Fentanyl (citraat) Parenteraal

Stofnaam
Fentanyl (citraat) Parenteraal
Merknaam
ATC code
N01AH01

Fentanyl (citraat) Parenteraal

Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

<2 jaar: Off-label
> 2 jaar: On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

> 2 jaar: start: 1.25-2.5 mcg/kg, onderhoud 1,25 mcg/kg om de 30-45 minuten.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. (als diwaterstofcitraat) 0.05 mg/ml

Eigenschappen

Opiaatagonist met sterk analgetische werking. Een dosis van 100 microg heeft een analgetisch effect dat vergelijkbaar is met 10 mg morfine. De diepte van de analgesie is dosis-afhankelijk en kan aan het pijnniveau van de operatieve ingreep worden aangepast. Werking: max. binnen 2–3 min na i.v. toediening. Werkingsduur: ½–1 uur. Dit preparaat valt onder de bepalingen van de Opiumwet in zijn volle omvang.

Kinetische gegevens

Klaring (11,5 ml/min/kg) bij neonaten correleert significant met de gestationele leeftijd en het geboortegewicht. (Saarenmaa 2000: continu IV, N=38, gestationele leeftijd 26-42 weken)

Doseringen

Indicatie: Pijnbestrijding
  • Intraveneus
    • Premature neonaten Zwangerschapsduur < 37 weken
      [11]
      • Startdosering: 0,5 - 3 microg./kg/dosis bolus
      • Onderhoudsdosering: 0,5 - 3 microg./kg/uur continu infuus
    • a terme neonaat
      [1] [4] [9] [10]
      • Startdosering: 0,5 - 3 microg./kg/dosis bolus
      • Onderhoudsdosering: 0,5 - 2 microg./kg/uur continu infuus
    • 1 maand tot 2 jaar
      [4] [5] [6] [7] [8]
      • Startdosering: 1 - 2 microg./kg/dosis bolus
      • Onderhoudsdosering: 1 microg./kg/uur continu infuus
    • 2 jaar tot 18 jaar
      [4] [5] [6] [7] [8]
      • 1,25 microg./kg/dosis elke 30-45 minuten
      • ALTERNATIEF: Continue infuus: 1 microg/kg/uur

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

ALGEMENE ANAESTHETICA

GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN

Desfluraan

Suprane
N01AB07

Fentanyl (citraat) Transdermaal

Durogesic (pleister)
N01AB03
N01AB06

Sevofluraan

Sevorane
N01AB08
BARBITURATEN

Thiopental

Pentothal
N01AF03
OPIOIDE ANAESTHETICA

Alfentanil

Rapifen
N01AH02

Remifentanil

Ultiva
N01AH06

Sufentanil

Sufenta
N01AH03
OVERIGE ALGEMENE ANAESTHETICA
N01AX01

Esketamine

Ketanest S
N01AX14

Etomidaat

Etomidaat lipuro
N01AX07

Propofol

Diprivan, Propofol Lipuro
N01AX10
GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN

