering oplossen tot minimaal 0,2 ml

        ...lees verder
    • 1 jaar tot 6 jaar
      [4] [5]
      • 125 IE/kg/dag in 1 dosis
      • Dosering titreren op basis van spiegels. Anti-Xa spiegel controle 4 uur na LMWH gift. (bij neonaten 3 uur na de gift). Profylactische anti-factor Xa-spiegel nastreven van: 0.1 – 0.4 IE/ml. Dosering oplossen tot minimaal 0,2 ml

        ...lees verder
    • 6 jaar tot 10 jaar
      [4] [5]
      • 105 IE/kg/dag in 1 dosis
      • Dosering titreren op basis van spiegels. Anti-Xa spiegel controle 4 uur na LMWH gift. (bij neonaten 3 uur na de gift). Profylactische anti-factor Xa-spiegel nastreven van: 0.1 – 0.4 IE/ml. Dosering oplossen tot minimaal 0,2 ml

        ...lees verder
    • 10 jaar tot 18 jaar
      [4] [5]
      • 94 IE/kg/dag in 1 dosis
      • Dosering titreren op basis van spiegels. Anti-Xa spiegel controle 4 uur na LMWH gift. (bij neonaten 3 uur na de gift). Profylactische anti-factor Xa-spiegel nastreven van: 0.1 – 0.4 IE/ml. Dosering oplossen tot minimaal 0,2 ml

        ...lees verder
Indicatie: Diep veneuze trombose
  • Subcutaan
    • 0 maanden tot 2 maanden
      [5]
      • 287 IE/kg/dag in 1 dosis
      • Dosering titreren op basis van spiegels. Anti-Xa spiegel controle 4 uur na LMWH gift. (bij neonaten 3 uur na de gift). Anti-factor Xa-spiegel nastreven van: 0.5 – 1,0 IE/ml. Dosering oplossen tot minimaal 0,2 ml

        ...lees verder
    • 2 maanden tot 1 jaar
      [1]
      • 250 IE/kg/dag in 1 dosis
      • Dosering titreren op basis van spiegels. Anti-Xa spiegel controle 4 uur na LMWH gift. (bij neonaten 3 uur na de gift). Anti-factor Xa-spiegel nastreven van: 0.5 – 1,0 IE/ml. Dosering oplossen tot minimaal 0,2 ml

        ...lees verder
    • 1 jaar tot 6 jaar
      [5]
      • 252 IE/kg/dag in 1 dosis
      • Dosering titreren op basis van spiegels. Anti-Xa spiegel controle 4 uur na LMWH gift. (bij neonaten 3 uur na de gift). Anti-factor Xa-spiegel nastreven van: 0.5 – 1,0 IE/ml. Dosering oplossen tot minimaal 0,2 ml

        ...lees verder
    • 6 jaar tot 10 jaar
      [5]
      • 210 IE/kg/dag in 1 dosis
      • Dosering titreren op basis van spiegels. Anti-Xa spiegel controle 4 uur na LMWH gift. (bij neonaten 3 uur na de gift). Anti-factor Xa-spiegel nastreven van: 0.5 – 1,0 IE/ml. Dosering oplossen tot minimaal 0,2 ml

        ...lees verder
    • 10 jaar tot 18 jaar
      [5]
      • 188 IE/kg/dag in 1 dosis
      • Dosering titreren op basis van spiegels. Anti-Xa spiegel controle 4 uur na LMWH gift. (bij neonaten 3 uur na de gift). Anti-factor Xa-spiegel nastreven van: 0.5 – 1,0 IE/ml. Dosering oplossen tot minimaal 0,2 ml

        ...lees verder

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

ANTITHROMBOTICA

VITAMINE K-ANTAGONISTEN
B01AA07

Fenprocoumon

Marcoumar
B01AA04
HEPARINEGROEP

Dalteparine

Fragmin
B01AB04

Danaparoide

Orgaran
B01AB09

Enoxaparine

Clexane
B01AB05

Heparine

Heparine Leo
B01AB01

Nadroparine

Fraxiparine, Fraxodi
B01AB06
ENZYMEN
B01AD02

Streptokinase

Streptase
B01AD01

Urokinase

Medacinase
B01AD04
TROMBOCYTENAGGREGATIEREMMERS EXCL HEPARINE

Acetylsalicylzuur (carbasalaatcalcium)

Aspegic, Aspirine, Aspro, Ascal, Alka-Seltzer
B01AC

Epoprostenol

Flolan, Veletri
B01AC09

Bijwerkingen bij volwassenen

Vaak (1–10%): anemie, bloedingen, hematoom, reacties op de injectieplaats (waaronder pijn, bloeding, jeuk, hematoom, nodule op de injectieplaats, erytheem, extravasatie).

Soms (0,1-1%): trombocytopenie (type I). Huiduitslag (erythemateus, maculopapulair), allergische of bulleuze dermatitis, pruritus, ecchymose, purpura. Overgevoeligheid. Stijging van leverenzymwaarden.

