Nadroparine

Stofnaam
Nadroparine
Merknaam
Fraxiparine, Fraxodi
ATC code
B01AB06
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Fraxiparine is niet geregistreerd voor kinderen.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. (Ca-zout) 4750 IE/ML, 9500 IE/ml, 19000 IE/ml,

Eigenschappen

Laagmoleculair heparine met zwakkere antifactor IIa-activiteit, sterkere antifactor Xa-activiteit en een geringer effect op stollingsparameters zoals de trombinetijd en aPTT dan gewoon heparine.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Doseringen

Indicatie: Profylaxe trombo-embolische complicaties
  • Subcutaan
    • 0 maanden tot 2 maanden
      [2] [7] [8]
      • 150 - 180 IE/kg/dag in 1 dosis
        • Dosering titreren op basis van spiegels.
        • Profylactische anti-factor Xa-spiegel nastreven van: 0.1 – 0.4 IE/ml. Hogere doseringen kunnen nodig zijn om deze spiegels te bereiken.
        • Dosering oplossen tot minimaal 0,2 ml
    • 2 maanden tot 2 jaar
      [2] [7]
      • 126 IE/kg/dag in 1 dosis
        • Dosering titreren op basis van spiegels.
        • Profylactische anti-factor Xa-spiegel nastreven van: 0.1 – 0.4 IE/ml . Hogere doseringen kunnen nodig zijn om deze spiegels te bereiken.
        • Dosering oplossen tot minimaal 0,2 ml
    • 2 jaar tot 12 jaar
      [2] [7]
      • 107 IE/kg/dag in 1 dosis Maximale dosering per gift: 2.850IE/dosis
        • Dosering titreren op basis van spiegels.
        • Profylactische anti-factor Xa-spiegel nastreven van: 0.1 – 0.4 IE/ml. Hogere doseringen kunnen nodig zijn om deze spiegels te bereiken.
        • Dosering oplossen tot minimaal 0,2 ml
    • 12 jaar tot 18 jaar
      [2] [7]
      • 91,5 IE/kg/dag in 1 dosis Maximale dosering per gift: 2.850IE/dosis
        • Dosering titreren op basis van spiegels.
        • Profylactische anti-factor Xa-spiegel nastreven van: 0.1 – 0.4 IE/ml. Hogere doseringen kunnen nodig zijn om deze spiegels te bereiken.
        • Dosering oplossen tot minimaal 0,2 ml
Indicatie: Diep veneuze trombose
  • Subcutaan
    • 0 maanden tot 2 maanden
      [1] [7] [8]
      • 300 - 360 IE/kg/dag in 2 doses
        • Dosering titreren op basis van spiegels.
        • Anti-Xa spiegel controle 4 uur na LMWH gift. (bij neonaten 3 uur na de gift) Therapeutische anti-Xa spiegels liggen tussen 0.5 en 1.0 IE/ml.
        • Dosering oplossen tot minimaal 0,2 ml
    • 2 maanden tot 2 jaar
      [1] [7]
      • 252 IE/kg/dag in 2 doses
        • Dosering titreren op basis van spiegels.
        • Anti-Xa spiegel controle 4 uur na LMWH gift. Therapeutische anti-Xa spiegels liggen tussen 0.5 en 1.0 IE/ml.
        • Dosering oplossen tot minimaal 0,2 ml
    • 2 jaar tot 12 jaar
      [1] [7]
      • 214 IE/kg/dag in 2 doses
        • Dosering titreren op basis van spiegels.
        • Anti-Xa spiegel controle 4 uur na LMWH gift. Therapeutische anti-Xa spiegels liggen tussen 0.5 en 1.0 IE/ml.
        • Dosering oplossen tot minimaal 0,2 ml
    • 12 jaar tot 18 jaar
      [1] [7]
      • 183 IE/kg/dag in 2 doses
        • Dosering titreren op basis van spiegels.
        • Anti-Xa spiegel controle 4 uur na LMWH gift. Therapeutische anti-Xa spiegels liggen tussen 0.5 en 1.0 IE/ml.
        • Dosering oplossen tot minimaal 0,2 ml

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

ANTITHROMBOTICA

VITAMINE K-ANTAGONISTEN
B01AA07

Fenprocoumon

Marcoumar
B01AA04
HEPARINEGROEP

Dalteparine

Fragmin
B01AB04

Danaparoide

Orgaran
B01AB09

Enoxaparine

Clexane
B01AB05

Heparine

Heparine Leo
B01AB01

Tinzaparine

Innohep
B01AB10
TROMBOCYTENAGGREGATIEREMMERS EXCL HEPARINE

Acetylsalicylzuur (carbasalaatcalcium)