Desfluraan

Suprane
N01AB07

Fentanyl (citraat) Transdermaal

Durogesic (pleister)
N01AB03
N01AB06

Sevofluraan

Sevorane
N01AB08
BARBITURATEN

Thiopental

Pentothal
N01AF03
OPIOIDE ANAESTHETICA

Alfentanil

Rapifen
N01AH02

Remifentanil

Ultiva
N01AH06

Sufentanil

Sufenta
N01AH03
OVERIGE ALGEMENE ANAESTHETICA
N01AX01

Esketamine

Ketanest S
N01AX14

Etomidaat

Etomidaat lipuro
N01AX07

Propofol

Diprivan, Propofol Lipuro
N01AX10

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): misselijkheid, braken, spierrigiditeit incl. borstkasspieren. Vaak (1-10%): dyskinesie, sedatie, duizeligheid, visusstoornis, bradycardie, tachycardie, aritmie, hypotensie, hypertensie, laryngospasme, bronchospasme, apneu, allergische dermatitis, postoperatieve verwardheid. Zelden (0,01-0,1%): euforie, hoofdpijn, flebitis, hyperventilatie, hik, rillingen, hypothermie, luchtwegcomplicatie door anesthesie, postoperatieve agitatie. Verder zijn gemeld: overgevoeligheid (anafylactische shock, anafylactische reactie, urticaria), convulsies, bewustzijnsverlies, myoclonus, hartstilstand, ademhalingsdepressie, pruritus, methemoglobinemie, delirium, gewenning/verslaving, ontwenningsverschijnselen na opiaatgebruik, vertigo, Horner-syndroom, verlies van braakreflex en slikvermogen, verminderde gastro-intestinale motiliteit, longoedeem, spasme van de sphincter Oddii, hyperhidrose, verhoogde spiertonus van de ureter, urineretentie.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Verminderde ademhaling (bv. door acute ademhalingsdepressie of astma en chronisch obstructieve longziekten) in afwezigheid van kunstmatige beademing. Hersentrauma, verhoogde intracraniële druk. Hypovolemie, hypotensie. Myasthenia gravis.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Sterke remmers van CYP3A4 zoals erytromycine, ketoconazol, itraconazol, fluconazol of ritonavir kunnen de plasmaconcentratie van fentanyl verhogen.

Bij kinderen < 2 jaar kan bij lage dosis fentanyl thoraxrigiditeit optreden;

Klaring bij neonaten is nihil in de eerste 0-4 dagen. Het is van belang om in de eerste levensweek voorzichtig (laag) te doseren, in het bijzonder bij premature neonaten met een zwangerschapsduur < 32 weken.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Bij lever- en nierfunctiestoornissen, niet gecontroleerde hypothyroïdie, longaandoeningen, ouderen, verzwakte patiënten, bijnierschorsinsufficiëntie, prostaathypertrofie, porfyrie of bradyaritmie dient de dosering te worden verlaagd. Bij alcoholisme zo nodig de dosering verhogen of verlagen. Bij chronisch gebruik van (andere) opioïden eventueel hoger doseren. Het optreden van ademhalingsdepressie en spierrigiditeit maakt gebruik van kunstmatige ademhaling en spierrelaxantia noodzakelijk. De incidentie en ernst van de ademhalingsdepressie neemt toe met de dosering fentanyl; een significante ademhalingsdepressie zal optreden bij doses boven 200 microg.  Aangezien bij hoge doses de werkingsduur en de ademhalingsdepressie kunnen zijn verlengd, dient het gebruik beperkt te blijven tot de kliniek. Bij postoperatieve ademhalingsdepressie kan op geleide van de reactie 0,1–0,2 mg naloxon i.v. worden toegediend; zo nodig na 2–3 min herhalen tot gewenst effect intreedt. Deze dosering kan na 45–90 min worden herhaald. Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden kunnen daarvan hinder ondervinden. Een snelle bolusinjectie vermijden bij aangetaste intracerebrale compliantie wegens kans op daling van de cerebrale perfusiedruk.

Interacties

Fentanyl is substraat voor CYP3A4.

Relevant: Afname fentanyl: de concentratie daalt door rifampicine.

Toename fentanyl: de concentratie stijgt door cobicistat, ritonavir en Viekirax® in combinatie met dasabuvir.
Overig effect: gelijktijdig gebruik met fenelzine of tranylcypromine kan leiden tot serotonerge toxiciteit, soms met fatale afloop. Gelijktijdige behandeling moet worden vermeden; aanbevolen wachttijd na staken fentanyl is afhankelijk van de toedieningsvorm.
Bij combinatie met SSRI's, duloxetine, venlafaxine of vortioxetine is in enkele gevallen serotonerge toxiciteit gemeld.