Zelden (0,01–0,1%): heparine geïnduceerde trombocytopenie (type II; meestal binnen 5–14 dagen na de eerste dosis, 'rapid-onset vorm' is beschreven bij eerdere blootstelling aan heparine), trombocytose. Huidnecrose, toxische huiderupties (o.a. Stevens Johnsonsyndroom), angio-oedeem, urticaria. Anafylactische reactie. Hyperkaliëmie (als gevolg van hypoaldosteronisme). Osteoporose (bij langdurige behandeling). Priapisme.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

  • actuele of doorgemaakte heparine–geïnduceerde trombocytopenie type II (positieve in vitro aggregatietest met tinzaparine);
  • actieve ernstige bloeding, die voldoet aan één van de volgende criteria:
    • op een kritieke locatie of in een orgaan (intracraniaal, intraspinaal, intra-oculair, retroperitoneaal, in een niet-geopereerd gewricht, pericardiaal, intra-uterien of intramusculair met compartimentsyndroom);
    • klinische bloeding die leidt tot een daling in hemoglobinewaarden van ≥ 1,2 mmol/l of tot transfusie van ≥ 2 eenheden volbloed of rode bloedcellen;
    • bloeding in operatiegebied leidend tot her-operatie, een ongebruikelijke medische interventie of procedure ter verlichting (drainage of punctie van hematoom in operatiegebied, overplaatsing naar intensive care of spoedeisende hulp).
  • risicofactoren voor ernstige bloedingen, o.a. ongecontroleerde ernstige hypertensie, ernstige leverfunctiestoornis, intracraniële bloeding of verwondingen, operatie aan het centrale zenuwstelsel, ogen of oren, retinopathie veroorzaakt door hypertensie of diabetes mellitus en dreigende abortus;
  • septische endocarditis;
  • neuraxisblokkade.
     

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Vanwege het risico van antilichaam-gemedieerde heparine-geïnduceerde trombocytopenie het aantal trombocyten bepalen vóór de start van de behandeling en vervolgens elke 2–3 dagen vanaf dag 4 tot dag 14 of totdat de behandeling stopt; bij langdurige behandeling bij kanker de trombocytenaantallen regelmatig controleren, vooral tijdens de eerste maand. De behandeling onmiddellijk staken indien een heparine-geïnduceerde trombocytopenie type II ontstaat. Bij een klinisch significante trombocytopenie een in vitro aggregatietest uitvoeren in aanwezigheid van tinzaparine vóór instelling van de behandeling; een positieve test is een contra-indicatie voor tinzaparine.

Voor starten met de behandeling en regelmatig tijdens de behandeling de kaliumspiegel bepalen bij risicofactoren voor hyperkaliëmie (o.a. diabetes mellitus, nierfunctiestoornis, metabole acidose, verhoogde plasmakaliumwaarde voor het begin van de behandeling, of langdurig gebruik van tinzaparine).

Een neuraxisblokkade is gecontra-indiceerd tijdens gebruik van tinzaparine; bij een geplande neuraxisblokkade, tinzaparine minimaal 24 uur voor de ingreep staken. De behandeling pas 4–6 uur na de spinale anesthesie of het verwijderen van de katheter hervatten. Bij toediening van tinzaparine gelijktijdig met spinale of epidurale anesthesie extra controleren op neurologische schade.

Gebruik bij creatinineklaring < 30 ml/min wordt niet aanbevolen; beschikbare gegevens tonen geen accumulatie bij een creatinineklaring tot 20 ml/min. Indien tinzaparine toch gebruikt moet worden, voorzichtig zijn en de anti–factor Xa-activiteit monitoren. Indien nodig de dosering aanpassen op basis van de anti-factor Xa-activiteit; na 3-4 doses in de aangepaste dosering opnieuw de anti-factor Xa-activiteit meten. Deze dosisaanpassing herhalen tot de gewenste anti–factor Xa-activiteit is bereikt (als richtlijn geldt: 0,5–1,5 IE/anti-factor Xa IE/ml 4 tot 6 uur na toediening bij gezonde vrijwilligers en patiënten zonder nierfunctiestoornis).

Tinzaparine tevens voorzichtig toepassen bij aandoeningen met meer kans op bloedingen.

De wegwerpspuit bevat natriumbisulfiet; dit kan aanleiding geven tot allergische reacties (vooral astmapatiënten zijn hiervoor gevoelig), bijvoorbeeld urticaria, jeuk, piepende ademhaling en anafylaxie.

Interacties

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met NSAID's, inclusief salicylaten.

Niet beoordeeld: de anticoagulerende werking wordt versterkt door andere antitrombotica.

Referenties

  1. NVK, Werkboek kinderhematologie, http://www.hematologienederland.nl, 30 sept 2012
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), www.cbg-meb.nl, Geraadpleegd 27 nov 2015
  3. InformatoriumMedicamentorum, Interacties, Geraadpleegd 27 nov 2015
  4. M. Cnossen. , Expertopinie profylaxe dosering sectie Benigne Hematologie, 14 jan 2014
  5. Klaassen ILM. et al, Are low-molecular-weight heparins safe and effective in children? A systematic review., Blood Rev, 2018, DOI: 10.1016/j.blre.2018.06.003

Wijzigingen

  • 26 november 2018 09:09: Aanpassing doseringen conform review Klaassen