Nadroparine

Stofnaam
Nadroparine
Merknaam
Fraxiparine, Fraxodi
ATC code
B01AB06
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Fraxiparine is niet geregistreerd voor kinderen.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. (Ca-zout) 4750 IE/ML, 9500 IE/ml, 19000 IE/ml,

Eigenschappen

Laagmoleculair heparine met zwakkere antifactor IIa-activiteit, sterkere antifactor Xa-activiteit en een geringer effect op stollingsparameters zoals de trombinetijd en aPTT dan gewoon heparine.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Doseringen

Indicatie: Profylaxe trombo-embolische complicaties
  • Subcutaan
    • 0 maanden tot 3 maanden
      [2]
      • 150 IE/kg/dag in 1 dosis
        • Dosering titreren op basis van spiegels.
        • Profylactische anti-factor Xa-spiegel nastreven van: 0.1 – 0.3 kU/L. Hogere doseringen kunnen nodig zijn om deze spiegels te bereiken.
        • Dosering oplossen tot minimaal 0,2 ml
    • 3 maanden tot 1 jaar
      [2]
      • 120 IE/kg/dag in 1 dosis
        • Dosering titreren op basis van spiegels.
        • Profylactische anti-factor Xa-spiegel nastreven van: 0.1 – 0.3 kU/L. Hogere doseringen kunnen nodig zijn om deze spiegels te bereiken.
        • Dosering oplossen tot minimaal 0,2 ml
    • 1 jaar tot 18 jaar
      [2] [4]
      • 85,5 IE/kg/dag in 1 dosis Maximale dosering per gift: 2.850IE/dosis
        • Dosering titreren op basis van spiegels.
        • Profylactische anti-factor Xa-spiegel nastreven van: 0.1 – 0.3 kU/L. Hogere doseringen kunnen nodig zijn om deze spiegels te bereiken.
        • Dosering oplossen tot minimaal 0,2 ml
Indicatie: Diep veneuze trombose
  • Subcutaan
    • 0 maanden tot 3 maanden
      [1] [4] [5]
      • 300 IE/kg/dag in 2 doses
        • Dosering titreren op basis van spiegels.
        • Anti-Xa spiegel controle 4 uur na LMWH gift. (bij neonaten 3 uur na de gift) Therapeutische anti-Xa spiegels liggen tussen 0.5 en 1.0 IE/ml.
        • Dosering oplossen tot minimaal 0,2 ml
    • 3 maanden tot 1 jaar
      [1] [4] [5]
      • 240 IE/kg/dag in 2 doses
        • Dosering titreren op basis van spiegels.
        • Anti-Xa spiegel controle 4 uur na LMWH gift. Therapeutische anti-Xa spiegels liggen tussen 0.5 en 1.0 IE/ml.
        • Dosering oplossen tot minimaal 0,2 ml
    • 1 jaar tot 18 jaar
      [1] [4] [5]
      • 171 IE/kg/dag in 2 doses
        • Dosering titreren op basis van spiegels.
        • Anti-Xa spiegel controle 4 uur na LMWH gift. Therapeutische anti-Xa spiegels liggen tussen 0.5 en 1.0 IE/ml.
        • Dosering oplossen tot minimaal 0,2 ml

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

ANTITHROMBOTICA

VITAMINE K-ANTAGONISTEN
B01AA07

Fenprocoumon

Marcoumar
B01AA04
HEPARINEGROEP

Dalteparine

Fragmin
B01AB04

Danaparoide

Orgaran
B01AB09

Enoxaparine

Clexane
B01AB05

Heparine

Heparine Leo
B01AB01

Tinzaparine

Innohep
B01AB10
ENZYMEN
B01AD02

Streptokinase

Streptase
B01AD01

Urokinase

Medacinase
B01AD04
TROMBOCYTENAGGREGATIEREMMERS EXCL HEPARINE

Acetylsalicylzuur (carbasalaatcalcium)

