Dalteparine

Stofnaam
Dalteparine
Merknaam
Fragmin
ATC code
B01AB04
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Niet geregistreerd voor kinderen.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. (Na-zout) 10000 IE/ml
Inj.vlst. (Na-zout) 12500 IE/ml
Inj.vlst. (Na-zout) 25000 IE/ml

Eigenschappen

Laagmoleculair heparine (LMWH) met zwakkere antifactor IIa-activiteit en sterkere antifactor Xa-activiteit en een geringer effect op stollingsparameters zoals de trombinetijd en aPTT dan ongefractioneerd heparine.

Kinetische gegevens

Dalteparine heeft een langere halfwaardetijd in vergelijking tot heparine.

Kinderen jonger dan ongeveer 2 tot 3 maanden of lichter dan 5 kg hebben een verhoogde laagmoleculair
gewicht heparine (LMWH) behoefte per kg, waarschijnlijk vanwege hun groter distributievolume.
Alternatieve verklaringen voor de verhoogde LMWH behoefte per lichaamsgewicht bij jonge kinderen
omvatten gewijzigde heparinefarmacokinetiek en/of een afgenomen expressie van antistollingsactiviteit
van heparine bij kinderen vanwege afgenomen antitrombineplasmaconcentraties.

Doseringen

Indicatie: Profylaxe trombo-embolische complicaties
  • Subcutaan
    • A terme neonaten en kinderen 0 jaar tot 18 jaar
      [5]
      • 95 IE/kg/dag in 1 dosis
      • Dosering titreren op basis van spiegels. Anti-Xa spiegel controle 4 uur na LMWH gift (bij neonaten 3 uur na de gift). Profylactische anti-factor Xa-spiegel nastreven van: 0.1 – 0.4 IE/ml. Dosering oplossen tot minimaal 0.2 ml.

Indicatie: Behandeling veneuze trombose
  • Subcutaan
    • 0 jaar tot 1 jaar
      [5]
      • 343 IE/kg/dag in 2 doses
      • Dosering titreren op basis van spiegels. Anti-Xa spiegel controle 4 uur na LMWH gift (bij neonaten 3 uur na de gift). Anti-factor Xa-spiegel nastreven van: 0.5 – 1.0 IE/ml. Dosering oplossen tot minimaal 0.2 ml.

    • 1 jaar tot 6 jaar
      [5]
      • 256 IE/kg/dag in 2 doses
      • Dosering titreren op basis van spiegels. Anti-Xa spiegel controle 4 uur na LMWH gift. Anti-factor Xa-spiegel nastreven van: 0.5 – 1.0 IE/ml. Dosering oplossen tot minimaal 0.2 ml.

    • 6 jaar tot 12 jaar
      [5]
      • 248 IE/kg/dag in 2 doses
      • Dosering titreren op basis van spiegels. Anti-Xa spiegel controle 4 uur na LMWH gift. Anti-factor Xa-spiegel nastreven van: 0.5 – 1.0 IE/ml. Dosering oplossen tot minimaal 0.2 ml.

    • 12 jaar tot 18 jaar
      [5]
      • 204 IE/kg/dag in 2 doses
      • Dosering titreren op basis van spiegels. Anti-Xa spiegel controle 4 uur na LMWH gift. Anti-factor Xa-spiegel nastreven van: 0.5 – 1.0 IE/ml. Dosering oplossen tot minimaal 0.2 ml.

Indicatie: Hemodialyse
  • Intraveneus
    • < 15 kg
      [1]
      • Bij begin hemodialyse 1.500 IE/dosis éénmalig
    • 15 tot 30 kg
      [1]
      • Bij begin hemodialyse 2.500 IE/dosis éénmalig
    • 30 tot 45 kg
      [1]
      • Bij begin hemodialyse 5.000 IE/dosis éénmalig
    • ≥ 45 kg
      [1]
      • Bij begin hemodialyse 5.000 - 10.000 IE/dosis éénmalig

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

ANTITHROMBOTICA

VITAMINE K-ANTAGONISTEN
B01AA07

Fenprocoumon

Marcoumar
B01AA04
HEPARINEGROEP

Danaparoide

Orgaran
B01AB09

Enoxaparine

Clexane
B01AB05

Heparine

Heparine Leo
B01AB01

Nadroparine

Fraxiparine, Fraxodi
B01AB06

Tinzaparine

Innohep
B01AB10
ENZYMEN
B01AD02

Streptokinase

Streptase
B01AD01

Urokinase

Medacinase
B01AD04
TROMBOCYTENAGGREGATIEREMMERS EXCL HEPARINE

Acetylsalicylzuur (carbasalaatcalcium)

Aspegic, Aspirine, Aspro, Ascal, Alka-Seltzer
B01AC

Epoprostenol

Flolan, Veletri
B01AC09

Bijwerkingen bij kinderen

Bloedingen, HITT syndroom (heparine geinduceerde trombocytopenie en trombose)

Bijwerkingen bij volwassenen

Vaak (1–10%): pijn of subcutane hematomen op de injectieplaats. Milde trombocytopenie (type I, meestal reversibel), bloedingen. Reversibele verhoging van transaminasen (ASAT, ALAT).

Soms (0,1-1%): overgevoeligheid.

Zelden (0,01–0,1%): (voorbijgaande) alopecia, huidnecrose.