Aspegic, Aspirine, Aspro, Ascal, Alka-Seltzer
B01AC

Epoprostenol

Flolan, Veletri
B01AC09
ENZYMEN
B01AD02

Urokinase

Medacinase
B01AD04
VITAMINE K-ANTAGONISTEN
B01AA07

Fenprocoumon

Marcoumar
B01AA04
HEPARINEGROEP

Dalteparine

Fragmin
B01AB04

Danaparoide

Orgaran
B01AB09

Enoxaparine

Clexane
B01AB05

Heparine

Heparine Leo
B01AB01

Tinzaparine

Innohep
B01AB10
TROMBOCYTENAGGREGATIEREMMERS EXCL HEPARINE

Acetylsalicylzuur (carbasalaatcalcium)

Aspegic, Aspirine, Aspro, Ascal, Alka-Seltzer
B01AC

Epoprostenol

Flolan, Veletri
B01AC09
ENZYMEN
B01AD02

Urokinase

Medacinase
B01AD04

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): hemorragische tekenen op diverse plaatsen (incl. spinale hematomen), vaker voorkomend bij patiënten met andere risicofactoren. Kleine hematomen op de toedieningsplaats.

Vaak (1-10%): overige reacties op de injectieplaats. Hoofdpijn. Verhoging van transaminasen (meestal reversibel).

Zelden (0,01-0,1%): (heparine-geïnduceerde) trombocytopenie, trombocytose. Calcinose op de injectieplaats (vaker bij een afwijkende calciumfosfaat-huishouding, vooral bij chronisch nierfalen). Huiduitslag, erytheem, urticaria, jeuk.

Zeer zelden (< 0,01%): overgevoeligheidsreacties (o.a. angio-oedeem, cutane reacties), anafylactoïde reactie. Migraine. Priapisme. Reversibele eosinofilie na staken van de behandeling. Reversibele hyperkaliëmie door heparine-geïnduceerde aldosteronsuppressie (m.n. bij risicopatiënten). Huidnecrose, meestal op de injectieplaats, voorafgegaan door purpura of geïnfiltreerde of pijnlijke erythemateuze plaque, soms met algemene verschijnselen.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

  • eerder opgetreden trombocytopenie met nadroparine;
  • actieve bloedingen of meer kans op hemorragische diathese door stollingsstoornissen, behalve bij gedissemineerde
  • intravasculaire stolling (DIC);
  • bloedverlies uit de tractus digestivus bijvoorbeeld door ulcus pepticum;
  • hemorragisch cerebrovasculair accident;
  • ernstige hypertensie;
  • retinopathie door hypertensie of diabetes mellitus;
  • operaties aan hersenen, oog of ruggenmerg;
  • lumbale punctie;
  • acute infectieuze endocarditis;
  • ernstige nierfunctiestoornissen (creatinineklaring < 30 ml/min) in doseringen voor de behandeling van diepveneuze trombose, instabiele angina pectoris of non-Q-golf myocardinfarct;
  • (loco)regionale anesthesie bij electieve operatieve ingrepen waarbij nadroparine in therapeutische doses wordt gebruikt.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

In principe krijgen kinderen jonger dan 12 jaar geen trombose profylaxe, tenzij zij in het verleden een trombo-embolie hebben doorgemaakt en/of multipele risicofactoren voor trombose hebben.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Controleer trombocytenaantallen vóór het starten van de behandeling en regelmatig tijdens de behandeling vanwege een risico van heparinegeïnduceerde trombocytopenie (HIT). Trombocytopenie treedt vooral op tussen de 5-21e dag na de start van de behandeling, maar kan ook eerder optreden. De behandeling stoppen bij trombocytopenie, elke significante vermindering in trombocytenaantal (30–50% van de uitgangswaarde), verslechtering van de initiële trombose, ontstaan van trombose, uitgebreide vasculaire coagulatie. Bij een trombocytopenie door een LMWH of heparine zo mogelijk een middel uit een andere geneesmiddelgroep toedienen; indien dit onmogelijk is, een ander LMWH toedienen en het trombocytenaantal ten minste dagelijks controleren.

Controleer tevens de plasmakaliumspiegel omdat nadroparine deze kan verhogen, met name bij diabetes mellitus, chronisch nierfalen, bestaande metabole acidose, of combinatie met andere kaliumverhogende geneesmiddelen.