Aspegic, Aspirine, Aspro, Ascal, Alka-Seltzer
B01AC

Epoprostenol

Flolan, Veletri
B01AC09

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): hemorragische tekenen op diverse plaatsen (incl. spinale hematomen), vaker voorkomend bij patiënten met andere risicofactoren. Kleine hematomen op de toedieningsplaats. In sommige gevallen ontstaan stevige knobbels die niet gerelateerd zijn aan insluiting van heparine; gewoonlijk verdwijnen deze knobbels weer na een paar dagen. Vaak (1-10%): overige reacties op de plaats van de injectie. Verhoging van transaminasen, meestal van voorbijgaande aard. Zelden (0,01-0,1%): (heparine–geïnduceerde) trombocytopenie, trombocytose. Calcinose ter hoogte van de injectieplaats, vaker bij patiënten met een afwijkende calciumfosfaat- huishouding, vooral bij patiënten met chronisch nierfalen. Huiduitslag, erytheem, urticaria, jeuk. Zeer zelden (< 0,01%): reversibele eosinofilie na staken van de behandeling. Reversibele hyperkaliëmie gerelateerd aan heparine-geïnduceerde aldosteronsuppressie (m.n. bij risicopatiënten). Huidnecrose, meestal ter hoogte van de injectieplaats, voorafgegaan door purpura of geïnfiltreerde of pijnlijke erythemateuze plaque, al dan niet met algemene verschijnselen. Overgevoeligheidsreacties (waaronder angio-oedeem en cutane reacties), anafylactoïde reactie. Priapisme.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Eerder opgetreden trombocytopenie met nadroparine. Actieve bloedingen of meer kans op hemorragische diathese door stollingsstoornissen, behalve bij gedissemineerde intravasculaire stolling (DIC). Bloedverlies uit de tractus digestivus bijvoorbeeld door ulcus pepticum. Hemorragisch cerebrovasculair accident. Ernstige hypertensie. Retinopathie door hypertensie of diabetes mellitus. Operaties aan hersenen of oog of ruggenmerg. Lumbale punctie. Acute infectieuze endocarditis. Ernstige nierfunctiestoornissen (creatinineklaring < 30 ml/min) in doseringen voor de behandeling van diepveneuze trombose, instabiele angina pectoris of non-Q-golf myocardinfarct. (Loco)regionale anesthesie bij electieve operatieve ingrepen waarbij nadroparine in therapeutische doses wordt gebruikt.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

In principe krijgen kinderen jonger dan 12 jaar geen trombose profylaxe, tenzij zij in het verleden een trombo-embolie hebben doorgemaakt en/of multipele risicofactoren voor trombose hebben.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Het trombocytenaantal controleren tijdens de nadroparinebehandeling vanwege een risico van heparine geïnduceerde trombocytopenie (HIT). De behandeling stoppen bij trombocytopenie, elke significante vermindering in trombocytenaantal (30–50% van de uitgangswaarde), verslechtering van de initiële trombose, ontstaan van trombose, uitgebreide vasculaire coagulatie. Bij een trombocytopenie door een LMWH of heparine zo mogelijk een middel uit een andere geneesmiddelgroep toedienen; indien dit onmogelijk is, een ander LMWH toedienen en het trombocytenaantal ten minste dagelijks controleren. Voorzichtigheid is geboden bij lever- en nierinsufficiëntie, ernstige arteriële hypertensie, maag-darmulcera in de anamnese en andere aandoeningen waarbij bloedingen kunnen optreden, vasculaire aandoeningen van de chorioretina. Bij ouderen vóór de behandeling de nierfunctie bepalen. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met verhoogde plasmakaliumspiegels, of met meer kans hierop, zoals bij diabetes mellitus, chronische nierinsufficiëntie, reeds aanwezig metabole acidose of bij comedicatie met geneesmiddelen die mogelijk hyperkaliëmie veroorzaken. Plasmakaliumspiegels regelmatig controleren bij risicopatiënten. Vanwege de kans op spinale/epidurale hematomen dient bij een lumbaalpunctie, spinale of epidurale anesthesie de laatste nadroparinetoediening minimaal 12 uur (bij profylactisch gebruik) of 24 uur (bij behandeling) voor het inbrengen of verwijderen van de katheter of de naald plaats te vinden; bij gestoorde nierfunctie een langer tijdsinterval aanhouden. Een vervolgdosis nadroparine niet binnen 4 uur geven. Bij huidnecrose of voorafgaande verschijnselen hiervan de toediening direct staken. Schildklieronderzoek kan worden beïnvloed (toename van vrij thyroxine in het bloed).

Interacties

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met NSAID's, inclusief salicylaten.

Niet beoordeeld: de anticoagulerende werking wordt versterkt door andere antitrombotica. Voorzichtigheid is geboden bij toediening van corticosteroïden.

Referenties

  1. Ommen van CH, et al, Nadroparin Therapy in Pediatric Patients With Venous Thromboembolic Disease, J Pediatr Hematol Oncol, 2008, 30, 230–234
  2. M. Cnossen, Expertopinie sectie Benigne Hematologie profylaxe dosering , 14 jan 2014
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-indicaties, bijwerkingen, waarschuwingen en voorzorgen), Geraadpleegd 07 nov 2014
  4. CBO, Diagnostiek, preventie en behandeling van veneuze trombo-embolie en secundaire preventie van arteriële trombose, http://www.cbo.nl/thema/Richtlijnen/Overzicht-richtlijnen/, 2009, Geraadpleegd 09jun2010
  5. NVK, Werkboek kinderhematologie, http://www.hematologienederland.nl/werkboek-kinderhematologie, 2014, Geraadpleegd 20-01-14
  6. Informatorium Medicamentorum., (Interacties), Geraadpleegd 07 nov 2014

Wijzigingen

  • 30 juni 2015 10:56: Dosering volwassenen als maximale dosering toegevoegd aan de indicatie profylaxe bij kinderen 1-18 jaar