Verder zijn gemeld: spinale of epidurale hematomen, (fatale) bloedingen (o.a. intracranieel of retroperitoneaal). Huiduitslag. Immunologische trombocytopenie (type II) met/zonder trombotische complicaties. Anafylactische reactie. Hyperkaliëmie (door hypoaldosteronisme, met name bij diabetes mellitus of chronisch nierfalen). Osteoporose (na langdurig gebruik).

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

  • overgevoeligheid voor heparine of andere laagmoleculaire heparinen, eerder opgetreden heparine geïnduceerde trombocytopenie (HIT);
  • ernstige bloedstollingsstoornissen, behalve bij intravasale stolling;
  • bloedverlies uit de tractus digestivus door ulcus pepticum, tumoren, hiatus hernia of diverticulose;
  • cerebrovasculair accident, behalve in het geval van systemische embolieën;
  • hypertensie;
  • retinopathie door hypertensie en/of diabetes mellitus;
  • (sub)acute septische endocarditis;
  • operaties/letsel aan hersenen, ruggenmerg, ogen of oren;
  • bij therapeutische doses: regionale of spinale anesthesie en lumbale punctie.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Cave: bij overdosering protamine toedienen, heeft echter een partiële werking: overleg met hematoloog. Cefalinetijd is geen goede maat voor antistolling.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Het verdient aanbeveling het trombocytenaantal te controleren vóór aanvang en tijdens behandeling. Wees extra voorzichtig bij een snel ontwikkelende trombocytopenie en bij ernstige trombocytopenie (< 100 × 109/l).

De kans op spinale/epidurale hematomen, eventueel gepaard gaande met langdurige of permanente verlamming neemt toe bij gebruik van epidurale verblijfskatheters òf gelijktijdig gebruik van geneesmiddelen die de hemostase beïnvloeden òf traumatische of herhaalde epidurale of spinale punctie. Aanbrengen of verwijderen van een epidurale of spinale katheter uitstellen tot 10–12 uur na de doses dalteparine voor tromboseprofylaxe en bij hogere doses dalteparine (zoals 100–120 IE/kg lichaamsgewicht om de 12 uur of 200 IE/kg lichaamsgewicht eenmaal per dag) het aanbrengen of verwijderen van de katheter uitstellen tot 24 uur na de toediening van dalteparine. Extra voorzichtig zijn als ook anticoagulantia worden gebruikt. Indien tijdens de regelmatige controle een neurologische beschadiging wordt opgemerkt, is dringend decompressie van het ruggenmerg nodig.

Voorzichtig toepassen bij ernstige lever– en nierinsufficiëntie, leeftijd > 80 jaar, oncontroleerbare hypertensie, hypertensieve of diabetische retinopathie en andere aandoeningen waarbij bloedingen kunnen optreden. Het gebruik van dalteparine wordt niet aanbevolen bij patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring < 30 ml/min). Als het echter hierbij gebruikt wordt de anti-Xa concentratie controleren, evenals bij een andere fysiologische nierfunctie (zoals bij neonaten). Overwogen kan worden deze concentratie tevens te bepalen bij erg magere, ziekelijk obese of zwangere patiënten, kinderen of bij het bestaan van meer kans op bloedingen of het opnieuw optreden van trombose.

Tevens voorzichtig zijn bij gebruik van hoge doseringen, zoals bij behandeling van diepveneuze trombose, longembolie of instabiele coronaire aandoeningen, of na een recente operatieve ingreep.

Dalteparine kan hyperkaliëmie veroorzaken, met name bij diabetes mellitus, chronisch nierfalen, reeds aanwezige metabole acidose, reeds verhoogde kaliumspiegels en bij gebruik van kaliumsparende geneesmiddelen. Er is meer kans op hyperkaliëmie bij langdurig gebruik. Bij gebruik langer dan 7 dagen bij risicopatiënten de plasmakaliumwaarde bepalen vóór de behandeling en regelmatig gedurende de behandeling.

Bij positieve of onbekende resultaten van in-vitro testen op antilichamen tegen bloedplaatjes in aanwezigheid van (laagmoleculaire) heparinen de behandeling staken.

Bij acute hemodialysepatiënten gedurende de eerste weken regelmatig de antifactor Xa-spiegels controleren, daarna is minder frequente controle mogelijk.

De antifactor Xa-activiteit van de laagmoleculaire heparinen is onderling niet vergelijkbaar, zodat bij overschakeling aanpassing van de dosering noodzakelijk kan zijn.

Niet i.m. toedienen en i.m.–toediening van andere geneesmiddelen vermijden bij dagdoses > 5000 IE, vanwege de kans op hematomen.

Interacties

Interacties heparinegroepen algemeen

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met NSAID's, inclusief salicylaten.

Niet beoordeeld: de anticoagulerende werking wordt versterkt door andere antitrombotica.

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 26 nov 2015
  3. ZorgInstituut Nederand, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 26 nov 2018
  4. CBO, Richtlijn Diagnostiek, preventie en behandeling van veneuze trombo-embolie en secundaire preventie van arteriele trombose, www.cbo.nl, 2009, 161
  5. Klaassen ILM. et al, Are low-molecular-weight heparins safe and effective in children? A systematic review., Blood Rev, 2018, DOI: 10.1016/j.blre.2018.06.003

Wijzigingen

  • 26 november 2018 09:28: Aanpassing doseringen obv review Klaassen
  • 26 november 2015 14:55: Reguliere update data kompas en IM