Wees voorzichtig bij meer kans op bloedingen zoals bij een verminderde hemostase (bijvoorbeeld bij een leverfunctiestoornis), peptische ulcus in de voorgeschiedenis, ernstige arteriële hypertensie, recente neurochirurgische of oogheelkundige operaties, gelijktijdig gebruik van andere geneesmiddelen die de bloedstolling kunnen beïnvloeden (zie rubriek Interacties). Bij nierinsufficiëntie is het bloedingsrisico eveneens verhoogd door een hogere blootstelling. Zorgvuldige klinische observatie is aanbevolen. Nadroparine niet gebruiken bij een ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring < 30 ml/min) in doseringen voor de behandeling van diepveneuze trombose, instabiele angina pectoris of non-Q-golf myocardinfarct.

Bij ouderen vóór de behandeling de nierfunctie bepalen.

Bij gebruik van spinale/epidurale anesthesie of lumbale punctie tijdens behandeling is er iets meer kans op het optreden van epidurale of spinale hematomen met het risico van langdurige of permanente paralyse. Er is meer kans op deze complicaties bij gebruik van een post-operatieve epidurale verblijfskatheter, gelijktijdig gebruik van andere geneesmiddelen die de hemostase beïnvloeden (zoals NSAID's, anticoagulantia), traumatische of herhaalde neuraxiale puncties of bij een misvormd ruggenmerg of een ruggenmergoperatie in de voorgeschiedenis. Bij een lumbaalpunctie, spinale of epidurale anesthesie, de laatste nadroparinetoediening minimaal 12 uur (bij profylactisch gebruik) of 24 uur (bij behandeling) voor het inbrengen of verwijderen van de katheter of de naald toedienen; bij gestoorde nierfunctie een langer tijdsinterval aanhouden. Een vervolgdosis nadroparine niet binnen 4 uur geven. Instrueer patiënten na spinale/epidurale anesthesie of een lumbaalpunctie direct contact op te nemen bij verschijnselen van een neurologische stoornis, zoals pijn in het midden van de rug, sensorische of motorische uitvalsverschijnselen, disfunctie van darmen en/of blaas. Bij een vermoeden van een spinaal hematoom decompressie van het ruggenmerg overwegen.

Bij (verschijnselen van) huidnecrose de toediening direct staken.

Gebruik van nadroparine als tromboseprofylaxe bij zwangere vrouwen met kunsthartkleppen is onvoldoende onderzocht; er zijn meldingen van kunstkleptrombose, incl. bij zwangere vrouwen, met fatale afloop voor moeder en foetus.

Schildklieronderzoek kan worden beïnvloed (toename van vrij thyroxine in het bloed).

Interacties

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met NSAID's, inclusief salicylaten.

Niet beoordeeld: de anticoagulerende werking wordt versterkt door andere antitrombotica. Voorzichtigheid is geboden bij toediening van corticosteroïden.

Referenties

  1. Ommen van CH, et al, Nadroparin Therapy in Pediatric Patients With Venous Thromboembolic Disease, J Pediatr Hematol Oncol, 2008, 30, 230–234
  2. M. Cnossen, Expertopinie sectie Benigne Hematologie profylaxe dosering , 14 jan 2014
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-indicaties, bijwerkingen, waarschuwingen en voorzorgen), Geraadpleegd 26 nov 2018
  4. CBO, Diagnostiek, preventie en behandeling van veneuze trombo-embolie en secundaire preventie van arteriële trombose, http://www.cbo.nl/thema/Richtlijnen/Overzicht-richtlijnen/, 2009, Geraadpleegd 09jun2010
  5. NVK, Werkboek kinderhematologie, http://www.hematologienederland.nl/werkboek-kinderhematologie, 2014, Geraadpleegd 20-01-14
  6. Informatorium Medicamentorum., (Interacties), Geraadpleegd 07 nov 2014
  7. Klaassen ILM. et al, Are low-molecular-weight heparins safe and effective in children? A systematic review., Blood Rev, 2018, DOI: 10.1016/j.blre.2018.06.003
  8. van Ommen, CH, Expert opinion Behandeling zuigelingen VTE Sectie Kinderhematologie - 29-04-2019

Wijzigingen

  • 29 april 2019 11:47: De dosering nadroparine voor kinderen < 2 maanden is aangepast op basis van de Nederlandse Kinderhematologen.
  • 26 november 2018 10:07: Aanpassing doseeradvies conform review Klaassen
  • 30 juni 2015 10:56: Dosering volwassenen als maximale dosering toegevoegd aan de indicatie profylaxe bij kinderen 1-18 jaar