Geen interactie: er is onvoldoende onderbouwing voor interactie met overige krachtige CYP3A4-inductoren.
Niet beoordeeld: CYP3A4-remmers, zoals itraconazol of voriconazol, kunnen de AUC verhogen.
De klaring en het verdelingsvolume van etomidaat kunnen met een factor 2-3 dalen zonder dat de halfwaardetijd verandert.


Interacties opoiden algemeen:

Relevant: bij combinatie van fentanyl, oxycodon, pethidine of tramadol met de niet-selectieve MAO-remmers fenelzine en tranylcypromine is serotonerge toxiciteit gemeld (onder andere opwinding, spierrigiditeit, hyperpyrexie, zweten, bewusteloosheid, soms ademhalingsdepressie en hypotensie). Combinatie van fentanyl of pethidine met fenelzine en tranylcypromine moet worden vermeden; bij oxycodon en tramadol moet men bedacht zijn op de symptomen.

Bij combinatie van pethidine met moclobemide of selegiline is serotonerge toxiciteit gemeld.

Bij toevoeging van een partiële agonist/antagonist, waaronder ook het ontwenningsmiddel nalmefeen, kunnen onthoudingsverschijnselen optreden. De combinatie moet worden vermeden. In geval van buprenorfinepleister kan het omgekeerde wel: een opioïdagonist kan worden toegevoegd aan een buprenorfinepleister bij chronische hevige pijn.

Naloxon en naltrexon zijn antagonisten van opioïden; bij combinatie kunnen onthoudingsverschijnselen optreden. Toevoeging van naloxon of naltrexon aan een opioïd wordt ontraden, tenzij naloxon of naltrexon bewust wordt toegepast als antidotum bij overdosering van een opioïd. Andersom kan bij toevoeging van een opioïd aan naloxon of naltrexon acute ademnood optreden.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie van niet-selectieve MAO-remmers met opioïden anders dan fentanyl, oxycodon, pethidine of tramadol; de meeste fabrikanten ontraden echter het gebruik tijdens of binnen 2 weken na behandeling met niet-selectieve MAO-remmers.

Er is ook onvoldoende onderbouwing voor interactie van moclobemide, rasagiline of selegiline met opioïden anders dan pethidine.

Niet beoordeeld: de sedatieve werking van alcohol en andere centraal-depressieve stoffen kan worden versterkt.

Referenties

  1. Anand KJ, et al., Consensus statement for the prevention and management of pain in the newborn, Arch Pediatr Adolesc Med, 2001, 155(2), 173-80
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas ( Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen)., Geraadpleegd 21 okt 2014
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 12 feb 2019
  4. Johnson KL, et al, Fentanyl pharmacokinetics in the pediatric population., Anesthesiology, 1984, 61, A441
  5. Mercadante S, Cancer pain management in children., Palliat Med, 2004, 18, 654-62
  6. Mukherjee K. et al, Adenotonsillectomy in children: a comparison of morphine and fentanyl for peri-operative analgesia., Anaesthesia, 2001, 56(12):, 1193-7
  7. Pasero C, Fentanyl for acute pain management., J Perianesth Nurs, 2005, 20(4), 279-84
  8. Rajamani A, et al, A comparison of bilateral infraorbital nerve block with intravenous fentanyl for analgesia following cleft lip repair in children, Paediatr Anaesth, 2007, 17(2), 133-9
  9. Saarenmaa E, et al, Gestational age and birth weight effects on plasma clearance of fentanyl in newborn infants, J Pediatr., 2000, 136(6), 767-70
  10. Santeiro ML, et al, Pharmacokinetics of continuous infusion fentanyl in newborns, J Perinatol, 1997, 17(2), 135-9
  11. Werkgroep Neonatale Farmacologie NVK sectie Neonatologie., Expert opinie, 13 november 2018

Wijzigingen

  • 16 juli 2019 10:56: Een dosisadvies voor preterm geboren babies is toegevoegd op basis van de consensus van de werkgroep neonatale farmacologie in het kader van het NEODOSE project
  • 02 juli 2019 12:55: Waarschuwing ten aanzien van gebruik in premature neonaten toegevoegd